Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2001-200227874 nr. 316c

27 874
Wijziging van de Opiumwet

nr. 316c
NADER VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT1

Vastgesteld 26 juni 2002

De memorie van antwoord gaf de commissie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

In het voorlopig verslag hebben de leden van de CDA-fractie vraagtekens geplaatst bij de dubbelfunctie van de inspecteur volksgezondheid (toezicht en inkoop). Het antwoord van de minister bestrijdt de mogelijkheid van inkoop. Deze leden hadden behoefte daar vragenderwijs op terug te komen, omdat naar hun oordeel het antwoord van de minister niet overeenkomstig de tekst van de wet is. Ter adstructie van hun vraag diene het volgende.

Artikel 8 f, lid 1, bepaalt dat degene wiens ontheffing wordt ingetrokken zich van de middelen ontdoet hetzij door vernietiging, hetzij door overdracht aan personen c.a. die bevoegd zijn tot het verrichten van handelingen bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet. Lid 2 stelt dat «in voorkomend geval de houder van een ontheffing zich van de middelen kan ontdoen hetzij door vernietiging van die middelen hetzij door overdracht daarvan aan onze minister». De memorie van toelichting schrijft daarover dat «daarbij» – en dat geldt dan, zo meenden deze leden, voor de «overdracht» uit artikel 8f, lid 1 – «in de eerste plaats gedacht moet worden aan het verkopen van de voorraad via het normale handelskanaal of het normale verbruik in zijn onderneming of instelling. Daarnaast kan aldus de memorie van toelichting de ontheffinghouder met de regionaal inspecteur voor de volksgezondheid overeenkomen de voorraad aan de inspecteur over te dragen.

De wet formuleert letterlijk twee mogelijkheden: hetzij vernietigen hetzij overdragen.

De memorie van toelichting benoemt overdragen als verkopen. De memorie van antwoord daarentegen doet voorkomen dat «overdragen» betekent «ter vernietiging overdragen». Daarvoor is geen rechtvaardiging in de wet of de onderliggende stukken te vinden. Nu uit de memorie van antwoord blijkt dat het kennelijk de bedoeling is geweest de «overdracht» aan de minister «ter vernietiging» te laten zijn, ligt het dan niet voor de hand de wet alsnog een wijziging mee te geven waarmee de gesignaleerde kans op misverstand en de schijn van dubbelfunctie wordt weggenomen, zo vroegen de leden van de CDA-fractie.

De voorzitter van de commissie,

Ter Veld

De griffier van de commissie,

Janssen


XNoot
1

Samenstelling: Boorsma (CDA), Werner (CDA), Van Leeuwen (CDA) (plv. voorzitter), Van den Berg (SGP), Ter Veld (PvdA) (voorzitter), Dees (VVD), Hessing (D66), Ruers (SP), Dupuis (VVD), Stekelenburg (PvdA), Van Schijndel (GL), Swenker (VVD).