X
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN C.J. HUBBARD
TE DOORWERTH BETREFFENDE EEN BELASTINGTERUGGAVE
Vastgesteld 30 januari 2002
De commissie2, gelet op de door de staatssecretaris
van Financiën verstrekte inlichtingen,
overwegende,
dat adressant zich erover beklaagt dat een belastingteruggave over het
jaar 2000, waarop hij recht heeft, niet aan hem wordt uitbetaald doch is verrekend
met een openstaande aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen
over het jaar 1996 en voor het resterende deel kennelijk door de belastingdienst
wordt gereserveerd voor verrekening met toekomstige belastingaanslagen,
dat een en ander echter op misverstanden berust, veroorzaakt door een
samenloop van omstandigheden,
dat namelijk in 1999 naar aanleiding van een kwijtscheldingsverzoek is
beslist dat adressant voor de genoemde aanslag over het jaar 1996 niet verder
zou worden bemoeilijkt, zij het dat eventuele belastingteruggaven nog gedurende
drie jaren met deze aanslag zouden worden verrekend,
dat adressant vervolgens in 2000 een in de jaren 1997, 1998 en 1999 ontvangen
uitkering in zijn geheel, dat wil zeggen inclusief de daarop jaarlijks ingehouden
loonheffing, heeft terugbetaald aan de uitkerende instantie en door middel
van een zogenoemd T-biljet over het jaar 2000 heeft verzocht om terugbetaling
van die inhoudingen,
dat adressant echter tevens daarna een aangifte voor de inkomstenbelasting
over het jaar 2000 heeft ingediend waarin hij genoemde terugbetaling niet
had vermeld, zij het dat in een aanbiedingsbrief werd verwezen naar het T-biljet,
waaruit kennelijk per abuis is geconcludeerd dat de aangifte in de plaats
van het T-biljet werd ingediend,
dat op grond van die aangifte een teruggave is verleend, die conform genoemde
afspraak is verrekend met de aanslag over 1996,
dat de inspecteur der belastingen bereid is om, op grond van de thans
bekende gegevens over de terugbetaling, een herziene aanslag over het jaar
2000 vast te stellen, resulterend in de door adressant eerder verzochte teruggave,
die overigens voor een deel aangewend zal worden voor verrekening met de aanslag
over 1996,
dat daarbij de terugbetaalde uitkering zal worden aangemerkt als negatief
loon over het jaar 2000 en dat eventueel belastingnadeel dat ontstaat omdat
de destijds ontvangen uitkering fiscaal aan méér jaren is toegerekend,
volgens vast beleid zal worden gecompenseerd;
van oordeel,
dat, nu aan het verzoek van adressant is tegemoetgekomen, er voor de Kamer
geen aanleiding is in deze aangelegenheid verder te komen,
stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde
van de dag.
De voorzitter van de commissie,
Stevens
De griffier van de commissie,
Van Dijk