26 800 XIV
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (XIV) voor het jaar 2000

nr. 3
BIJLAGEN BIJ DE BEGROTING

Bijlage 1Overzichten inzake personeelsgegevens2
Bijlage 2Overzicht inzake wetgeving7
Bijlage 3Overzicht van moties en toezeggingen10
Bijlage 4Overzicht inzake circulaties18
Bijlage 5Overzicht aanbevelingen Nationale Ombudsman22
Bijlage 6Subsidies23
Bijlage 7Evaluatieonderzoek57
Bijlage 8Economische en functionele codes65
Bijlage 9Voorlichting67
Bijlage 10Convenanten69
Bijlage 11Financieel Beheer73
Bijlage 12Landelijk Meerjarenprogramma Groene Ruimte78
Bijlage 13Archiefparagraaf82
Bijlage 14Uitgaven en ontvangsten Europese Unie buiten Begrotingsverband84
Bijlage 15Afkortingenlijst86

BIJLAGE 1 OVERZICHTEN INZAKE PERSONEELSGEGEVENS

Bijlage 1 geeft inzicht in de relevante gegevens met betrekking tot personeel, materieel en post-actieven. In de bijlage zijn de uitgaven van deze categorieën getotaliseerd en zijn kengetallen opgenomen.

A. Samenvattend overzicht personeelssterkte

 Werkelijke bezettingGeraamde gemiddelde begrotingssterkte  
 30-6-1999199920002001200220032004
Stafdirecties669,0637,4632,9625,0614,2614,2614,2
Beleidsdirecties1 164,11 112,01 096,81 078,61 054,31 054,31 054,3
Uitvoerende diensten3 784,63 887,73 264,93 231,53 194,73 194,73 194,7
Nog te verdelen21,952,086,6– 43,1– 78,9– 78,9– 78,9
Totaal5 621,75 689,15 081,24 892,04 784,34 784,34 784,3

De geraamde begrotingssterkte is in 1999 hoger dan in de jaren erna. De daling in de sterkte vanaf 2000 wordt grotendeels veroorzaakt door de verzelfstandiging van het Praktijkonderzoek (629 fte). Daarnaast daalt de meerjarige sterkte als gevolg van kortingen uit het Regeerakkoord (verlaging personele volume en arbeidsproductiviteitskorting). De verlaging van het personele volume uit het Regeerakkoord is intern in twee tranches verdeeld, waarvan de eerste inmiddels is ingevuld. De tweede tranche, invulling op basis van een doorlichting van uitvoerende diensten, is medio 1999 van start gegaan.

De verlaging van de begrotingssterkte van deze tweede tranche is al wel in bovenstaand overzicht opgenomen; en staat vooralsnog geparkeerd onder «Nog te verdelen». Voorts bestaat dit onderdeel uit nog te verdelen gelden (en de daarbij behorende sterkte) uit de beleidsbuffer en nog te verdelen gelden voor de structuurverandering van de varkenshouderij.

De meerjarige ontwikkeling van de begrotingssterkte wordt in onderstaande grafiek weergegeven.

Ontwikkeling personeelssterkte

kst-19992000-26800-XIV-3-1.gif

Ten opzichte van de stand 2000 in de begroting 1999 heeft er een daling plaatsgevonden in de begrotingssterkte. De oorzaken hiervoor zijn reeds genoemd bij het eerdere overzicht.

B. Samenvattend overzicht personeelssterkte Agentschappen

 Werkelijke bezettingGeraamde gemiddelde begrotingssterkte  
 30-6-1999199920002001200220032004
Agentschap Laser475,8470,0470,0451,0439,0439,0439,0
Agentschap Bureau Heffingen239,5315,0246,0254,0277,0230,0242,0
Agentschap Plantenziektenkundige Dienst312,2314,0314,0312,0308,0308,0308,0
Totaal1 027,51 099,01 030,01 017,01 024,0977,0989,0

C. Samenvattend overzicht artikelen Personeel en Materieel

Hieronder wordt het totaal van de personele en materiële uitgaven van het ministerie gepresenteerd. Daarnaast worden, per artikelonderdeel, kengetallen opgenomen.

Uitgaven aan personeel en materieel (x f 1 mln.)

 199920002001200220032004
Ambtelijk personeel567,5522,7504,9497,1498,3499,2
Overig personeel15,914,314,214,014,014,0
Materieel283,9239,7235,3233,2238,3240,5
Post actieven23,222,220,519,419,019,0
Totaal890,5798,9774,9763,7769,6772,7

De daling in de uitgaven op alle artikelonderdelen in 2000 ten opzichte van 1999 houdt verband met de verzelfstandiging van het Praktijkonderzoek. Voorts dalen de uitgaven als gevolg van Regeerakkoord kortingen (verlaging personele volume, arbeidsproductiviteitskorting, vermindering uitgaven aan externe advisering en doelmatiger inkoop).

C1. Ambtelijk personeel

Op de artikelonderdelen ambtelijk personeel bij de verschillende hoofdbeleidsterreinen is in 2000 f 522,7 mln. geraamd. Het betreft de loonkosten van al het personeel dat een ambtelijk dienstverband heeft. Onderstaand wordt m.b.t. deze categorie enkele kengetallen gepresenteerd.

Kengetallen ambtelijk personeel totaal ministerie

Onderstaande cijfers voor 1998 betreffen realisaties, voor 1999 en volgende jaren betreft het ramingen.

 1998199920002001200220032004
Gemiddelde sterkte ambtelijk personeel (fte)9 083,45 689,15 081,24 892,04 786,74 784,34 784,3
Gemiddelde prijs ambtelijk personeel (gld.)94 96999 752102 858103 210103 842104 149104 338
Uitgaven ambtelijk personeel (x f 1 mln.)862,7567,5522,7504,9497,1498,3499,2

Kengetallen ambtelijk personeel per artikel

HoofdbeleidsterreinGemiddelde sterkteGemiddelde prijsUitgaven (x f 1 mln.)
 199920001999200019992000
10 Algemeen1 673,41 715,2101 885101 936170,5174,8
11 Internationale Aangelegenheden210,0209,3166 657163 88435,034,3
12 Landbouw252,0250,8105 298106 42726,526,7
13 Natuur, Groene Ruimte en Recreatie1 105,51 094,895 93697 057106,1106,3
14 Visserijen72,772,3100 536101 7987,37,4
15 Milieu, Gezondheid en Kwaliteit1 652,71 652,296 85998 615160,1162,9
16 Wetenschap en Kennisoverdracht       
– Algemeen94,286,6115 902118 46410,910,3
– Praktijkonderzoek628,6 81 301 51,1 
Totaal5 689,15 081,299 752102 858567,5522,7

De gerealiseerde apparaatsuitgaven in 1998 liggen hoger dan de ramingen in de jaren erna; dit is gelegen in het feit dat in de realisatie 1998 ook nog de uitgaven voor de Dienst Landbouwkundig Onderzoek en het agentschap Laser waren opgenomen.

De stijging van de gemiddelde prijs in 2000 ten opzichte van 1999 bij het gehele ministerie is het gevolg van de verzelfstandiging van het Praktijkonderzoek: de gemiddelde prijs van het Praktijkonderzoek is lager dan die van de andere onderdelen. De stijging van de gemiddelde prijs op de artikelen is het gevolg van de contractloonstijging uit de CAO 1999–2000. De gemiddelde prijs op het Beleidsterrein Internationale Zaken ligt in 1999 hoger als gevolg incidenteel hogere uitgaven bij de Agrarische Vertegenwoordiging Buitenland in 1999.

C2. Overig personeel

Op het artikelonderdeel overig personeel worden de uitgaven aan het niet-ambtelijke personeel (uitzendkrachten en freelance personeel) geraamd. De uitgaven aan overig personeel betreffen voornamelijk de vervanging van het ambtelijk personeel. Op de verschillende beleidsterreinen zijn de volgende ramingen opgenomen voor overig personeel.

Raming overig personeel per artikel (x f 1 mln.)

Hoofdbeleidsterrein2000
10 Algemeen0,3
11 Internationale Aangelegenheden5,4
12 Landbouw
13 Natuur, Groene Ruimte en Recreatie5,1
14 Visserijen0,5
15 Milieu, Gezondheid en Kwaliteit3,0
16 Wetenschap en Kennisoverdracht  
– Algemeen
– Praktijkonderzoek
Totaal14,3

C3. Post actieven

Op de verschillende artikelonderdelen Post actieven wordt f 22,2 mln. aan uitgaven geraamd voor 2000.

Kengetallen met betrekking tot post actieven (x f 1 mln.)

 Realisatie 1998Raming 1999Raming 2000
Wachtgelduitgaven28,923,222,2
Uitgaven aan ambtelijk personeel862,7567,5522,7
Wachtgelduitgaven-ratio3,3%4,1%4,2%

De wachtgelduitgaven-ratio drukt in een percentage uit hoe de verhouding is tussen de uitgaven aan post-actieven en de uitgaven aan ambtelijk personeel. De stijging van de Wachtgelduitgaven-ratio is onder andere het gevolg van de recente Regeerakkoord kortingen. De uitgaven aan ambtelijk personeel dalen hierdoor sneller dan de uitgaven aan post-actieven.

C4. Materieel

Op de artikelonderdelen materieel worden de materiële uitgaven geraamd. Op de verschillende artikelonderdelen wordt voor 2000 f 239,7 mln. geraamd. Onderstaand een overzicht van de gemiddelde materiële kosten per fte, alsmede een procentuele uitsplitsing in de belangrijkste uitgaven categorieën.

 Ontwerp-begroting 2000
Materiële uitgaven per fte47 174
Het artikelonderdeel materieel kan globaal in de volgende categorieën worden onderverdeeld:
– Bureaukosten11%
– Opleidingskosten5%
– Huisvestingskosten27%
– Reis- en verblijfkosten17%
– Uitbesteding van werk9%
– Algemene materiële uitgaven25%
– Aanschaffingen6%
 100%

C5. Personeelsbeleid

In het personeelsbeleid blijft van kracht dat de personeelsontwikkeling gericht zal zijn op een optimale match tussen de doelen van de organisatie en de ontwikkeling van mensen. Voor de komende jaren betekent dat:

• verbetering van de vaardigheden en competenties die de externe oriëntatie versterken;

• formuleren van vereiste competenties en het toerusten van de medewerkers met die competenties;

• uitwisselingsprogramma's tussen centrale beleidsdirecties en regionale beleidsdirecties en de uitvoering/handhaving worden ontwikkeld;

• beleidsmedewerkers worden getraind op meer oog voor de internationale dimensie;

• bekeken wordt hoe het internationale aspect kan worden ingebouwd in de loopbaanplanning voor leidinggevenden;

• medewerkers worden gestimuleerd om flexibel te opereren en vaker van functie te wisselen om de inzetbaarheid te vergroten;

• bij de instroom van nieuwe medewerkers en bij de ontwikkeling van de huidige medewerkers wordt een zakelijke en resultaatgerichte instelling een belangrijk punt van aandacht.

Enkele cijfers:

Per eind 1998 bestond het totale ambtelijk personeel voor 29% uit vrouwen (was 26,6%). In schaal 10 en hoger werd ruim 19% behaald. Op het niveau van schaal 14 en hoger bleef de score met 6% nagenoeg gelijk aan die van 1997. Dat laatste is een gevolg van de (relatief) grote uitstroom. De oorzaken van die uitstroom worden onderzocht.

Het percentage minderheden bleef met 2,7% gelijk aan dat over 1997. Dat was toen gelijk aan het streefcijfer, maar dat streefcijfer ligt voor LNV inmiddels op 3,9%.

Door een verandering van definitie daalde het percentage gehandicapten (WAGW/REA) van 3,9% naar 2,3%. Een nieuw streefcijfer is hierbij nog niet voorhanden.

Het ziekteverzuim ging na de (ook elders zichtbare) daling van het verzuim in 1997 (4,7%) weer terug naar het meer gebruikelijke niveau van 5,7%. LNV blijft hiermee onder het gemiddelde van de Rijksoverheid.

BIJLAGE 2 OVERZICHT INZAKE DE WETGEVING

A. Tot stand gekomen wetgeving

Citeertitelkamerstuknr.Staatsbladjaar, nummerInwerkingtreding
Wijziging Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (verzelfstandiging College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen)24 817Wet van 12 november 1998, Stb. 689bij KB te regelen
Wijziging Diergeneesmiddelenwet (actualisering n.a.v. EU-implemen- tatie en grondslag tarieven)25 769Wet van 19 oktober 1998, Stb. 6291 maart 1999 (gedeeltelijk)

B. Bij het parlement aanhangige wetsvoorstellen

Wetsvoorstel inzakeKamerstuknr. Augustus 1999 gevorderd tot en metVerwachting omtrent eerstvolgende fase
Wijziging Landbouwkwaliteitswet (uitbreiding bevoegdheden controle-instellingen/heffingen bij niet-aangeslotenen)22 139voorlopig verslag TKintrekking wetsvoorstel met totstandkoming wijz.LKW i.v.m. ZBO-aanwijzingen
Wijziging Zaaizaad- en plantgoedwet (uitbreiding bevoegdheden controle-instellingen/heffingen bij niet-aangeslotenen)22 159voorlopig verslag TKintrekking wetsvoorstel met totstandkoming wijz. ZPW i.v.m. ZBO-aanwijzingen
Wijziging van de Meststoffenwet (invoering van een stelsel van pluimveerechten)26 473ingediend bij TKaan TK
Wijziging Zaaizaad- en plantgoedwet (i.v.m. Rl. rechtsbescherming biotechnologische vindingen)26 568 (R 1638)ingediend bij TKaan TK
Reconstructiewet concentratiegebieden26 356nota n.a.v. verslag juli 1999plenair TK

C. In voorbereiding zijnde wetsvoorstellen

Wetsvoorstel inzakeAugustus 1999 gevorderd tot en metVerwachting omtrent eerstvolgende fase
Wijziging Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (voorkoming bewijsrechtelijke problemen m.b.t. art. 55 en aanpassing art. 117 aan EU-regelgeving)advies Raad van State ontvangenindiening TK 2de helft 1999
Implementatie DI-akkoord (verzelfstadiging Dienst landelijk gebied, BDU, IMP en wijziging diverse wetten)advies Raad van State ontvangen eind mei 1997indiening TK 2de helft 1999
Wijziging Landbouwkwaliteitswet (aanpassingen m.b.t. toezicht en effectief beleid om het op de markt brengen van schadelijke stoffen in landbouwproducten tegen te gaan/verontreinigde grond)advies Raad van State 9 november 1993nog niet aan te geven
Wijziging Zaaizaad- en plantgoedwet (wijziging van stelsel van verkeer van teeltmateriaal)adviezen voorontwerp verwerktwordt gevoegd bij wijz. ZPW i.v.m. ZBO-aanwijz.
Wijziging Visserijwet (bestuurlijke boeten)advies Raad van State februari 1995nog niet aan te geven
Wijziging Visserijwet (i.v.m. natuurbelangen)adviezen voorontwerp verwerktadviesaanvraag 2de helft 1999
Wijziging Wet herstructurering varkenshouderij (uitvoering motie 25 746, nr. 75; verhandelbaar maken grondgebonden varkensrechten en uitstel 2de korting tot uiterlijk 1-1-2000)in voorbereidingnog niet aan te geven
Wijziging Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (diverse wijzigingen inzakediergezondheid samenhangend met veterinair complex)in voorbereidingvoorontwerp 3de kwartaal voor advies
Herijking landinrichtingin voorbereidingvoorontwerp 2de helft 1999 voor advies
Wijziging Natuurbeschermingswet i.v.m. programma beheer (duurzame veiligstelling omvormingsbeheer)in voorbereidingadviesaanvraag Raad van State medio 2000
Tijdelijke wet varkensrechtenadvies Raad van State 30 maart 1999procedure wordt verder bezien
Wijziging Meststoffenwet (i.v.m. aanscherping van de normen van het stelsel van regulerende mineralenheffing)advies Raad van State 21 mei 1999indiening 3de kwartaal 1999
Wijziging Meststoffenwet (i.v.m. de invoering van een veebezettingsnorm voor melkrundvee en schapen)in voorbereidingnog niet aan te geven
Kaderwet diervoedersin voorbereidingadviesaanvraag Raad van State 3de kwartaal 1999
Wijziging Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (landbouwkundige onmisbaarheid)in voorbereidingadviesaanvraag Raad van State 3de kwartaal 1999
Wijziging Zaaizaad- en plantgoedwet (positie Raad v.h. Kw.rechti.v.m. ZBO-aanwijzingen)in voorbereidingnog niet aan te geven
Wijziging Visserijwet (positie OVB i.v.m. ZBO-aanwijzingen)in voorbereidingadviesaanvraag Raad van State 2de helft 1999
Wijziging Landbouwkwaliteitswet (positie keuringsinstellingen i.v.m. ZBO-aanwijzingen)in voorbereidingadviesaanvraag Raad van State 2de helft 1999

BIJLAGE 3 OVERZICHT VAN MOTIES EN TOEZEGGINGEN

I. Door de Staten-Generaal aanvaarde moties

Omschrijving van de motieVindplaats1Stand van zaken
– Op korte termijn nader onderzoek laten uitvoeren naar de oorzaak van het zich niet herstellen van biotopen in gebieden van de Waddenzee die nu voor visserij zijn gesloten. Dit biedt de mogelijkheid voor objectieve criteria in de nieuwe PKB-Waddenzee en een win-win-situatie voor zowel de visserij als de natuurwaarden. – Het jaar 1999 als overgangsjaar beschouwen en de voor dit jaar met de visserijsector in het kader van de 5%-contour gemaakte afspraken over het niet bevissen van delen Waddenzee als vrijwillig en voorlopig beschouwen, uitgezonderd het sub-litoraal van Breehorn.21 501-17, nr. 76 Motie-Herrebrugh c.s.In gang gezet. Het onderzoek wordt getrokken door IBN-DLO. Daarnaast betrokkenheid RIVO en NIOZ.
– Initiatieven bevorderen van particuliere bedrijfsleven en verzekeringsmaatschappijen tot verzekeringsvormen tegen voorkomende rampen en calamiteiten. Dit om bestaande rijksvergoedingen zoveel mogelijk te beperken. Kamer regelmatig rapporteren.24 071, nr. 45 Motie-Geluk/WagenaarAO Waterschade op 29/6/'99: De Staatssecretaris van BZK komt in najaar '99 met nadere voorstellen voor een verzekeringsstelsel. Onderzoeksuitkomsten LTO-werkgroep worden er bij betrokken.
– Met spoed maatregelen nemen, in afwachting van de totstandkoming van reparatiewetgeving, die elke uitbreiding van de varkensstapel voorkomen.25 448, nr. 26 Motie-Feenstra c.sZie MvT2, par. 3.3.1.
– Kamer krijgt een voortgangsrapportage a.d.h.v. én het Actieprogramma «Waterkwaliteit en diergezondheid». én aanbevelingen Cie. Meijer.inzake riooloverstorten25 890, nr. 5 Motie-Van Middelkoop c.s.Bij brief van de staatssecretarissen LNV en V&W d.d. 14/6/'99 (25 890, nr. 11) naar de Kamer.
– Bevorderen dat: 1. waterbodems bij riooloverstorten ten spoedigste worden gesaneerd 2. voor boeren geen ontvangstplicht geldt voor hieruit afkomstige bagger.25 890, nr. 6 Motie-Van Middelkoop en Ter VeerStand van zaken in brief van de staatssecretarissen LNV en V&W d.d. 14/6/'99 (25 890, nr. 11) aan de Kamer
– Op korte termijn bewerkstelligen dat kosten van de saneringsoperatie mede gefinancierd kunnen worden uit de Europese structuurgelden.25 890, nr. 7 Motie-AtsmaStand van zaken in brief van de staatssecretarissen LNV en V&W d.d. 14/6/'99 (25 890, nr. 11) aan de Kamer
– Meer activiteiten inzake bedrijfsbeëindiging ontwikkelen. 26 200, XIV, nr. 11 Motie-Ter Veer c.s.Weergegeven in brief d.d. 16/11/'98 (25 448, nr. 8) aan Kamer.
– Fonds politionele dierziekten voor de melkveehouderij door de sector laten beheren. 26 200, XIV, nr. 13 (beh. LNV-begr. 99, 8/10/'98) Motie-Van ArdenneIn voorbereiding
– Maatregelen op korte termijn tot verlaging quotumkosten en vergroting mobiliteit in de sector. 26 200, XIV, nr. 16 Motie-Waalkens c.s.Standpunt/eindoordeel m.b.t. systeem van overdracht melkquotum bij brief d.d. 27/4/'99 (26 200, XIV, nr. 52) naar Kamer.
– Het beschikbaar stellen van voor particulier beheer niet benutte middelen aan Nationaal Groenfonds ter realisatie van de EHS.26 200, XIV, nr. 20 Motie-Vos, Augusteijn en Swildens Heeft de aandacht.
– Betrekken van sector bij beheer van het Diergezondheidsfonds en inning.26 200, XIV, nr. 21 Motie-Oplaat, Ter Veer en WaalkensZie MvT2, par. 3.8.6.
– Tussendoelstellingen voor de komende vier jaar t.a.v. verwerving, inrichting, beheer en kwaliteit van de EHS; de Kamer daarover op korte termijn rapporteren.26 200, XIV, nr. 23 Motie-Augusteijn, Swildens en PasstoorsAO Programma Beheer en Evaluatie NBL-beleid op 28/4/'99: In de loop van 1999 zal de Staatssecretaris mede op basis van bijdragen van de provincies, rapporteren over de kwalitatieve tussendoelen van het natuurbeleid.
– Binnen internationale fora vanAgenda 2000, WTO en FAO de instandhouding van GGO-vrije voedselketens als «consumer concern» aangemerkt krijgen. 26 200, XIV, nr. 26 Motie-Stellingwerf, Van Ardenne en PoppeGGO's vormen één van de drie thema's van consumer concern die LNV als eerste wil opnemen in de komende WTO-onderhandelingen. Ingebracht in interdepartementaal overleg ter voorbereiding Nederlandse standpunt.
– Naast nationaal in te zetten beleid (PvA) een krachtige inzet op Europees niveau om harmonisatie te bewerkstelligen m.b.t. gebruik van groeibevorderaars in diervoeders. 26 200, XIV, nr. 27 (beh. LNV-begr. 99, 8/10/'98) Motie-Van der Vlies c.s.Zie MvT2, par 4.2
– Nagaan of en hoe een bevredigende schaderegeling mogelijk is voor zwaar gedupeerden in de neerslaggebieden waar niet de WTS van toepassing is. 26 200, XIV, nr. 31, ter vervanging van 15 Motie-Van Ardenne en WaalkensWeergegeven in brief Oogsschaderegeling d.d. 17/11/'98, (24 071, nr. 42) mede namens staatsssecretaris BZK.
– Op korte termijn een PvA opstellen i.o.m. de zaadveredelingsbedrijven en de biologische sector ter stimulering van de veredeling van de biologische gewassen. 26 200, XIV, nr. 32 ter vervanging van 25 (beh. LNV-begr. 99, 8/10/'98) Motie-Stellingwerf c.s.Antw. 9 van brief d.d. 7/4/'99 van VWS en LNV aan VC LNV met o.m. beantwoording vraagpuntennotitie t.b.v. AO voedselveiligheid en keuzevrijheid: De Evaluatie van het PvA Biologische Landbouw wordt naar voren gehaald. Afhankelijk van de resultaten zal een nieuw PvA geschreven kunnen worden, waarin de biologische plantenveredeling meegenomen kan worden. Planning: begin 2000 naar Kamer.
– Zo spoedig mogelijk een groeistop op het bedrijfsmatig houden van nertsen afkondigen. – Maatregelen voorbereiden teneinde het bedrijfsmatig houden van nertsen te beëindigen en de kamer daarover op korte termijn berichten. 26 200, XIV, nr. 63 Motie-Swildens-Rozendaal c.s. Zie MvT2, par. 3.3.3
– Zo spoedig mogelijk een programma van eisen opstellen op grond waarvan de biologische landbouw kan worden gevrijwaard van contaminatie door in het milieu toegelaten GGO's. 26 407, nr. 4 Motie-Stellingwerf, M. Vos, Van der Vlies Wordt beperkt in nieuwe PvA biologische landbouw.
Het budget voor de stimuleringsregeling biologische landbouw in de LNV-begroting voor het jaar 2000 substantieel verhogen. 26 549, nr. 8 Motie-Stellingwerf c.s. Is gebeurd
– In gevallen als die van de dioxine-affaire dient het voorzorgsprincipe uitgangspunt van beleid te zijn. 26 577, nr. 6 Motie-Van der Vlies c.s.Is uitgangspunt.
– Vóór de behandeling van de begroting 2000 duidelijk tastbare en transparante maatregelen zichtbaar maken, gericht op de interne organisatie van het ministerie van LNV om de interne communicatie op orde te brengen.26 577, nr. 8 Motie-Oplaat c.s.Zie MvT2, par. 4.1 en par. 9.1.
– Met kracht een versnelling bewerkstelligen bij de aangekondigde kaderwet veevoeding; herijking van de medebewindstaken van de productschappen bezien; met kracht een Europees voedselkwaliteitsbeleid bepleiten26 577, nr. 9 Motie-Waalkens c.s.In gang gezet.

1 Indien niet anders vermeld: Tweede-Kamerstukken, vergaderjaar 1998–1999.

2 Memorie van Toelichting bij de begroting LNV voor 2000.

II. Door de bewindslieden gedane toezeggingen

ToezeggingVindplaats1Stand van zaken
Algemeen  
– Nota met de hoofdlijnen van het LNV-beleid voor de komende jaren zal in de eerste helft van 1999 worden afgerond en aan de Kamer worden voorgelegd. Schr. voorbereiding behandeling LNV-begr. '99, antw. 4, 117) (Brief d.d.28/9/'98) (26 200, nr 5)De nota LNV-beleidsprogramma 1999 – 2002 («Kracht en kwaliteit») is met brief d.d. 19/3/'99 (26 446, nr. 1) aan de Kamer gezonden.
   
Agrarische sector  
– De Kamer krijgt resultaten onderzoeken naar de inkomenseffecten van Agenda 2000 en informatie over gevolgen nieuwe systematiek in de diverse productgroepen op punt van inkomensvorming. Brief d.d. 14/10/'98 aan VC LNV + Europa-overleggen d.d. 15/10/'98, 19/11/'98 en 16/3/'99Gebeurd met brieven d.d. 16/11/'98, 3/2/'99, 23/3/'99 en 6/4/'99 aan VC LNV. Het Kameroverleg over Agenda 2000 vond plaats op 27 april '99.
– Een vernieuwd plan van aanpak verdere stimulering biologische landbouw aan de Kamer voorleggen. In de nieuwe beleidsnota worden de resultaten verwerkt van een evaluatie van de Regeling Stimulering Biologische Productiemethode (RSBP). Behandeling begroting 99 in Eerste Kamer, mondeling op 2/2/'99 + Antw. d.d. 21/5/'99 op schr. vragen van de VC LNV + AO Biologische landbouw op 24 juni '99 In voorbereiding. Planning: begin 2000 naar Kamer. Zie MvT2, par. 3.4.
– Er komt een breed onderzoek naar de toekomst van het instrument pacht. Hiervoor wordt een externe commissie ingesteld die in 1999 zal rapporteren. AO pachtnormen 3 sept. '98Zie MvT2, par. 3.10.
– Eind 1999 het beleidsvoornemen herstructurering pluimveehouderij aan de Tweede kamer aanbieden. Brief d.d. 1/3/'99 (26 200, XIV, nr. 42) aan KamerStand van zaken weergegeven in brief van 2 juni 1999 aan de Kamer met tussenrapportage van de Stuurgroep Heroriëntatie Pluimveehouderij (Stuurgroep Alders) (24 445, nr. 48) en in MvT2, par. 3.3.2.
   
Milieu/Kwaliteit/Diergezondheid- en welzijn  
– EU-Nitraatrichtlijn: De Kamer wordt zo snel mogelijk geïnformeerd over aanvullend beleid in reactie op ingebrekestelling door Europese Commissie. Mondeling tijdens behandeling LNV-begr. '99 op 8/10/'98 (Handelingen 12).Is gebeurd bij brief d.d. 2/12/'98 (24 445, nr. 43).
– In de loop van 1999 krijgt Kamer de beleidsnotitie met de contouren van de verdere beleidsontwikkeling gewasbescherming na 2000. De hoofdlijnen worden eerst ter discussie en toetsing voorgelegd aan verschillende vertegenwoordigers van de samenleving. Behandeling LNV-begroting '99: mondeling tijdens debat op 8/10/'98 (Handelingen 12): Zie MvT2, par. 3.6. Gespreksronde is gehouden, zie brief d.d. 14 juli '99 aan Kamer.
– Kamer krijgt in kader uitvoering herstructureringswet brief over pakket flankerend beleid, incl. bedrijfsbeëindiging, het sociaal-economisch plan, misschien verdere verruiming van borgstellingsfaciliteiten, en fiscale ondersteuning. AO 24/9/'98 over knelgevallen + Brief d.d. 28/9/'98 (25 448, nr. 6) + Mond. tijdens behandeling LNV-begroting 1999 op 8/10/'98 (Handelingen 12) Brief d.d. 16/11/'98 (24 445, nr. 8) naar Kamer
– De Kamer ontvangt een tussenrapportage over het effect van diverse maatregelen herstructurering varkenshouderij. AO 16/12/'98 over knelgevallen + 2-minutendebat d.d. 3/2/'99 n. a. v. AO van 19/1 Bij brief d.d. 4/3/'99 (25 448, nr. 28) naar Kamer.
Streven is in september voorstellen voor aanvullend beleid voor te leggen aan de Kamer in het licht van de door de EU-Nitraatrichtlijn noodzakelijke beperking van de varkensmestproductie en de situatie inzake het mest- en herstructureringsbeleid die door de rechterlijke uitspraken van 23 februari en 10 juni 1999 is ontstaan. Streven is de benodigde wetgeving in 2001 in werking te laten treden. Brief d.d. 28/6/'99 (25 448, nr. 34) + AO Herstructurering varkenshouderij op 30 juni 1999Bij brief d.d. 10/9/99 naar Kamer.
– De definitieve nota diergezondheid – mede op basis van afrondend overleg met bedrijfsleven – bereikt de Kamer nog in 1998. Mondeling tijdens behandeling LNV-begr. '99 op 8/10/'98 (Handelingen 12).Is gebeurd. Brief aan Kamer d.d. 8/1/'99, (26 200, XIV, nr 37.).
– Binnenkort evaluatie van de resultaten van de onderzoeken n.a.v. de BSE-gevallen in Nederland. Hierbij aandacht voor veevoeder-spoor en administratieve controles. Tevens wordt gekeken naar BSE-beleid op langere termijn, mede in het licht van de hervatting van de rundvleesexport uit het VK. De Kamer wordt geïnformeerd over de resultaten van de evaluatie.Brief d.d. 9/2/'99 (24 668, nr. 27) aan de KamerIn bewerking.
– De Kamer wordt nader op de hoogte gesteld van uitvoering en voortgang aanscherping I&R-systeem runderen. Brief d.d. 1/10/'98 (24 668, nr. 22) aan KamerZie MvT2, par. 3.8.5.
De Kamer ontvangt een overzicht van notities, brieven en verslagen die sinds de invoering van het I&R-systeem op het ministerie «gepasseerd» zijn, waarbij wordt aangegeven hoe op al deze stukken is gereageerd. Ook «witte stukken» van de Kamer zullen bij deze inventarisatie betrokken worden. AO I&R runderen op 28/4/'99In september '99 naar de Kamer
– De Kamer ontvangt een overzicht van de n.a.v. de varkenspest aangescherpte maatregelen. AO 16/12/'98 knelgevallen herstructurering varkenshouderijOpgenomen in Beleidsbesluit Diergezondheid. Besproken in AO 10/2/'99.
– Er wordt in 1999 een Beleidsnotitie Veevoeder opgesteld i.v.m. in algemene zin de aanscherping van de eisen aan, en de controle op de kwaliteit van diervoeders. Nota Kracht en Kwaliteit + antw. d.d. 27/4/'99 op schr. vragen-Eisses (Aanh. Handelin-gen, 1264)Zie MvT2, par. 4.2. Nader beleid voor de veevoedersector wordt versneld ontwikkeld naar aanleiding van de dioxine-affaire medio 1999, aldus de betrokken bewindslieden in de Kamerdebatten op 2 juni (AO) en 9 juni (AO en plenair). Maatregelen weergegeven in brieven d.d. d.d. 8 juni 1999 en 9/6/'99 (26 577, nrs. 4 en 10) aan Kamer. Beleidsnotitie gaat voor het kerstreces naar de Kamer.
– De Kamer op korte termijn informeren over de naar aanleiding van het Gezondheidsraad-advies inzake antimicrobiële groeibevorderaars te nemen stappen. Ook overleg met bedrijfsleven en met Eur. Cie. Want toelating veevoederadditieven is op Europees niveau geregeld. Brief d.d. 31/08/'98 van min. VWS mede namens stas LNV. + antw. op schr. Vragen Poppe en Kant, d.d. 7/9/'98 (Aanh. Handelingen 1747)Stand van zaken laatstelijk aan Kamer gemeld in brief d.d. 22 februari 1999, mede namens VWS (26 200, XIV, nr. 40).
– Het kabinet is voornemens een integrale beleidsnotitie inzake moderne biotechnologie uit te brengen. Zij zal onder meer aandachtspunten bevatten voor een daarna in te stellen regeringscommissie biotechnologie.Brief d.d. 7/4/'99 van minister VWS en stas LNV aan VC LNV met Tweede Voortgangs-rapportage Biotechnologie en Levensmiddelen. + AO GGO' s op 14/4/'99 en 30/6/'99 Zie MvT2, par. 1 en 4.3.
– De Kamer wordt voor het eind van dit jaar geïnformeerd over de uitwerking van het Plan van aanpak voor meer verantwoord fokken, houden, en kennisontwikkeling over het gedrag van honden. Bij de uitwerking wordt aandacht gegeven aan het meldpunt voor hondenbeten, voorlichting, de vrijwillige gedragstest, mogelijkheden voor een importverbod voor agressieve honden en sperma. AO d.d. 17/3/'99 over Agressieve honden; honden en kattenbesluitOverleg met sector over opzet PvA is gaande.
– Een vervolg geven aan de oriënterende onderzoeken naar veterinair verantwoorde verwerking van swill en eventueel de regelgeving aanpassen, ook uit handhavingsoogpunt. De Kamer wordt in de loop van dit jaar nader geïnformeerd over de resultaten en de daaraan te verbinden conclusies. Brief d.d. 25/3/'99 aan de Kamer (26 200, XIV, nr. 47)Zie MvT2, par 4.2. In brief d.d. 20 mei 1999 aan de Kamer n.a.v. vragen van de VC LNV op de te volgen werkwijze ingegaan.
   
Visserij  
– De Kamer wordt najaar '98 geïnformeerd over het voedselreserveringsbeleid voor de Oosterschelde. Brief d.d. 15/7/'98Gebeurd in Beleidsbesluit schelpdiervisserij kustwateren 99-2003, dat met brief d.d. 5/3/'99 aan VC LNV is gezonden.
– De Kamer krijgt een notitie over het «Voorzorgsbeginsel» in het visserijbeleid. Europa-overleggen d.d. 10/12/'98 en 25/3/'99 + Brief d.d. 24/3/'99 aan VC LNV.Nota met brief d.d.29/3/'99 naar VC LNV.
– De Kamer wordt separaat geinformeerd over de toepassing van het MOP in Nederland. Brief d.d. 24/3/'99 aan VC LNV. Gebeurd met brief d.d. 25/3/'99 aan VC LNV.
– Het beleidsbesluit beroepsbinnenvisserij gaat zeer binnenkort naar de Kamer. AO Binnenviserij op 18/3/'99 + AO MOP-problematiek; voorzorgsbeginsel; schelp-diervisserij op 23 juni '99Is gebeurd met brief aan VC LNV d.d. 15/9/99.
   
Natuur/Groene Ruimte/Recreatie  
– De Kamer over enige tijd nader informeren met een financieel overzicht van de middelen die voor het nieuwe stelsel van het Programma Beheer beschikbaar zijn. Brief d.d. 15/2/'99 + AO Programma Beheer en Evaluatie NBL-beleid op 28/4/'99 Gebeurd met brief d.d. 16 juni 1999 (25 420, nr. 18).
– De Kamer zal schriftelijk worden geïnformeerd over de doorwerking van de Nitraatrichtlijn in de verschillende gebieden. AO Programma Beheer en Evaluatie NBL-beleid op 28/4/'99Gebeurd met brief d.d. 16 juni 1999 (25 420, nr. 18).
– De nota NBL21 zal in overleg met de maatschappelijke en bestuurlijke partners worden opgesteld en rond de zomer '99 aan de Tweede Kamer worden gezonden. Idem resultaten van Operatie Boomhut. Brief d.d. 7/4/'99 aan Kamer + brief d.d. 28/4/'99 (26 200, XIV, nr. 53)Zie MvT2, par. 1 en 5.1.
– Er wordt een leidraad opgesteld hoe om te gaan met de grote grazers in natuurgebieden – in overleg met de beheerders en de Veterinaire Begeleidingscommissie natuur. Geeft aandacht aan welzijns-, ethische, veterinaire en juridische aspecten plus flankerende maatregelen bij ingrepen beheerder. Verschijnt in 1999. De Kamer wordt hierover geïnformeerd.Antw. d.d. 27/4/'99 op schr. vragen-Geluk, Oplaat en Passtoors (Aanh. Handelingen 1271)In voorbereiding.
– De Kamer wordt geïnformeerd over de Kabinetsreactie op de brief van de Eur. Cie. inzake Habitatrichtlijn zodra het kabinet hierover een besluit heeft genomen.Brief d.d. 21/12/98Neergelegd in brief d.d. 5/3/'99 (26 200, XIV, nr. 43).
De Kamer zal worden geïnformeerd over de voorgenomen definitieve aanwijzingen, voordat – op z'n vroegst eind november a.s. – de besluiten worden genomen. AO Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetlands op 24 juni '99 Zie MvT2, par. 5.3.2.
– De Kamer zullen voorstellen worden voorgelegd, gericht op versterking van het platteland in brede zin. Dit zal voor een deel inhoud krijgen in de vorm van gedecentraliseerd gebiedsbeleid. AO ICES d.d. 8/12/'98Zie MvT2, par. 1
– Bij de evaluatie van het financiële-compensatie-beginsel, die binnenkort plaats vindt, bezien of het zinvol is het compensatiebeginsel alsnog in de Natuurbeschermingswet te regelen. Daarbij de mogelijkheid van een mechanisme met vaste maatstaf betrekken. Mondeling tijdens behandeling LNV-begr. '99 op 8/10/'98 (Handelingen 12). Wordt op ingegaan in nota NBL21
– De Kamer op korte termijn informeren over het te voeren beleid inzake de opvang van in beslag genomen dieren, op basis van NOD-onderzoek.Brief met voortgangsrap-portage handhaving CITES d.d. 15/7/'98 + Antw. d.d. 29/4/'99 op schr. vragen-Augustijn c.s. (Aanh. Handelingen 1284). Zie brief d.d. 18/6/'99 aan Kamer (26 200, XIV, nr. 61).
– Begin 1999 wordt de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van het bestuurlijk overleg (de richtinggevende bestuurlijke conclusies) tussen Rijk en Provincies over sanering van de verplichtingenstand en ruimte voor nieuwe projecten landinrichting.TK, AO d.d. 29/10/'98 over herijking landinrichtingZie brief d.d. 4/2/'99 (25 940 nr 4).
– Aan de behoefte van de Kamer om regelmatig geïnformeerd te worden over de voortgang in het toerisme- en recreatiebeleid, zal de regering tegemoet komen door, in aanvulling op de MvT bij de begrotingen, ieder voorjaar een «handzame notitie» naar de Kamer te zenden. AO Recreatie en toerisme 28/4/'99Zal gebeuren.

1 Indien niet anders vermeld: Tweede-Kamerstukken, vergaderjaar 1998–1999.

2 Memorie van Toelichting bij de begroting LNV voor 2000.

BIJLAGE 4 OVERZICHT CIRCULAIRES

Publicatie van circulaires voor het agrarisch onderwijs loopt in veel gevallen gelijk met die van de circulaires voor het overig onderwijs, zoals deze verschijnen in het publicatieblad van het Ministerie van OCW «Uitleg OCW-regelingen».

Voor het agrarisch onderwijs worden de regelingen aangekondigd via het periodiek Agrarisch onderwijs.

Het gaat bij de uitgebrachte circulaires om de volgende publicaties:

Agrarisch Onderwijs nr. 15 – 1998

Regelingen Hoger landbouwonderwijs

• Regeling vermelding duale opleidingen hoger onderwijs 1998 – 1999 (kenmerk HBO/SB-98/22 812) in Uitleg nr. 15 van 10 juni 1998.

• Wijziging Regeling Centraal Register Inschrijving Hoger Onderwijs (CRIHO) (kenmerk WO/BS-1998/27210) in Uitleg nr. 17b van 22 juni 1998.

• Privacy-reglement Centraal Register Inschrijving Hoger Onderwijs (CRIHO) (kenmerk OWD/AP-9805629) in Uitleg nr. 17b van 22 juni 1998.

• Hardheidsclausule uitgelote studenten, studiejaar 1998 – 1999 (kenmerk OWD/HVDW-05 930) in Uitleg nr. 17b van 22 juni 1998.

Regelingen Voortgezet landbouwonderwijs/algemeen

• Onderwijsbevoegdheid filosofie en informatica (kenmerk VO/TAB/1998/14019) in Uitleg nr. 12c van 20 mei 1998.

• Regeling actualisering faciliteitenregeling WVO 1998 (kenmerk VO/TAB-1998/9835) in Uitleg nr. 15 van 10 juni 1998.

• Wijziging Regeling visueel of auditief gehandicapte leerlingen WVO (kenmerk VO/TAB-1998/16101) in Uitleg nr. 15 van 10 juni 1998.

• Wijziging financiële arbeidsvoorwaarden per 1 januari 1998, per 1 juli 1998, per 1 augustus 1998 en per 1 december 1998 (kenmerk AB-1998/22141) in Uitleg nr. 16 van 17 juni 1998.

• Invoering zogenoemde «koppelingswet» (kenmerk VO/TAB-1998/13260) in Uitleg nr. 16 van 17 juni 1998.

• Aanwijzing domeinen centraal examen aardrijkskunde (profielen) 2000 en onderwerpen centraal en schriftelijk examen aardrijkskunde 1999–2000 (kenmerk VO/BOB-1998/25978) in Uitleg nr. 17a van 8 juli 1998.

• Regeling vaststelling bedragen nascholing voortgezet onderwijs 1998–1999 (kenmerk VO/TAB-1998/4303) in Uitleg nr. 17a van 8 juli 1998.

• Afsluitende toetsen basisvorming 1998 (kenmerk VO/BOB-1998/23636) in Uitleg nr. 17a van 8 juli 1998.

• Wijziging van de Overgangsregeling bekostiging beroepsonderwijs Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) tot 2000 (kenmerk BVE/DenR-1998/22408) in Uitleg nr. 17a van 8 juli 1998.

• Wijziging van de Regeling bekostiging landelijke organen voor het beroepsonderwijs onder de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) (kenmerk BVE/DenR-1998/22412) in Uitleg nr. 17a van 8 juli 1998.

• Regeling aanvullende vergoeding voortijdig schoolverlaten beroepsopleidende leerweg 1998 (kenmerk BVE/DenR-98/20881) in Uitleg nr. 17b van 22 juli 1998.

• Gewogen gemiddelde leeftijd per schoolsoortgroep (ggls) schooljaar 1998–1999 en een aanpassingsmodel landelijke gemiddelde personeelslasten (lgpl-leraren) (kenmerk VO/FB-1998/30920) in Uitleg nr. 18 van 2 september 1998.

Mededelingen

• In de Staatscourant van 20 juli 1998 staat de Via-regeling vermeld.

• In de Staatscourant van 23 juli 1998 staat de Regeling Bekostiging LOBAS vermeld.

Agrarisch Onderwijs nr. 4 – 1999

Regelingen Hoger landbouwonderwijs

• Publicatie CROHO 1999–2000 (kenmerk OWD/HW-98.059090) in Uitleg nr. 19 van 9 september 1998.

• Wijziging CROHO 1998–1999 in verband met de invoering van duale opleidingen (kenmerk OWD/HW-98–05 901) in Uitleg nr. 19 van 9 september 1998.

• Wijzigingen CROHO 1998–1999 voortvloeiende uit de wet van 14 mei 1998 (kenmerk OWD/HW-98 05902) in Uitleg nr. 19 van 9 september 1998.

• Regeling nadere vooropleidingseisen hoger onderwijs (kenmerk HBO-1998/23 977) in Uitleg nr. 21 van 23 september 1998.

• Regeling stimulering aansluiting vwo-wo 1999–2001 (kenmerk WO/BS-1998/36 684) in Uitleg nr. 22 van 30 september 1998.

Regelingen Voortgezet Landbouwonderwijs/Algemeen

• Aanmeldingsprocedure voor het Centraal Register Beroepsopleidingen (CREBO) 1999–2000 (kenmerk FBT/bpl-9812214N) in Uitleg nr. 18a van 2 september 1998.

• Reglement voor de registratie aanmelding, selectie en plaatsing (kenmerk OWD/AP-98059095) in Uitleg nr. 19 van 9 september 1998.

• Stopzetting vermindering van de rijksbijdragen en rijksvergoedingen op grond van de Tijdelijke Wet Arbeidsbemiddeling Onderwijs (TWAO) (kenmerk CFI/FBT-98/13160N) in Uitleg nr. 19 van 9 september 1998.

• Reglement voor de registratie diplomawaardering (kenmerk OWD/AP-98.059098) in Uitleg nr. 19 van 9 september 1998.

• Overgangsvoorziening van school naar landelijk gemiddelde personeelslast (gpl) voortgezet onderwijs (Brielle) (kenmerk VO/FB-1998/30919) in Uitleg nr. 19 van 9 september 1998.

• Ontwerp Plan van Scholen 1999–2001 (kenmerk FBT/BPL-98/12 964M) in Uitleg nr. 19 van 9 september 1998.

• Verhoging bedragen per leerling van de «Regeling exploitatiekosten scholen vwo-avo-vbo schooljaar 1998–1999» (kenmerk VO/FB-1998/24951) in Uitleg nr. 20 van 16 september 1998.

• Wijziging van de «Regeling aanvullende vergoeding voortijdig schoolverlaten beroepsopleidende leerweg 1998» (kenmerk BVE/DenR-98/34445) in Uitleg nr. 20 van 16 september 1998.

• Mededelingen over de eindexamens 1999 voor vwo, havo, mavo, vbo en vavo (Septembermededeling (kenmerk CEVO-98/638) in Uitleg nr. 21 van 23 september 1998.

• Rooster voor de landelijke examens voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) 1999 (kenmerk CEVO-98/668 in Uitleg nr. 22 van 30 september 1998.

• Gemengde leerweg aan scholen voor mavo of scholen voor vbo 1999–2002 (Brielle) (kenmerk VO/BOB-1998/36253) in Uitleg nr. 23 van 7 oktober 1998.

• Gemengde leerweg aan agrarische opleidingen centra (aoc's) 1999–2000 (kenmerk VO/BOB-1998/29655) in Uitleg nr. 23 van 7 oktober 1998.

• Regeling gemengde leerweg aan agrarische opleidingen centra (aoc's) na bestuurlijke samenwerking 1999–2002 (kenmerk VO/BOB-1998/36257) in Uitleg nr. 23 van 7 oktober 1998.

• Formulierenoverzicht oktober 1998 (kenmerk CFI/IRB-98/722N) in Uitleg nr. 24 van 14 oktober 1998.

• Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs (kenmerk VO/FB-1998/34201) in Uitleg nr. 24 van 14 oktober 1998.

• Overgangsregeling bevoegdheden leraren speciaal voortgezet onderwijs lom en mlk (kenmerk VO/BJA-98/41447) in Uitleg nr. 24 van 14 oktober 1998.

• Plan van Scholen 1999–2001 (kenmerk FBT/BPL-98/18329M) in Uitleg nr. 25 van 4 november 1998.

• Centrale examens van de eindexamens vwo, havo, mavo en vbo en van de schriftelijke examens van de staatsexamens vwo, havo, mavo in het jaar 2000 (kenmerk CEVO-98/811) in Uitleg nr. 25 van 4 november 1998.

• Richtlijnen en criteria voor omzetting, splitsing, verplaatsing en nevenvestiging per 1 augustus 1999 (kenmerk CFI/FBT-98/19349N) in Uitleg nr. 25 van 4 november 1998.

• Wijziging van de Regeling bekostiging huisvesting bve-sector (kenmerk BVE/DenR-1998/20878) in Uitleg nr. 25 van 4 november 1998.

• Regeling Pilot Trajectbegeleiders (kenmerk BVE/DenR-1998/37768) in Uitleg nr. 25 van 4 november 1998.

• Regeling OV-studentenkaart 1999 (kenmerk SFB-1998/4405) in Uitleg nr. 26 van 11 november 1998.

• Regeling vaststelling normbedragen studiefinanciering per 1 januari 1999 (kenmerk SFB-1998/43164) in Uitleg nr. 27 van 18 november 1998.

• Regeling monitor fiscale faciliteit beroepsbegeleidende leerweg (kenmerk BVE/DenR-1998/40487) in Uitleg nr. 27 van 18 november 1998.

• Centraal examen aardrijkskunde 2000 (kenmerk VO/BOB-1998/41276) in Uitleg nr. 27 van 18 november 1998.

• Centraal examen geschiedenis examenjaar 2001 (kenmerk VO/BOB-1998/30442) in Uitleg nr. 27 van 18 november 1998.

• Regeling faciliteitenbeleid voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) 1999–2000 (kenmerk VO/BOB-1998/45550) in Uitleg nr. 28 van 25 november 1998.

• Regeling aanvullende vergoeding beroepsbegeleidende leerweg (kenmerk BVE/FC&I-1998/41933) in Uitleg nr. 28 van 25 november 1998.

• Aanvraagprocedure en voorschriften intrasectorale programma's per 1 augustus 1998 (kenmerk VO/BOB-1998/45551) in Uitleg nr. 28 van 25 november 1998.

• Regeling vaststelling rentepercentages studiefinanciering per 1 januari 1999 (kenmerk SFB-1998/48755 in Uitleg nr. 30 van 9 december 1998.

• Regeling controleleidraad scholen/organisaties sector voortgezet onderwijs 1998 (kenmerk FVE/VII-98/40648N) in Uitleg nr. 30 van 9 december 1998.

• Omzetting speciaal voortgezet onderwijs (Brielle) (kenmerk VO/BOB-1998/46151) in Uitleg nr. 30c van 16 december 1998.

• Aanvragen Plan van Scholen 2000–2002 (kenmerk VO/BOB-1998/51901) in Uitleg nr. 30c van 16 december 1998.

• Regeling bekostiging huisvesting bve-sector 1999 (kenmerk BVE/DenR-1998/48349) in Uitleg nr. 30c van 16 december 1998.

• Vragenrubriek informatiecentrum VO

• Regeling faciliteitenbeleid voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) 1999–2000 gepubliceerd in het Gele Katern nr. 28 van 25 november 1998 in Uitleg nr. 30c van 16 december 1998.

• Tijdelijke regeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (kenmerk BVE/DenR-1998/48348) in Uitleg nr. 30c van 16 december 1998.

• Tijdelijke regeling regionale verwijzingscommissies (rvc's) voortgezet onderwijs (kenmerk VO/BJA-1998/54047) in Uitleg nr. 1 van 13 januari 1999.

• Overzicht publicaties voor het voortgezet onderwijs 1999 (kenmerk VO/BJA-1998/54427) in Uitleg nr. 1 van 13 januari 1999.

• Bijlagen 5 en 6 bij de Regeling monitor fiscale faciliteit beroepsbegeleidende leerweg 1998 (kenmerk BVE/DenR-1998/52749) in Uitleg nr. 1 van 13 januari 1999.

• Normen Wet tegemoetkoming studiekosten en Regeling tegemoetkoming studiekosten 1999 (kenmerk TSL/HVK-98/1201) in Uitleg nr. 2/3 van 27 januari 1999.

BIJLAGE 5 OVERZICHT AANBEVELINGEN NATIONALE OMBUDSMAN

In de periode van 1 juni 1998 tot 1 juni 1999 zijn vijf eindrapporten ontvangen van de Nationale Ombudsman inzake klachten met betrekking tot het ministerie van LNV. De ombudsman heeft slechts in één van die rapporten een aanbeveling gedaan. De aanbeveling had betrekking op een klager, die nadat hij een beslissing op een bezwaarschrift had gekregen, geen beroep had ingesteld bij de rechtbank, ondanks dat hij wel op die mogelijkheid is gewezen in de beslissing. Hij had daarentegen wel een klacht ingediend bij de ombudsman. De ombudsman heeft de klacht als beroepschrift doorgezonden naar de rechtbank, die het beroep als te laat en dus niet ontvankelijk aanmerkte. De klacht is alsnog door de ombudsman in behandeling genomen en gegrond bevonden, waarna de aanbeveling is gedaan de beslissing op het bezwaarschrift te heroverwegen. Deze aanbeveling is opgevolgd.

Er zijn overigens in de behandelde periode geen aanbevelingen gedaan. In de vier overige rapporten bevond de ombudsman één klacht ongegrond, één gegrond en twee grotendeels ongegrond.

BIJLAGE 6 SUBSIDIES

De bedragen zoals vermeld onder begrotingsbedrag kas luiden in guldens x 1000.

Voor 2000 bedraagt het totale bruto budgettaire kasbeslag voor subsidies f 976,3 mln. Hier staan ontvangsten van f 212,3 mln. tegenover. Het uiteindelijke netto budgettaire kasbeslag voor 2000 voor subsidies bedraagt daarmee f 764,0 mln.

Naam en StcrtArtikelnummer of artikel onderdeelnummerBegrotingsbedrag kas (*1 000) 19992000DoelstellingDoelgroepEx-ante geëvalueerd (ja/nee)Datum, aard laatste ex-post evaluatieVindplaats laatste ex-post evaluatieHorizonbepaling aanwezig (ja/nee; indien ja, jaar) Accountantsverklaring (ja/nee)1
135 Emancipatie. Regeling in ontwerp10.05 (01)490500Stimulering van projecten die een gerichte stimulans geven aan emancipatie-ontwikkelingen binnen of vanuit organisaties en die tevens een voldoende uitstraling hebben.Organisaties, die op het gebied waar LNV voor verantwoordelijk is, emancipatieprojecten opstarten. Nee1996 beleidsevaluatieEindevaluatie beleidsnota emancipatie tezamen met Nota Emancipatiebeleid LNV tot 2000. NeeJa
34 Besluit landb.bedrijven met ontwikkelings- mogelijkheden (BB125/BB352 tot 1/12/'89). Stcrt. 1974, 83 en 8912.02 (01)0292Het stimuleren van investeringen op bedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden. De regeling is de nationale invulling van de EU-richtlijn betreffende modernisering van de landbouwbedrijven (72 / 159 / EEG). Bedrijfshoofden met hoofdberoep in de landbouw, met voldoende vakbekwaamheid, die een ontwikkelingsplan opstellen.Nee1994 beleidsevaluatie«De rentesubsidieregeling.»Ja 1998Ja
45 Beëindigingsvergoedingsregelingen (BB 2/103/200). Stcrt. 1964, maart; 1972, 221; 1978, 9212.02 (01)06 599Door bevordering van bedrijfsbeëindiging te komen tot verbetering van de landbouwstructuur.Bedrijfshoofden en bedrijfsleiders in de agrarische sector, die hun bedrijf beëindigen, alsmede meewerkende gezinsleden. BB 2: inkomensgrens f 6 500. BB 103: inkomensgrens f 26 000. Nee1991 beleidsevaluatieEindrapport evaluatieonderzoek beëindigingsvergoedingsbesluit d.d. april 1991. NeeNee
161 Regeling stimulering biologische productiemethode. Stcrt. 1994, 9612.02 (01)1 7251 950Het bevorderen van de toepassing van biologische teeltmethode. Door omschakeling naar, respectievelijk voortzetting van, de biologische productiemethode een minder intensieve productie bevorderen teneinde de belasting voor het milieu en de natuur door de landbouw te verminderen en aldus bij te dragen tot het marktevenwicht. Agrariërs die op biologische productiemethoden willen overgaan dan wel voortzetten in productierichtingen als akkerbouw, vollegrondstuinbouw, glastuinbouw en fruitteelt.Nee1995 beleidsevaluatieEvaluatie Notitie Biologische Landbouw. Ja, 1999Ja
EU-bijdrage begeleidende maatregelen (Mac Sharry)M12.02 (02) – 487– 359NeeNeeNee
162 Zeldzame huisdierrassen. Stcrt. 1998, 12812.02 (01)510690Stabilisatie respectievelijke toename van het aantal (dieren van) landbouwhuisdierenrassen. Agrarische bedrijfshoofden die dieren van zeldzame huisdierrassen houden. NeeNeeNee
173 Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw (RSG). Stcrt. 1997, 187U12.02 (01) 34 61836 170Stimulering van de verbetering van de verkavelingsstructuur van bedrijven. Glastuinbouwbedrijven.Neeoktober 1998Evaluatie van de Regeling Structuurverbetering GlastuinbouwNeeJa
Ontvangsten EU-bijdrage Structuurverbetering GlastuinbouwM12.02 (01)– 2 636– 2 852NeeNeeNee
Regeling financiële tegenmoetkoming wet Herstructurering Varkenshouderij Stcrt. 1998, 131*12.02 (02)3 6004 000Het bevorderen van de dynamiek in de varkenssector door het geven van een financiële tegemoetkoming in verband met de afrondingen varkensrechtenVarkenshoudersNee  Nee 
          
* In het Subsidie Overzicht Rijksoverheid 2000 (SOR) valt deze regeling onder Beëindigingsregeling Varkensbedrijven in de EHS (BEVAR) Stcrt. 1988, 246.
194 Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS. (BEVAR) Stcrt. 1998, 24612.02 (02) 13.02 (02) 13.03 (01)26 0007 0001 5 00002 40 00022 0003Het realiseren van varkensvrije zones, zoveel mogelijk in aansluiting op de Ecologische Hoofdstructuur. Categorie a: bedrijven die zijn gelegen in reservaats- of natuurontwikkelingsgebieden van de EHS, zoals deze door de provincies zijn begrensd in het kader van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling. Categorie b: bedrijven die een ammoniakdepositie veroorzaken van ten minste 300 mol per ha. op voor verzuring gevoelige bos- en natuurterreinen in de zin van de Interimwet ammoniak en veehouderij. Nee Ja, 1999Nee
          
1 Opkoop varkensrechten 2 Verwervinggronden 3 Sloopgebouwen
212 Opkoopregeling Varkensrechten. Stcrt. 1999, 10212.02 (02)100 00039 441Opkoop van varkensrechten van ondernemers die de varkenstak beëindigen teneinde de tweede generieke korting te beperken. Varkenshouders die het bedrijf beëindigen. NeeJa, 1999Nee
          
Overige regelingen mest in het kader van de wet Herstructurering Varkenshouderij12.02 (02)9 7009 500Herstructering van de varkenssector en de versterking van de varkensketen ten aanzien van onder andere kwaliteit, veiligheid en economisch perspectiefBedrijven in de varkenskolomNee  Nee 
* In het Subsidie Overzicht Rijksoverheid 2000 (SOR) valt deze regeling onder de Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS (BEVAR), Stcrt. 1998, 246.
31 Beschikking terzake van het uit productie nemen van bouwland (set-aside). Stcrt. 1988, 158; 1989, 239U12.02 (03)2 6552 656De regeling stimuleert het uit productie nemen van bouwland. Categorieën: braakleggen, bebossen, niet-agrarische doeleinden. De bijdrage kan worden verstrekt aan natuurlijke personen en rechtspersonen, niet zijnde publiekrechtelijke personen en samenwerkingsverbanden. De aanvrager dient op het tijdstip van indiening van de aanvraag niet AOW-gerechtigd te zijn. De aanvrager moet minimaal 20% van zijn hele oppervlakte bouwland uit productie nemen. Nee1993 beleidsevaluatieHeroverwegingsonderzoek «Subsidies ontwikkeling en sanering van de Landbouw». NeeNee
EU-bijdrage AkkerbouwM12.02 (03) – 869– 810NeeNeeNee
177 Stimuleringsregeling innovatie markt- en concurrentiekracht. Stcrt. 1997, 1212.02 (05)11 0749 610Verbeteren van de markt- en concurrentiepositie door het stimuleren van vernieuwingen.Individuele of samenwerkende particuliere ondernemers (inbegrepen de handel en de verwerkende industrie) in de landbouw, bosbouw en visserij (uitgezonderd bedrijven gericht op advisering, opleiding of voorlichting). Jaoktober 1998 ex-post beleidsevaluatieEvaluatie Stimuleringskader LNV. Stimuleringskader innovatie markt- en concurrentiekracht. Een evaluatie van 1997Ja, 1999Ja
178 Investeringsregeling markt- en concurrentiekracht, onderdeel primaire landbouw. Stcrt. 1997, 131U12.02 (05) 9 5163 579Stimuleren van de verbetering van de structuur van de productie, de verwerking en afzet van landbouw-, visserij- en bosbouwproducten door ondersteuning van vernieuwende investeringsprojecten.Ondernemers actief in de sectoren landbouw, visserij, bosbouw, verwerkende industrie en handel. Jaaugustus 1998 ex-post beleidsevaluatieEvaluatie Stimuleringskader LNV, Verspreidingsprogramma markt- en concurrentiekracht, onderdeel Investeringsregeling Primaire Landbouw. Ja, 1999 gedeeltelijkJa
180 Regeling stimulering biologische productiemethode. Stcrt. 1994, 9612.02 (05)1 3996 537Bevordering van de toepassing van biologische teeltmethode. Door omschakeling naar respectievelijk voortzetting van de biologische productiemethode een minder intensieve productie bevorderen teneinde de belasting voor het milieu en de natuur door de landbouw te verminderen en aldus bij te dragen tot het marktevenwicht. Agrariërs die op biologische productiemethoden willen overgaan dan wel voortzetten, productierichtingen akkerbouw, vollegrondstuibouw, glastuinbouw en fruitteelt en veevoedergewassen. Ja1997 beleidsevaluatieEvaluatie Notitie Biologische Landbouw. Ja, 1999Ja
183 Regeling demonstratieprojecten Markt- en Concurrentiekracht. Stcrt. 1997, 17512.02 (05)1 9662 772Stimuleren van verspreiding van beleidsmatig gewenste vernieuwingen. Afzonderlijke ondernemers in zowel de primaire land- of bosbouw als in de be- of verwerking of handel in producten. Verenigingen of stichtingen op het gebied van de keten in de land- of bosbouw. Géén rechtspersoonlijkheid bezittende samenwerkingsverbanden op het gebied van de keten in de land- of bosbouw. Janovember 1998 ex-post beleidsevaluatieEvaluatie Stimuleringskader LNV. Verspreidingsprogramma markt- en concurrentiekracht. Subsidieregeling demonstratieregeling markt- en concurrentiekracht.NeeJa
198 Subsidieregeling weegapparatuur en geautomatiseerde bemonsteringsapparatuur. Stcrt. 1999, 6312.02 (05)1 5001 500Een bijdrage te leveren aan de verhoogde nauwkeurigheid en efficiency binnen de (verfijnde) aangifte van MINAS door middel van een gesubsidieerde aanschaf van het automatische monsterapparaat en geijkte aan boord weegapparatuur. Dit levert een kwalitatief onafhankelijk resultaat van de verfijnde aangifte van de MINAS waarbij het onder fraude handelen zoveel mogelijk wordt uitgesloten. Intermediaire ondernemingen: Loonwerkers in de mesttransport en mesttransporteurs. NeeJa, 1999Nee
202 Investeringsregeling Markt en Concurrentiekracht onderdeel verwerking en afzet visserijproducten Stcrt. 1999, 7212.02 (05)203963Investeringen te bevorderen in de verwerking en afzet van visserijproducten, gericht op verbetering kwaliteit, vermindering milieuhinder, toepassing nieuwe technologiën. Ondernemingen werkzaam in verwerking en afzet van visserijproducten. NeeJa, 1999Ja
Overige Regelingen Stimuleringskader Markt en Concurrentiekracht12.02 (05)7 95712 799Verbeteren van de markt- en concurrentiepositie door het stimuleren van vernieuwingen en uitlokken van investeringen en demonstratieprojecten binnen thema's als mest, welzijn van dieren, biologische landbouw, streekeigen produkten en milieu.Ondernemers actief in de sectoren, landbouw, visserij, bosbouw, verwerkende industrie en handel. JaNeeNee
EU-ontvangsten Stimuleringskader: Markt en ConcurrentiekrachtM12.02 (05)– 8 744– 16 456NeeNeeNee
120 Verwerking en afzet landbouwproducten (verplichte nat. bijdrage). Standaardvoorwaarden voor subsidieverlening12.03 (01)1 531800De verbetering en de rationalisatie van de behandeling, de verwerking en de afzet van landbouwproducten op zodanige wijze dat de primaire (agrarische) productiesectoren daarvan profiteren. Speerpunten kwaliteit, milieu, verhoging toegevoegde waarde, nieuwe producten en productiemethoden, verbetering van de logistiek. Bedrijven die zich bezig houden met de afzet en verwerking van landbouwproducten. Sectoren: zuivel, groenten- en fruitproducten, vlees, eieren/serieproducten, bloemisterijproducten, aardappel (product)en, kruiden/agrificatie en biologische producten. Nee1998 beleidsevaluatieEvaluatie Nederlandse maatregelen verwerking en afzet landbouwproducten. EEG-verordening 866/90. NeeJa
66 Bijdrage aan het bedrijfsleven i.v.m. verbetering marktstructuur (natuurbeleid). Standaardvoorwaarden voor subsidieverlening12.03 (01)3 30015 374Het verbeteren van de marktstructuur en marktgerichtheid van de agrarische sector door o.a. stimuleren van de marktonderzoeksinspanningen. De voedings- en genotsmiddelenindustrie (excl. tabakverwerking), agrarische groothandel en (groot)handel in levensmiddelen, veilingen en veemarkten, bedrijven op het terrein van plant- en dierveredeling, vishandel. Ja, per projectplannovember 1992 projectevaluatieStimulans of financiële buitenkans voor het bedrijfsleven?; Evaluatie Stimulerings Programma Collectief Marktonderzoek. (SBO 92–10)Ja per projectJa
136 Overige subsidies landbouw- en voedselvoorziening. Standaardvoorwaarden voor subsidieverlening12.04 (01)2 204256Vernieuwende en stimulerende projecten op het gebied landbouw, natuur en milieu. – Projecten Centrum Landbouw en Milieu. – Projecten diverse organisaties. NeeNeeJa
101 Reg. bijdr. part. terreinb. nat.besch.organisaties onderdeel verwerving natterreinen en reservaten. Stcrt. 1993, 13713.02 (03)39 80240 865Het door gesubsidieerde aankoop veilig stellen van natuurterreinen en reservaten ter realisering van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland en de 12 provinciale landschappen.Nee1996 beleidsevaluatieEindrapportage Natuurbeleid in de Peiling. NeeJa
87 Regeling bijdrage part. terr.beh. nat.besch.org., onderdeel verwerving natuurontwikkeling. Stcrt. 1993, 13713.02 (04)16 90342 500Verwerving van 51 500 ha. landbouwgronden t.b.v. natuurontwikkeling ter realisering van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland en de 12 provinciale landschappen. Nee1996 beleidsevaluatieEindrapportage Natuurbeleid in de Peiling. NeeJa
68 Landinrichtingswerken. Standaardvoorwaarden voor subsidieverlening13.03 (01)215 234264 019Het verbeteren van de inrichting van het landelijk gebied overeenkomstig de functies van dat gebied, zoals deze in het kader van de ruimtelijke ordening zijn aangegeven (Landinrichtingswet). Alle belanghebbenden in een landinrichtingsproject.Ja1991 beleidsevaluatieHeroverwegingsrapport 1991 «Voorbereidings- en uitvoeringsduur landinrichtingsprojecten.»NeeJa
69 Herinrichting Oost-Groningen/Gronings-Drentse Veenkoloniën. Stb. 1977, 69413.03 (01)30 00025 000Het bevorderen van een goed woon-, leef- en werkklimaat en de economische en maatschappelijke ontwikkelingen van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse veenkoloniën.Alle belanghebbenden in de herinrichtingsprojecten in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse veenkoloniën. Nee1991 beleidsevaluatieHeroverwegingsrapport 1991 «Voorbereidings- en uitvoeringsduur landinrichtingsprojecten.»NeeJa
71 Regeling reconstructie oude glastuinbouwgebieden. Stcrt. 1979, 6413.03 (01)10 0005 000Binnen de doelstelling van de landinrichtingswet is deze regeling in het bijzonder gericht op de bevordering van de economische ontwikkeling in oude glastuinbouwgebieden en het treffen van daarmee samenhangende voorzieningen. Belanghebbenden in oude glastuinbouwgebieden. NeeNee regeling in '92 geslotenNee
213 Infrastructuurregeling glastuinbouwgebieden Stcrt. 1998, 5313.03 (01)2 5003 000Stimulering van de verwezenlijking van een goede infrastructuur (en de daarmee samenhangende landschappelijke of recreatieve voorzieningen), aansluitend op de specifieke economische bedrijvigheid in de glastuinbouwgebieden Aalsmeer en het Westland.Gemeenten en Waterschappen. NeeJa, 2003Nee
72 Reconstructie Midden-Delfland. Stb. 1977, 233 Reconstructiewet Midden Delfland13.03 (01)10 00010 000Het voorzien in een bufferzone van natuur, landbouw en recreatie tussen Delft en de stedelijke gebieden langs de Nieuwe Waterweg. Alle belanghebbenden in het reconstructieproject Midden Delfland. Nee1994 beleidsevaluatieJuni verslag Algemene Rekenkamer 1994 TK 93/94 23 785 nr 1–2NeeJa
Ontvangsten LandinrichtingM13.03 (01 02)– 156 318– 153 793NeeNeeNee
Ontvangsten EU-structuurfondsenM13.03 (04)– 5 700– 5 000NeeNeeNee
Ontvangsten EU-begeleidende maatregelenM13.03 (05)– 5 250– 11 250NeeNeeNee
67 Waterbeheersing en ontsluiting in A2-verband. Werkinstructie A2-werken13.03 (02)22 7619 990De regeling is gericht op verbetering van waterbeheersing. In het kader van de waterbeheersingswerken kunnen maatregelen en voorzieningen worden getroffen voor de aan- en afvoer en voor het beheer van waterlopenstelsels en kunstwerken.Instanties die verantwoordelijk zijn voor waterbeheersing in bepaalde gebieden (met name waterschappen). Nee1996 beleidsevaluatieEindrapportage evaluatie A2-regeling. NeeNee
167 Regeling gebiedsgerichte bestrijding van verdroging. Stcrt. 1994, 22313.03 (03)21 8526 180Het bestrijden van verdroging in gebieden met een natuurfunctie. Waterschappen en beheerders van natuurterreinen. Jadecember 1997 beleidsevaluatie2de Voortgangsrapportage GEBEVE. Ja 1999Nee
110 Inrichting recreatie. Standaardvoorwaarden voor subsidieverlening13.03 (04)14 39715 958Verhoging van de kwaliteit van natuur, recreatie, milieu en het landschap. Natuurlijke en rechtspersonen.Nee1996 beleidsevaluatieEvaluatie 2de Voorbereidingsschema RGS. NeeJa
201 Regeling subsidiëring kwaliteit Groene Hart. Stcrt. 1998, 5413.03 (04)12 00013 900Het verhogen van de kwaliteit van natuur, recreatie, milieu en landschap in het Groene Hart d.m.v. het subsidiëren van projecten op het gebied van bruggen en tunnels, recreatieve verbindingen en voorzieningen, kleinschalige landschapselementen, hydrologische systemen, lozingen en visievorming. Overheden, organisaties en particulieren in het Groene Hart. NeeNeeJa
169 Regeling bijdr. part.terreinbeh.nat.besch.org., onderdeel inrichting natuurontwikkeling. Stcrt. 1997, 245, Stcrt. 1993, 13713.03 (05)507 359Het inrichten van 25 000 ha landbouwgronden t.b.v. natuurontwikkeling ter realisering van de Ecologische Hoofdstructuur. De vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland en de 12 provinciale landschappen. Nee1997 beleidsevaluatieEindrapport NIDP / Natuurverkenningen. NeeJa
156 Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden. Stcrt. 1993, 224U13.03 (06) 3 50010 122Bevorderen bebossen landbouwgronden (jaarlijks 1000 a 1200 ha. landbouwgronden uit productie nemen en bebossen).Gebruikers landbouwgrond. Nee1995 Interim-beleidsevaluatieRapport «Interim evaluatie SBL». Ja 1998Ja
157 Regeling projectsubsidiëring bosuitbreiding publiek private samenwerking. Regeling in voorbereiding13.03 (06)402 164Het realiseren van 3000 ha. bos in ca. 15 jaar. 15 stadsgewesten (gemeenten) buiten de randstad. NeeNeeJa
215 Besluit aanleg landschapselementen (BAL) Stcrt. 1999, 13413.03 (07)1 17525Subsidiëring van projecten die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kwaliteit van het landschap door middel van de aanleg van landschapselementen in bepaalde gebiedenEen ieder die voldoet aan de voorwaarden met uitzondering van niet-terreinbeherende organisaties, provincies en waterschappenNeeNeeNee
217 Besluit ontwikkeling landschapselementen (BOL) Regeling in voorbereiding. 13.03 (07)443526Subsidiëring landschapsplannen om tot een samenhangend en doelmatig beheer en ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardig landschap te komenmet name gemeentenNeeNeeNee
70 Regeling kavelruil. Stcrt. 1985, 21813.03 (08)3 8933 947Op een snelle en goedkope wijze via een eenvoudige procedure op basis van vrijwilligheid tot een betere verkaveling te komen. Particuliere agrarische bedrijven.Ja1996 beleidsevaluatieEvaluatie kavelruil. NeeNee
130 Beheer en onderhoud. Standaardvoorwaarden voor subsidieverlening13.04 (02)3 1003 100Het tot stand brengen en behouden van een adequaat niveau van beheer voor de gebieden Midden-Delfland en Grevelingen. De recreatieschappen Midden-Delfland en Grevelingen (in deze schappen is het Rijk deelnemer). Nee1994 beleidsevaluatie«Onderweg» (voortgangsrapportage over nota «kiezen voor recreatie»). NeeJa
103 Bijdrageregeling beheer samenwerking bos 1993. Stcrt. 1993, 14313.04 (03)892185Bevorderen van duurzame samenwerkingsverbanden tussen boseigenaren ten behoeve van vergroting van efficiency. Boseigenaren.NeeJuli 1996 beleidsevaluatieEvaluatie van samenwerking in de bosbouw. Nee regeling is in 1995 geslotenNee
77 Natuurbeschermingswet. Standaardvoorwaarden voor subsidieverlening13.04 (04)2 3012 123Bevorderen van doelmatig beheer van beschermde natuurmonumenten. Eigenaar of gebruiker van beschermde natuurmonumenten. NeeJuni 1994 beleidsevaluatieTotale evaluatie van het instrument Natuurbeschermingswet. Onderdeel NBP in de peiling. NeeNee
100 Regeling bijdrage part.terreinbeherende natuurbeschermingsorg., onderdeel beheer. Stcrt. 1993, 13713.04 (04)28 85931 780Door gesubsidieerd beheer veilig stellen van, voornamelijk in het kader van het aankoopplan, verworven natuurterreinen (incl. bossen en water). Particuliere natuurbeschermingsorganisaties, m.n.: De Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland en de 12 provinciale landschappen. Daarnaast voorlopig de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels en drie regionale organisaties. NeeNeeJa
79 Besluit instandhouding schaapskudden. Stcrt. 1999, 8713.04 (04)200213Het instandhouden van schaapskuddes die gehoed worden en bijdragen aan het doelmatig beheer van heideterreinen of veengebieden.gemeenten en stichtingen die ingevolge hun statutaire doelstelling activiteiten verrichten ten behoeve van de instandhouding van schaapskuddes. Nee1995 beleidsevaluatieNeeNee
214 Regeling functiebeloning bos- en natuurterreinen stcrt. 1994, 17413.04 (03, 04)13 25012 846Het bevorderen van de instandhouding van bos- en natuurterreinenEigenaren van natuurterreinen, niet zijnde rijksdiensten/-instellingen. Particuliere terreinbeherende organisaties. Boseigenaren.NeeNee, Regeling is geslotenNee
199 Tijdelijke regeling Particulier Natuurbeheer. Stcrt. 1998, 16313.04 (04)3 5775 627Behoud, beheer en inrichting en ontwikkeling van natuurterreinen. Particuliere natuurbeheerders/organisaties. NeeJa, 1999Nee
220 Besluit voorkoming verbossing rietlanden. Stcrt. 1999, 4013.04 (04)350350Het voorkomen van het verbossen van rietlanden.Natuurlijke personen, niet zijnde terreinbeherende organisaties, die meer dan 5 hectare grond hebben gepacht of gehuurd van een terreinbeherende organisatie met het oog op het maaien van riet.Neemei, 1993 beleidsevaluatieRapport van bevindingen inzake het onderzoek naar elementen van misbruik en oneigenlijk gebruik in de bijdrageregeling voor het maaien en afvoeren van rietgewas in het voormalig proefgebied nationaal landschap in Noordwest Overijssel seizoen 91-92.Ja, 1999Nee
EU-bijdrage Programma BeheerM13.04 (03) – 3 000– 3 500NeeNeeNee
94 Besluit behoud historische buitenplaatsen. Stcrt. 1999, 13513.04 (05)713557Het zorgdragen dat het cultuurhistorisch erfgoed, dat de tuinen en parken van historische buitenplaatsen vormen, behouden blijft. De Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen.NeeNeeNee
95 Regeling subsidiëring niet-terreinbeherende org. (onderdeel St. PHB, arb.plaatsen en mat.kosten). Stcrt. 1989, 15413.04 (05)4 9784 677Zorgdragen dat het cultuurhistorisch erfgoed, dat de tuinen en parken van historische buitenplaatsen vormen, behouden blijft. Primair: Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen. Secundair: Particuliere eigenaren van parken en tuinen van historische buitenplaatsen waarvna de eerste aanleg dateert van voor 1850 en nog voldoende herkenbaar aanwezig is.Nee1994 beleidsevaluatieEvaluatie beheersplannen Stichting PHB.NeeJa
218 Overige regelingen agrarisch Natuurbeheer (ganzen-, weidevogelbeheer en natuurbraak)13.04 (04)12 83712 015Instandhouding van vogelsoorten ten koste van de agrarisch functie van landbouwgrond. AgrariërsNeeNeeNee
216 Besluit instandhouding landschapselementen (BIL) Stcrt. 1999, 13213.04 (05)8 5678 050Subsidiëring van projecten die een bijdrage leveren aan een gevarieerd landschap en vergroting van het draagvlak voor het instandhouden van het landschap. – Provinciale stichtingen voor landschapsbeheer – het waterschap Roer en OvermaasNeeNeeNee
207 Tijdelijke regeling Agrarisch Natuurbeheer Stcrt. 1999, 3813.04 (05)4 6559 380Instandhouding en beheer natuurwaarden op gronden met de hoofdfunctie landbouw. AgrariërsNeeJa, 1999Nee
98 Regeling effectgerichte maatregelen in bossen en natuurterreinen. Stcrt. 1996, 25013.04 (06)21 60020 560Het verminderen van de effecten van verzuring, vermesting of verdroging in bossen en natuurterreinen. Particuliere NB-organisaties, provincies, gemeenten en waterschappen en waterschappen en overige particulieren.NeeNeeJa
75 Regeling subsidie nationale en grensoverschrijdende parken. Stcrt. 1997, 24813.04 (07)8 3538 272Instellen en laten functioneren van nationale parken als onderdeel van het Rijksbeleid ter zake (veilig stellen representatieve grote ecosystemen). Primair: Beheersorganisaties/particuliere eigenaren/beheerders en bestuurlijke instanties vertegenwoordigd in overlegorgaan per nationaal park. Secundair: Regionale bevolking, bezoekers, onderwijsinstellingen in de regio.Nee1997 beleidsevaluatieTien jaar Nationale Parken. Een terugblik periode 1984–1994.NeeNee
61 Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling.(Rbon) Stcrt. 1995, 95U13.04 (08) 53 29965 603Beheersovereenkomsten: Het mede richten van de bedrijfsvoering van landbouwbedrijven, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in beheers- en reservaatsgebieden, op doeleinden van natuur en landschap. Bergboeren-overeenkomsten: landbouwers die te doen hebben met landschappelijke handicaps in hun bedrijfsvoering en zover deze van belang zijn voor waarden van natuur en landschap, ontvangen een tegemoetkoming voor de instandhouding. Alle agrariërs met gronden gelegen in beheers- en reservaatsgebieden (bergboeren-overeenkomsten en beheersovereenkomsten) en in bergboerengebieden (bergboerenovereenkomst). Ja1997 beleidsevaluatie«Ondernemen in Natuur.»NeeNee
EU-bijdragenM13.04 (02)– 14 226– 16 294NeeNeeNee
188 Regeling Versterking Recreatie. Stcrt. 1998, 10413.05 (01)4 6105 547Bevordering van kennis en deskundigheid op het gebied van recreatie; ontwikkeling en instandhouding van landelijk routestructuren voor de recreatie; versterking van de positionering van de recreatie in de samenleving; verbetering van de kwaliteit van het milieu en van het toeristisch recreatief product in onderlinge samenhang. Toeristische en/of recreatieve organisaties, of andere organisaties (privaatrechtelijke rechtspersonen) die aan de doelstelling bijdragen. NeeNeeJa
Terugontvangen subsidievoorschottenM13.05 (05)– 1 649– 1 561NeeNeeNee
209 Besluit versterking natuur- en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren Stcrt. 1999, 7013.05 (02)1 2441 000Rendementsverbetering binnen de bossector en verbetering kwaliteit bos. Coöperatieve Vereniging Unie van Bosgroepen. NeeNeeJa
185 Regeling versterking maatschappelijke betekenis natuur. Stcrt. 1997, 24713.05 (03)6 0566 721Het doel van de onderhavige regeling is versterking van de positie van de natuur in die zin dat zo veel mogelijk mensen en specifieke doelgroepen bekend kunnen zijn met natuur in brede zin, de positie van de natuur in de samenleving en de belangen die daarbij een rol kunnen spelen. Verenigingen, stichtingen of samenwerkingsverbanden die kennis van de natuur onder de mensen willen brengen. JaNeeJa
211 Besluit natuurbeheer Midden en oost-Europa13.05 (03)2 7313 002Subsidiëring van projecten die een bijdrage leveren aan de uitvoering van het Actieplan Natuurbeheer Midden- en Oost-Europa (1996–2000) zoals afgeleid van het Programma Internationaal Beheer– privaatrechtelijke rechtspersonen waarvan de statutaire doelstelling past binnen het doel van de subsidieverlening – publiekrechtelijke rechtspersonenNeeNeeJa
82 Milieu-effectrapportage, Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek. Standaardvoorwaarden voor subsidieverlening13.05 (03)2 1912 134Ondersteuning van de uitvoering van de werkzaamheden van de Commissie MER. Ondersteuning van de werkzaamheden van de Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO). Commissie MER en RMNO. NeeMei 1996 beleidsevaluatieNaar een duurzame MER. NeeNee
90 Regeling tegemoetkomingen Jachtfonds. Stcrt. 1978, 20013.05 (04)3 1001 000Tegemoetkoming in schade aan landbouwgewassen, veroorzaakt door wildsoorten en behoud redelijke wildstand. In de betalingen zitten ook tegemoetkomingen voor schade door vogelwetsoorten.Grondgebruikers met schade veroorzaakt door wildsoorten.Needecember 1993 beleidsevaluatieEvaluatie jachtfonds/WICONeeNee
Meeropbrengsten uit jachtakten13.05 (04)– 1 382– 1 247NeeNeeNee
86 Besluit landelijke activiteiten soortenbescherming. Stcrt. 1998, 24813.05 (04)4 4854 100Uitvoeren van soortenbeschermingsplannen en nemen van overige maatregelen t.b.v. instandhouden bijzondere soorten.Privaatrechtelijke rechtspersonen met statutaire doelstelling soortenbescheming.NeeNeeJa
182 Stimuleringsregeling gebiedsgericht beleid (excl. WCL). Regeling in ontwerp13.05 (05)8 7803 198Het stimuleren van de uitvoering van vernieuwende projecten ten behoeve van het landelijk gebied in een aantal nader aangeduide aandachtsgebieden; het bevorderen van een integrale aanpak en bescherming bij de uitvoering van dit beleid door met name andere overheden.Provincies, of door een provincie aan te wijzen rechtspersoon. JaNeeJa
153 Waardevolle cultuurlandschappen. Koninklijk Besluit d.d. 18 juli 199613.05 (06)14 95316 860Behoud en versterking van de bijzondere kwaliteit van 11 gebieden in samenhang met een duurzame land- en bosbouw en het verminderen van de spanning tussen functies land- en bosbouw, natuur, landschap en recreatie. Alle betrokkenen in de 11 WCL's. Nee1998 beleidsevaluatieFinanciële evaluatie WCL-beleid, 1998NeeJa
181 Stimuleringsregeling vernieuwing van het landelijk gebied. Stcrt. 1997, 8013.05 (08)18 09013 835Stimuleren van vernieuwende ontwikkelingen van natuur, bos, landschap en recreatie. Ondernemers werkzaam in het landelijk gebied. Verschillende instellingen op dit terrein.JaNeeJa
197 Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij. Stcrt. 1999, 4214.02 (01)4 8532 165Het terugbrengen van de visserij-activiteiten in de wateren van de Europese Unie.Eigenaren van vissersvaartuigen die voldoen aan de criteria van registratie in het visserijregister, geldigheid van de licentie, leeftijd, lengte en inzet voor visserij-activiteiten. JaNeeNee
219 tijdelijke subsidieregeling aquacultuur. Stcrt. 1999, 15914.02 (01)0500De mogelijkheden bieden ingevolge (EG) verordening nr. 2468/98 maatregelen te treffen ter bevordering van materiële investeringen op het gebied van aquacultuurOndernemer zijnde een natuurlijk persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon dan wel een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen die, onderscheidenlijk dat, voor eigen rekening en risico een onderneming drijft die gericht is op het kweken van vis.NeeJa, 1999Ja
112 Subsidie Stichting Gezondheidsdienst voor dieren. Beschikking MKG98-76 van 10-2-98 en VVM99 302 van 19-2-9915.03 (01)12 50012 500Gezondheidstoestand van de veestapel op een zo hoog mogelijk peil brengen: bescherming consument, ongestoorde afzet in binnen- en buitenland, economische schade door ziekten laag houden, rentabiliteit bedrijven bevorderen. Primair: Stichting Gezondheidsdienst voor dieren. Secundair: VeehoudersNeedecember 1998 beleidsevaluatieBeleidsbesluit Diergezondheid d.d. 21-12-98.NeeJa
158 Subsidieregeling diergezondheid 1996. Stcrt. 1996, 9115.03 (01)2 500170Het realiseren van een toonaangevend diergezondheidsniveau in EU-verband. De veehouderijkolom. NeeNeeJa
189 Regeling sanering verzamelcentra varkens. Stcrt. 1998, 14815.03 (01)10 00010 000Saneren van verzamelcentra van varkens. Waaghouders. NeeNeeNee
190 Subsidieregeling versterking diergezondheidsstructuur. Subsidieregeling in ontwikkeling15.03 (01)20 59218 875Realiseren hoger niveau van diergezondheid in Nederland. Overkoepelende organisaties van ondernemers in dierlijke productieketens; Organisaties werkzaam op het gebied van de verbetering van de diergezondheid in Nederland. NeeNeeNee
113 Bijdragen in de keuringskosten private keuringsdiensten. Standaardvoorwaarden voor subsidieverlening15.03 (03)800800Bevordering toepassing Europese en nationale regelgeving m.b.t. keuring van agrarische producten. Primair: Kwaliteits Controle Bureau (KCB) Secundair: De producenten die hun producten laten keuren.NeeNeeJa
150 Bijdrage regeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen. Stcrt. 1992, 6115.03 (03)2 690500Bevordering kwaliteit en kwaliteitszorg van agrarische producten alsmede de voortbrenging daarvan. Privaatrechtelijke keuringsinstellingen (v.w.b. agrarische producten). Product- en bedrijfsschappen. Organisaties in de agrarische sector die een collectief belang behartigen zonder winstoogmerk. Neeoktober 1993 beleidsevaluatie«Doelmatigheidsonderzoek Uitvoering Bijdrageregeling Kwaliteitsprojecten». NeeJa
151 Overige bijdragen t.b.v. Milieu, Kwaliteit, Gezondheid. Standaardvoorwaarden voor subsidieverlening15.03 (03)2 7841 951Initiëren en stimulering van de kwaliteit(szorg), bevordering sectoroverschrijdend milieubeleid en het voedingsconsumentenbeleid. Daartoe ontwikkeling en mobilisering van deskundigheid, verbetering, verspreiding en aanwending van kennis. Organisaties die een inspanning leveren op het gebied van kwaliteit(szorg), gezondheid en welzijn dieren, milieuvraagstukken of voedingsconsumentenaangelegenheden.NeeNeeJa
Terugontvangen subsidievoorschottenM15.03 (03)– 441– 441NeeNeeNee
116 Subsidievoorwaarden regionale onderzoekscentra. Stcrt. 1990, 11016.03 (03)16 12215 858(Agrarisch) praktijkonderzoek op regionaal niveau. Door de Minister aangegeven stichtingen en verenigingen, die krachtens de statuten regionaal praktijkonderzoek verrichten. Nee1993 beleidsevaluatieContourennota's plantaardig en dierlijk praktijkonderzoek.NeeJa
          
In het kader van de verzelfstandiging praktijkonderzoek zal de regeling in de loop van 2000 worden ingetrokken.
65 Beschikking bijdrageregeling sociaal-economische voorlichting 1988. Stcrt. 1989, 2016.04 (01)9 2729 414Geven van algemene voorlichting over mogelijkheden om sociaal-economische positie te verbeteren c.q. aanpassingen te plegen aan nieuwe omstandigheden. Voorlichting en advies over bedrijfsontwikkeling, bedrijfsbeëindiging, beroepsmogelijkheden binnenen buiten de landbouw en hierop gerichte opleidingsmogelijkheden. Primair: Door de Minister erkende organisaties op het terrein van de Sociaal Economische Voorlichting. Drie landbouworganisaties en twee organisaties van landbouwarbeiders. Secundiar: In landbouw werkzame personen (ondernemers, gezinsleden, werknemers)NeeJa 2000Ja
132 Bijdrageregeling demonstratie- en bewustmakingsprojecten milieu- en natuurvriendelijke landbouwproductiemethoden. Stcrt. 1994, 21716.04 (02)5 10569Bevorderen van landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming en natuur. Primair: uitvoerende organisaties Secundair: de doelgroep wordt per project geformuleerd. Gezien de aard van de projecten zullen dit meestal per project alle ondernemers in een bepaalde agrarische sector zijn. NeeJa, 1999Ja
138 Subsidie Stichting Landbouwvoorlichting. Stb. 1992, 61916.04 (03)22 87920 909Het verbeteren van het ondernemerschap en het economisch rendement in technisch- economische zin van het agrarisch bedrijf ten behoeve van de werkenden op dat bedrijf. Primair: de Stichting Landbouwvoorlichting (DLV) Secundair: In landbouw werkzame personen (ondernemers, gezinsleden, medewerkers)Nee1995 Organisatiedoorlichting DLVQuick Scan DLV, Risico-analyse.Ja 2000Ja
187 Versterking en innovatie agrarisch onderwijs (VIA-regeling). Stcrt. 1998, 13416.06 (02), 16.07 (02), 16.08 (02)5 00010 000Stimulering van vernieuwing innovatie in het agrarisch onderwijs. Agrarische onderwijsinstellingen en/of samenwerkingsverbanden van agrarische onderwijsinstellingen. NeeNeeJa
200 Regeling bekostiging LOBAS. Stcrt. 1998, 13716.07 (01)6 0007572Bekostiging Landelijke Organisatie Beroepsopleidingen Agrarische sectoren (LOBAS) ten behoeve van de totstandkoming van een landelijk erkende opleidings(kwalificatie) structuur in het middelbaar onderwijs. De Stichting LOBAS. NeeNeeJa

1 Voluit: valt de naleving van de subsidievoorwaarden onder de reikwijdte accountantsverklaring ontvanger.

BIJLAGE 7 EVALUATIE-ONDERZOEK

1 Ontwikkelingen inzake coördinatie en stimulering van het evaluatie-onderzoek

De verantwoordelijkheid voor het opzetten en (laten) uitvoeren van beleidsevaluaties, organisatiedoorlichtingen en beleidsmonitoring is primair gelegen bij directies en diensten. Daarnaast heeft de departementsleiding de mogelijkheid om een beleidsevaluatie of organisatiedoorlichting uit te (laten) voeren. Bij de directie Financieel-Economische Zaken (FEZ) zijn taken op het terrein van de coördinatie en stimulering hiervan neergelegd.

In 2000 wordt de door de directie Financieel-Economische Zaken in 1998 ontwikkelde visie op beleidsevaluatie verder geïmplementeerd. In deze visie zijn in nauwe samenwerking met de beleidsdirecties de LNV-beleidslijnen ten aanzien van beleidsevaluatie beschreven.

Tevens zijn de volgende acties in gang gezet:

– Beleidsdirecties stellen een meerjarenprogramma op met een doorkijk tot 2003;

– Het inrichten van een helpdesk door de directie FEZ;

– Het ontwikkelen van een beleidsevaluatie-informatiesysteem (BEIS). De informatie omtrent evaluatie-onderzoek van het LNV-beleid zal m.i.v. 1999 systematische worden vastgelegd.

Met deze acties wordt beoogd de beleidsevaluaties binnen LNV in kwalitatief en kwantitatief opzicht te verbeteren en evaluatie-onderzoek, als normaal onderdeel van het beleidsproces, te verankeren.

2 Evaluatie-onderzoek naar subsidies

Begin 1999 is de Handleiding Financiële Regelingen (HFR) geactualiseerd. De aanpak van deze handleiding is gebaseerd op een geïntegreerde benadering, waarin de ex-ante en ex-post evaluatie van een financiële regeling een belangrijke rol spelen. Naast een 5-jaarlijkse (beleids) evaluatie van de regeling wordt ook een 5-jaarlijkse doorlichting op M&O-aspecten voorgeschreven. De basis voor de M&O-doorlichting is een toetsing aan de HFR. In de handleiding wordt aanbevolen de M&O-doorlichting van de regeling gelijktijdig met de (beleids)evaluatie te laten plaatsvinden, omdat voor bijsturing een samenhangende aanpassing aan de verschillende aspecten is vereist. De evaluatiegegevens over financiële regelingen worden opgenomen in het bredere beleidsevaluatie informatiesysteem (BEIS).

3 Evaluatie-onderzoek naar het vergunningen instrument

In het kader van de rijksbrede implementatie van het rapport van de Algemene Rekenkamer inzake vergunningstelsels bij de rijksoverheid zijn alle 112 LNV-vergunningstelsels geëvalueerd en is onderzocht of deze aan de door de Rekenkamer gestelde eisen voldoen. Er is getoetst op de aspecten heroverweging, bedrijfsvoering, leges, handhaving en integriteit. Voor meer gedetailleerde informatie omtrent de voortgang van de implementatie van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer inzake vergunningen wordt verwezen naar Tweede Kamerstuk 1997–1998, 24 656 nummer 7.

Heroverweging

Met betrekking tot het criterium heroverweging dient de vraag te worden beantwoord of het instrument «vergunning» het meest geschikte instrument is, of dat een ander instrument meer geschikt zou zijn. Meer dan de helft van de LNV-vergunningstelsels vloeit voort uit internationale verplichtingen. Heroverweging of het stelsel zou moeten worden afgeschaft of worden vervangen door een ander instrument is voor deze stelsels dus niet aan de orde.

Heroverweging van de overige vergunningstelsels heeft voor 11 stelsels geleid tot het opheffen ervan. Voor de te handhaven stelsels wordt op een aantal punten verbeteringen doorgevoerd. Een aantal van de belangrijkste verbeteringen zal hieronder nader worden toegelicht.

Bedrijfsvoering

Voor een aantal stelsels is verbetering van de bedrijfsvoering wenselijk. Een geautomatiseerd vergunningenbestand is inmiddels gerealiseerd voor de afhandeling van vergunningen gebaseerd op de Visserijwet, respectievelijk de Plantenziektenwet. Verbeteringen met betrekking tot de bedrijfsvoering van vergunningenstelsels gebaseerd op de Bestrijdingsmiddelenwet zijn opgenomen in het programma «Verbetering uitvoering toelatingsbeleid». Achterstanden bij de afhandeling van aanvragen gebaseerd op de Diergeneesmiddelenwet zijn nagenoeg ingelopen.

Leges

LNV hanteert het uitgangspunt dat voor het verlenen van vergunningen kostendekkende leges in rekening worden gebracht. Dit geldt niet voor alle stelsels, omdat Europese regelgeving deze mogelijkheid niet steeds toestaat. In een aantal gevallen is het onwenselijk om kostendekkende leges in rekening te brengen, omdat Nederland hierdoor te veel uit de pas zou lopen ten opzichte van andere Europese landen. Tevens kan het heffen van een kostendekkende lege een ongewenste drempel opwerpen voor het aanvragen van de vergunning. Een voorbeeld hiervan zijn de vergunningen in het kader van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren. De momenteel in voorbereiding zijnde wijziging van de Diergeneesmiddelenwet zal een basis bieden voor kostendekkende leges.

Handhaving

Voor de onder LNV ressorterende stelsels zijn geen knelpunten op het gebied van de handhaving geconstateerd. Wel wordt een aantal verbeteringen voorgesteld om de handhaving nog verder te verbeteren. Ten behoeve van de Jachtwet, de Vogelwet, de Flora- en faunawet wordt de handhaving verder geïntensiveerd door de inzet van extra formatieplaatsen en door het opstellen van handhavingsdocumenten. Voor de Landbouwwet, de Veewet en de wet Bedreigde uitheemse plant- en diersoorten zijn reeds geautomatiseerde systemen ontwikkeld en in gebruik genomen ter ondersteuning van de controle en het toezicht.

Integriteit

Met betrekking tot de integriteit van de stelsels hanteert LNV het uitgangspunt van functiescheiding en functieroulatie. Met name bij de stelsels waarbij grote commerciële belangen een rol spelen aan de zijde van de aanvragers, is deze aandacht voor integriteitsbevorderende maatregelen groot. Voor onder meer de stelsels gebaseerd op de Diergeneesmiddelenwet geldt dat bijvoorbeeld eerst technische adviezen worden ingewonnen alvorens over te gaan tot besluitvorming over de verlening van een vergunning. Eveneens is LNV-breed een circulaire opgesteld met daarin maatregelen ter verhoging van de ambtelijke integriteit.

4 Overzicht evaluatie-onderzoek

De in de tabel opgenomen gegevens hebben een indicatief karakter. Het overzicht bestrijkt de periode tot en met het jaar 2000.

1 (hoofd) beleidsterrein2 realisatie(jaar)3 doelstelling en titel4 karakter5 M&O-aspecten6 kosten of uitgaven
Afgerond evaluatie-onderzoek
      
Landbouw1998 Evaluatie van de Stimuleringsregeling Praktijkgerichte Oplossingen Mestproblematiek ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw1998 Evaluatie Stimuleringskader LNV. Stimuleringskader innovatie Markt- en Concurrentiekracht. Een evaluatie van 1997. ex-post beleidsevaluatiegeen
Landbouw 1998 Evaluatie Stimuleringskader LNV, Verspreidingsprogramma Markt- en Concurrentiekracht, onderdeel Investeringsregeling Primaire Landbouw. ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw 1998 Evaluatie Stimuleringskader LNV, Verspreidingsprogramma Markt- en Concurrentiekracht, onderdeel verwerking en afzet landbouwproducten.ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw 1998Evaluatie Stimuleringskader LNV. Verspreidingsprogramma Markt- en Concurrentiekracht. Subsidieregeling demonstratieprojecten markt- en concurrentiekracht onderdeel Primaire Landbouw. ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw 1998 Eindevaluatie Demonstratieproject Welzijnsvriendelijke Huisvestingssytemen ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw 1998 Evaluatie van de bijdrageregeling demonstratie- en bewustmakingsprojecten milieu- en natuurvriendelijke landbouwproductiemethodenex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw 1998Evaluatie Emancipatiebeleid 2000 ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw 1998 Nieuwsgierig naar Vernieuwing, tussentijdse evaluatie plattelandsvernieuwing ex-post beleidsevaluatiegeen f 220 000,–
Landbouw1998 Evaluatie van de Nederlandse maatregelen verwerking en afzet landbouwprodukten (verordening 866/90) ex-post beleidsevaluatie geenf 160 000,–
Landbouw 1999 De gevolgen van de invoering van MINAS-AT voor de vollegrondsgroenteteelt in West-Frieslandex-ante beleidsevaluatie geen f 15 000,–
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1998 Onderzoek ontwikkeling grondprijzen ex-post beleidsevaluatie geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1998 Beleidsevaluatie Overlegplatform Groene Ruimte (LOGR) organisatiedoorlichting geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1998 Evaluatie Nota Kiezen voor Recreatie ex-post beleidsevaluatie geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1998 Evaluatie Natuurbalans 1998 en graadmeters natuurbeleid ex-post beleidsevaluatie geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1998 Organisatiedoorlichting directie Natuurbeheer doorlichting geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1998 Evaluatie strategisch plan van aanpak biodiversiteit ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw en Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1998 Evaluatie Structuurschema Groene Ruimte (SGR) ex-post beleidsevaluatie geenf 25 000,– tevens 2 fte.
Landbouw en Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1999 Evaluatie Stimuleringskader (programma's markt en concurrentiekracht en vernieuwing van het landelijk gebied) ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw en Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1998 Evaluatie Stimuleringskader (programma vernieuwing landelijk gebied) eerste tender 1997 ex-post beleidsevaluatiegeen
Visserijen 1998 Evaluatie Beleid Beroepsbinnenvisserij ex-post beleidsevaluatie geen
Visserijen 1998 Evaluatie Kustvisserijbeleid ex-post beleidsevaluatie geen
Milieu, Gezondheid en Kwaliteit1998 Actieprogramma Waterkwaliteit en Diergezondheid (cie. Ouwerkerk)ex-post beleidsevaluatie geen
Milieu, Gezondheid en Kwaliteit 1998 De uitbraak van klassieke varkenspest in Nederland; eindevaluatie ex-post beleidsevaluatie geen externe kosten f 1,3 mln.
Wetenschap en Kennisoverdracht 1998 Kennisbeleidsplan; zelfevaluatie van de inhoudelijke prioriteiten en evaluatie van de hoofdpunten van het beleid ex-ante geen
Agrarisch praktijkschool-onderwijs 1998 Evaluatie-onderzoek naar de effectiviteit van de middelen zoals die door het Ministerie van LNV worden verstrekt. ex-post beleidsevaluatie geen
Agrarisch Praktijkschool-onderwijs1998 Onderzoek innovatieve taak IPC's ex-post beleidsevaluatiegeen f 3 000,-; tevens 20 mandagen
Voortgezet Agrarisch onderwijs 1998 Evaluatie van de examenresultaten voor het agrarisch VBO en MAO ex-post beleidsevaluatie geen f 3 000,- ; tevens 25 mandagen
Lopend evaluatie-onderzoek     
Landbouw1999 Beleidsmatige evaluatie receptuursysteem dichloorvos ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw 1999 Voortgangsrapportage MJP-G over 1998 ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw1999 Politiek bestuurlijke evaluatie MJP-G ex-post beleidsevaluatiegeen
Landbouw 1999 Evaluatie steunpunt kleine toepassingen ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw 1999 Zicht op sturing ex-post beleidsevaluatiegeen f 35 000,–
Landbouw 1999 Evaluatie Dossier Glastuinbouw ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw 1999 Evaluatie van de Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw1999 Evaluatie Sociaal Economisch Plan Glastuinbouw ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw 1999 Evaluatie-onderzoek pachtbeleid ex-post beleidsevaluatie geen f 150 000,-
Industrie en Handel 1999 Evaluatie EU-regeling Demonstratie en bewustmakingsprojecten milieu- en natuurvriendelijke landbouwproductiemethodenex-post beleidsevaluatie geen  
Landbouw 1999Monitoring en Evaluatie Plan van Aanpak biologische landbouw ex-post beleidsevaluatie geen  
Landbouw 1999 Evaluatie demonstratieregeling Markt- en Concurrentiekracht ex-post beleidsevaluatiegeen  
Landbouw 1999 Evaluatie BPM (bijdrageregeling proef-projecten mestverwerking) ex-post beleidsevaluatie geen
Landbouw 1999 Evaluatie Kaderverordening 2078 plattelandsvernieuwing ex-ante geen  
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1999 Evaluatie Regeling Subsidiëring Kwaliteit Groene Hart ex-post beleidsevaluatie geen 0,1 fte
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1999 Evaluatie natuurgericht milieubeleid ex-post beleidsevaluatie geen
Natuur, Groene ruimte en Recreatie 1999 Evaluatie-onderzoek naar de gegevensvoorziening van faunagegevens in de Milieu-Effect Rapportageex-ante geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie1999 Evaluatie van het Natuur-, Bos- en landschapsbeleid ex-post beleidsevaluatie geen f 300 000,– tevens 2 fte.
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1999 Tussentijdse evaluatie «jaar 2000 doelstelling» ex-post beleidsevaluatie geenf 40 000,–; tevens 10 mandagen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1999 Evaluatie Actieplan Midden- en Oost-Europa 1996-2000 ex-post beleidsevaluatie geen f 150 000,– tevens 20 mandagen
Natuur, Groene ruimte en Recreatie 1999 Evaluatie-onderzoek naar de uitvoering van de Natuurbeschermingswet (NB-wet) ex-ante beleidsevaluatiegeen
Natuur, Groene ruimte en Recreatie 1999Doorwerking Europese wet- en regelgeving op het gebied van natuur in nationale wet- en regelgeving ex-post beleidsevaluatie geen
Inrichting 1999 Evaluatie implementatie Watersysteembenaderingex-post beleidsevaluatie geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 1999 Analyse van krachten achter diffuse verstedelijkingex-ante geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie1999 Evaluatie Recreatie op eigen Benen (ROEB) ex-post beleidsevaluatiegeen
Milieu, Gezondheid en Kwaliteitszorg 1999Beleidsvisie dierenwelzijn ex-ante geen  
Milieu, Gezondheid en Kwaliteitszorg 1999 Onderzoek naar een passende tariefstelling bij het Bureau Registratie Diergeneesmiddelen. ex-antegeen f 100 000,–
Milieu, Gezondheid en Kwaliteitszorg 1999 Audit naar Identificatie & Registratie van runderen en varkens ex-post beleidsevaluatie ja f 200 000,– à f 300 000,–
Wetenschap en kennisoverdracht1999 Controles op wettelijke regelingen ex-post beleidsevaluatiegeen f 5 000,–; tevens 50 mandagen
Wetenschap en kennisoverdracht 1999 De staat van het landbouw-onderwijsverslag. Rapport uitbrengen over de staat van het landbouwonderwijs. ex-post beleidsevaluatie geen f 10 000,–; tevens 120 mandagen
Wetenschap en kennisoverdracht 1999 Onderzoek maatschappelijke oriëntatie landbouwopleidingen ex-post beleidsevaluatie geenf 10 000,– intern, f 10 000,– extern; tevens 55 mandagen
Agrarisch onderwijs 1999 Op basis van de kwaliteits-zorgverslagen van de instellingen van het landbouwonderwijs wordt een onderzoek verricht naar de kwaliteitszorg binnen de instellingen. ex-post beleidsevaluatiegeen
Agrarisch onderwijs 1999 Evaluatie van de regeling versterking en innovatie agrarisch onderwijs ex-post beleidsevaluatie geen
Gepland evaluatie-onderzoek
Algemeen 2000 Doorlichting uitvoerende diensten; onderzoek naar doeltreffendheid beleid en doelmatigheid uitvoering. organisatiedoorlichtinggeen
Landbouw 2000 Evaluatie LNV-emancipatienota tot 2000 ex-post beleidsevaluatie geen  
Landbouw 2000Voortgangsrapportage MJP-G over 1999 ex-post beleidsevaluatiegeen
Landbouw 2000 Evaluatie Integrale Notitie Mest- en Ammoniakbeleid 2000 ex-post beleidsevaluatie geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 2000 Evaluatie regeling Versterking Recreatie ex-post beleidsevaluatie geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 2000 Evaluatie Wet op de Openluchtrecreatie ex-post beleidsevaluatie geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 2000 Evaluatie Stimuleringskader (landelijk gebied) ex-post beleidsevaluatie geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 2000 Evaluatie Emancipatie Effectrapportage ex-ante geen
Inrichting2000 Evaluatie regionale reconstructie oude glastuingebieden (RROG's)ex-post beleidsevaluatie geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 2000 Structuurschema Groene Ruimte (SGR) “2”ex-post beleidsevaluatie geen
Natuur, Groene Ruimte en Recreatie 2000 Evaluatie Groen in en om de Stad (GIOS)ex ante geen
Visserijen 2000 Evaluatie Sanering IJsselmeervloot ex-post beleidsevaluatie geen
Milieu, Gezondheid en Kwaliteitszorg 2000 Evaluatie Besluit Biotechnologie bij Dieren ex-post beleidsevaluatie geen
Wetenschap en kennisoverdracht 2000 Evaluatie Wet op het Beroepsonderwijs (WEB) ex-post beleidsevaluatie geen f 10 000,–; tevens 75 mandagen
Wetenschap en kennisoverdracht2000 Evaluatie Kennisprogramma's Ministerie van LNV ex-post beleidsevaluatie geen f 50 000,–; tevens 50 mandagen
Hoger agrarisch onderwijs 2000 Onderzoek agrarische scholengemeenschappen, ressorterend onder OCW ex-post beleidsevaluatie geen f 5 000,–; tevens 40 mandagen
Hoger agrarisch onderwijs 2000 Meta-evaluaties Hoger onderwijs ex-post beleidsevaluatie geen f 2 000,–; tevens 20 mandagen

BIJLAGE 8 DE BIJLAGE INZAKE ECONOMISCHE EN FUNCTIONELE CLASSIFICATIES

Overzicht a: Uitgaven en ontvangsten per (macro-) economische categorie met totalen per economische hoofdgroep

CodeOmschrijvingUitgaven Ontvangsten
  1999200019992000
01Uitgaven nader te verdelen over hoofdgroepen 1 t/m 9     
      
01.11Loonbijstelling    
01.12Prijsbijstelling     
      
03Interne verrichtingen155 538146 358  
08Interne verrichtingen  102 94180 529
      
11Beloning van werknemers584 114600 017  
12Overige goederen en diensten295 055273 7073 426
16Verkopen van goederen en diensten  518 182313 281
      
26Ontvangsten rente  600
29Inkomen uit grond en minerale reserves  6 4406 440
      
31Subsidies (producenten)19 67934 446  
      
36Belastingen op productie en invoer  869810
41Sociale uitkeringen (excl. soc.overdr.in natura) 5 000  
      
43 AInkomensoverdrachten Centrale overheid1 982 5981 705 347500500
43 CInkomensoverdrachten Lokale overheid148 244131 5714 9994 999
43 DInkomensoverdrachten Ondernemingen in de vorm van vennootschappen339 584126 134  
43 EInkomensoverdrachten Gezinnen     
43 FInkomensoverdrachten Instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. gezinnen500500   
43 GInkomensoverdrachten Buitenland14 36218 893   
43 ZInkomensoverdrachten Meerdere sectoren     
47 AOntvangen inkomensoverdrachten Centrale overheid  1 000
47 COntvangen inkomensoverdrachten Lokale overheid     
47 DOntvangen inkomensoverdrachten Ondernemingen in de vorm van vennootschappen  8 500
47 EOntvangen inkomensoverdrachten Gezinnen     
47 GOntvangen inkomensoverdrachten Buitenland  74 043224 711
      
51Invest. in grondwerken, water- en wegenbouwkundige werken304 580333 223  
52Invest.in vaste act.overige nieuwe invest.goederen25 273157 217  
56Verkoop gebouwen     
      
62 AInvesteringsbijdragen Centrale overheid104 864136 517   
62 CInvesteringsbijdragen aan lokale overheid71 06053 387   
62 DInvesteringsbijdragen Ondernemingen in de vorm van vennootschappen195 14878 402  
62 FInvesteringsbijdragen Instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. gezinnen     
      
63 CKapitaaloverdrachten Lokale overheid     
63 DKapitaaloverdrachten Ondernemingen in de vorm van vennootschappen     
63 FKapitaaloverdrachten Instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. gezinnen    
      
66Verkoop gronden     
      
72 AVerstrekking langlopende leningen Centrale overheid55 31798 276   
72 DVerstrekking langlopende leningen Ondernemingen in de vorm van vennootschappen     
72ELandlopende leningen aan gezinnen6731 133   
      
77AAflossing van langlopende leningen centrale overheid  1 8371 837
77 DAflossing van langlopende leningen ondernemingen  96 64594 120
77 EAflossing van langlopende leningen gezinnen  446446
Totaal 4 296 5893 900 128807 902740 199

Overzicht b: Uitgaven en ontvangsten per functionele categorie

CodeOmschrijvingUitgaven Ontvangsten
  1999200019992000
01.42Vertegenwoordiging in het buitenland     
01.50Algemeen (Ontwikkelingssamenwerking)     
01.501Algemeen (Ontwikkelingssamenwerking)-Onderzoek     
01.53Hulpverlening via internationale organisaties14 36213 864   
      
04.0Onderwijs algemeen13 46512 1875 0365 036
04.34Technisch onderwijs en vak en beroepsonderwijs739 436769 657  
04.341Technisch onderwijs en vak- en beroepsonderwijs Onderzoek    
04.43Universitair onderwijs255 846253 127  
04.44Overig hoger onderwijs     
      
07.35Overig milieubeheer312 78976 1117 8697 810
07.351Overig milieubeheer – Onderzoek     
07.5Natuur- en landschapsbehoud175 890266 92218 87521 355
      
08.3Sport en recreatie34 10738 505  
10.0Algemeen (Landbouw)398 926371 991235 33845 226
10.01Algemeen (Landbouw) – Onderzoek787 439540 17226 97932 500
10.1Akkerbouw, tuinbouw, wijnbouw en veeteelt770 282739 955333 723445 415
10.2Ruilverkaveling600 058630 561165 990162 765
10.21Ruilverkaveling – Onderzoek     
10.3Bosbouw160 479168 4975 25011 250
10.4Jacht en Visserij33 11718 1868 8428 842
10.9Onverdeeld393393  
Totaal 4 296 5893 900 128807 902740 199

BIJLAGE 9 VOORLICHTING

In het onderstaande overzicht wordt aangegeven welke voorlichtingsuitgaven bij LNV gedaan worden. In het overzicht wordt onderscheid gemaakt tussen een drietal componenten:

A. Het totale budget van de centrale directie Voorlichting;

B. Het totaal aan voorlichtingsbudget van overige departementsonderdelen;

C. Verstrekte subsidies aan instellingen met het doel om voorlichting te geven aan burgers of bedrijven door die instellingen.

Meerjarenraming voorlichtingsuitgaven per component (x f 1 mln.)

 199920002001200220032004
A. Budget centrale directie Voorlichting       
Personeel3,63,63,53,53,53,5
Materieel2,82,72,72,62,62,7
Programma
Subtotaal A. 6,46,36,26,16,16,2
       
B. Voorlichtingsbudget overige departementsonderdelen       
Personeel1,21,21,21,21,21,2
Materieel2,72,72,72,62,02,0
Programma7,310,49,48,53,90,0
Subtotaal B. 11,214,313,312,37,13,2
       
C. Verstrekte subsidies3,63,63,63,63,63,6
Totaal voorlichtingsuitgaven21,224,223,122,016,813,0

Met de hierboven genoemde personele budgetten zijn ca. 49 fte's gemoeid.

Toelichting bij component B.

Bij onderdeel B. «voorlichtingsbudget overige departementsonderdelen» zijn de uitgaven opgenomen ten behoeve van de directie Landbouw, de directie Veterinaire, Voedings- en Milieu-aangelegenheden en de Dienst Landelijk Gebied. De raming van de directie Veterinaire, Voedings- en Milieu-aangelegenheden betreft uitgaven in het kader van voorlichting over het agromilieukeur, biotechnologie, voeding in relatie tot het milieu en maatschappelijk gewenste productiemethoden voor voeding. De raming van de directie Landbouw betreft ondermeer uitgaven ten behoeve van het communicatieplan Mineralen en Ammoniakbeleid, het communicatieplan Stimuleringskader en een plan beleidscommunicatie herstructurering varkenshouderij.

Het communicatieplan Mest- en Ammoniakbeleid is een voortzetting van de communicatie zoals die in de afgelopen jaren is ingezet om te communiceren inzake het Mest- en Ammoniakbeleid. In de afgelopen jaren was een belangrijk onderdeel de communicatie over het Mineralenaangiftesysteem (Minas) dat op 1 januari 1998 in werking is getreden. Dit communicatieplan richt zich op het informeren van relevante actoren over het waarom en inhoud van het Mest- en Ammoniakbeleid waaronder Minas, gedurende het gehele proces van voorstel tot en met uitvoering van wet- en regelgeving. Prioritaire doelgroepen zijn de agrariërs en de intermediairs.

Het communicatieplan Stimuleringskader (SMK) is bedoeld om voorlichting te geven omtrent allerlei acties die voortvloeien uit het Stimuleringskader. Met het stimuleringskader wordt beoogd een stimulans te geven aan de vernieuwing in de LNV-sectoren door het verstrekken van subsidies.

In juli 1997 is de Tweede Kamer geïnformeerd omtrent de plannen rondom de herstructurering van de varkenshouderij. Het communicatieplan behelst het actief informeren van prioritaire doelgroepen, zoals de varkenshouders, intermediairen en kolom-actoren over de inhoud van de wet. Doel van de communicatie in deze fase is het informeren en het stimuleren van draagvlak onder de betrokkenen om zich voor te bereiden op de komst van de wet. Hierbij wordt uitleg gegeven over: inhoud van de vastgestelde plannen c.q. wet, aangeven van wijzigingen t.o.v. oorspronkelijke plannen, verdere uitwerkingen en vervolgprocedure.

Toelichting bij component C.

Bij onderdeel C. «verstrekte subsidies» is de bijdrage opgenomen ten behoeve van het Voedingscentrum Nederland (VCN).

Aan de Voorlichtingsraad zijn voor de komende jaren, al dan niet in samenwerking met andere departementen, de navolgende communicatie-projecten gemeld:

– Campagne «Goede voeding, wat let je»,

– Campagne «Biologische Landbouw».

De campagne «Goede voeding, wat let je» (1996–2001) is het vervolg op de «let op vet» campagne. De Stuurgroep Goede Voeding is verantwoordelijk voor de organisatie die opereert onder auspiciën van het voedingscentrum. Het jaarlijks campagnebudget bedraagt circa f 2 500 000,– (financiering door diverse stichtingen, fondsen, de produktschappen en de ministeries van VWS en LNV). Het accent in de nieuwe campagne ligt op verhoging van de consumptie van complexe koolhydraten, met name in de vorm van groenten en fruit. Verlaging van de vetconsumptie blijft impliciet doel. Uit voedselconsumptieonderzoek is gebleken dat in de jaren van de «let op vet» campagne de vetconsumptie is gedaald. Uit volgende onderzoeken zal moeten blijken of deze gunstige trend zich voortzet. De campagne kent zowel massamediale als specifieke, doelgroepgerichte activiteiten.

Door middel van de campagne «Plan van Aanpak Biologische Landbouw» wordt beoogd de ontwikkeling van de biologische landbouw te stimuleren. De biologische landbouw wordt gezien als een marktgerichte sector met produkten die voldoen aan de behoefte van de consument aan specifieke natuur- en milieuvriendelijke geproduceerde produkten. Middels de Postbus 51 campagne wordt de consument voorgelicht en gestimuleerd over te stappen op biologische geproduceerde produkten.

De campagne wordt massamediaal uitgevoerd. De financiële omvang bedraagt op jaarbasis circa f 475 000,–. Met deze campagne is ook aansluiting gezocht bij de eerder gehouden EKO-campagne.

Ook voor 1999 en de jaren daarna zal middels Postbus 51, voorlichting worden gegeven ter bevordering en stimulering van de biologische landbouw.

Het ministerie van LNV heeft geen externe adviseurs ingeschakeld voor deze voorlichtingsactiviteiten.

BIJLAGE 10 CONVENANTEN

Gesloten convenanten (periode van 1 juni 1998 tot 1 juni 1999)

Naam convenantdoelstellingbetrokken partijenDatum van ondertekeningInwerkingtreding
 Samenwerken bij de planvorming en uitvoering van de droge infrastructuur – Ministerie LNV, Dienst Landelijk Gebied Fryslân – Ministerie V&W, Rijkswaterstaat, directie Noord-Nederland2 juni 1998 1 januari 1998; looptijd 1 jaar
 Uitvoeringsovereenkomst «Natuurontwikkeling Zuidkust van Schouwen» – Ministerie LNV, Dienst Landelijk Gebied Rijkswaterstaat, directie Zeeland1 augustus 1998 1 augustus 1998
 Gebiedsgerichte aanpak Kop van Goeree teneinde een duurzame ontwikkeling te realiseren – Ministerie LNV directie, Zuid-West – Rijkswaterstaat, directie Zuid-Holland – Gemeente Goedereede, – Provincie Zuid-Holland, – Waterschap Goeree-Overflakkee, Zuiveringsschap Hollandsche Eilanden en waarden – N.V. Delta Nutsbedrijven – Vereniging Zaad, Plant, Bloem – WLTO afdeling Goeree Overflakkee – Landinrichtingscommissie, – Vereniging Voor Natuur- en Landschapsbescherming, Wildbeheereenheid De Stelle – Stichting Duinbehoud – Vereniging Natuurmonumenten – Stichting Het Zuid-Hollandsch-Landschap – Landsbeheer Zuid-Holland – VVV, Ouddorp – VEERO – Natuur- en Recreatieschap Grevelingen – Staatsbosbeheer 25 juni 1998 25 juni 1998
 Bijdrage inrichting eiland Tiengemeten – Ministerie LNV, Rijkswaterstaat, directie Zuid-Holland 3 december 1998 3 december 1998
Convenant tussen Unie van Bosgroepen Kaderstelling voor te maken afspraken op het gebied van doelrealisatie en kwaliteitscontrole – Ministerie LNV – Unie van Bosgroepen 21 december 1998 1 januari 1999
Inrichtingsplan Middag-Humsterland Tot uitvoering komen van een inrichtingsplan voor het gebied Middag-Humsterland in het noordwesten van de provincie Groningen.– Ministerie LNV – Provincie Groningen – NLTO – Milieufederatie Groningen – Gemeenten Zuidhorn en Winsum – Waterschap Noorderzijlvest 22 december 1998 22 december 1998
Convenant ter uitvoering van het plan van aanpak verdrogingsbestrijding in de provincie Utrecht In onderlinge samenwerking het areaal verdroogd gebied in de provincie Utrecht te verminderen met 25% in 2005 en 40% in 2010, ten opzichte van de verdrogingskaart 1999. – Dienst Landelijk Gebied (Ministerie LNV) – Vereniging Natuurmonumenten – Staatsbosbeheer – Stichting Het Utrechts Landschap – Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden – Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht – Waterschap Vallei en Eem – N.V. Waterleidingbedrijf Midden-Nederland – Provincie Utrecht – Stichtse Milieufederatie – Gewestelijke Land- en Tuinbouworganisatie – Vereniging Nederlandse gemeenten, afdeling Utrecht – Utrechts Particulier Grondbezit – Regionale Inspectie Milieuhygiëne – Rijkswaterstaat, directie Utrecht 2 februari 19992 februari 1999
Bestuursconvenant Milieurechtshandhaving DrentheMilieurechtshandhaving – Ministeries LNV, VROM – Betreffende gemeenten – Provincie Drenthe – Betreffende politieregio's – Openbaar Ministerie Zuiveringsschap Drenthe – Douane – Koninklijke Marechaussee 15 februari 1999 15 februari 1999
Convenant De Venen 1998 Partijen onderschrijven het door de Stuurgroep De Venen op 1 juli 1998 vastgestelde Plan van Aanpak De Venen in al zijn onderdelen, dat wil zeggen de inrichtingsvisie, de daartoe benodigde maatregelen, de daartoe benodigde financiën, de verdeling van de kosten en de uitvoeringsorganisatie. – Ministeries LNV, VROM, V&W – Provincie Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland – Gemeente Abcoude, Alphen aan den Rijn, Bodegraven, Breukelen, Harmelen, Liemeer, Nieuwkoop, Ouder-Amstel, De Ronde Venen, Ter Aar, Woerden – Hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht, van Rijnland, De Stichtse Rijnlanden – Waterschap De Oude Rijnstromen – de Gewestelijke Land- en Tuinbouworganisatie – de Westelijke Land- en Tuinbouw Organisatie – de Stichtse Milieufederatie – de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten – ANWB – HISWA 17 februari 1999 17 februari 1999
Bestuursconvenant Milieurechtshandhaving Groningen Milieurechtshandhaving – Ministeries LNV, VROM, V&W, EZ – Betreffende gemeenten – Provincie Groningen – Betreffende waterschappen 24 februari 1999 24 februari 1999
 Het realiseren en in stand houden van een gewenste milieu-, water- en omgevingskwaliteit door het bevorderen en vasthouden van structureel, systematisch en samen handhaven van milieuhygiënische-, waterstaatnatuurbeschermings- en ruimtelijke ordeningswet- en regelgeving– Ministerie van LNV, Algemene Inspectiedienst – Rijkswaterstaat, directie Noord-Nederland – alle gemeenten in de Prov. Groningen – de Waterschappen Dollardzijlvest, Eemzijlvest, Hunze en Aa en Noordzijlvest – Provincie Groningen – de Regionale Inspectie Milieu hygiëne Noord – Staatstoezicht op de Mijnen 24 februari 1999 24 februari 1999; looptijd 4 jaar
 Overeenkomst tot uitvoering gebiedsgericht beleid Vecht-Regge.– Ministerie LNV, directie Oost – Ministerie EZ, regio Oost – Rijkswaterstaat, directie Oost-Nederland – Gemeenten Dalfsen, Den Ham, Gramsbergen, Hardenberg, Hasselt, Hellendoorn Ommen, Zwolle, regio's IJssel/Vecht en Twente – waterschappen groot-Salland, Vechtlanden en Regge en Dinkel – waterleiding maatschappij Overijssel, Staatsbosbeheer – Gewestelijke Land- en Tuinbouw Organisatie Zuid Midden Oost – Landschap en Natuur Overijssel – Vereniging Natuurmonumenten – Natuur en Milieu Overijssel – recron Overijssel – Overijssels Particulier Grondbezit – Provincie Overijssel 22 april 1999 22 april 1999
 Samenwerken bij planvorming en uitvoering van de droge infrastructuur (wijzigingsovereenkomst) – Ministerie LNV, Dienst Landelijk Gebied Fryslân – Rijkswaterstaat, directie Noord Nederland 4 mei 1999 1 januari 1999, looptijd 1 jaar

BIJLAGE 11 FINANCIEEL BEHEER

Even als voorgaande jaren heeft de accountantscontrole over het begrotingsjaar 1998 tot een goedkeurende verklaring geleid.

Automatisering/beveiligingsbeleid

De beveiliging van de geautomatiseerde gegevensverwerking en informatievoorziening is voor het ministerie van LNV een prioritair aandachtsgebied. Ook in het jaar 2000 blijft de beveiliging een belangrijk object van beoordeling.

De organisaties die met geautomatiseerde systemen bij de uitvoering van hun taken worden ondersteund, zullen, wanneer een proef met de door het Advies Coördinatiepunt Informatie Beveiliging (ACIB) van het ministerie van BZK goed uitpakt, onderworpen worden aan een afhankelijksheids-/kwetsbaarheids-analyse.

Financiële Functie

In 1999 is onderzoek verricht naar de opzet van de financiële functie bij diensten en directies van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De uitkomsten van dit onderzoek zullen worden afgezet tegen de onderkende taken en kernfuncties die zijn beschreven in het in 1998 verschenen rapport: «De plaats van de Financieel Economische Functie binnen het ministerie van LNV». Met het management van de onderzochte organisaties zullen de resultaten van dit onderzoek worden besproken en zal besluitvorming plaatsvinden over eventuele consequenties en aanpassingen van de organisaties.

Aansturing verzelfstandigde diensten

Het beleid van LNV om uitvoeringsorganisaties op afstand te plaatsen en om prikkels in te bouwen voor een doelmatiger functioneren, begint steeds meer vorm te krijgen. Nu het daadwerkelijk instellen van verzelfstandigde uitvoeringsorganisaties in de meeste gevallen voltooid is, komt de aandacht meer te liggen op het vorm geven en invullen van de relaties tussen beleidsdirecties en uitvoerende organisaties. In 1999 is geïnventariseerd welke vormen van aansturing en toezicht er tot nu toe bestaan en hoe ze worden toegepast. In 2000 zal getracht worden een vergelijkbaar en zoveel mogelijk uniform aansturings- en toezichtsarrangement voor de verzelfstandigde eenheden vorm te geven.

Twee diensten zullen de komende jaren nog verzelfstandigd worden. Het voornemen is de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) per 2001 intern te verzelfstandigen als agentschap van LNV. Als eerste stap is de interne organisatie gewijzigd, de bestaande 9 kringen zijn geclusterd tot 5 regio's. In de periode 1999–2002 zullen diverse activiteiten in gang worden gezet om de veranderingsdoelstellingen van de RVV te realiseren. Verder wordt in 1999 gewerkt aan de opbouw van outputsturing en administratieve systemen, inclusief een volledig tijdschrijfsysteem. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van de uitkomsten van het interdepartementale beleidsonderzoek naar de bedrijfsvoering (IBO) bij de RVV.

De Dienst Landelijk Gebied (DLG) zal in de toekomst werken als uitvoeringsdienst voor het Rijk en de provincies gezamenlijk. De externe verzelfstandiging zal geschieden in de vorm van een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Ter voorbereiding hiervan zijn het versterken van de planning & control cyclus en het verder toesnijden van de managementinformatie op de toekomstige interne en externe gebruikers, cruciale aandachtspunten.

Subsidies in relatie tot misbruik en oneigenlijk gebruik

Ter ondersteuning van de uitvoering van het beleid inzake de Verbetering van het Subsidiebeheer binnen LNV is de in 1992 samengestelde Handleiding Subsidie Instrument geactualiseerd. Hiermee wordt aangesloten op de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving (Algemene Wet Bestuursrecht, Kaderwet e.d.), de nieuwe handleiding ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Directie Accountancy Rijksdienst (DAR), alsmede aan de wensen van de gebruikers. De geactualiseerde Handleiding Financiele Regelingen (HFR) is nu niet alleen op subsidies, maar ook op andere financiële regelingen gericht en uitgebreid met de aspecten communicatie en sancties. Het hart van de handleiding wordt gevormd door checklisten met aandachtspunten per aspect.

De nieuwe Handleiding Financiële Regelingen is inmiddels verspreid en in gebruik genomen door de betrokken directies voor het ontwerpen en toetsen van financiële regelingen. De toepassing zal worden gemonitord. Op grond van signalen van de gebruikers en deskundigen zal de handleiding regelmatig worden geactualiseerd.

Het Subsidie Informatie Systeem (SIS) is omgevormd tot het FRIS (Financiële Regelingen Informatie Systeem) door uitbreiding met de onder verantwoordelijkheid van LNV vallende heffingen en schaderegelingen. De informatierubrieken zijn heroverwogen en de vormgeving is aangepast. De gegevens zijn overgezet in een meer geavanceerde databank. Tenslotte zijn de huidige monitoringgegevens ten aanzien van het M&O-beleid uitgebreid.

Beleidsevaluatie en Doorlichting

Op basis van de ontwikkelde visie op evaluatie-onderzoek bij LNV (1998) nemen beleidsdirecties jaarlijks het onderwerp beleidsevaluatie in hun jaarplanning op. In het jaarplan geven zij aan welke onderwerpen zij zullen gaan evalueren, wat het doel is van de evaluatie en hoe zij dit zullen organiseren. Met ingang van het jaar 2000 stelt elke directie in aanvulling op de jaarlijkse programmering van het beleidsevaluatie-onderzoek een doorkijk naar de te verrichten evaluatie-inspanningen in de komende jaren op. Beleidsdirecties geven vanaf 2000 in het (financieel-economisch) jaarverslag aan wat de nog lopende en afgeronde evaluatieonderzoeken zijn, inclusief de resultaten van de onderzoeken en de beleidsmatige en budgettaire consequenties.

In 2000 zal het beleidsevaluatie-informatiesysteem (BEIS) worden ingevoerd. Dit systeem draagt bij aan heldere informatievoorziening over de verrichtingen op het gebied van beleidsevaluatie.

Binnen LNV is een eenheid opgericht voor de kwaliteitsborging van de beleidsinstrumentatie. De eenheid zal zich in eerste instantie richten op de uitvoering van beleid op het gehele terrein van het ministerie, maar daarnaast ook op de beleidsvorming in relatie tot de beleidsinstrumentatie.

Tevens wordt een doorlichting gestart waarbij alle uitvoerende diensten tegen het licht worden gehouden. De doorlichting richt zich zowel op de opportuniteit van gekozen beleidsinstrumenten als op de effectiviteit en de efficiency van de uitvoering ervan.

Kengetallen en Motie Melkert

De in de ontwerpbegroting 1999 geschetste voortgang op het gebied van de ontwikkeling en het gebruik van kengetallen bij LNV zal zich ook in 2000 voortzetten. De basis voor de (verdere) ontwikkeling van kengetallen vormt het rapport Sturen op Effecten en Resultaten met Kengetallen (STERK), dat voor een achttal terreinen streefbeelden weergeeft tot aan 2002.

Het bijbehorende plan van aanpak wordt jaarlijks geactualiseerd. In 2000 zal LNV zich met name richten op het (verder) verbeteren van doeltreffendheidskengetallen. De reeds enkele jaren in gang gezette ontwikkeling en verdere verbetering van doelmatigheids- en doeltreffendheidskengetallen krijgt hiermee ook in 2000 verder vorm.

In het kader van de Motie Melkert heeft LNV voor een drietal beleidsonderwerpen, te weten biologische landbouw, grondverwerving en -beheer en de herstructurering van de varkenshouderij specifieke werkgroepen ingesteld. Deze zullen de vragen die in de Motie Melkert zijn verwoord met betrekking tot tussendoelen en streefwaarden nader uitwerken. De resultaten van deze activiteiten zullen conform de afspraken hierover met de Tweede kamer in de verantwoording over 1999 worden gepresenteerd.

Van Beleidsbegroting tot beleidsverantwoording (VBTB)

LNV hanteert de aanbevelingen, welke worden beschreven in de beleidsnota «Van Beleidsbegroting tot Beleidsverantwoording» (VBTB) met betrekking tot de ontwikkeling van beleidsthema's, kwantificeerbare doelstellingen, etc. als uitgangspunt voor het opstellen van een nieuwe beleidsbegroting en beleidsverantwoording.

Binnen LNV is hiervoor een projectorganisatie ingesteld die de voorstellen uit de genoemde beleidsnotitie zal uitwerken voor de LNV-begroting. Uit ervaring is gebleken dat de bijdrage van verantwoordelijke beleidsdirecties in deze projectorganisatie van cruciaal belang is. Ook voor de ontwikkeling van een beleidsbegroting is deze inbreng onontbeerlijk. LNV heeft afgelopen drie jaar reeds ervaring opgedaan met het opstellen van een alternatieve verantwoording. Deze alternatieve verantwoording is afgelopen jaren naast de reguliere financiële verantwoording gepresenteerd. De alternatieve verantwoording over 1998 is tegelijkertijd met de reguliere verantwoording aan de Tweede Kamer aangeboden.

Tenslotte heeft LNV, in het kader van activiteiten welke voortvloeien uit de notitie VBTB een tijdpad opgesteld, dat voorziet in een LNV-begroting 2002 Nieuwe Stijl op de derde dinsdag van september 2001. Het eerste LNV-Jaarverslag Nieuwe Stijl zal een verantwoording over het begrotingsjaar 2002 betreffen en zal mei 2003 worden gepresenteerd.

EU-Structuurfondsen

Het doel van het structuurbeleid van de Europese Unie is het verkleinen van de sociaal-economische verschillen tussen de regio's van de verschillende lidstaten. De instrumenten die de EU hiervoor tot haar beschikking heeft zijn de structuurfondsen. Eén van de onderwerpen van Agenda 2000 omvat de hervorming van Europese structuurbeleid voor de periode 2000 tot en met 2006. De twee belangrijkste vernieuwingen zijn vereenvoudiging (minder doelstellingen) en concentratie (de middelen komen terecht in een kleiner aantal aangewezen regio's).

Het nieuwe structuurbeleid kent momenteel nog drie doelstellingen, daar waar het in de programmaperiode 1994–1999 nog zeven doelstellingen kende. Van de drie doelstellingen zijn voor LNV alleen uit hoofde van doelstelling 2 nog middelen beschikbaar. Deze middelen zijn bestemd voor regio's met structurele moeilijkheden, waartoe de reconstructiegebieden behoren. De financiering van de reconstructie loopt via het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Voor de doelstellingsgebieden uit de vorige programmaperiode is er een overgangsregeling. De steun in deze gebieden wordt in een aantal jaren (4–6 jaar) naar nul afgebouwd. De financiering hiervan loopt zowel via het EFRO als via het Europese Oriëntatie en Garantie Fonds voor de Landbouw, afdeling Oriëntatie (EOGFL-O). Daarnaast is er nog het communautaire initiatief LEADER, dat zich richt op kleinschalige projecten met een innovatief karakter. De financiering van de hiervoor beschikbare middelen vindt ook plaats via het EOGFL-O.

Een ander gevolg van de hervorming van het structuurbeleid is dat het landbouwstructuurbeleid tezamen met het gebiedsgerichte beleid apart wordt opgenomen in de kaderverordening plattelandsontwikkeling. Dit beleid staat open voor de gehele Europese Unie, dus niet alleen voor de aangewezen probleemregio's. De Brusselse co-financiering wordt verkregen op basis van de ingediende rurale ontwikkelingsplannen (ROP's). Deze financiering vindt echter niet langer plaats uit het Europese Oriëntatie en Garantie Fonds voor de Landbouw, afdeling Oriëntatie (EOGFL-O) maar uit de afdeling Garantie (EOGFL-G). Het Garantiefonds stelt echter strengere eisen aan financieel beheer en controle. Een van deze strengere eisen is dat uitbetaling aan eindbegunstigden door erkende betaalorganen moet worden gedaan. De betaalorganen worden door de EU verantwoordelijk gesteld voor alle aspecten aangaande rechtmatige uitbetaling aan eindbegunstigden. De Dienst Landelijk Gebied (DLG) en het agentschap LASER treden in dit kader op als betaalorganen. De inspanningen zijn erop gericht beide diensten adequaat toe te rusten voor deze taakuitbreiding.

De administratieve organisatie

Na de acties in voorgaande jaren inzake de actualisering van de beschrijvingen van de administratieve organisaties (AO) van directies en diensten, zal door de directie Financieel Economische Zaken het onderhoud, de bewaking en de kwaliteit van de beschrijvingen, door middel van periodieke toetsing ervan aan een toetsingskader AO, worden uitgevoerd. In het begrotingsjaar 2000 zal daarom wederom een drietal directies worden geselecteerd waarvan de beschrijving van de Administratieve Organisatie (AO), in samenwerking met de Departementale Accountantsdienst, getoetst zal worden op inhoudelijke actualiteit en aan het Toetsingskader AO. Ook in voorgaande jaren is onderzoek verricht naar de opzet en werking van de onderhoudsorganisatie. De diensten en directies zijn met name gewezen op de noodzaak van actuele beschrijvingen. In het jaar 2000 zal met name de beschrijving van het beheer van geautomatiseerde systemen worden beoordeeld.

Ter ondersteuning van directies en diensten bij de verschillende aspecten van de administratieve organisatie en om er voor te zorgen dat de huidige AO's actueel blijven, is er door de directie FEZ een AO-team ingesteld. Er worden door het AO-team adviezen gegeven over verbeterpunten in AO's. Tevens worden met de instelling van het AO-team de kosten van het onderhoud van de AO gereduceerd.

Financiele Informatiesystemen

In 1999 zijn de financiële informatiesystemen aangepast aan het komende millennium. Tevens is een noodplan opgesteld. Op basis van dit noodplan is ondermeer een kerncrisisteam ingesteld en zijn voor de vitale bedrijfsprocessen noodmaatregelen genomen.

In het kader van de euro is in 1999 is een projectplan opgesteld waarin activiteiten zijn benoemd om zowel de technische als organisatorische consequenties van de invoering van de euro voor de bedrijfsvoering te inventariseren c.q. te benoemen.

BIJLAGE 12 LANDELIJK MEERJARENPROGRAMMA GROENE RUIMTE

1 Inleiding

Dit Meerjarenprogramma Groene Ruimte (LMGR) geeft inzicht in de programmering van de uitvoering van rijksbeleid in de groene ruimte voor de periode 2000 t/m 2004.

Naast investeringen van LNV, zijn ook gelden van V&W en VROM in dit overzicht opgenomen. Achtergronden en nadere toelichtingen treft u aan in de Memorie van Toelichting en de artikelsgewijze toelichtingen van de begrotingen van de betreffende departementen.

Een belangrijk deel van dit programma wordt uitgevoerd onder regie van de gezamenlijke provincies. Het zogenoemde (interim-) Interprovinciaal Meerjarenprogramma (IMP) bevat de projecten voor de komende periode. Het IMP dient dan ook te passen binnen het financiële kader van het onderhavige programma.

2 Taakstellingen en realisatie per 1-1-1999

Kwantitatieve taakstellingen

categorietaakstelling SGR realisatie
 (in hectare, tenzij anders vermeld)begrensd/in planvormingverworveningericht1
Natuurreservaat100 000284 90044 60035 800
Beheersgebied100 00081 20056 8003
Natuurontwikkeling50 00028 70017 9007 900
Afronding bestaand natuurterrein36 000pm12 200
     
Recreatiegebied en -bos in de Randstad13 20012 9707 5204 670
Bos op landbouwgrond (maximaal)30 0003 49042 370

1 Voor natuurreservaten en natuurontwikkeling: op basis van de overdracht aan eindbeheerder.

2 Incl. de taakstelling van 19 200 ha reservaat via particulier beheer die niet behoeft te worden verworven/ingericht.

3 Oppervlakte afgesloten beheersovereenkomsten incl. reservaatsgebied.

4 Betreft de totale oppervlakte van goedgekeurde en opgeleverde aanvragen.

3 Investeringsprogramma Groene Ruimte

BRUTO UITGAVEN in FL MLN. «indicatief voor 2001–2004»

Herkomst begrotingOmschrijving20002001200220032004
 GRONDVERWERVING     
 Aankopen t.b.v. Staat     
13.02–11a. Staatsaankopen minus74,670,668,377,189,3
13.02–11b. NURG-aandeel DLG1511,51,51,51,5
13.02–11c. Bufferzone-aandeel DLG9,19,19,19,19,1
a – b – cd. Saldo staatsaankopen50,55057,766,578,7
13.02–20e. Overig staatsaankopen24,424,424,424,424,4
 f. Verkopen BBL50,150,150,150,150,1
d + e + fTOTAAL AANKOPEN T.B.V. STAAT125124,5132,2141153,2
       
 Bufferzones     
13.02–11a. aandeel DLG99999
VROMb. aandeel VROM1212121212
a + bTOTAAL AANKOPEN BUFFERZONES2121212121
       
 NURG     
13.02–11a. aandeel DLG1511,51,51,51,5
13.03–50b. aandeel N22222
V&Wc. aandeel V&W175555
a + b + cTOTAAL AANKOPEN NURG (incl. inrichting)3418,58,58,58,5
       
V&WInvesteringen in bedijkte rivieren, mede leidend tot natuurontwikkeling80100100100120
       
 Aankopen t.b.v. Particuliere natuurbeschermingsorganisaties     
13.06–1– garanties natuurterrein en reservaten2020202020
13.02–40– natuurontwikkeling42,439,742,044,254,0
 TOTAAL AANKOPEN PNB's62,459,762,064,274,0
       
LNV/V&WNatte natuur2030404487,5

BRUTO UITGAVEN in FL MLN. «indicatief voor 2001–2004»

Herkomst begrotingOmschrijving20002001200220032004
 INRICHTING     
13.03–10Landinrichting (excl. Groene Hart Impuls)246,8239237,6236,2232,7
 waarvan reconstructie LNV8080957560
 VROM2020202020
 waarvan inkomsten:     
13.03–1a. landinrichtingsrente94,188,588,588,588,5
13.03–2b. bijdragen derden58,257,757,256,756,7
13.03–3c. div. ontvangsten inrichting1,51,51,51,51,5
13.03–4d. EU-bijdragen55555
13.03–51e. EU-ontv.      
 DLG 3,53,53,53,53,5
 SBL6,87,68,48,48,4
a t/m eTOTAAL ONTVANGSTEN169,1163,8164,1163,6163,6
       
13.03–20Waterbeheersing10,010,010,310,310,3
13.03–31Anti-verdrogingsbeleid (Gebeve)4,210,6pmpmpm
       
 Recreatie     
13.03–40a. RGS buiten Li. 9,89,89,89,89,8
13.03–40b. LNV/EZ/V&W/VROM3,83,83,83,83,8
a + bTOTAAL RECREATIE13,613,613,613,613,6
 Blauwe Stad     
13.03–40Blauwe Stad10,5
VROMaandeel VROM105
 TOTAAL BLAUWE STAD115,5
       
 Natuurterreinen en reservaten     
13.03–50a. budget excl. NURG5,45,45,45,45,4
13.03–32b. waterbeheersing22222
a + b TOTAAL NATUURTERREINEN EN RESERVATEN (excl. Westerschelde)7,47,47,47,47,4
       
13.03–60Bosaanleg19,321,023,619,617,2
13.03–70Landschapsinrichting0,50,50,50,50,5
13.03–80Inrichting overig44444
12.02–15Regeling glastuinbouw24,124,12423pm
12.02–15ICES-glastuinbouw1213152525
       
 Kwaliteitsimpuls Groene Hart     
13.03–10a. versnelling landinrichting6,44,74,74,74,7
13.03–40b. recreatie etc.13,915,615,619,619,6
13.04–40c. natuur4,74,74,74,74,7
a + b + cTOTAAL KWALITEITSIMPULS GH2020202020

BRUTO UITGAVEN in FL MLN. «indicatief voor 2001–2004»

Herkomst begrotingOmschrijving20002001200220032004
 BEHEER     
       
 Staatsbosbeheer     
13.04.10TOTAAL NETTO BIJDRAGE SBB (indicatief)134,3138,0140,0142,3145,0
       
13.04–20Grevelingen/Midden Delfland3,13,13,13,13,1
13.04.30Functiebeloning bos12,512,512,512,512,5
13.04.40Functiebeloning natuur0,90,91,01,01,0
13.04–40Ganzenbeheer5,46,47,97,97,9
13.04–40Particuliere Nb-organisaties31,832,232,732,732,7
13.04–40Nb-wet2,12,32,52,52,5
13.04–40Weidevogels buiten Groene Hart1,42,43,93,93,9
13.04–50Landschapsbeheer22,730,136,631,131,8
13.04–60Herstelbeheer20,320,320,620,620,6
13.04–70Nationale parken8,38,89,39,39,8
13.04–80Relatienota60,463,565,468,070,6
       
13.04–40Programma Beheer     
 – particulier natuurbeheer3,03,54,14,15,5
 – natuurbraak0,50,80,80,80,8
 – omvormingsbeheer2,72,52,63,03,0
 – schaapskuddes0,20,20,20,20,2
 TOTAAL PROGRAMMA BEHEER17,920,624,224,626,0
       
 Overig     
13.05.50Gebiedsgericht beleid3,2    
13.05–60WCL16,916,913,2  
13.05.70Stimuleringskader13,815,113,914,114,1
       
VROMBijdrageregeling Gebiedsgericht Milieubeleid2525252525

Toelichting bij het investeringsprogramma:

• Dit overzicht bevat de bruto-uitgaven van het Rijk. Daar de begroting zelf gesaldeerde posten bevat, is afwijking van de cijfers in de begroting mogelijk.

• De meerjarenraming is indicatief en afgerond op miljoenen.

• In de post Inrichting natuurterreinen en reservaten zijn niet opgenomen de gelden afkomstig van V&W t.b.v. natuurcompensatie Westerschelde. Er is in totaal f 66 miljoen beschikbaar (waarvan 44 miljoen uit Vlaanderen afkomstig). Dit zal de komende 9 jaar worden ingezet voor verwerving en inrichting van gronden binnen en buiten de ecologische hoofdstructuur in het Westerscheldegebied. Thans is nog niet bekend in welk tempo de middelen zullen worden ingezet.

• In 2000 zal de Regeling Gebiedsgericht Beleid (SGB-2000) in werking treden. Deze regeling treedt in de plaats van BGM (Bijdrageregeling gebiedsgericht milieubeleid), GEBEVE en de uitvoering van WCL-beleid. Tevens wordt hierin ondergebracht de uitvoeringsregeling voor de reconstructie.

BIJLAGE 13 ARCHIEFPARAGRAAF

Veranderingen op het bestuurlijke en maatschappelijke vlak, zoals de decentralisatietendens, het alsmaar toenemende aanbod van informatie en ontwikkelingen op het gebied van de informatietechnologie hebben grote gevolgen voor de documentaire informatievoorziening binnen LNV. Een kwalitatief goed archiefbeheer staat hoog op de agenda. LNV werkt dit uit in een actief tweesporenbeleid. Het eerste spoor is gericht op het op orde hebben en houden van de archieven, waarvoor vier concrete acties worden uitgevoerd. In de eerste plaats het in 1999 afronden van de brede invoering van Tracé (een millenniumbestendig documentregistratie en -volgsysteem), gevolgd door een meer geavanceerde invoering in 2000, voor het volgen van essentiële departementale documentaire processen. In de tweede plaats het inpassen van de selectielijsten, die in het kader van het Pivot-project zijn ontwikkeld, in de dagelijkse bedrijfsvoering en de daadwerkelijke selectie en overbrenging van de LNV-archieven uit de periode 1946–1990. Als derde actie dient het Concernoverzicht archieven te worden genoemd. Begin 1999 is een grootscheepse inventarisatie gedaan naar kwalitatieve en kwantitatieve gegevens over de LNV-archieven over 1998, waarbij o.a. voor het eerst is gepoogd om kwantitatief inzicht te krijgen in de hoeveelheid digitale archieven binnen LNV (zie onderstaand overzicht). Dit overzicht, dat belangrijke informatie over trends in het archiefbeheer verschaft, zal jaarlijks bijgewerkt worden. In de vierde plaats werkt LNV aan een heldere afbakening van de archiefzorg door de minister. Dit is van belang, omdat door recente verzelfstandigingen het zicht op de reikwijdte van de archiefzorg dreigt te vertroebelen.

Het tweede spoor is gericht op innovatie, kwaliteitsverbetering en professionalisering. Binnen dit kader past een door LNV ontwikkeld kwaliteitszorgsysteem voor de documentaire informatievoorziening, dat in 1999–2000 interdepartementaal navolging krijgt. Via het instrument kwaliteitsauditing kan een manager snel inzicht krijgen in verschillende aspecten van de documentaire informatievoorziening binnen zijn of haar directie. Voorts is vermeldenswaard de overheveling van het fysieke beheer over een aanzienlijk deel van het semi-statisch LNV-archief naar de Centrale Archiefselectiedienst te Winschoten, waarmee efficiencywinst en professionalisering zal worden bereikt. Tenslotte investeert LNV in 2000 fors in de opbouw van expertise en in de ontwikkeling van visie en beleid rond het thema digitale duurzaamheid. Dat betekent onder meer dat de voor de documentaire informatievoorziening geldende ministeriële beheersregels en instrumenten zoals Tracé, selectielijsten en kwaliteitszorg zullen worden getoetst op toepasbaarheid voor digitaal informatiebeheer.

Gegevens over omvang van LNV-archief:

Organisatie (eigenaar archief)OmvangToename in 1998Afname in 1998OntslotenAantal raadplegingen in 1998
Beleidsdirecties6 32131737095.7%17 072
Stafdirecties6 67338011994 %80 459
Diensten en instellingen26 1472 1491 34597.2 %17 103
Totaal39 1412 8461 83496.4 %114 634

* Omvang per 1-1-1999. De hoeveelheden zijn uitgedrukt in strekkende meters.

kst-19992000-26800-XIV-3-2.gif

Verhouding papieren–digitale archieven

BIJLAGE 14 UITGAVEN EN ONTVANGSTEN EUROPESE UNIE BUITEN BEGROTINGSVERBAND

Overzicht inzake uitgaven en ontvangsten van de Europese Unie buiten begrotingsverband. Het betreft hier uitgaven en ontvangsten die tot 31-12-1999 via het Landbouw-Egalisatie Fonds, afdeling B worden verantwoord.

Bij de begroting van LNV wordt een bijlage gevoegd met een overzicht van de voor 2000 geraamde uitgaven ten laste van het EOGFL. Deze uitgaven worden buiten begrotingsverband verantwoord. Het betreft voornamelijk betalingen wegens restituties, interventies, hectaresteun en dierpremies.

Daarnaast wordt een overzicht van de Eigen Middelen van de Europese Unie opgenomen voorzover het de douanerechten op landbouwproducten en productieheffingen betreft.

Raming van de uitgaven en ontvangsten (rekeningen buiten begrotingsverband) (bedragen x f 1 mln.)

Uitgaven Restituties, steunmaatregelen, interventieuitgaven en toeslagen

1.Plantaardige producten 
 Restituties akkerbouwgewassen235
 Hectaretoeslag akkerbouwgewassen295
 Suiker135
 Gedroogde voedergewassen30
 Vezelgewassen en Zijderupsen10
 Groenten en fruit70
 Wijn1
 Andere plantaardige producten  20
 Sub-totaal796
   
2.Dierlijke producten 
 Melk en zuivelproducten1 250
 Restituties/interventies rundvlees220
 Restituties varkensvlees40
 Slachtpremies115
 Restituties eieren en slachtpluimvee15
 Premie voor zoogkoeien20
 Premie voor stieren25
 Premies voor ooien45
 Nationale enveloppe rundvlees18
 Visproducten  0,3
 Sub-totaal1 748,3
   
3.Overige producten/maatregelen 
 Verwerkte landbouwproducten215
 Voedselhulp5
 Begeleidende maatregelen en plattelandsontwikkeling70
 Overige maatregelen 100
   
 Sub-totaal390
   
 Totaal geraamde uitgaven EOGFL/afdeling garantie2 934,3

Ontvangsten Douanerechten op landbouwproducten

1.Plantaardige producten 
 Granen50
 Rijst30
 Suiker10
 Vetten/oliën1
 Groenten/fruit  5
 Sub-totaal96
   
2.Dierlijke producten 
 Zuivel155
 Rundvlees60
 Varkensvlees2
 Pluimvee75
 Eieren  2
 Sub-totaal294
   
3.Productieheffingen 
 Bijdrage in de opslagkosten suiker39
 Productieheffing suiker119
 Productieheffing isoglucose0,4
 Productieheffing inuline  1,6
 Sub-totaal160
   
 Totaal douanerechten en productieheffingen550

BIJLAGE 15 AFKORTINGENLIJST

AAW=Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
ABP=Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
AID=Algemene Inspectiedienst
AKK=Agroketen Kennis projecten
AMK=Algemene Milieu Kwaliteit
AMvB=Algemene Maatregel van Bestuur
AO=Algemeen overleg
AOC=Agrarisch Opleidingscentrum
ASC=Afrika Studiecentrum
   
BBL=Bureau Beheer Landbouwgronden
BEVER-groen=Beleidsvernieuwing bodemsanering landelijk gebied
BGM=Bijdrageregeling Gebiedsgericht Milieubeleid
BH=Bureau Heffingen
BSE=Bovine spongiform encephalopathy
BTW=Belasting Toegevoegde Waarde (omzetbelasting)
BZ=Ministerie van Buitenlandse Zaken
BZK=Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
   
CAO=Collectieve arbeidsovereenkomst
CITES=Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora
CLM=Centrum voor Landbouw en Milieu
CPB=Centraal Planbureau
CPVO=Centrale van Plattelandsvrouwen organisaties
CSD=Commission Sustainable Development
CTB=College Toelating Bestrijdingsmiddelen
   
DGF=Diergezondheidsfonds
DI=Decentralisatie Impuls
DKR=Diergezondheidsketen Rundveehouderij
DLO=Dienst Landbouwkundig Onderzoek
DLG=Dienst Landelijk Gebied
DLV=De Stichting Landbouwvoorlichting
   
EHS=Ecologische Hoofdstructuur
EOGFL=Europees Oriëntatie en Garantie Fonds voor de Landbouw
EU=Europese Unie
EVD=Economische Voorlichtingsdienst
EVOA=Europese Verordening voor de Overbrenging van Afvalstoffen
EZ=Ministerie van Economische Zaken
   
F+F wet=Flora en fauna wet
FAO=Food and Agricultural Organisation
FAOP=Fonds Arbeidsongeschiktheid Overheidspersoneel
FIOV=Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij
fte=Full time eenheid
   
GeBeVe=regeling Gebiedsgerichte Bestrijding Verdroging
GLB=Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
GVB=Gemeenschappelijk Visserijbeleid
GPL=Gemiddelde personeelslast
Gwwd=Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
   
HAO=Hoger Agrarisch Onderwijs
HBO=Hoger Beroepsonderwijs
HOOP=Hoger Onderwijs en Onderzoeks Plan
   
IAC=Internationaal Agrarisch Centrum
IAHS=Internationale Agrarische Hogeschool
ICCO=Internationale cacao overeenkomst
ICES=Interdepartementale Commissie Economische Structuurversterking
ICT=Informatie- en Communicatietechnologie
IFAD=International Fund Agricultural Programs
ILRI=International Institute for Land Reclamation and Improvement
IPC=Innovatie Praktijkcentra
IPO=Interprovinciaal overleg
IT=Informatietechnologie
IUCN=International Union for the Conservation of Nature
   
KVP=Klassieke Varkenspest
   
LASER=Landelijke Service Uitvoering Regelingen
LEF=Landbouw Egalisatiefonds
LEI=Landbouw-economisch instituut
LNV=Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
LTO=Land- en Tuinbouw Organisatie
LUW=Landbouwuniversiteit Wageningen
   
MAO=Middelbaar Agrarisch Onderwijs
MDW=Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit
MER=Milieu Effect rappportage
MINAS=Mineralen aangiftesysteem
MINAS-AT=Mineralen aangiftesysteem in de akker- en tuinbouw
MJP-G=Meerjarenplan Gewasbescherming
MKZ=Mond- en Klauwzeer
MOL=Minst Ontwikkelde Landen
MOP-IV=4e Meerjarig Oriëntatie Programma
MPD=Masterplan Duitsland
MvT=Memorie van Toelichting
   
NAJK=Nederlands Agrarisch Jongerenkontakt
NBL21=nota Natuur Bos en Landschap 21e eeuw
NCD=New Castle Disease (pseudo vogelpest)
NETA=Platform voor internationaal agrarisch onderwijs
NGOs=Niet-Gouvernementele Organisaties
NIS=Nationaal informatie systeem van het Nederlands Rundvee Syndicaat
NME=Nota Milieu en Economie
NMP3=Nationaal milieubeleidsplan 3
NWO=Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
   
OCW=Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
OESO=Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
OR=Ondernemingsraad
OS=Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking
   
PBM=Prestatie bekostigingsmodel
PBO=Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie
PD=Plantenziektenkundige dienst
PIN=Programma Internationaal Natuurbeheer
PKB=Planologische kernbeslissing
PO=Producenten Organisatie
PPS=Publiek private samenwerking
   
RBON=Regeling Beheersovereenkomsten en Natuurontwikkeling
REB=Regulerende Energiebelasting
RECRON=Vereniging van ondernemers in de recreatiesector
RGD=Rijksgebouwendienst
ROP=Regionale OntwikkelingsPlannen (EC)
RROG=Regeling Reconstructie Oude Glastuinbouwgebieden
RVV=Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees
RTR=Regeringsstandpunt tropisch regenwoud
RVN=Regelgeving Veeverbetering Nederland
RWS=Rijkswaterstaat
   
SBB=Staatsbosbeheer
SEP=Sociaal economisch plan
SER=Sociaal Economische Raad
SEV=Sociaal Economische Voorlichting
SGD=Stichting Gezondheidsdienst voor Dieren
SGR=Structuurschema groene ruimte
SNN=Samenwerkingsverband Noord Nederland
SOR=Starters Overname Reserve
SPA-bioversiteit=Strategisch plan van aanpak biologische diversiteit
STERIN=internationale erkenningsorganisatie
STIKA=Stimuleringskader
ST.PHB=Stichting van particuliere hoveniersbedrijven
   
TNO=Instituut voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
   
UNEP=United Nations Environment Programme
   
Vamil=Regeling Vervroegde Afschrijving Milieuinvesteringen
VBO=Voortgezet Beroepsonderwijs
VHI=Veterinaire Hoofdinspectie
VIA=Versterking Innovatie Agrarisch Onderwijs
VINAC=actualisering VINEX
VINEX=Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra
VN=Verenigde Naties
VNG=Verenging van Nederlandse Gemeenten
VROM=Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
VUT=Vervroegde uittreding
VWS=Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
   
WCL=Waardevolle cultuurlandschappen
WEB=Wet Educatie en Beroepsonderwijs
WFP=World Food Program
WHW=Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek
WTO=World Trade Organisation
WVO=Wet op het Voortgezet Onderwijs
WUR=Wageningen Universiteit en Research centrum
   
ZBO=Zelfstandige Bestuursorganisatie
Naar boven