29 494
Wijziging van de Wet op de orgaandonatie (evaluatie)

E
NADER VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT1

Vastgesteld 28 februari 2006

De memorie van antwoord gaf de commissie nog aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

De leden van de PvdA-fractie wilden allereerst dank zeggen voor de beantwoording van de gestelde vragen. Toch vroegen zij zich af of de inspanningen van de regering om tot een groter donoraanbod te komen wel in overeenstemming zijn met het feit dat transplantatie een behandeling is die in het basispakket is opgenomen. Deze leden was het niet duidelijk hoe, zoals in de memorie van antwoord wordt gesteld, een duidelijke positionering van de overheid een averechts effect kan hebben of het vertrouwen van de burger kan verstoren. Waarom is er niet voor gekozen de proef met het meesturen van registratiedocumentatie bij de brief van de gemeente aan de burger over het verlopen van de geldigheidsduur van het paspoort uit te breiden naar (motor)rijbewijzen en brommercertificaten? Deze leden vroegen ook waarom het invullen van het donorformulier niet verplicht is gesteld, gezien het feit dat op het donorformulier vermeld kan worden of iemand wel of geen donor wil zijn, dan wel de beslissing aan zijn nabestaanden overlaat.

Voorts wilden de leden van de PvdA-fractie weten welke praktische problemen zich voordoen wanneer een adequate regeling voor de beperking van de donatievraag met nabestaanden ontbreekt. In hoeverre is er in ziekenhuizen sprake van een actieve houding ten opzichte van orgaandonatie en in welke mate worden donororganen herkend? Bestaan er aanwijzingen dat er nog beletselen, bijvoorbeeld op het gebied van ruimte, tijd en financiële vergoeding zijn voor de medewerking aan orgaanverwerving in kleinere ziekenhuizen? In hoeverre zouden elementen uit de praktijk, zoals die in Spanje en delen van Italië bestaat, bijvoorbeeld ondersteuning van ziekenhuizen gekoppeld aan prestatieafspraken, een groter aantal donoren kunnen opleveren?

In Nederland is een relatief hoog percentage van de donoren non heart beating. Wat is daarvan de oorzaak? Is aan te geven welk aandeel hiervan ook een heart beating donor had kunnen zijn? In welke mate zouden voorlichting over hersendood, betere faciliteiten en financiële vergoeding voor ziekenhuizen het aantal heart beating donaties kunnen vergroten?

Terwijl de overheid zich terughoudend opstelt bij het werven van donoren in zijn algemeenheid, zal donatie bij leven wel actief worden bevorderd. Zou juist met betrekking tot donatie bij leven een meer voorzichtige opstelling niet gewenst zijn, temeer daar omgevingsfactoren als sociale controle een grote rol spelen? De leden van de PvdA-fractie vroegen zich ook af of longitudinale studies bestaan betreffende de psychische en somatische gevolgen van donatie bij leven, dan wel inzicht bestaat in die gevolgen over een termijn van drie tot zes jaar.

De leden van de VVD- en SP-fracties wilden de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport nog graag een vraag voorleggen naar aanleiding van hetgeen hij schrijft over donatie bij leven in zijn brieven d.d. 17 januari 2006 aan de Eerste Kamer (Kamerstuk 29 494, letter D) en de Tweede Kamer. Hierover merkt de minister in de twee tezelfdertijd verzonden brieven het volgende op. In de brief aan de Tweede Kamer stelt hij dat hij zich zal inzetten «voor minimalisering van belemmeringen in geval van donatie bij leven», in de tweede brief (aan de EK) schrijft de minister dat hij zich zal inzetten «voor ondersteuning van donatie bij leven enzovoorts».

De leden van de VVD- en SP-fracties wilden graag weten of de minister hiermee bedoelt dat hij de diverse zwaarwegende morele bezwaren tegen familiedonaties bij leven irrelevant acht en wil laten voor wat zij zijn, in zijn overigens prijzenswaardige ijver het tekort aan donororganen te beperken. Hun vraag was voorts of het de minister bekend is welke impact familiedonaties kunnen hebben op toekomstige relaties binnen een familie.(Men denke aan afstoting van het gedoneerde orgaan, sterfte van de ontvanger, later ontstaan nier-/vaatlijden bij de donor).

De voorzitter van de commissie,

Van Leeuwen

De griffier van de commissie,

Janssen


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Werner (CDA), Van Leeuwen (CDA), (voorzitter), Van den Berg (SGP), Dupuis (VVD), Swenker (VVD), (plv. voorzitter), Hamel (PvdA), Nap-Borger (CDA), Slagter-Roukema (SP), Schouw (D66), Putters (PvdA) en Thissen (GL).

Plv. Leden: Pastoor (CDA), Klink (CDA), Schuurman (CU), Kalsbeek-Schimmelpenninck van der Oije (VVD), Van den Broek-Laman Trip (VVD), Doesburg (PvdA), Van de Beeten (CDA), Meulenbelt (SP), Schuyer (D66), Linthorst (PvdA) en Van der Lans (GL).

Naar boven