nr. 85
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf
te wijzigen in verband met de bevindingen van een onderzoek van de wet in
het kader van het project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit,
alsmede naar aanleiding van een evaluatie van de doelmatigheid van de wet;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet assurantiebemiddelingsbedrijf wordt als volgt gewijzigd:
A. Artikel 3, vierde lid, komt te luiden:
4. Zo spoedig mogelijk na afloop van elk kalenderjaar doet de Raad mededeling
van de namen van de tussenpersonen die op 31 december van dat jaar in het
register stonden ingeschreven, door opname van deze gegevens in een door de
zorg van de Raad tegen vergoeding van de kosten algemeen verkrijgbaar te stellen
lijst. De Raad vermeldt daarbij tenminste het nummer van de inschrijving alsmede
aan welke van de in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde vakbekwaamheidseisen
de tussenpersoon of de feitelijk leider voldoet. Gelijktijdig doet de Raad
mededeling van de in dat jaar doorgehaalde inschrijvingen. Tussentijds kan
de Raad mededeling doen van wijzigingen.
B. Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het cijfer «1» voor het eerste lid vervalt.
2. Het tweede lid komt te vervallen.
C. Artikel 10 komt te luiden:
Artikel 10
1. De verzekeraar die door een tussenpersoon voor de eerste maal wordt
benaderd met een voorstel tot het sluiten van een verzekering gaat slechts
tot behandeling van dat voorstel over indien hij zich ervan heeft vergewist
dat de tussenpersoon is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3,
eerste lid.
2. De verzekeraar gaat één maal per jaar na of de tussenpersoon,
door wiens bemiddeling hij een verzekering heeft gesloten die nog niet is
beëindigd, nog in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is
ingeschreven.
3. Indien uit de in het tweede lid bedoelde controle blijkt dat een tussenpersoon
niet meer in het register is ingeschreven, gaat de verzekeraar niet meer over
tot het in behandeling nemen van diens voorstellen tot het sluiten van verzekeringen.
4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van de
faillissementscurator van een tussenpersoon. Deze verstrekt aan de verzekeraar
een bewijsstuk waaruit zijn aanstelling als curator blijkt.
D. Artikel 13 komt te vervallen.
E. Artikel 14, vierde lid, komt te vervallen.
F. Artikel 15 komt te vervallen.
G. Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid, tweede volzin, en derde lid komen te vervallen, onder
vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid.
2. In het derde lid (nieuw) wordt «eerste tot en met derde lid»
vervangen door: eerste en tweede lid.
H. In artikel 18 wordt «de artikelen 10, 12, 13, 14 en 17»
vervangen door: de artikelen 10, 12, 14 en 17.
I. Artikel 21, elfde lid, komt te luiden:
11. Indien de richtlijn op de aanvrager van toepassing is en de aanvrager
blijkens een verklaring als bedoeld in artikel 9 van de richtlijn voldoet
aan de artikelen 4, 5, tweede lid, eerste gedachtestreep, 7 en 8 van de richtlijn,
wordt het overleggen van die verklaring gelijkgesteld aan het bewijs dat wordt
voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
J. Artikel 23, vijfde lid, komt te luiden:
5. De Raad maakt de doorhaling onverwijld bekend aan de gevolmachtigde
agent en aan de verzekeraar(s) door toezending van een afschrift. Tevens wordt
hiervan mededeling gedaan in de Staatscourant.
K. Artikel 32 komt te luiden:
Artikel 32
Tegen een op grond van deze wet genomen besluit, met uitzondering van
een besluit van Onze Minister van Financiën tot afgifte van een bewijs
dat de aanvrager voldoet aan de in artikel 4, eerste lid, dan wel artikel
21, eerste lid, onderdeel b bedoelde vakbekwaamheidseisen, kan een belanghebbende
beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
ARTIKEL II
1. In artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten komt
de zinsnede met betrekking tot de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf te luiden:
de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf, de artikelen 3, eerste lid, 7, eerste
lid, 10, eerste tot en met derde lid, 11 en 20, eerste lid;.
2. In afwijking van het eerste lid blijft de in dat lid bedoelde zinsnede,
zoals deze luidde voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit
artikel, van toepassing met betrekking tot verzekeringsovereenkomsten waarop
artikel III van toepassing is.
ARTIKEL III
In afwijking van artikel I, onderdelen D tot en met H, blijft het bepaalde
bij of krachtens de artikelen 13, 14, vierde lid, 15, 17 en 18 van de Wet
assurantiebemiddelingsbedrijf, zoals deze bepalingen voorafgaand aan het tijdstip
van inwerkingtreding van dit artikel luidden, tot het einde van de overeengekomen
looptijd van toepassing met betrekking tot verzekeringsovereenkomsten die
op dat tijdstip bestonden, tenzij partijen anders overeenkomen.
ARTIKEL IV
Op besluiten, genomen voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel
I, onderdeel K, blijft artikel 32, zoals dat artikel voorafgaand aan dat tijdstip
luidde, van toepassing.
ARTIKEL V
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend
kan worden vastgesteld.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een koninklijk besluit tot inwerkingtreding
van artikel I, onderdelen D tot en met H, en artikel II aan beide kamers der
Staten-Generaal overgelegd. Het wordt gepubliceerd nadat vier weken na de
overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een
der kamers of door ten minste de helft van het grondwettelijk aantal leden
van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven inwerkingtreding van voornoemde
artikel(-onderdelen) niet te doen plaatsvinden.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Financiën,
De Minister van Economische Zaken,