nr. 280
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is derden te
laten deelnemen in het kapitaal van het Nederlands Omroepproduktie Bedrijf
N.V.;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Mediawet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1 vervalt onderdeel x, en worden de onderdelen y tot en met
pp geletterd x tot en met oo.
B
Aan artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt na «het Bedrijf»
toegevoegd: , voor zover het betreft de uitvoering van de taak, bedoeld in
artikel 83.
C
In artikel 10, derde lid, onderdeel c, vervalt «of een andere instelling
die gelijksoortige activiteiten verricht,».
D
In artikel 16, tweede lid, onderdeel l, wordt «voor zover dit niet
tot de taak van het Bedrijf behoort» vervangen door: voor zover dit
niet behoort tot de in artikel 83 bedoelde taak van het Bedrijf.
E
In artikel 28, onderdeel k, wordt «de taken, bedoeld in artikel
86, eerste lid, onderdelen b en c» vervangen door: de taak, bedoeld
in artikel 83.
F
In artikel 82, tweede lid, onderdeel a, vervalt «voor zover dit
niet tot de taak van het Bedrijf behoort,».
G
Het opschrift van hoofdstuk VII wordt vervangen door:
HOOFDSTUK VII. HET BEDRIJF
H
Het opschrift van hoofdstuk VII, paragraaf 1, vervalt.
I
De artikelen 83 en 84 worden vervangen door:
Artikel 83
Het Nederlands Omroepproduktie Bedrijf N.V. maakt de programma's van de
instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, gereed
voor uitzending en doet deze programma's uitzenden.
Artikel 84
1. Het is het Bedrijf, na toestemming door Onze Minister, toegestaan de
uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 83, geheel of ten dele te doen
geschieden door een andere rechtspersoon, indien de desbetreffende rechtspersoon:
a. is opgericht in overeenstemming met het recht van een der lidstaten
van de Europese Unie;
b. een geplaatst kapitaal heeft dat voor ten minste eenenvijftig procent
wordt verschaft door het Bedrijf; en
c. een rechtspersoon is waarin het Bedrijf de bevoegdheid heeft de meerderheid
van de bestuurders te benoemen, te schorsen en te ontslaan.
2. Onze Minister kan aan het verlenen van toestemming voorschriften verbinden.
3. In geval van toepassing van het eerste lid, blijft het Bedrijf jegens
Onze Minister verantwoordelijk. De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid,
is jegens het Bedrijf verplicht tot naleving van de ingevolge deze wet op
het Bedrijf rustende verplichtingen. Het Bedrijf geeft aan de rechtspersoon,
bedoeld in het eerste lid, daartoe de nodige instructies, die deze gehouden
is op te volgen.
4. In geval van toepassing van het eerste lid, geldt het bij of krachtens de artikelen 88 tot en met 95 en artikel 173 bepaalde met betrekking
tot het Bedrijf mede ten aanzien van de rechtspersoon, bedoeld in het eerste
lid.
J
De artikelen 85 en 86 vervallen.
K
Artikel 88 wordt vervangen door:
Artikel 88
1. Het Bedrijf draagt er zorg voor dat de programma's die worden aangeboden
door instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, worden
uitgezonden.
2. Indien zich een onverwachte gebeurtenis van nationaal of groot maatschappelijk
belang of een onverwachte internationale gebeurtenis van bijzondere aard voordoet,
stelt het Bedrijf op verzoek van de Stichting de faciliteiten ter beschikking
die nodig zijn om de verslaglegging van die gebeurtenis door de Stichting
mogelijk te maken.
L
In artikel 89, eerste lid, wordt «de taken, bedoeld in artikel 86,
eerste lid, onderdelen b en c,» vervangen door: de taak, bedoeld in
artikel 83,.
M
In artikel 92 wordt «de taken, bedoeld in artikel 86, eerste lid,
onderdelen b en c,» vervangen door «de taak, bedoeld in artikel
83,» en wordt «die taken» vervangen door «die taak».
N
In artikel 93 wordt «de taken, bedoeld in artikel 86, eerste lid,
onderdelen b en c,» vervangen door: de taak, bedoeld in artikel 83,.
O
Het opschrift van hoofdstuk VII, paragraaf 2, vervalt.
P
Artikel 95 wordt vervangen door:
Artikel 95
Indien het Bedrijf in strijd handelt met artikel 83, is Onze Minister
bevoegd tot toepassing van bestuursdwang.
Q
De artikelen 96 tot en met 98 vervallen.
R
In artikel 153 vervallen het tweede en derde lid, alsmede de aanduiding
«1.» voor het eerste lid.
ARTIKEL II
Indien het bij koninklijke boodschap van 3 februari 1997 ingediende voorstel
van wet tot wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met een herziening
van de organisatiestructuur van de landelijke publieke omroep (kamerstukken
25 216) tot wet wordt verheven, wordt artikel I van deze wet als volgt
gewijzigd:
A
In onderdeel A wordt «pp» vervangen door «ss»
en wordt «oo» vervangen door «rr».
B
In onderdeel D wordt «onderdeel l» vervangen door: onderdeel
m.
C
Na onderdeel Q wordt een onderdeel ingevoegd:
Qa
In artikel 122e, tweede lid, wordt «de voorzitter van de Stichting»
vervangen door: de voorzitter van de raad van bestuur.
ARTIKEL III
In artikel 2, zevende lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
wordt een nieuw onderdeel j ingevoegd:
j. het Nederlands Omroepproduktie Bedrijf N.V.;
ARTIKEL IV
1. De Stichting tot beheer van de aandelen van de naamloze vennootschap
Nederlands Omroepproduktie Bedrijf N.V. houdt van rechtswege op te bestaan
met ingang van de dag na de datum van inwerkingtreding van deze wet. Het bestuur
doet daarvan opgaaf aan de registers waar de stichting is ingeschreven.
2. Het vermogen van de stichting gaat onder algemene titel over op de
Staat. De opbrengst van vervreemding van het vermogen zal, minus een bedrag
van 155 miljoen gulden, worden toegevoegd aan de algemene omroepreserve, bedoeld
in artikel 170c van de Mediawet. De rentebaten uit de opbrengst, voor zover
zij een bedrag van 18 miljoen gulden per jaar niet te boven gaan, worden jaarlijks
aangewend ten behoeve van het verstrekken van subsidies voor cultuuruitingen
als bedoeld in de Wet op het specifiek cultuurbeleid.
3. Het laatste boekjaar van de stichting eindigt op de datum waarop de
stichting ophoudt te bestaan.
4. Tot verkrijging van aandelen als bedoeld in artikel 29, derde lid,
van de Comptabiliteitswet is Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
gemachtigd.
ARTIKEL V
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede
kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt
geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
De Minister van Financiën,