nr. 132f
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 mei 1998
In verband met de voortzetting door uw Kamer van de plenaire behandeling
van het wetsvoorstel Flexibiliteit en Zekerheid (Kamerstukken I, 1997/98,
25 263) en het wetsvoorstel Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs
(Kamerstukken I, 1997/98, 25 264) op 12 mei a.s., informeer ik u hiermede
nader over twee punten welke tijdens de behandeling op 28 april jl. aan de
orde waren. Het eerste punt betreft een overzicht van de door mij deels al
tijdens de schriftelijke en mondelinge behandeling toegezegde reparaties van
het wetsvoorstel Flexibiliteit en Zekerheid (zie onder I.). Het tweede punt
betreft de wens van een aantal fracties om over het ontslagstelsel door te
willen spreken. Ik heb daarbij aangegeven dat het naar mijn mening voor de
hand ligt die discussie in de volgende kabinetsperiode te voeren. Ook heb
ik u er in dat verband opgewezen, dat de bestuurlijke preventieve ontslagprocedure
al over twee jaar zal worden geëvalueerd. Ter wille van de duidelijkheid
hierover geef ik u hierna een volledig overzicht van de evaluatiemomenten
waarin de wet voorziet (zie onder II.).
I. Toegezegde reparaties
Ik heb u, naar aanleiding van suggesties uit uw Kamer, reeds toegezegd
bereid te zijn het wetsvoorstel op onderdelen te repareren. Hierbij wijs ik
er op, dat bedoelde reparatie betrekking heeft op onderdelen die wel en onderdelen
die geen direct verband houden met het wetsvoorstel Flexibiliteit en zekerheid,
maar voortvloeien uit andere wetgevingstrajecten. Concreet gaat het dan om
de volgende onderdelen:1
Onderdelen die verband houden met het wetsvoorstel
Burgerlijk Wetboek Boek 7
– In artikel 610b wordt «tenminste» vervangen door:
ten minste.
– In de artikelen 628 leden 5 en 7, 652 lid 6, 668a, lid 5, 691
lid 7 wordt de afwijking ten nadele van de werknemer zo geformuleerd dat onomstotelijk
vast komt te staan dat wel ten voordele van de werknemer mag worden afgeweken
(het verplaatsen van het woord «slechts»).
– In artikel 652 lid 5 wordt het woord «overeenkomst»
vervangen door: arbeidsovereenkomst.
– In artikel 652 lid 6 wordt de verwijzing naar lid 4 gewijzigd
in: lid 4, onderdeel a.
– In artikel 677 lid 1, tweede volzin, wordt «een dergelijke
reden» vervangen door: een dergelijke, aan de wederpartij onverwijld
medegedeelde reden.
– In artikel 685 lid 1, vierde volzin wordt «verzoek»
vervangen door «verzoekschrift» en wordt bij de ongeschiktheid
van de werknemer om arbeid te verrichten wegens ziekte nader aangegeven dat
het moet gaan om ziekte voor of op de dag van ontvangst ter griffie van het
verzoekschrift.
Werkloosheidswet
– Artikel 16, derde en vierde lid, wordt zo gewijzigd dat de regeling
meer in overeenstemming wordt gebracht met de bedoeling van de bepaling. Zo
zal het onbedoelde onderscheid tussen de regeling van de «fictieve opzegtermijn»
na ontbinding enerzijds en na opzegging of beëindiging met wederzijds
goedvinden anderzijds worden weggenomen. Ook zal de tekst worden gewijzigd
om te bewerkstelligen, dat onder «inkomsten waarop de werknemer recht
heeft in verband met de beëindiging van de dienstbetrekking» ook
wordt begrepen de door de werknemer op grond van artikel 677 lid 3 BW ontvangen
schadevergoeding.
– In artikel 16, vierde lid, wordt «dienstbetrekking»
vervangen door: de dienstbetrekking.
Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
– In artikel 6, tweede lid, wordt «de wederpartij» vervangen
door: de werknemer.
Arbeidsomstandighedenwet
– In de artikelen 15, negende lid, en 19, tweede lid, derde volzin,
wordt de verwijzing naar artikel 21 van de Wet op de ondernemingsraden aangepast.
Faillissementswet
– In artikel 40 lid 1 wordt «beëindigd» vervangen
door: opgezegd.
Overgangsrecht en Ragetlie-regel
Voorts heb ik u toegezegd de zogenoemde Ragetlie-regel te codificeren
en het overgangsrecht aan te passen in lijn met de uitleg die hieraan volgens
de FNV en de VNO-NCW gegeven moet worden.
Onderdelen die geen rechtstreeks verband houden met het
wetsvoorstel
Burgerlijk Wetboek Boek 7
– In artikel 628 lid 5 wordt «of bij reglement» geschrapt.
– In artikel 632 lid 1, onderdeel b, wordt «van een reglement
of» geschrapt.
– In artikel 656 lid 1 wordt «op diens een verzoek»
vervangen door: op diens verzoek.
– In artikel 672 lid 1 wordt «reglement» geschrapt.
Burgerlijk Wetboek Boek 2
– In de artikelen 37, lid 6, 134, lid 3 en 244 lid 3 wordt «arbeidsverhouding»
vervangen door: arbeidsovereenkomst.
Wetboek van Koophandel
– In de artikelen 379 lid 1, 383 lid 1, 404 en 439 lid 1 wordt «arbeidsverhouding»
vervangen door: arbeidsovereenkomst.
Wet van 13 april 1995, Stb. 231 (wijziging Wet op de ondernemingsraden
i.v.m. overheidspersoneel)
– Artikel II onderdeel D vervalt.
II. Evaluaties
Artikel XVI van het wetsvoorstel voorziet in twee evaluatiemomenten, te
weten:
1. een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de wet binnen
3 jaar na inwerkingtreding van de wet:
2. een evaluatie van de wijze waarop de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
zijn bevoegdheid heeft uitgevoerd. Deze evaluatie zal 2 jaar na inwerkingtreding
van de wet worden uitgevoerd en vervolgens telkens na 4 jaar.
Daarnaast is er nog een derde evaluatiemoment, te weten:
3. een evaluatie van de «verkorte ontslagvergunningsprocedure»
na 1 jaar.
Hierover heb ik de Tweede Kamer bij brief van 7 oktober 1997 geïnformeerd
(Kamerstukken II, 1997/98, 25 263, nr. 15).
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd mede
met het oog op de afronding van de behandeling van beide wetsvoorstellen door
uw Kamer op 12 mei a.s.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. P. W. Melkert