nr. 53
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de verstrekking
van subsidies door Onze Minister van Binnenlandse Zaken wettelijk te regelen
in verband met de bepalingen over subsidies in de derde tranche van de Algemene
wet bestuursrecht;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze
Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
Artikel 2
Dit hoofdstuk is van toepassing op subsidies die door Onze Minister worden
verstrekt en die:
a. op artikel 7 van deze wet berusten, of
b. niet op een wettelijk voorschrift berusten.
Artikel 3
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld wordt
verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 4
Indien Onze Minister subsidie verstrekt voor activiteiten die mede door
andere bestuursorganen worden gesubsidieerd, kan Onze Minister afwijken van
de bij of krachtens deze wet aan de subsidie verbonden verplichtingen, voor
zover
a. dit wenselijk is met het oog op een goede afstemming met de door die
andere bestuursorganen opgelegde verplichtingen, en
b. daardoor het belang met het oog waarop die verplichtingen zijn opgelegd,
niet onevenredig wordt geschaad.
Artikel 5
1. Onze Minister kan voor door hem verstrekte subsidies een of meer toezichthouders
aanwijzen, die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de ontvanger
van de subsidie opgelegde verplichtingen.
2. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de
artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Aan subsidies als bedoeld in artikel 2 is de verplichting verbonden
dat de subsidieontvanger aan een toezichthouder alle medewerking verleent
die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
Artikel 6
1. Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht,
onderzoekt de accountant tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden
verplichtingen, overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen aanwijzing
over de reikwijdte en de intensiteit van de controle.
2. De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt
aan door of namens de departementale accountantsdienst in te stellen onderzoeken
naar de door de accountant verrichte werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten
worden geacht te zijn begrepen in de subsidie.
HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID
Artikel 7
1. Onze Minister kan subsidies verstrekken ten behoeve van activiteiten
gericht op :
a. het verminderen van de gelegenheid tot het plegen van strafbare feiten;
b. het vergroten van de kennis en het inzicht in veiligheidsvraagstukken,
alsmede het verder ontwikkelen van integraal veiligheidsbeleid;
c. het vergroten van de veiligheid in de samenleving in het algemeen,
waaronder de handhaving van de openbare orde;
d. het ondersteunen van bijzondere activiteiten ten behoeve van de politie,
de brandweer of de rampenbestrijdingsorganisaties.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële
regeling kunnen de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt, nader
worden bepaald, alsmede de criteria voor die verstrekking worden vastgesteld.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële
regeling kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt
bepaald;
c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
d. de verplichtingen van de subsidieontvanger;
e. de vaststelling van de subsidie;
f. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of subsidievaststelling;
g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;
h. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie
in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Onze Minister maakt, onverminderd het bepaalde in artikel 10 van de
Wet openbaarheid van bestuur, de resultaten van onderzoek waarvoor subsidie
is verstrekt, zo spoedig mogelijk openbaar, maar in ieder geval binnen zes
maanden na de aanbieding ervan aan Onze Minister.
Artikel 8
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële
regeling kan ieder jaar een subsidieplafond worden vastgesteld voor de verschillende
activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt, alsmede de wijze van
verdeling daarvan.
2. Het besluit tot vaststelling van een subsidieplafond wordt in de Staatscourant
bekendgemaakt.
HOOFDSTUK 3. OVERIGE SUBSIDIES
Artikel 9
1. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing
op door Onze Minister per boekjaar verstrekte subsidies die niet op een wettelijk
voorschrift berusten.
2. Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het eerste
lid.
HOOFDSTUK 4. WIJZIGING VAN DE WET OVERLEG MINDERHEDENBELEID
Artikel 10
Artikel 6 van de Wet overleg minderhedenbeleid wordt gewijzigd als volgt:
1. Het derde lid komt te luiden:
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
met betrekking tot:
a. de aanvraag van de subsidie;
b. de verlening en de vaststelling van de subsidie;
c. de verplichtingen van de subsidieontvanger en
d. het toezicht op de naleving van de verplichtingen van de subsidieontvanger.
2. Het vierde lid vervalt.
HOOFDSTUK 5. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 11
Deze wet is niet van toepassing op subsidies die voor de inwerkingtreding
van deze wet zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 12
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop artikel
9 in werking treedt.
Artikel 13
Deze wet wordt aangehaald als: Wet overige BiZa-subsidies.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Binnenlandse Zaken,
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,