25 328
Aanvullende tijdelijke voorzieningen in verband met de instelling van een nieuwe provincie in de regio Rotterdam (Interimwet provincie Rotterdam)

nr. 100b
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 november 1997

Op 10 november jl. heb ik u, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken, de memorie van antwoord bij wetsvoorstel 25 328 (Interimwet provincie Rotterdam) aangeboden. Kort daarna is mij gebleken dat in deze memorie op twee plaatsen een onjuist jaartal wordt vermeld. In de conclusie aan het slot van hoofdstuk I en in de tweede alinea onder het kopje Alternatieven in hoofdstuk III wordt opgemerkt dat op 1 januari 1998 de juridische basis aan de stadsregio komt te ontvallen omdat de Kaderwet voor de regio Rotterdam afloopt en niet verlengd kan worden. In plaats van 1 januari 1998 had echter moeten staan: 1 januari 1999. Deze correctie heeft overigens geen gevolgen voor de strekking van het betoog in de desbetreffende passages waarin de essentiële betekenis van het voorliggende wetsvoorstel als thans te zetten stap naar de realisering van de stadsprovincie wordt beklemtoond.

Tot slot maak ik van de gelegenheid gebruik een omissie te herstellen. In de openingszin van de memorie is verzuimd de inbreng van de leden van de fractie van GroenLinks te vermelden.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,

A. G. M. van de Vondervoort

Naar boven