nr. 50a
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 10 november 2000
De commissies1 Financiën en Volksgezondheid,
Welzijn en Sport hebben naar aanleiding van het mondeling overleg met de minister
van Financiën over de oprichting van de Stichting Maror-gelden Overheid
en de Stichting Joods Humanitair Fonds uit de brief inzake de Oprichting Stichting
Manor-gelden Overheid, Stichting Joods Humanitair Fonds, Stichting Rechtsherstel
Sinti en Roma (Kamerstukken II, 27 420), namens de fracties van D66 en
GroenLinks bij brief van 9 november 2000 nog een aantal vragen aan de minister
voorgelegd (bijlage 1). De minister heeft deze vragen bij brief van 9 november
2000 beantwoord (bijlage 2).
De commissies brengen hierna verslag uit van het aldus gevoerde overleg.
De voorzitter van de commissie voor Financiën,
Stevens
De voorzitter van de commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Ter Veld
De griffier van de commissie voor Financiën,
Hordijk
BIJLAGE 1 BRIEF AAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Den Haag, 9 november 2000
De commissies voor Financiën en voor Volksgezondheid, Welzijn en
Sport hebben op 7 november 2000 met u mondeling overleg gevoerd over de onderdelen
Stichting Maror-gelden Overheid en Stichting Joods Humanitair Fonds uit uw
brief van 21 september jl. gedrukt onder nummer, Kamerstukken II,
27 420
Oprichting Stichting Maror-gelden Overheid, Stichting Joods Humanitair
Fonds, Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma.
Tijdens dit overleg heeft u meegedeeld dat uw inzet is de eerste ronde
nog dit jaar te effectueren en de zgn. tweede ronde binnen één
jaar daarna. De leden van de fracties van GroenLinks en D66 wezen erop dat
de voorgenomen statuten voor de tweede ronde uitgaan van 2002 resp. 2003.
Deze leden wilden gaarne weten op welke wijze u, gelet op de statuten, uw
inzet denkt vorm te geven.
Na ommekomst van uw antwoord zullen de commissies zich beraden op de verder
te volgen procedure. De commissies hebben het voornemen uw antwoord met deze
brief te publiceren als verslag van een schriftelijk overleg.
De griffier van de commissie Financiën,
Marianne Hordijk
BIJLAGE 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 november 2000
27 420
Oprichting Stichting Maror-gelden Overheid, Stichting Joods Humanitair
Fonds, Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma
In het mondeling overleg met de commissie voor Financiën en de commissie
voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 november jl. is de vraag aan
de orde gekomen over de termijn waarbinnen de individuele uitkeringen zullen
worden gedaan door de Stichting Maror-gelden Overheid. Ik geef hierbij een
nadere toelichting op mijn inzet in dezen.
Het streven is om nog dit jaar (2000) te beginnen met de eerste ronde
individuele uitkeringen. Hierbij is de stichting voornemens om de aanvragen
van de zogenoemde eerste generatie belanghebbenden als eerste in behandeling
te nemen.
Op basis van het voorliggende uitkeringsreglement kunnen individuele uitkeringen
worden aangevraagd tot en met 31 december 2001. De tweede ronde zal dus plaatsvinden
in 2002.
Gelet op het aantal verwachte aanvragen en de noodzakelijke zorgvuldigheid
bij de afhandeling ervan, zou ik een snellere afhandeling ook niet verantwoord
vinden. Op basis van het aantal uitkeringen in de eerste ronde kan dan op
1 januari 2002 worden bezien hoeveel er over is gebleven voor een tweede ronde
individuele uitkeringen.
Van een tweede ronde in 2003 zou pas sprake zijn indien het bestuur –
op basis van artikel 7 van het uitkeringsreglement – besluit de termijn
voor de eerste ronde te verlengen tot 1 januari 2003. Dit zou kunnen gebeuren
indien het aantal aanvragen tot 1 januari 2002 extreem laag zou zijn. De tweede
ronde zou dan eveneens een jaar opschuiven, en in 2003 plaatsvinden.
De Minister van Financiën,
G. Zalm