nr. 99a
MEMORIE VAN ANTWOORD
Ontvangen 19 november 1997
Wij hebben met belangstelling kennis genomen van het voorlopig verslag
dat door de vaste commissies voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van
Staat en voor Justitie is uitgebracht. Met de navolgende beantwoording van
de in het voorlopig verslag door de leden van de fractie van de PvdA gestelde
vragen hopen wij bij te dragen aan een spoedige verdere behandeling van het
wetsvoorstel. Wij streven naar een spoedige invoering van de inspectiefunctie
op rijksniveau en van het stelsel van kwaliteitszorg bij de politie.
De leden van de PvdA-fractie hebben opgemerkt dat met de cyclus van integrale
kwaliteitszorg vier jaar is gemoeid. Zij hebben gevraagd of dit betekent dat
gedurende deze vier jaar de verbetering van de kwaliteit van de politiezorg
aan de politiekorpsen wordt overgelaten. Naar aanleiding daarvan merken wij
op dat het feit dat het accent van kwaliteitszorg bij de politiekorpsen ligt,
naar ons oordeel de kracht van het systeem is. De permanente zorg voor kwaliteit
behoort immers primair tot de verantwoordelijkheid van de politiekorpsen.
Dit wil echter niet zeggen dat wij geen verantwoordelijkheid hebben voor de
inrichting en de toepassing van het stelsel van kwaliteitszorg. Wat betreft
de inrichting van het stelsel wijzen wij op de mogelijkheid om op grond van
het voorgestelde artikel 53c van de Politiewet 1993 regels te geven over de
wijze waarop de beheerders van politiekorpsen zorgdragen voor de kwaliteit
van hun taakuitvoering, de resultaten en het beheer van de politiekorpsen.
De cyclus van kwaliteitsdoorlichting, zoals die ons voor ogen staat en op
grond van artikel 53c zal worden geformaliseerd, neemt vier jaar in beslag.
Tussentijds kan via de uitoefening van de inspectiefunctie op rijksniveau
worden getoetst hoe de beheerders van de politiekorpsen voorzien in de kwaliteit
van de taakuitvoering, de resultaten en het beheer van de politie. De Minister
van Binnenlandse Zaken zal daarover jaarlijks een verslag toezenden aan de
Staten-Generaal. Dit betekent dat voldoende zicht wordt gehouden op het stelsel
van kwaliteitszorg.
De leden van de PvdA-fractie hebben gevraagd op welke wijze met gegevens
van de politiemonitor, jaarverslagen van klachtencommissies politie en rapporten
van de Nationale ombudsman rekening kan worden gehouden. Wij zijn van mening
dat deze documenten belangrijke informatie bevatten, die de politiekorpsen
kunnen gebruiken in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg
en het beoordelen van het functioneren van de politiekorpsen (indicatoren).
Deze gegevens kunnen door de politiekorpsen worden betrokken bij de concrete
invulling van de relevante aandachtsvelden binnen het gekozen model dat is
gebaseerd op het model Nederlandse Kwaliteit. Daarnaast zullen genoemde gegevens
ook een rol kunnen spelen bij de werkzaamheden die door de Inspectie voor
de politie worden verricht op grond van het voorgestelde artikel 53a van de
Politiewet 1993.
Ook hebben de leden van de PvdA-fractie gevraagd hoe het voorgestelde
stelsel van kwaliteitszorg zich verhoudt tot de op 17 maart 1993 aanvaarde
motie van de leden Stoffelen en Van der Heijden (kamerstukken II, 1992/93,
22 562, nr. 63), waarin de Ministers van Justitie en van Binnenlandse
Zaken onder meer is gevraagd om instrumenten te ontwikkelen voor het meten
van de kwaliteit en output van de politiekorpsen en van de effecten op de
veiligheid en gevoelens van veiligheid van de burgers. Wij merken op dat naar
aanleiding van deze motie zowel is voorzien in de ontwikkeling van een instrumentarium
voor kwaliteitszorg bij de politie als in de ontwikkeling van een systeem
ten aanzien van het meten van output van politiekorpsen. Wat betreft dit laatste
verwijzen wij naar de op 26 januari 1996 aan de Tweede Kamer toegezonden brief
(kamerstukken II, 1995/96, 24 548, nr. 3). Het ter uitvoering van de
motie gekozen model voor kwaliteitszorg bij de politie is uiteengezet in de
op 3 juli 1995 aan de Tweede Kamer toegezonden brief (kamerstukken II, 1994/95,
21 461, nr. 67). Het stelsel van integrale kwaliteitszorg, waarin het
wetsvoorstel voorziet, heeft tot doel de politiekorpsen op systematische en
integrale wijze te laten werken aan kwaliteitsverbetering, op basis van een
van te voren afgesproken model dat is gebaseerd op het model Nederlandse Kwaliteit.
Dit model, dat zal worden neergelegd in de op grond van artikel 53c vast te
stellen algemene maatregel van bestuur, heeft betrekking op allerlei kwaliteitsaspecten.
De veiligheid en de gevoelens van veiligheid van de burger komen aan de orde
als onderdelen van de aandachtsvelden «resultaten» en «waardering
door klanten». Via de Inspectie voor de politie wordt toezicht gehouden
op het stelsel van kwaliteitszorg. Van belang is voorts dat de Inspectie voor
de politie in oprichting in het kader van het zogeheten thematisch onderzoek
(artikel 53a, eerste lid, onder b) een referentiekader voor resultaten van
politiewerk heeft ontwikkeld, waarvan de veiligheid en de gevoelens van veiligheid
onderdeel uitmaken. Het rapport «Referentiekader resultaten politiewerk»
zal op zeer korte termijn worden aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit rapport
moet worden gezien als een bouwsteen om te komen tot een betere resultaatgerichte
sturing.
Tot slot hebben de leden van de PvdA-fractie opgemerkt nogal huiverig
te staan tegenover een controle van de kwaliteit van de politie door de politie;
dit in verband met de samenstelling van de visitatiecommissies. Wij menen
dat het stelsel van kwaliteitszorg voldoende waarborgen biedt om het gevaar
van «souvereiniteit» in eigen kring te ondervangen en wij verwachten
dat van intercollegiale visitaties juist een positieve en verbeteringsgerichte
invloed kan uitgaan. De opzet is dat «collega's» meekijken en
suggesties doen ter verbetering. Een belangrijke waarborg is gelegen in het
feit dat de rapporten van de visitatiecommissies openbaar zullen zijn. Wat
betreft de samenstelling van de visitatiecommissies sluiten wij niet uit dat
het wenselijk is om externe deskundigen te betrekken bij het visitatietraject
en wij zullen bezien op welke wijze dit tot uitdrukking kan komen in de op
grond van artikel 53c vast te stellen algemene maatregel van bestuur. Via
de toetsing door de Inspectie voor de politie kan worden bezien of het visitatietraject
op goede wijze wordt doorlopen. Wij menen dat de door ons gekozen opzet daarom
voldoende waarborgen heeft om ervoor te zorgen dat de visitatiecommissies
de werkzaamheden op onbevangen, onbevooroordeelde, onafhankelijke en deskundige
wijze kan verrichten.
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
De Minister van Binnenlandse Zaken,
H. F. Dijkstal