00046
Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften

XII
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN A.C.H. VAN EGGELEN TE VARSSEVELD BETREFFENDE HET HANDELEN VAN DE BELASTINGDIENST

Vastgesteld 23 april 2002

De commissie2, gelet op de door de staatssecretaris van Financiën verstrekte inlichtingen,

overwegende,

dat adressant zich erover beklaagt dat hij door de ontvanger der belastingen als vennoot aansprakelijk is gesteld voor een naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het jaar 1995 opgelegd aan de vennootschap, terwijl de onafhankelijke rechter in belastingzaken zich door toedoen van de inspecteur der belastingen niet heeft uitgesproken over de rechtmatigheid en juistheid van de aanslag,

dat de inspecteur het bezwaarschrift tegen de aanslag begin april 1998 heeft afgewezen doch abusievelijk medio mei 1998 andermaal een afwijzende beschikking heeft afgegeven,

dat de vennootschap direct in reactie op de tweede afwijzing aan de inspecteur heeft medegedeeld dat zij zonder uitdrukkelijk tegenbericht veronderstelde dat de beroepstermijn derhalve vanaf medio mei was gaan lopen, op welke mededeling de inspecteur vervolgens bewust niet heeft gereageerd en daarmee instemming met die veronderstelling heeft laten blijken,

dat de vennootschap vervolgens eind juni per fax een pro forma beroepschrift heeft ingediend bij de belastingdienst en twee weken later heeft verzocht dit door te geleiden naar het gerechtshof, waar het eerst ruim twee weken later arriveerde,

dat het gerechtshof het beroepschrift in december 1998 wegens termijnoverschrijding niet ontvankelijk heeft verklaard en daarbij heeft overwogen dat het de vennootschap begin april 1998, dus ten tijde van de ontvangst van de eerste afwijzing van het bezwaarschrift, duidelijk had moeten zijn dat de beroepstermijn op dat moment aanving omdat een tweede uitspraak op hetzelfde bezwaarschrift onbestaanbaar is,

dat de stelling van adressant dat het aan de inspecteur verwijtbaar is dat het gerechtshof zich niet heeft uitgesproken over de aanslag derhalve reeds door het gerechtshof zelf ontkennend is beantwoord,

dat hetgeen adressant voorts aanvoert omtrent hetgeen met het eind juni ingediende beroepschrift is gebeurd, in dit licht bezien geen nadere overweging behoeft,

dat de staatssecretaris overigens wel bereid is geweest te bezien of de inspecteur om inhoudelijke redenen de aanslag ambtshalve zou dienen te herzien, doch heeft geconstateerd dat de inspecteur zijn standpunt in alle redelijkheid heeft bepaald,

dat de aansprakelijkstelling van adressant, daar de aanslag medio 2000 nog niet door de vennootschap was voldaan, inmiddels onderwerp is van een civiele procedure;

van oordeel,

dat er voor de Kamer geen aanleiding is in deze aangelegenheid verder te treden,

stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde van de dag.

De voorzitter van de commissie,

Stevens

De griffier van de commissie,

Van Dijk


XNoot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

XNoot
2

De commissie bestaat uit de leden: Stevens (CDA) (voorzitter), Rensema (VVD), Ter Veld (PvdA), Dupuis (VVD), Dölle (CDA) en Platvoet (GroenLinks).

Naar boven