A
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is te voorzien
in een inkomensaanvulling voor ouderen met een bescheiden inkomen en in een
technische wijziging van de vaststelling van de vakantie-uitkering voor uitkeringsgerechtigden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 8.17, eerste lid, wordt «€ 30 728»
vervangen door: € 30 778.
ARTIKEL II
De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 22b, eerste lid, wordt «€ 30 728»
vervangen door: € 30 778.
ARTIKEL III
De Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:
A. In artikel 37, tweede lid, vervalt de tweede
zin.
B. Artikel 38, eerste lid, onderdeel b, komt
te luiden:
b. het percentage, genoemd in artikel 19, derde lid, zodanig dat dit gelijk
is aan de procentuele verhouding tussen de netto aanspraak op de minimum vakantiebijslag
over het minimumloon en het netto minimumloon. Onder netto aanspraak op de
minimum vakantiebijslag wordt verstaan het verschil tussen het
netto minimumloon en het netto minimumloon zoals dat overeenkomstig artikel
37, eerste lid, zou zijn berekend zonder rekening te houden met de aanspraak
op vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
ARTIKEL IV
Artikel 1 van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanduiding «1.» voor het eerste lid en het tweede en
derde lid vervallen.
2. Onderdeel g komt te luiden:
g. netto minimumloon: het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste
lid, van de Wet werk en bijstand.
3. Onderdeel h komt te luiden:
h. netto minimumjeugdloon: het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37,
eerste lid, van de Wet werk en bijstand, waarbij onder het minimumloon per
maand wordt verstaan het voor de betreffende leeftijd geldende minimumloon,
bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag,
met dien verstande, dat voor de berekening, bedoeld in artikel 37, tweede
lid, van de Wet werk en bijstand, rekening wordt gehouden met uitsluitend
de algemene heffingskorting.
ARTIKEL V
Artikel 1, onderdeel g, van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen komt te luiden:
g. netto minimumloon: het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste
lid, van de Wet werk en bijstand.
ARTIKEL VI
In artikel 18, derde lid, van de Wet werk
en inkomen kunstenaars vervalt de tweede zin.
ARTIKEL VII
Artikel 29 van de Algemene Ouderdomswet wordt
als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het vierde tot derde lid en het zesde tot vierde
lid vervallen het derde en vijfde lid.
2. Het tot derde lid vernummerde lid komt te luiden:
3. De in het eerste lid bedoelde netto minimumvakantiebijslag bedraagt
het verschil tussen het bedrag, dat voor een werknemer jonger dan 65 jaar
ontstaat door toepassing van artikel 9, derde lid, op het in artikel 8, eerste
lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde
bedrag vermeerderd met de aanspraak op vakantiebijslag op grond van artikel
15 van die wet van degene die aanspraak heeft op laatstgenoemd bedrag, en
het netto-minimumloon, bedoeld in artikel 9, derde lid.
3. In het tot vierde vernummerde lid, wordt «vijfde» vervangen
door: derde.
ARTIKEL VIII
De Algemene nabestaandenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. Artikel 2, eerste lid, onderdeel d, komt
te luiden:
d. netto-minimumvakantiebijslag: het verschil tussen het bedrag, dat zou
zijn berekend voor een werknemer, jonger dan 65 jaar, indien onderdeel b wordt
toegepast op het bruto-minimumloon verhoogd met de bruto-minimumvakantiebijslag,
en het netto-minimumloon, bedoeld in onderdeel b.
B. Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. De bruto-vakantie-uitkering over de nabestaandenuitkering wordt zodanig
vastgesteld, dat de netto-vakantie-uitkering over de nabestaandenuitkering
gelijk is aan 70% van de netto-minimumvakantiebijslag per maand.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. De bruto-vakantie-uitkering over de halfwezenuitkering wordt zodanig
vastgesteld dat de netto-vakantie-uitkering over de halfwezenuitkering gelijk
is aan 20% van de netto-minimumvakantiebijslag per maand.
ARTIKEL IX
1. De bedragen en normen op grond van de Wet werk en bijstand worden in
de maand april 2005 in afwijking van artikel 38 van de Wet werk en bijstand
aangepast alsof artikel III van toepassing is met ingang van 1 januari
2005, met uitzondering van de toepassing van de normen voor artikel 475d van
het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2. In afwijking van de artikelen 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen worden de
bedragen in die artikelen gewijzigd overeenkomstig de aanpassing van het netto
minimumloon op grond van artikel IV en V alsof laatstgenoemde artikelen van
toepassing zijn met ingang van 1 januari 2005.
3. In afwijking van artikel 18 van de Wet werk en inkomen kunstenaars
worden de bedragen, genoemd in dat artikel, in de maand april 2005 herzien
alsof artikel VI van toepassing is met ingang van 1 januari 2005.
4. Van de personen, die op 1 april 2005 recht hebben op een ouderdomspensioen
op grond van de Algemene Ouderdomswet of op een uitkering op grond van de
Algemene nabestaandenwet wordt het ouderdomspensioen of de uitkering in de
maand april 2005 verhoogd met het bedrag dat zou voortvloeien uit toepassing
van de artikelen VII of VIII met ingang van 1 januari 2005.
5. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor de herziening
van de bedragen, genoemd in artikel 24, eerste lid, 48, eerste lid, en 64a,
eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid.
ARTIKEL X
1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
2. Artikel I werkt terug tot en met 1 januari 2005.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Financiën,
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,