nr. 314a
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 mei 2002
In het kader van de behandeling van het voormelde wetsvoorstel in de Eerste
Kamer is de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
bij brief van 22 april 2002 geïnformeerd over de besprekingen in Rabat
van 16 tot en met 18 april 2002 (Eerste Kamer, 28 275, nr. 314). In deze
brief is aangegegeven dat de complexiteit van de materie een vervolgoverleg
in Den Haag noodzakelijk maakt.
Het vorenbedoelde overleg heeft op 13 en 14 mei 2002 plaatsgevonden en
heeft geleid tot een ambtelijk akkoord over een wijziging van het socialezekerheidsverdrag
en het bijbehorende administratief akkoord tussen Nederland en Marokko. Het
resultaat doet recht aan de door de Nederlandse regering geformuleerde uitgangspunten
inzake de uitvoering van vermogensverificaties in het kader van de Algemene
bijstandswet (Abw).
Thans is er een verdragsrechtelijke basis voor het uitvoeren van de verificaties
van vermogen in het kader van de Algemene bijstandswet. De Marokkaanse autoriteiten
hebben daarbij de gelegenheid de functionaris van Nederlandse zijde die persoonlijk
toegang heeft tot de relevante instanties, te laten vergezellen door een Marokkaanse
vertegenwoordiger. Ook zijn maatregelen op het terrein van de sociale verzekeringen
en de bijstand vastgelegd ingeval partijen afspraken niet nakomen. De mogelijkheid
om het thans voorgestelde verdrag op te zeggen is in de toekomst onveranderd
aanwezig. Door dit verdrag is een koppeling tot stand gebracht tussen controles
in het kader van de Algemene bijstandswet en de export van socialeverzekeringsuitkeringen.
Het niet meewerken aan de controles in het kader van de Abw betekent in de nieuwe situatie een schending van het verdrag, hetgeen een grond is
voor opzegging van het verdrag, waardoor op grond van de Wet beperking export
uitkeringen geen toekenningen voor de export van socialeverzekeringsuitkeringen
meer kunnen plaatsvinden. Belangrijk element in het bereikte resultaat is
voorts dat ook na opzegging van het verdrag, anders dan in het thans bestaande
verdrag, de controlemogelijkheden in het kader van de sociale verzekeringen
blijven bestaan voor uitkeringensrechten die onder het verdrag zijn verkregen.
Dit is van belang in het geval er in de toekomst sprake zou zijn van een (beperkte)
exportplicht op grond van de Associatieovereenkomst EU-Marokko. Ook in dat
geval zijn door dit nieuwe verdrag nog steeds controlebepalingen van toepassing.
Wat het terrein van de sociale verzekeringen betreft is verder nog op
te merken dat in de thans overeengekomen tekst van het wijzigingsverdrag en
het wijzigingsakkoord de reeds in het verdrag en het administratief akkoord
van 2000 opgenomen wijzigingen weer terugkeren. Dit betreft met name de handhavingsbepalingen
die noodzakelijk zijn in het licht van de Wet beperking export uitkeringen,
en de exportbepaling voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen (WAZ).
Ik hecht er bijzonder aan om over het wetsvoorstel socialezekerheidsrelatie
Marokko (28 275) nog het volgende op te merken. Van een succesvolle afronding
van het gehele proces is slechts sprake als het wijzigingsverdrag en -akkoord
zijn ondertekend en de Marokkaanse autoriteiten het traject van parlementaire
en koninklijke goedkeuring afgerond hebben. Pas nadat zij Nederland schriftelijk
op de hoogte hebben gesteld van het afronden daarvan, zal het proces van opzegging
van het socialezekerheidsverdrag met Marokko worden stopgezet. Dit is ook
bij de Marokkaanse autoriteiten bekend. Ik verzoek u dan ook de behandeling
van het wetsvoorstel voort te zetten. Met het oog daarop zal ik u zo spoedig
mogelijk de Memorie van Antwoord doen toekomen.
Na de ondertekening van het wijzigingsverdrag en -akkoord en nadat de
Raad van State advies heeft uitgebracht, zal het verdrag en akkoord aan u
worden voorgelegd ter goedkeuring.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. A. F. G. Vermeend