20 043 Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa

AM/ nr. 94 VERSLAG VAN DE ZITTING 2013 (DERDE DEEL)

Vastgesteld 2 september 2013

1. Inleiding

De delegatie uit de beide Kamers der Staten-Generaal naar de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa1(PACE) heeft van 24 t/m 28 juni 2013 deelgenomen aan het derde deel van de zitting 2013 in Straatsburg. Zij brengt hiermee verslag uit van haar activiteiten, van de behandeling van de tijdens deze zitting geagendeerde onderwerpen en van de bijdragen van haar leden aan de debatten over die onderwerpen. De in dit verslag vermelde nummers van documenten kunnen worden gevonden op de website van de PACE2.

Traditiegetrouw heeft de delegatie aan het begin van de zitting, dit maal op 24 juni 2013, een briefing ontvangen van de Permanent Vertegenwoordiger bij de Raad van Europa, mevr. drs. Ellen Berends, daarin bijgestaan door mevr. drs. Kanta Adhin, plv. Permanent Vertegenwoordiger.

Mevrouw Berends wees de delegatie op de voortgaande discussie over de gebrekkige nakoming door Hongarije van verdragsverplichtingen die het land heeft op grond van zijn lidmaatschap van de Raad van Europa. In recente en kritische rapporten van de Venice Commission en van de Monitoringcommissies van de PACE zelf wordt in detail op die gebrekkige nakoming ingegaan. Naast een debat tijdens deze sessie in de PACE zal het Europees Parlement over de situatie in Hongarije een debat voeren naar aanleiding van een rapportage van enkele van zijn leden.

Mevrouw Berends lichtte de delegatie vervolgens in over een vergadering van het Comité van Ministers van de Raad van Europa, gehouden op 16 mei 2013, waarbij de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken, de heer Frans Timmermans, aanwezig was.

De delegatie ontving vervolgens een beknopte uiteenzetting over het voorzitterschap van de Raad van Europa dat op basis van de bestaande regels in mei 2014 aan Azerbeidzjan toevalt, over de ondertekening van Protocol 15 inzake het functioneren van het EHRM waarin nadere regels zijn opgenomen met betrekking tot de zgn. margin of appreciation van lidstaten en over de onderhandelingen over Protocol 16 dat de mogelijkheid opent dat nationale rechters een zgn. advisory opinion vragen aan het EHRM.

Tijdens haar eerste vergadering op maandag 24 juni 2013 aanvaardde de Assemblee een bij monde van de voorzitter van de fractie van Verenigd Europees Links, de heer Kox, ingebracht voorstel tot het houden van een spoeddebat over het onderwerp: «protestdemonstraties en knelpunten rond de vrijheid van vereniging en vergadering en de vrije meningsuiting».

Op voorstel van het Bureau van de PACE werd besloten een actualiteitsdebat – een debat zonder voorafgaande schriftelijke rapportage dat evenmin uitmondt in de aanvaarding van resoluties – te voeren op donderdag 27 juni. Als onderwerp van dat debat werd de overheidsbemoeienis met de privacy op het internet gekozen.

2. De situatie in het Midden-Oosten

Rapport (doc.nr. 13231)

In een door de Committee on Political Affairs and Democracy gepresenteerd rapport spreekt de commissie opnieuw uitdrukkelijk haar steun uit voor de «twee staten voor twee volken»- oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict, een oplossing die is gebaseerd op de grenzen van 1967 met beperkte landruil op basis van wederzijdse overeenstemming. De commissie, die het betreurt dat met het vredesproces sedert 2010 geen vooruitgang is geboekt, verwelkomt de onlangs door de Amerikaanse regering verhoogde inspanningen om te komen tot een hervatting van de onderhandelingen die zijn gericht op een duurzame en rechtvaardige oplossing. Hangende zo’n permanente oplossing zouden tussenafspraken en -oplossingen gevonden moeten worden.

In de onderhandeling zouden naast de volkenrechtelijke vraagstukken ook onderwerpen die betrekking hebben op de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat aan de orde moeten komen opdat uiteindelijk alle burgers, woonachtig in door Israël, dan wel in door de Palestijnen beheerste gebieden, of zij nu Arabieren of Joden, Israëli’s of Palestijnen zijn, op gelijke voet deel hebben aan het respect voor de mensenrechten, de democratie en de rechtshandhaving. De commissie stelt daarom voor dat de eis van «twee staten voor twee volken» in het vervolg wordt geformuleerd als eis voor «twee democratische en pluralistische Staten». Zij roept de Israëlische autoriteiten en alle Palestijnse actoren – inclusief Hamas – op de stappen te zetten die voor het bereiken van dit doel nodig zijn. De commissie stelt tenslotte voor dat de Assemblee haar inspanningen om de dialoog te bevorderen en om het vertrouwen tussen de vertegenwoordigers van de Knesseth en de Palestijnse Nationale Raad te vergroten voortzet, in het bijzonder binnen het kader van de werkzaamheden van haar eigen Sub-Commissie voor het Midden-Oosten. Ook zou de Assemblee alles in het werk moeten stellen om betrekkingen met andere parlementen in de regio, vooral die van Egypte en Jordanië, aan te knopen, meer in het bijzonder in het licht van de mogelijkheden van samenwerking op basis van het «partnership for democracy» van de Raad van Europa.

Debat

Namens de fractie van Verenigd Europees Links merkte de heer Kox op dat het uitstekende rapport van de commissie aantoont dat de PACE en de Raad van Europa werkelijk betrokken willen zijn bij het vinden van oplossingen voor de grootste problemen in het Midden-Oosten, te weten de burgeroorlog in Syrië en het Israëlisch-Palestijnse conflict. De heer Kox zei zich, evenals de commissie, te willen concentreren op het laatstgenoemde conflict terwijl hij met betrekking tot de burgeroorlog in Syrië partijen zou willen oproepen zich tot het uiterste in te spannen om tot onderhandelingen te komen en om niet nog meer wapens naar het land te sturen. Er zijn daar al te veel wapens en te weinig mensen die werkelijk geïnteresseerd zijn in onderhandelingen, waarvan iedereen weet dat die de enige oplossing van het conflict zijn.

De heer Kox merkte vervolgens op dat zijn fractie van mening is dat om tot een duurzame oplossing te komen het nodig is dat een eind komt aan de illegale bezetting en kolonisatie van Palestina door Israël. Dat is de kern van de zaak en dat wordt ook in alle internationale resoluties erkend. De fractie van Verenigd Europees Links roept Israël dan ook op om zijn internationale verplichtingen na te komen, niet alleen omdat het daartoe gehouden is, maar ook omdat dat Israël kansen biedt op welvaart en vrede in de toekomst. Indien Israël zijn illegale bezetting en kolonisatie van Palestina beëindigt ligt een vredesverdrag met niet alleen Palestina, maar met alle lidstaten van de Arabische Liga voor het grijpen. Een regio die nu wordt gezien als probleem kan zich dan ontwikkelen tot een regio met kansen en mogelijkheden. Die kansen en mogelijkheden voor het Midden-Oosten zijn talrijk, maar het Israëlisch-Palestijnse conflict domineert ieder ander conflict in de regio. De heer Kox voegde toe dat zijn fractie daarom Israël oproept zijn starre houding om niet tot onderhandelen over te gaan los te laten en zijn internationale verplichtingen na te komen. Zijn fractie roept de bondgenoten van Israël ook op om daarbij behulpzaam te zijn omdat dat in het belang van Israël is en zij roept de bondgenoten van Palestina op om alles te doen wat in hun vermogen ligt om te komen tot onderhandelingen. De Palestijnen erkennen dat de enige weg om uit het conflict te komen onderhandelingen en het sluiten van duurzame vrede met Israël is. De fractie van Verenigd Europees Links roept hen daarom ook dringend op die weg te volgen.

Resolutie

Aan het slot van het debat heeft de Assemblee een resolutie aanvaard die is voorzien van nummer 1940 .

3. Evaluatie van het «partnership for democracy» met het parlement van Marokko

Rapport (doc.nr.13230)

In een door de Political Affairs Comittee uitgebracht rapport wordt de balans opgemaakt van de hervormingen in Marokko en van de implementatie van de politieke afspraken die het parlement van Marokko aanging toen het in juni 20122 het eerste parlement was dat de status van «partner for democracy» met de PACE verkreeg. In het rapport worden de aanvaarding van een nieuwe Grondwet, het uitschrijven en houden van vervroegde verkiezingen en de vorming van een regering, gebaseerd op de uitslag van die verkiezingen verwelkomd. Ook wordt gewag gemaakt van de versterkte rol van democratische instituties, inclusief parlement en politieke partijen, en van een levendiger politiek proces.

Het rapport roept het parlement van Marokko tegelijkertijd op om zijn wetgevende werkzaamheden op het terrein van de hervormingsagenda te intensiveren en het initiatief te nemen in het oppakken van aandachtspunten op het terrein van de mensenrechten en de rechtshandhaving.

Een conclusie van het rapport luidt dat het partnerschap van Marokko tot een nieuwe dynamiek heeft geleid in de samenwerking tussen de Raad van Europa en Marokko, op zowel parlementair als regeringsniveau, waarmee het aan zijn eerste doel heeft beantwoord. Het rapport sluit af met de aanbeveling de verdere uitvoering van de implementatie van politieke hervormingen in Marokko te blijven volgen en over twee jaar opnieuw te rapporteren.

Debat

Aan het debat over dit rapport is van Nederlandse kant een bijdrage geleverd door mevrouw Strik, die het woord voerde namens de Socialistische fractie. Zij herinnerde aan het feit dat aan het parlement van Marokko twee jaar geleden het «partnership for democracy» was aangeboden. Haar fractie heeft die stap van harte toegejuicht en steunt het partnerschap nog steeds; ook de voorgelegde resolutie heeft haar steun. Marokko heeft belangrijke stappen gezet op zijn democratische pad o.a. met de aanvaarding van een nieuwe Grondwet. Mevrouw Strik zei Marokko hiermee graag te willen feliciteren; tegelijkertijd is het tijd om naar de praktische uitvoering van de afspraken te kijken.

Op de weg naar democratie wordt Marokko geconfronteerd met vele uitdagingen, niet in de laatste plaats op het terrein van asiel en migratie. Marokko is nu niet alleen een land van herkomst, maar ook een land van bestemming van migranten. Het ziet zich geplaatst voor verantwoordelijkheden jegens migranten en moet omgaan met onderwerpen als discriminatie en het bieden van toegang tot voorzieningen, huisvesting en sociale rechten.

Het toenemende aantal asielzoekers maakt het nodig dat nieuwe stappen worden gezet. De commissie voor Migratie, Vluchtelingen en Ontheemden heeft een bezoek gebracht aan Marokko en hoewel er op veel terreinen veel werk wordt verzet blijft de commissie met veel zorgen zitten. Asielzoekers hebben met veel moeite toegang tot asielprocedures en zelfs door de UNHCR als vluchteling erkende personen lopen het risico te worden uitgezet. Migranten uit Sub-Sahara kunnen worden gearresteerd en lopen de kans slachtoffer te worden van geweld en discriminatie. Europa heeft een gedeelde verantwoordelijkheid voor deze regio: zij dwingt Marokko tot het verscherpen van zijn grenscontroles en maakt het voor migranten moeilijker om Europa binnen te komen met het gevolg dat meer en meer migranten zich tot de Marokkaanse autoriteiten wenden met verzoeken om hulp en bescherming. Mevrouw Strik stelde dat de Raad van Europa Marokko niet zou moeten opzadelen met grenscontroles, maar zou moeten ingaan op verzoeken en het land zou moeten helpen om ervoor te zorgen dat migranten de bescherming krijgen die zij nodig hebben en worden behandeld op een manier die getuigt van respect voor hun mensenrechten. Uiteindelijk gaat het partnerschap niet alleen Marokkaanse burgers, maar alle inwoners van Marokko aan. Vanuit die zienswijze zei mevrouw Strik enkele amendementen op de ontwerpresolutie te hebben ingediend.

Het partnerschap is, zo vervolgde mevrouw Strik, een tweerichtingsproces en wij kunnen leren van de Marokkaanse kritiek op de manier waarop wij Marokkaanse burgers in onze landen behandelen. Wij moeten ons integratiebeleid op een aantal punten verbeteren; het wederzijds uitwisselen van kennis en ideeën kan voor beide kanten nuttig zijn.

Hoewel er in Marokko veel actieve en moedige ngo’s zijn die kwetsbare mensen helpen en opkomen voor hun mensenrechten, hebben zij soms met problemen te kampen. Zij lopen tegen barrières op bij de vestiging van hun organisaties en zij ondervinden problemen bij het uiten van hun mening. Maar een democratie kan goed niet functioneren zonder een sterk maatschappelijk speelveld. Mevrouw Strik zei daarom namens haar fractie het Marokkaanse parlement te willen vragen na te gaan welke stappen kunnen worden gezet om mogelijke obstakels weg te nemen en hoe de samenwerking met de samenleving kan worden versterkt. Haar fractie zou willen bevorderen dat er meer uitwisseling plaatsvindt tussen Europese en Marokkaanse ngo’s om democratische hervormingen aan te jagen; als datgene wat in het rapport is opgemerkt ter harte wordt genomen dan is dat de winst van het partnerschap.

Mevrouw Strik deelde mee dat haar fractie het voorstel om door te gaan met het beoordelen van de implementatie van de politieke hervormingen in Marokko steunt. Zij ziet uit naar meer praktische maatregelen tot verbetering van het democratisch proces en van de mensenrechten van iedereen in Marokko.

Resolutie

Aan het slot van het debat heeft de Assemblee een resolutie aanvaard die is voorzien van nummer 1942 .

4. Corruptie als bedreiging van de rechtsstaat

Rapport (doc.nr. 13228)

De Committee on Legal Affairs and Human Rights heeft in dit rapport vastgesteld dat corruptie een groot probleem is dat een ernstige bedreiging vormt voor de rechtsstaat. In de publieke sector kan corruptie veel vormen aannemen: Ministers die hun macht misbruiken, politiefunctionarissen of andere ambtsdragers die zich bedienen van omkoping, verkiezingen die worden «gekocht», onbetrouwbare rechters, witwassen van geld, parlementariërs die dubieuze declaraties innen en illegale lobby praktijken. Vijf lidstaten van de Raad van Europa bevinden zich hoog op de ranglijst van een groep van 100 van 174 staten die in 2012 op de zgn. Transparency International Corruption Perception Index zijn gezet en veel recente corruptiezaken tonen duidelijk aan dat Europa in dit opzicht geen uitzondering vormt.

Corruptie ontwricht publieke instituties, ondergraaft de wet en ondermijnt het vertrouwen van de burger in de overheid. Zij heeft ook een vernietigende werking op mensenrechten. Staten zouden veel alerter moeten zijn met het invoeren van anti-corruptiewetgeving en zouden steviger moeten inzetten op grotere transparantie in de financiële sector, waarbij zij elkaar zouden moeten bijstaan bij het volgen van «money trails» en bij het volgen en vervolgen van banken die zwart geld verbergen of witwassen. De benoeming en de bevordering van rechters dient doorzichtiger te worden en dient onderhevig te zijn aan niet-politieke, disciplinaire regels. Er dienen glasheldere regels te zijn inzake het melden van belangen, er moeten duidelijke gedragscodes zijn voor publieke functionarissen en er dient betere regelgeving te komen op het terrein van het lobbyen. Intussen kunnen de parlementen meer doen om te achterhalen hoe de regeringen de aanbevelingen van organen van de Raad van Europa, zoals GRECO en MONEYVAL ten uitvoer brengen.

Debat

Aan het debat over het rapport is deelgenomen door de heer De Vries die het woord voerde namens de Socialistische fractie. De heer De Vries toonde zich met de rapporteur geschokt over het feit dat verscheidene lidstaten van de Raad van Europa voorkomen op een lijst van de meest corrupte landen ter wereld.

Wij kunnen het probleem niet afdoen met het schrijven van een goed rapport, aldus de heer De Vries. Het veranderen van de cultuur in die landen om te verzekeren dat de rechtsstaat niet wordt ondermijnd door corruptie vereist vooral betrokkenheid en doorzettingsvermogen.

De heer De Vries merkte vervolgens op dat het rapport, alsmede enkele door andere leden gedane voorstellen om de boodschap van de Assemblee een bredere portee te geven, de Assemblee in staat stelt haar werk opnieuw op te pakken. Daarmee is niet gezegd dat zij haar werk in het verleden niet goed heeft gedaan. Aan het werk van GRECO – dat een perfect instituut is en meer stimulansen verdient om met zijn werk door te gaan – is al gerefereerd en dat geldt ook voor MONEYVAL en de vele resoluties, verklaringen en conferenties die de strijd tegen corruptie steunen. Het is, zo voegde de heer De Vries toe, voor ons als parlementariërs verstandig ons meer gericht te concentreren op het probleem en ons minder te blijven richten op de vele algemene aspecten ervan.

De strijd tegen corruptie begint uiteindelijk aan de top, ook in onze politieke systemen, die zich moeten ontdoen van diegenen die verantwoordelijk zijn voor het corrumperen van zichzelf en van anderen. Het begint met het zuiveren van de rechterlijke macht en met haar te beschermen tegen corruptie en met het zuiveren van de politie en ervoor te zorgen dat zij niet vatbaar is voor corruptie. Dit alles behoort tot de hoge verantwoordelijkheid van politiek leiderschap. Daar moeten we ons op concentreren. Die verantwoordelijkheid kunnen we niet ontlopen.

De heer De Vries merkte op nu in vrij algemene termen te spreken. Maar in landen waar corruptie welig tiert is er ook persoonlijke moed voor nodig om op te staan en nee te zeggen als mensen smeergeld aanbieden of je vragen hen van dienst te zijn in hun jacht naar een doel dat niet in het publieke belang is; het gaat hier dus om een beroep op ons aller normbesef. Hij besloot zijn betoog met het uitspreken van hoop dat het rapport zal bijdragen aan het verbeteren van het werk van de Assemblee en aan een hoger besef van onze verantwoordelijkheden.

Resolutie

Aan het einde van het debat heeft de Assemblee een resolutie aanvaard die is gedrukt onder nr. 1943 .

5. Onderzoek naar de geloofsbrieven van de parlementaire delegatie van IJsland

Rapport (doc.nr. 13246).

De Committee on Rules of Procedure, Immunities and Instituitional Affairs heeft op 24 juni 2013 de nog niet goedgekeurde geloofsbrieven van de parlementaire delegatie, in overeenstemming met Regel7 van de Rules of Procedure of the Parliamentary Assembly betwist op grond van de overweging dat in de genoemde delegatie geen vrouwelijk lid is opgenomen, hetgeen strijdig is met Regel 6.2.a.

Overeenkomstig de Regels werden de geloofsbrieven in handen gesteld van de eerdergenoemde commissie. Deze commissie stelt voor de geloofsbrieven goed te keuren doch het stemrecht van de leden van de delegatie in de Assemblee en haar organen, zoals bepaald in Regel 7.3.c. op te schorten met ingang van de deelsessie van de Assemblee die in oktober 2013 aanvangt indien de samenstelling van de delegatie niet volledig in overeenstemming is gebracht met de Rules of Procedure.

Debat

Een bijdrage aan het debat werd geleverd door de heer Kox die het woord voerde namens de fractie van Verenigd Europees Links. Deze merkte op het rapport volledig te onderschrijven en er niets aan te willen toevoegen. Regels zijn er om te worden toegepast en niet om niet te worden toegepast. De delegatie van IJsland, met drie leden en drie plaatsvervangende leden, is klein. IJsland heeft, zoals bekend, financiële problemen – die hebben wij overigens allemaal, maar die van IJsland zijn wat groter – en heeft besloten om geen plaatsvervangende leden af te vaardigen. Als het zijn financiële problemen kan oplossen, kan het dit probleem met groter gemak oplossen. Leden van de PACE hebben het recht delegaties af te vaardigen; leden en plaatsvervangende leden worden gelijk behandeld in de Assemblee. Ook plaatsvervangende leden zouden moeten kunnen deelnemen aan het werk. Dat alles kost uiteraard geld. Maar het probleem van het land IJsland is veel groter dan dit ene probleem. De heer Kox wenste IJsland het beste toe en zei te hopen dat het land vóór oktober een oplossing zou weten aan te dragen.

Resolutie

Het debat over dit onderwerp werd afgesloten met de aanvaarding van een resolutie, genummerd 1944 .

6. Spoeddebat: protestdemonstraties en knelpunten rond de vrijheid van vereniging en vergadering en de vrijheid van meningsuiting

Rapport (doc.nr.13258)

In een door de Committee on Political Affairs and Democracy uitgebracht rapport wordt gesteld dat het recht van het individu om te demonstreren tegen democratisch gekozen regeringen even legitiem is als het recht van zulke regeringen om, geconfronteerd met dat protest, hun beleid niet te wijzigen. Demonstraties verlopen vaak op ongeordende wijze waarbij de deelnemers activiteiten vaak afstemmen met behulp van de sociale media.

Op 31 mei 2013 liep een vreedzame demonstratie die was georganiseerd door tegenstanders van een plan om een winkelcentrum te bouwen in het Gezi Park in Istanbul uit op hardhandig ingrijpen van de politie waarna vervolgens een ongekende protestbeweging in Turkije ontstond.

Het rapport betreurt het buitensporig gebruik van geweld om demonstranten uit elkaar te jagen en roept de autoriteiten opnieuw op om ervoor te zorgen dat acties van de politie, als zij nodig worden geacht, proportioneel zijn en het roept de lidstaten van de Raad van Europa op waar nodig maatregelen te nemen om hun wetgeving in lijn te brengen met de normen en standaarden van de Raad van Europa en met de jurisprudentie van het EHRM, ook met die op het terrein van de vrije meningsuiting en de vrijheid van vereniging en vergadering.

Debat

Aan dit spoeddebat is van Nederlandse zijde deelgenomen door mevrouw Strik, die haar betoog inleidde met de opmerking dat dit debat handelt over het belang van de vrijheid van demonstratie, van vergadering, van de media en van vrije meningsuiting Deze vrijheid is één van de kernvrijheden van de Raad van Europa, want zonder haar is democratie onbestaanbaar. Voor alle lidstaten van de Raad van Europa is dat belangrijk, maar de directe reden voor dit spoeddebat wordt natuurlijk gevormd door de voortgaande protesten in Turkije en de disproportionele reactie daarop van de Turkse autoriteiten.

Zoals eerdere sprekers al hebben duidelijke gemaakt, wordt er niet alleen geweld gebruikt tegen demonstranten die zelf geweld gebruiken, maar ook tegen een groot aantal omstanders, dat wil zeggen mensen die min of meer bij toeval in de buurt zijn of mensen die het protest steunen. Advocaten van de demonstranten worden ook gearresteerd en vervolgd en journalisten worden opgesloten. Het wrede politieoptreden heeft al tot doden en tot duizenden gewonden geleid. De protesten hebben betrekking op tal van onderwerpen, maar wat zij gemeen hebben is dat zij alle kritisch zijn ten aanzien van het regeringsbeleid. Terecht hebben enkele afgevaardigden opgemerkt, zo voegde mevrouw Strik toe, dat de wijze waarop regeringen reageren op zulke kritiek de lakmoesproef is voor de democratie en de rechtsstatelijkheid van een land.

Veel inwoners van Turkije zijn geschokt door de wrede reactie. Die heeft een vernietigende werking gehad op hun vertrouwen in regering en politici. Angst en wantrouwen leiden Turkije nu weg van de positieve democratische hervormingen die het land in gang had gezet.

Het is niet alleen de internationale gemeenschap die het beleid verwerpt; de mensen zelf accepteren deze manier van onderdrukking niet meer en wij, zo sprak mevrouw Strik, moeten hen steunen. Zij voegde toe de Turkse autoriteiten en leden van het Turkse parlement dringend te verzoeken het democratisch proces niet terug te draaien, het geweld te stoppen en te zoeken naar geëigende wegen om het protest te kanaliseren en een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop de regering optreedt om daaruit lessen te trekken voor de manier waarop in de toekomst met respect voor het vitale recht om kritiek te hebben op nationaal beleid – waar dat ook over gaat – moet worden omgegaan.

Resolutie

Het debat werd afgesloten met de aanvaarding van een resolutie die kan worden gevonden onder nummer 1947 .

7. Actualiteitsdebat: overheidsbemoeienis met privacy op het internet

Mevrouw Strik heeft aan dit debat deelgenomen en merkte allereerst op dat de ervaring keer op keer heeft uitgewezen hoe moeilijk het is om mensen te beschermen tegen inbreuken op het internet. De praktijk van het onderscheppen van informatie op het internet, zoals uitgevoerd door de Amerikaanse regering door middel van het zgn. Prism programma, werd onlangs onthuld, maar dat soort praktijken is niet nieuw. Meer dan tien jaar geleden bijvoorbeeld bleek Echelon, ook een Amerikaans systeem, op routinematige basis onze communicatie te hebben onderschept. Onze eigen regeringen nemen deel aan veelomvattende verkenningsactiviteiten op het internet. Met de technologische ontwikkelingen dienen zich nieuwe mogelijkheden om meer informatie te verzamelen aan.

Iedere keer zijn wij geschokt door dit soort nieuwe onthullingen, maar we vinden geen afdoend antwoord.

Duidelijk is dat autoriteiten in het kader van justitieel onderzoek of opsporing zekere bevoegdheden moeten hebben om de communicatie tussen verdachten te achterhalen. Inlichtingendiensten hebben een zekere ruimte nodig om ontwikkelingen die onze samenlevingen in gevaar zouden kunnen brengen op de voet te kunnen volgen. Ook moet laster en het aanzetten tot haat kunnen worden aangepakt. Echter, het routinematig onderscheppen van informatie op het internet gaat ver over de wettelijke grenzen. Immers, daarbij raakt men aan het recht van privacy en het recht op een eigen leven.

De vraag is, aldus mevrouw Strik, hoe een uitgebalanceerd systeem kan worden gevonden waarin geen angst hoeft te bestaan voor inbreuken op internetinformatie én waarin een ieder vrij gebruik kan maken van de mogelijkheden die het internet biedt. Artikel 8 van het EVRM bevat het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven. Dat recht wordt voor het EHRM natuurlijk ingeroepen in zaken waarin het gaat om inbreuken op het internet of in zaken waarin sprake is van vermeende illegale opslag en misbruik van persoonlijke gegevens. Het zal interessant zijn om te zien hoe het EHRM bij het voortschrijden van de technologie verdere standaarden zal ontwikkelen.

Bescherming tegen inbreuken gaat verder dan het recht van privacy; zij is ook van groot belang voor de vrijheden van vereniging, vergadering en meningsuiting. Die vrijheden kunnen worden aangetast door censuur of manipulatie. Anderzijds zijn actieve inbreuken in debatten op het internet of in de sociale media denkbaar. De sociale media en het internet werden op massale wijze gebruikt tijdens de Arabische Lente, maar zij worden in andere protestbewegingen eveneens ingezet en hebben zo een rol gespeeld in democratische hervormingen. We zouden dat moeten koesteren omdat op die manier meer mensen betrokken raken bij de politiek. Wij moeten er, zo stelde mevrouw Strik, voor zorgen dat het internet het publieke debat en het democratische proces bevordert in plaats van hindert.

Er bestaan verdragen inzake cybercriminaliteit, data- bescherming en bescherming van kinderen. De PACE heeft ook aanbevelingen aan regeringen van de lidstaten en richtlijnen voor particuliere gebruikers van het internet aangenomen. Zij moet zich niet alleen richten tot regeringen, maar ook tot bedrijven die winst maken dankzij het gebruik van persoonsgegevens. Het is tijd om het gehele acquis aan een onderzoek te onderwerpen. Beschikken we over voldoende standaarden en passen we die in de praktijk voldoende toe? Mevrouw Strik zei het Comité van Ministers dringend op te roepen om over de grenzen van het territoir van de landen van de Raad van Europa te kijken en op zoek te gaan naar internationale, wereldwijde regels en normen.

8. ontwerpProtocol nr.16 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden

Rapport (doc.nr. 13220)

De Committee on Legal Affairs and Human Rights heeft in een rapport uiteengezet dat het ontwerpprotocol nr. 16 bij het EVRM – een protocol dat van kracht wordt zodra tien partijen bij dat Verdrag het hebben ondertekend – in de mogelijkheid voorziet dat de hoogste rechtsprekende colleges van de lidstaten zgn. opinions aangaande principiële vragen met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van de rechten en de vrijheden, zoals die zijn neergelegd in het Verdrag en zijn protocollen, ontvangen van het EHRM.

De commissie is vóór aanvaarding van het ontwerpprotocol. Eenmaal aanvaard zal het protocol de band tussen het Straatsburgse Hof en de hoogste rechters in de lidstaten versterken doordat het een platform tot stand brengt voor een juridische dialoog en daarmee een bijdrage levert aan de uitvoering van de uitspraken van het Hof door de nationale rechters. Het protocol zal ook tot een kanteling – van ex post naar ex ante – leiden in de oplossing van interpretatievraagstukken op het nationale niveau en zal daarmee kostbare capaciteit van het Hof uitsparen. Ook zal het tot gevolg hebben dat in gelijke gevallen sneller uitspraken kunnen worden gedaan terwijl tegelijkertijd het beginsel van subsidiariteit wordt versterkt.

Debat

De heer Kox, die het woord voerde namens de fractie van Verenigd Europees Links, deelde mee dat zijn fractie de aanvaarding en de ondertekening van het protocol zal steunen. Na protocol 15 is dit een belangrijke nieuwe stap om het werk van het EHRM te verbeteren en om zijn werkvoorraad te verminderen door de hoogste nationale gerechten in een vroegtijdig stadium te kunnen laten beschikken over de opvatting van het Hof over de interpretatie van het Verdrag. Deze «opinions» zullen niet bindend zijn, maar zullen niettemin, samen met de uitspraken en beslissingen, onderdeel uitmaken van de jurisprudentie van het Hof. In de eerste fase zal de nieuwe werkwijze het Hof extra tijd kosten, maar het is nu eenmaal een economisch principe dat je eerst moet investeren voordat je opbrengsten kunt incasseren.

De heer Kox noemde het een wijs besluit om tot dit protocol te komen omdat iedereen ervan overtuigd is dat we geen EHRM moeten hebben dat uitspraken doet en beslissingen neemt over ieder probleem dat we in onze nationale lidstaten tegenkomen; nationale gerechten moeten zich op zo’n manier bezig houden met problemen die zich in hun land voordoen dat minder mensen behoefte hebben om hun recht in Straatsburg te halen. De eerste investering in tijd en geld is het waard om gedaan te worden omdat zij tot betere uitspraken in nationale lidstaten en bijgevolg tot een verkleining van de werklast van het Hof leidt.

De heer Kox wees op het feit dat de rapporteur – de heer Chope, behorend tot de Britse delegatie en lid van de fractie van de Europese Democraten (EDG) – in zijn toelichtende memorandum enkele kritische opmerkingen heeft gemaakt. Nu zou het ook ondenkbaar zijn dat men, komende uit Groot Brittannië komt en lid zijnde van de Conservative Party, de gelegenheid niet te baat zou nemen om enkele kritische opmerkingen over Europa te maken. Dat is op zichzelf goed omdat iedere afgevaardigde zijn aanwezigheid in Straatsburg soms gebruikt om werk te doen dat ook thuis goed kan worden gebruikt. De heer Kox zei blij te zijn dat de heer Chope had opgemerkt dat zijn kritische opmerkingen niets afdoen aan de essentie van het voorstel zoals het nu voorligt. Hij sloot af met de opmerking dat zich hier een interessant feit voordoet: een conservatief politicus uit Groot Brittannië en een socialist uit Nederland worden het eens over het aanvaarden van Protocol nr.16.

Opinion (285)

Het debat werd afgesloten met de unanieme aanvaarding van een zgn. Opinion waarin de Assemblee als haar mening uitspreekt dat Protocol 16 door het Comité van Ministers dient te worden aanvaard en dient te worden opengesteld voor ondertekening en ratificatie.

9. Het maken van onderscheid tussen politieke en strafrechtelijke verantwoordelijkheid

Rapport (doc.nr.13214)

De Committee on Legal Affairs and Human Rights heeft een rapport over dit onderwerp uitgebracht dat op vrijdag 28 juni 2013 is verdedigd door de heer Omtzigt, optredend als rapporteur.

De commissie stelt in haar rapport van oordeel te zijn dat democratie en rechtstaat eisen dat politici afdoende worden beschermd tegen strafrechtelijke vervolging die wordt gebaseerd op hun politieke besluiten. Politieke besluiten zijn het voorwerp van politieke verantwoordelijkheid, de kiezers zijn rechters in laatste instantie. In lijn met haar afwijzing van alle vormen van straffeloosheid meent de commissie dat politici aansprakelijk dienen te worden gesteld voor crimineel handelen of nalaten zowel in hun particuliere hoedanigheid als in de uitoefening van hun publieke ambt.

Het onderscheid tussen politieke besluitvorming en crimineel handelen of nalaten moet zijn gebaseerd op nationaal constitutioneel en strafrecht dat op zijn beurt bepaalde beginselen die voortvloeien uit de conclusies van de European Commission for Democracy through Law (de zgn. Venice Commission) eerbiedigt.

Vooral wijdlopige en vage bepalingen in het nationale strafrecht met betrekking tot ambtsmisbruik kunnen problemen opleveren, zowel in het licht van artikel 7 van het EVRM als in het licht van andere fundamentele eisen van de rechtstaat en zij zijn bovendien bijzonder gevoelig voor politiek misbruik. Ten aanzien van de procedure geldt dat voor zo ver beschuldigingen aan het adres van politici een strafrechtelijk karakter hebben volgens artikel 6 van het EVRM, dezelfde eisen met betrekking tot «fair trial» van toepassing moeten zijn op zowel de gewone strafrechtelijke procedures als de speciale «impeachment» procedures zoals die in een aantal lidstaten van de Raad van Europa bestaan; die eisen vergen extra behoedzaamheid en terughoudendheid in de wijze waarop zij worden geïnterpreteerd en toegepast.

Met betrekking tot Oekraïne hebben de aanklachten tegen de voormalige Minister-President Yulia Tymoshenko en oud-Minister van Binnenlandse Zaken Yurli Lutsenko aanleiding gegeven tot ernstige kritiek van de internationale gemeenschap. De commissie is ernstig verontrust over de wijze waarop het rechtssysteem van het land wordt misbruikt om politieke opponenten strafrechtelijk te vervolgen. Zij is van oordeel dat in beide gevallen de beginselen van de scheiding van politieke en strafrechtelijke verantwoordelijkheid zijn geschonden.

Ter inleiding van zijn verdediging merkte de heer Omtzigt op dat het rapport een belangrijk onderwerp behandelt dat de Assemblee nog lang zal bezighouden: het onderscheid tussen politieke en strafrechtelijke verantwoordelijkheid.

In tijden van economische malaise zijn wij allen, zo vervolgde hij, betrokken bij verstrekkende politieke besluiten bij het nemen waarvan we onze best doen om de crisis de baas te worden zonder de volgende generatie op te zadelen met een vernietigende hoop schulden. Over enkele jaren zullen wij, mede op basis van de «kennis van nu» worden bekritiseerd wegens veel besluiten die we, hoe dan ook, hebben genomen. De resolutie spreekt in essentie uit, dat in een democratisch rechtssysteem onze politieke besluiten onderwerp van politieke verantwoordelijkheid dienen te zijn waarbij de kiezers uiteindelijk de rechters in laatste instantie zijn. Wanneer wij politieke besluiten nemen en ons houden aan het mandaat van onze grondwetten kan het gebeuren dat wij onze zetels als parlementariërs verliezen en dat onze partijen hun meerderheid verliezen, maar wij behoren daarnaast niet ook nog eens voorwerp van strafrechtelijke vervolging door onze toekomstige opvolgers te zijn omdat we op de één of andere manier politieke kwesties hebben opgelost.

De heer Omtzigt voegde toe dat deze woorden natuurlijk niet een pleidooi voor enige vorm van straffeloosheid voor die politici inhouden. Diegenen die hem kennen en zijn politieke activiteiten in de Raad van Europa hebben gevolgd zullen daar geen twijfel over hebben, zo stelde hij. Hetzelfde geldt voor de Committee on Legal Affairs and Human Rights die het onderhavige rapport heeft aanvaard, en voor de Assemblee als geheel wier staat van dienst ten aanzien van de strijd tegen straffeloosheid onberispelijk is.

Politici kunnen natuurlijk ter verantwoording worden geroepen voor strafrechtelijk handelen of nalaten, zowel in hun hoedanigheid van privépersoon als in de uitoefening van hun openbare ambt. Daar zullen we het over eens moeten zijn. De moeilijkheid zit hem in het trekken van een lijn tussen enerzijds de wettelijk verankerde strafrechtelijke verantwoordelijkheid van politici voor strafbare handelingen en de niet wettelijke criminalisering van politieke acties, politieke fouten of politieke meningsverschillen.

Om juridische informatie en kennis van hoog niveau te vergaren heeft de commissie, zo lichtte de heer Omtzigt verder toe, een hoorzitting gehouden met een hooggekwalificeerde juridische deskundige en heeft zij het oordeel van de Venice Commision over dit onderwerp gevraagd. Dat alles heeft de rapporteur in staat gesteld te komen tot een paar algemene beginselen die zijn opgesomd in de ontwerpresolutie. De heer Omtzigt zei niet te pretenderen dat deze beginselen perfect zijn, maar voegde toe dat de Venice Commission in haar collectieve wijsheid niet tot meer specifieke, algemene criteria heeft kunnen komen. Daarom zei hij dankbaar te zijn voor de amendementen, die zijn ingediend door de Committee on Political Affairs and Human Rights, die erop zijn gericht het rapport te verbeteren.

Algemene beginselen zijn belangrijk, maar zij hebben de neiging abstract en lastig te begrijpen te zijn als ze niet worden onderbouwd met politieke voorbeelden. De heer Omtzigt zei daarom bij het begin van zijn werkzaamheden als rapporteur in het inleidende memorandum te hebben voorgesteld dat de Committee on Legal Affairs and Human Rights een aantal case studies zou aandragen om de algemene beginselen te illustreren en ze duidelijker te maken. In die periode – begin 2011 – haalden twee landen de krantenkoppen: IJsland, waar voormalig Minister-President Geir Haarde werd aangeklaagd omdat hij de IJslandse bankencrisis niet zou hebben voorkomen, en Oekraïne, waar oud-Minister-President Yulia Tymoshenko en oud-Minister Yurli Lutsenko werden aangeklaagd op overwegingen die alom werden gekenschetst als politiek gemotiveerd. Deze zaken betreffen één gevestigde democratie en één zogenoemde nieuwe democratie.

De heer Omtzigt zette uiteen dat de beperkte middelen die tot zijn beschikking stonden het niet mogelijk maakten meer dan twee of drie serieuze casestudies te doen en voegde toe dat de selectie naar zijn mening eerlijk en evenwichtig was. De commissie heeft met zijn selectie ingestemd en toestemming gegeven om het voorstel zoals het was gepresenteerd uit te werken.

Gedurende het onderzoek, zo vervolgde de heer Omtzigt zijn relaas, realiseerde hij zich dat artikel 18 van het EVRM een belangrijk element is bij het maken van onderscheid tussen wettelijke en onwettige strafrechtelijke verantwoordelijkheid.

Artikel 18 EVRM verbiedt beperking van mensenrechten – inclusief vrijheidsbeneming – om andere redenen dan die opgenomen in het Verdrag, bijvoorbeeld gerechtelijke vervolging om politieke redenen. De heer Omtzigt zei tijdens het onderzoek te hebben ontdekt dat het aantal gevallen waarin het Straatsburgse Hof schending van artikel 18 EVRM heeft vastgesteld buitengewoon klein is en dat twee van de drie schendingen die hij tot nu toe had gevonden precies de zaken van Yulia Tymoshenko en Yurly Lutsenko betreffen. Deze uitspraken zijn in de afgelopen maanden gepubliceerd hetgeen er ook de oorzaak van is dat dit rapport wat laat kan worden behandeld. Het Hof is duidelijk: de gronden waarop deze mensen in voorarrest zijn genomen waren onwettig.

Omdat de derde zaak – Gusinsky versus Rusland – meer dan 10 jaar geleden speelde zei de heer Omtzigt te menen een gerechtvaardigde selectie te hebben gemaakt; hij merkte op dan ook enigszins teleurgesteld te zijn over collega’s die hem ervan hadden beschuldigd bevooroordeeld te zijn of over slechts twee landen te spreken. Zij die mij kennen -aldus de heer Omtzigt – weten dat ik graag meer landen in het onderzoek had willen betrekken, maar dat er door tijdgebrek en een gebrek aan middelen, zowel van hem persoonlijk als van de Assemblee, keuzen moesten worden gemaakt. Gelet op de statistieken van het Hof lijkt die keuze er niet zo ver naast te zitten. Voor het verloop van de gerechtelijke vervolging in de genoemde zaken leze men er het rapport op na.

Alles overziende wees de heer Omtzigt op het feit dat de case studies uitsluitend zijn beschreven om te illustreren hoe algemene beginselen werken door ze praktisch toe te passen op enkele voorbeelden, niet meer en niet minder. Om die reden zij hij te kunnen leven met de door de Committee on Political Affairs ans Democracy voorgestelde amendementen om de verwijzing naar individuele landen in de ontwerpresoluties te schrappen en te verwijzen naar de uitspraken van het Hof.

Bijgevolg zou de Assemblee in staat moeten zijn deze teksten met een grote meerderheid te aanvaarden waarmee we de beginselen voor het maken van onderscheid tussen strafrechtelijke en politieke verantwoordelijkheid het soort gezag zouden geven die ze verdienen in het belang van de beginselen van de rechtsstaat en de democratie die wij allen zijn toegedaan.

Debat

Aan het debat is deelgenomen door de heer Kox, die het woord voerde namens de fractie van Verenigd Europees Links. Hij complimenteerde de heer Omtzigt met zijn niet geringe werk dat, zoals ieder goed rapport, veel voorbereiding heeft gevergd.

Het was ook een moeilijke klus omdat we al verscheidene debatten hebben gevoerd over politieke gevangenen en we in al die debatten hebben gehoord dat geen enkel land mensen om politieke redenen in de gevangenis stopt, althans dat is wat regeringen en rechtbanken zeggen. Toch denkt de Assemblee dat in bepaalde omstandigheden mensen om politieke redenen worden opgesloten en dat we die zaken moeten onderzoeken en ons er tegen moeten verzetten. De heer Kox zei in de Assemblee al talloze malen te hebben gezegd dat parlementariërs niet in gevangenissen, maar in parlementen en regeringen behoren te worden gestopt om hun werk te doen.

Het is een goede zaak, zo vervolgde de heer Kox, dat het rapport de relatie tussen de politiek en strafrechtelijke vervolging van politici onderzoekt en nagaat wanneer strafrechtelijke procedures beter kunnen worden vermeden omdat ze schade toebrengen aan de democratie, dan wel in welke gevallen ze juist wel moeten worden ingezet omdat – zoals de rapporteur zelf ook stelt – er geen ruimte is voor straffeloosheid van politici. Wij weten allemaal dat politici toegang tot macht hebben en dat dat tot verkeerd gebruik of misbruik van macht kan leiden. Wij zijn ons er allen van bewust dat er op verscheidene plaatsen in ons prachtige continent sprake is van verkeerd gebruik en misbruik van macht. Het beginsel van de rechtshandhaving vraagt van de nationale staten om regels op te stellen die dat probleem te lijf gaan. De kritiek in het rapport van Omtzigt richt zich daar niet op; hij heeft kritiek op het feit dat de regels die hij in heel Europa, mede dank zij de hulp van de Venice Commission, opspoorde vaak te vaag en ongeschikt zijn. Zij moeten worden verbeterd om te voorkomen dat politici om politieke redenen in het gevang terecht komen en niet omdat zij worden geconfronteerd met aanzienlijke strafrechtelijke aanklachten.

De heer Kox merkte vervolgens op dat de rapporteur de Committee on Political Affairs and Democracy toestemming had gevraagd voor het opnemen van een paar case studies; dat is wijs omdat het de abstracte beginselen meer concreet maakt. Maar de case studies zijn het rapport uiteindelijk gaan domineren. Het rapport en in het bijzonder het toelichtende memorandum wekken de indruk dat ze gaan over Oekraïne, Yulia Tymoshenko en anderen die daar in de gevangenis zitten. Het rapport is daarom onevenwichtig. De heer Kox zei dat zijn fractie de amendementen van de commissie, die zijn bedoeld om het rapport en de resolutie een meer algemeen karakter te geven, zal steunen zodat rapport en resolutie geen concrete verwijzingen naar een land, in dit geval Oekraïne, zal bevatten. De heer Kox besloot zijn interventie met de mededeling dat zijn fractie andere amendementen, die beogen andere landen in de resolutie op te nemen, niet zal steunen. Het rapport van de heer Omtzigt is zeer nuttig en is, naast de conclusies van de Venice Commission, zeer bruikbaar.

In zijn weerwoord ging de heer Omtzigt in op enkele opmerkingen van de heer Kox en stelde hij het met de laatste eens te zijn dat de regels voor politici soms te vaag zijn. In een aantal landen is dat het grote probleem. Nalatigheid is daar een goed voorbeeld van. In Frankrijk werd een Minister tot gevangenisstraf veroordeeld omdat zij, wetend dat het bloed dat beschikbaar werd gesteld aan hemofiliepatiënten, mogelijk HIV-positief was. Zulk nalaten kan ertoe leiden dat politici, indien mensenlevens in het geding zijn, bij falen in de gevangenis verdwijnen. Daar is niets verkeerd mee. Politici in Oost en West Europa staan meestal om goede redenen terecht. Uit enkele Zuidelijke landen weten we dat die dingen gebeuren, maar, zo besloot de heer Omtzigt, op goede gronden zijn die niet in het rapport aan de orde gekomen.

De tekst van het gehele debat kan worden teruggevonden in document AS (13) CR 27 .

Resolutie

Het debat werd afgesloten met de aanvaarding van een resolutie met het nummer 1950 .

De voorzitter van de delegatie, Franken

De griffier van de delegatie, Nieuwenhuizen


X Noot
1

Leden: Vries, K.G. de (PvdA), Arib, K. (PvdA), Verheijen, M.L. (VVD), Franken, H (CDA), Broekers-Knol, A. (VVD), Dijk, P. van (PVV), Kox, M.J.M. (SP. Plaatsvervangende leden: Omtzigt, P.H. (CDA), Servaes, M. (PvdA), Azmani, M. (VVD), Backer, J.P. (D66), Strik, M.H.A. (GL), Faber-van de Klashorst, M.H.M. (PVV), Elzinga, A (SP)

Naar boven