25 328
Aanvullende tijdelijke voorzieningen in verband met de instelling van een nieuwe provincie in de regio Rotterdam (Interimwet provincie Rotterdam)

nr. 187
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 februari 1999

De Eerste Kamer heeft op 20 januari 1998 met betrekking tot het hierboven vermelde voorstel van wet besloten dat het oordeel over dit wetsvoorstel wordt opgeschort. Inmiddels is in het regeerakkoord besloten dat een stadsprovincie Rotterdam voorshands niet aan de orde is. De uitkomst van de evaluatie vóór 1 januari 2002 en de in de regio levende opvattingen zullen de basis vormen voor een besluit over de toekomstige bestuursvorm. De Interimwet stadsprovincie Rotterdam welke vooruitliep op de totstandkoming van de stadsprovincie kan om deze reden worden ingetrokken. Om te voorkomen dat de Regeling stadsregio Rotterdam per 1 januari jl. af zou lopen is inmiddels de Kaderwet bestuur in verandering gewijzigd. De Regeling op grond van deze wet bij koninklijk besluit verlengd voor een periode van maximaal vier jaar.

Daartoe gemachtigd door de Koningin trek ik het voorstel van wet hierbij in.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Peper


XNoot
1

De eerder verschenen stukken inzake dit wetsvoorstel zijn gedrukt onder EK nr. 344, 1996–1997, en EK nrs. 100 t/m 100e, 1997–1998.

Naar boven