nr. 156
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Faillissementswet
de mogelijkheid in te voeren van een vereenvoudigde afwikkeling van het faillissement;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Faillissementswet wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 4, eerste lid, wordt na de eerste volzin een volgende zin
toegevoegd, luidende:
De griffier stelt de schuldenaar terstond ervan in kennis dat hij onverminderd
artikel 15b, eerste lid, een verzoekschrift, als bedoeld in artikel 284, kan
indienen.
B
Aan artikel 15b wordt na de zinsnede «totdat de verificatievergadering
is gehouden» toegevoegd: of, indien de verificatievergadering achterwege
blijft, totdat de rechter-commissaris de beschikkingen als bedoeld in artikel
137a, eerste lid, heeft gegeven.
C
In het eerste lid van artikel 16 wordt de zinsnede «Indien de toestand
des boedels daartoe aanleiding geeft» vervangen door: Indien niet voldoende
baten beschikbaar zijn voor de voldoening van de faillissementskosten en de
overige boedelschulden.
D
In artikel 67, tweede lid, wordt «127, vierde lid, 174,» vervangen
door: 127, vierde lid, 137a, eerste lid, 174,.
E
Na de vijfde afdeling van de eerste titel wordt een afdeling ingevoegd,
luidende:
VIJFDE AFDELING A
Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
Artikel 137a
1. Indien aannemelijk is dat de beschikbare baten niet voldoende zijn
om daaruit de concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, kan
de rechter-commissaris op verzoek van de curator dan wel ambtshalve bepalen
dat afhandeling van concurrente vorderingen achterwege blijft en dat geen
verificatievergadering wordt gehouden.
2. De curator geeft van de in het eerste lid bedoelde beschikking onmiddellijk
aan alle bekende schuldeisers bij brieven kennis en doet daarvan aankondiging
in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in artikel 14.
3. Ingeval de in het eerste lid bedoelde beschikking is gegeven, is deze
afdeling van toepassing. De vijfde afdeling vindt geen toepassing op concurrente
vorderingen. Op niet-concurrente vorderingen zijn de artikelen 128 tot en
met 136 van de vijfde afdeling van overeenkomstige toepassing. De zesde en
de zevende afdeling vinden geen toepassing, tenzij hierna anders is bepaald.
Artikel 137b
1. De curator gaat na welke vorderingen bevoorrecht zijn of door pand,
hypotheek of retentierecht gedekt zijn.
2. Indien de curator een vordering dan wel de aan een vordering verbonden
voorrang betwist, geeft hij de desbetreffende schuldeiser daarvan bericht
en treedt hij met hem in overleg ter regeling van dit geschil.
3. Indien de curator geen overeenstemming bereikt met de in het vorige
lid bedoelde schuldeiser, legt hij het geschil aan de rechter-commissaris
voor. Artikel 122, eerste, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. De gefailleerde is bevoegd zijn bezwaren tegen een vordering dan wel
tegen de aan een vordering verbonden voorrang aan de curator kenbaar te maken,
die, als hij de bezwaren niet kan wegnemen, deze aan de rechter-commissaris
voorlegt. Artikel 126 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 137c
1. De curator gaat over tot tegeldemaking van de boedel. De artikelen
175, tweede lid, 176 en 177 zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De curator maakt een uitdelingslijst op. De lijst houdt in een staat
van de ontvangsten en uitgaven (daaronder begrepen het salaris van de curator),
de namen van de schuldeisers die een bevoorrechte of door pand, hypotheek
of retentierecht gedekte vordering hebben, het bedrag van ieders vordering
en de daarop te ontvangen uitkering.
3. Voor de vorderingen waarover een geschil als bedoeld in artikel 122
aanhangig is, trekt de curator op de lijst percenten over het volle bedrag
uit, alsmede percenten voor in verband daarmee nog aan te wenden kosten. Artikel
194 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 137d
1. De curator legt de uitdelingslijst ter goedkeuring aan de rechter-commissaris
voor.
2. De curator legt een afschrift van de door de rechter-commissaris goedgekeurde
lijst alsmede een verslag over de toestand van de boedel ter griffie van de
rechtbank neder om aldaar gedurende tien dagen kosteloos ter inzage te liggen
voor een ieder.
3. Van de nederlegging doet de curator aankondiging in het nieuwsblad
of de nieuwsbladen, bedoeld in artikel 14, derde lid.
4. De curator geeft daarvan schriftelijk bericht aan alle bekende schuldeisers,
met mededeling dat de uitdelingslijst geen betrekking heeft op concurrente
vorderingen.
5. Artikel 182 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 137e
1. Gedurende de in artikel 137d, tweede lid, genoemde termijn kan iedere
schuldeiser in verzet komen tegen de ter griffie nedergelegde uitdelingslijst
door inlevering van een met redenen omkleed bezwaarschrift ter griffie; hem
wordt door de griffier een bewijs van ontvangst gegeven.
2. Het bezwaarschrift wordt als bijlage bij de uitdelingslijst gevoegd.
3. Het verzet door een concurrente schuldeiser kan niet worden gegrond
op het enkele feit dat zijn vordering niet op de ter griffie nedergelegde
uitdelingslijst is geplaatst.
4. De artikelen 185 en 187 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 137f
1. Na afloop van de termijn, genoemd in artikel 137d, tweede lid, of,
indien verzet is gedaan, nadat de beschikking op het verzet in kracht van
gewijsde is gegaan, gaat de curator over tot het doen van de vastgestelde
uitkering.
2. De artikelen 188, 189, 190, 192 en 193 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 137g
1. Indien tijdens de vereffening baten opkomen die van zodanige omvang
zijn dat uit de opbrengst daarvan ook concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk
kunnen worden voldaan, bepaalt de rechter-commissaris dat alsnog een verificatievergadering
wordt gehouden en stelt daartoe dag, uur en plaats vast, alsmede de dag waarop
uiterlijk de vorderingen ingediend moeten worden. Artikel 108, tweede lid,
is van toepassing.
2. De curator geeft van de in het vorige lid genoemde beschikking onmiddellijk
aan alle bekende schuldeisers kennis en doet daarvan aankondiging in het nieuwsblad
of de nieuwsbladen, bedoeld in artikel 14, derde lid.
3. De vijfde, zesde en zevende afdeling zijn van toepassing.
ARTIKEL II
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de vierde
kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt
geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Justitie,