18 000
Toepasselijkheid van Nederlands recht op de uitspraken van het te 's-Gravenhage zetelende tribunaal inzake vorderingen tussen Iran en de Verenigde Staten

nr. 32
BRIEF HOUDENDE INTREKKING VAN HET WETSVOORSTEL BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 oktober 2000

Bij koninklijke boodschap van 14 juli 1983 is bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingediend het voorstel van wet inzake de toepasselijkheid van Nederlands recht op de uitspraken van het te 's-Gravenhage zetelende tribunaal inzake vorderingen tussen Iran en de Verenigde Staten. De behandeling van dit wetsvoorstel is in 1984 op verzoek van een der bij het Tribunaal betrokken Staten aangehouden.

Op mijn verzoek heeft de Secretaris-Generaal van dit Tribunaal meegedeeld dat de bij het Tribunaal betrokken Staten geen bezwaar hebben tegen de beëindiging van de behandeling van dit wetsvoorstel.

Daartoe gemachtigd door de Koningin trek ik om die reden het voorstel van wet in.

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Naar boven