Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Eerste Kamer der Staten-Generaal2005-200628074 nr. F

28 074
Wijziging van de Wet luchtvaart inzake de exploitatie van de luchthaven Schiphol

F
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 26 april 2006

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1 heeft op 18 april 2006 de minister van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden naar aanleiding van de ontvangst van de nadere memorie van antwoord.

De staatssecretaris heeft daarop bij brief van 24 april 2006 geantwoord.

De commissie brengt hierbij verslag uit van het aldus gevoerde schriftelijke overleg.

De griffier van de commissie,

Nieuwenhuizen

BRIEF AAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Den Haag, 18 april 2006

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat heeft zich na ontvangst van de nadere memorie van antwoord inzake wetsvoorstel 28 074, Wijziging van de Wet luchtvaart inzake de exploitatie van de luchthaven Schiphol beraden over de verder te volgen procedure.

Alvorens de Kamer voor te stellen de openbare behandeling van het wetsvoorstel aan te vangen, ontvangt de commissie nog graag antwoord op enkele vragen.

In de eerste plaats verneemt zij gaarne uw reactie op het zeer recent door het nieuwe College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam naar buiten gebrachte standpunt inzake de privatisering van Schiphol en de daartoe noodzakelijke vervreemding van de Amsterdamse aandelen.

De commissie acht voorts de inhoud van het standpunt van de andere partijen/aandeelhouders wier instemming voor de privatisering noodzakelijk is van essentieel belang. In het verlengde daarvan neemt zij graag kennis van de inhoud van de met het oog op de privatisering tot stand te brengen (concept) aandeelhoudersovereenkomst zoals u deze heeft besproken met de andere partijen/aandeelhouders. Deze informatie acht de commissie van wezenlijk belang om het onderliggende wetsvoorstel te kunnen beoordelen. De aandeelhoudersovereenkomst wordt beschouwd als de basis van het wetsvoorstel.

De commissie hecht eraan uw schriftelijke reactie op bovenstaande vragen op een zodanig tijdstip te ontvangen, dat de op 23 mei as. voorziene openbare behandeling van het wetsvoorstel doorgang kan vinden.

De griffier van de commissie,

B. Nieuwenhuizen

c.c. De Minister van Financiën

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Den Haag, 24 april 2006

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat heeft per brief van 18 april jl. aan de minister van Verkeer en Waterstaat gevraagd om een reactie op het standpunt van het nieuwe College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam inzake de privatisering van Schiphol en de vervreemding van de Amsterdamse aandelen die daartoe noodzakelijk zou zijn. Daarnaast wil de commissie graag kennis nemen van de met het oog op de privatisering tot stand te brengen aandeelhoudersovereenkomst. Dit alles in verband met de voor 23 mei a.s. voorziene openbare behandeling van het wetsvoorstel 28 074, Wijziging van de Wet luchtvaart inzake de exploitatie van de luchthaven Schiphol.

Om te beginnen willen wij er in relatie tot dit laatste, de behandeling van het wetsvoorstel, op wijzen dat voor het kabinet de borging van de publieke belangen ten aanzien van Schiphol altijd voorop heeft gestaan. De huidige Wet Luchtvaart biedt reeds waarborgen voor de publieke belangen inzake milieu, veiligheid, gezondheid en ruimtelijke ordening. Met het nu voorliggende wetsvoorstel wordt de borging van publieke belangen gecompleteerd met voorwaarden ten aanzien van de exploitatie van Schiphol. In juni 2005 heeft de Tweede Kamer ingestemd met dit wetsvoorstel. Wij hechten er waarde aan dat het wetsvoorstel nu ook binnenkort in de Eerste Kamer wordt aangenomen, zodat daarmee de borging van publieke belangen verbeterd wordt. De opstelling van Amsterdam inzake de voorgenomen vervreemding van een minderheidsbelang in NV Luchthaven Schiphol («NVLS») staat daar wat ons betreft los van. In tegenstelling tot uw vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat beschouwen wij een eventueel te sluiten aandeelhoudersovereenkomst met Amsterdam dan ook niet als de basis van of een noodzakelijke voorwaarde voor het wetsvoorstel. Wel kan een dergelijke overeenkomst een uitvloeisel zijn van het wetsvoorstel, zoals verder hieronder uiteengezet wordt.

Nu de debatten in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel en ook de wijze van vervreemding van een minderheidsbelang in NVLS door de Staat zijn afgerond, kan het overleg met Amsterdam over gedeeltelijke privatisering van NVLS worden opgestart. Amsterdam heeft eerder aangegeven pas in overleg te willen treden over de vervreemding wanneer de opstelling van de Kamer duidelijk is.

In het recent gesloten programakkoord heeft het nieuwe College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam aangegeven niet te zullen meewerken aan privatisering van Schiphol en zijn aandelen niet te zullen verkopen. Dit laatste is overigens, in tegenstelling tot wat in de bovengenoemde brief wordt verondersteld, geen noodzakelijke voorwaarde voor vervreemding van een minderheidsbelang door de Staat.

Over onze intenties ten aanzien van een op te stellen Ministeriële regeling en aandeelhoudersovereenkomst is de Tweede Kamer geïnformeerd bij brief d.d. 17 januari 2006, Kamerstuk 25 435, nr. 12. Gelet op het feit dat sindsdien nog geen goed overleg met Amsterdam heeft plaatsgevonden, kunnen wij uw Kamer op dit moment geen nadere informatie geven over een eventuele aandeelhoudersovereenkomst. Kern van de te maken afspraken zal zijn dat de overheidsaandeelhouders ook in de toekomst zullen zekerstellen dat de overheid te allen tijde een meerderheid van de aandelen in NVLS kan behouden. Dit zullen sluitende afspraken moeten zijn. Hierover zal de Tweede Kamer in het kader van de voorhangprocedure die van toepassing is op de Ministeriële Regeling worden geïnformeerd.

Zoals eerder opgemerkt, beschouwen wij een eventueel te sluiten aandeelhoudersovereenkomst niet als basis voor het wetsvoorstel, aangezien een aandeelhoudersovereenkomst niet nodig is om de wet in te voeren en de publieke belangen te borgen. Een aandeelhoudersovereenkomst kan een uitvloeisel zijn van een op grond van artikel 8.2a van het wetsvoorstel op te stellen Ministeriële Regeling. Dit speelt dan dus in het kader van de voorgenomen vervreemding van aandelen. Het is onze intentie om te komen tot een aandeelhoudersovereenkomst, maar op grond van het wetsvoorstel bestaat daartoe geen noodzaak. Indien de Staat zelf een meerderheidsbelang behoudt, is het niet noodzakelijk dat er een aandeelhoudersovereenkomst komt. Anders gezegd: ongeacht of er een aandeelhoudersovereenkomst met Amsterdam komt, heeft de Staat een zorgplicht om een meerderheidsbelang in overheidshanden te behouden. Deze plicht ontstaat na inwerkingtreding van het wetsvoorstel.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Zoals gezegd, staat de behandeling van het wetsvoorstel wat ons betreft los van de stappen die verder nog genomen moeten worden om te komen tot de verkoop van een minderheidsbelang in NVLS door de Staat. Wij gaan er dan ook van uit dat de openbare behandeling in uw Kamer zoals voorzien op korte termijn kan plaatsvinden.

Mede namens de Minister van Financiën,

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Werner (CDA), Van den Berg (SGP), Lemstra (CDA), Bierman-Beukema toe Water (VVD), Van der Lans (GL) (voorzitter), Doesburg (VVD), Walsma (CDA), Pormes (GL), Van den Oosten (VVD), Ten Hoeve (OSF), Sylvester (PvdA), Schouw (D66), Van Raak (SP).

Plv. leden: Franken (CDA), Schuurman (CU), Van Leeuwen (CDA), v.d. Broek-Laman Trip (VVD), Pormes (GL), Wagemakers (CDA), vac. (VVD), Eigeman (PvdA), Hamel (PvdA), Engels (D66), Kox (SP).