nr. 218
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET
's-Gravenhage, 25 maart 1999
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de regeling
van de milieu-effectrapportage in de Wet milieubeheer op een aantal onderdelen
te wijzigen in verband met richtlijn nr. 97/11/EG van de Raad van de Europese
Unie van 3 maart 1997 tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG betreffende de
milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEG
L 73);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet milieubeheer wordt gewijzigd als volgt.
A
Artikel 7.5, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd.
1. Aan onderdeel a wordt na «kan bevatten» toegevoegd: en
de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu
in een ander land.
2. Aan onderdeel b wordt na «kan bevatten» toegevoegd: en
de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu
in een ander land.
B
Het vierde lid van artikel 7.8b komt te luiden:
4. Onder bijzondere omstandigheden als bedoeld in het eerste lid worden
verstaan de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit
kan hebben, gezien:
a. de kenmerken van de activiteit;
b. de plaats waar de activiteit wordt verricht;
c. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse;
d. de kenmerken van die gevolgen.
C
Artikel 7.10 wordt gewijzigd als volgt.
1. Aan onderdeel b van het eerste lid wordt na «in beschouwing dienen
te worden genomen» toegevoegd: , en de motivering van de keuze voor
de in beschouwing genomen alternatieven.
2. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, die luidt: Indien een
activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden
gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander
land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd
gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de samenvatting
in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke
nadelige gevolgen kan hebben.
D
Aan artikel 7.12 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
7. Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport
moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu
in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van
het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling
van de mededeling in de landstaal van het gebied in het andere land waar de
activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben.
E
Artikel 7.38a komt te luiden:
Artikel 7.38a
1. Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport
moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu
in een ander land, worden de in het kader van dit hoofdstuk verzamelde informatie,
alsmede de aanvraag, bedoeld in artikel 7.28, onderscheidenlijk het ontwerp
van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet
worden gemaakt en het besluit, bedoeld in artikel 7.27, aan de regering of
een door die regering aan te wijzen autoriteit in het andere land verstrekt
gelijktijdig met de bekendmaking in Nederland. Tevens worden deze informatie
en deze bescheiden toegezonden aan de instanties die daartoe door de bevoegde
autoriteit van dat andere land zijn aangewezen op grond van hun specifieke
verantwoordelijkheid op milieugebied. De artikelen 7.14, eerste lid, en 7.25,
eerste lid, zijn ten aanzien van die instanties van overeenkomstige toepassing.
2. De ingevolge het eerste lid te verstrekken stukken dienen als grondslag
voor het overleg met bestuursorganen in het betrokken andere land over de
belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu in dat andere
land kan hebben, en de maatregelen die worden overwogen om die gevolgen te
voorkomen of te beperken.
3. Onze Minister is belast met de taken die voortvloeien uit de toepassing
van het eerste en tweede lid, voorzover het betreft het verschaffen van informatie
aan en overleg met de regering van het andere land. Overigens is het bevoegd
gezag belast met die taken.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
met betrekking tot het bepaalde in het eerste en tweede lid.
F
In artikel 7.38b wordt «informeert Onze Minister» vervangen
door: informeren Onze Minister onderscheidenlijk het bevoegd gezag.
G
Artikel 7.38c komt te luiden:
Artikel 7.38c
1. Het bevoegd gezag zendt, indien er sprake is van mogelijke belangrijke
nadelige gevolgen voor het milieu in een ander land, aan Onze Minister:
a. een exemplaar van de mededeling, bedoeld in artikel 7.12;
b. een exemplaar van de richtlijnen, bedoeld in artikel 7.15;
c. een exemplaar van het milieu-effectrapport, bedoeld in artikel 7.20;
d. een exemplaar van de aanvraag, bedoeld in artikel 7.28, onderscheidenlijk
van het ontwerp van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport
moet worden gemaakt;
e. een exemplaar van het besluit, bedoeld in artikel 7.27.
2. Bij de toezending verzoekt het bevoegd gezag Onze Minister toepassing
te geven aan artikel 7.38a, eerste lid.
H
In artikel 7.38d wordt «geeft Onze Minister» vervangen door:
geven Onze Minister onderscheidenlijk het bevoegd gezag.
I
In artikel 7.38f komt onderdeel b te luiden:
b. hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld
in artikel 7.38a, tweede lid.
J
In de artikelen 7.38d, 7.38e en 7.38g, eerste lid, vervalt telkens «mogelijke».
ARTIKEL II
Indien voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, met betrekking
tot een activiteit als bedoeld in artikel 7.2 of 7.4,
a. een aanvraag als bedoeld in artikel 7.28 is ingediend of door het bevoegd
gezag ingevolge artikel 7.8d, vierde lid, van een beslissing mededeling is
gedaan, of
b. mededeling is gedaan van een ontwerp onderscheidenlijk een voorontwerp
van een besluit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet
worden gemaakt en dit ontwerp onderscheidenlijk dit voorontwerp ter inzage
is gelegd,
blijft het voor dat tijdstip geldende recht van toepassing.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,