Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 25000-IV nr. 39b |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 25000-IV nr. 39b |
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 maart 1997
De financiële relaties van Nederland met de Koninkrijkspartners zijn de laatste jaren meer en meer onderwerp van discussie geworden. De ontwikkeling van de landen van het Koninkrijk en van hun onderlinge verhoudingen maakt in het bijzonder een herbezinning nodig op de vormen van verlening van Nederlandse financiële en personele steun. Bij de behandeling van hoofdstuk IV van de Rijksbegroting 1997 door de Eerste Kamer heb ik verklaard mij door externe deskundigen te zullen laten adviseren over de mogelijkheden tot herziening van het Nederlandse beleid met betrekking tot deze relaties. Gaarne breng ik daarover het volgende te uwer kennis.
Tijdens het bezoek dat ik enige tijd geleden bracht aan de Nederlandse Antillen en Aruba, waaraan voor wat betreft de financieel-economische beleidsdialoog een deel ook werd deelgenomen door de minister van Financiën, heb ik dit voornemen besproken met de Koninkrijkspartners. Na overleg met mijn ambtgenoten van Binnenlandse Zaken, van Financiën en voor Ontwikkelingssamenwerking, heb ik besloten om voor advies over de financiële verhouding van Nederland met beide Koninkrijkspartners twee afzonderlijke commissies in te stellen. Bijgaand zend ik u kopieën van de besluiten1 tot instelling van deze commissies.
De «Commissie Financieringsmodaliteiten» zal zich bezighouden met de financiële relaties van Nederland met de Nederlandse Antillen.
De commissie heeft tot taak de bestaande wijze van verlening van financiële steun door Nederland aan de Nederlandse Antillen te onderzoeken, te evalueren en te beoordelen, een aantal met name genoemde en desgewenst andere modaliteiten van financiële ondersteuning te beschrijven en te beoordelen. De commissie dient vóór 1 juli van dit jaar haar eindrapport uit te brengen, met daarin haar aanbevelingen en adviezen. De commissie bestaat uit drie – externe – deskundigen. Tot mijn vreugde was de heer ir. G. R. Wawoe, staatsraad voor het Koninkrijk, na overleg met de vice-president van de Raad van State bereid het voorzitterschap van de Commissie op zich te nemen. Tot lid van de Commissie zijn benoemd de heren prof. dr. L. B. M. Mennes en ir. P. O. Vermeulen. De heer Mennes is directeur van de Nederlandse financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden n.v. De heer Vermeulen is lid van de raad van bestuur van de N.V. Bank van Nederlandse Gemeenten. De Commissie zal terzijde worden gestaan door ambtelijke adviseurs van de kant van het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Financiën en de minister voor Ontwikkelingssamenwerking.
Tot secretaris van de Commissie is de heer drs. N. F. Roest benoemd. Deze is voor deze werkzaamheden gedetacheerd vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Het werk van de Commissie Financieringsmodaliteiten is in eerste instantie gericht op het verkrijgen van advies voor het beleid van de Nederlandse regering. Ik stel mij voor om, nadat de Nederlandse regering zich over dit advies een voorlopig oordeel heeft gevormd, met de Nederlands-Antilliaanse regering in overleg te treden en tot overeenstemming te komen over eventuele herinrichting van de financiële relaties. In dit stadium heb ik er echter behoefte aan eerst advies voor «intern» Nederlands beraad in te winnen.
In het verleden zijn ook vanuit de Nederlandse Antillen bezwaren geuit met betrekking tot de huidige financiële relaties met Nederland. Het is naar mijn mening voor de effectiviteit van het beleid van de Nederlandse regering van groot belang de gedachten, verwachtingen en inzichten aan Nederlands-Antilliaanse kant te kennen. Ik heb de Commissie dan ook in overweging gegeven bij de vervulling van haar opdracht ook nadrukkelijk de betrokken Nederlands-Antilliaanse overheden, zowel op landelijk als op eilandelijk niveau, te raadplegen en hun opvattingen in haar overwegingen te betrekken. Ik heb de minister-president van de Nederlandse Antillen verzocht te bevorderen dat de Nederlands-Antilliaanse regering, haar leden, haar ambtelijke medewerkers en de Bestuurscolleges van de eilandgebieden aan de Commissie medewerking willen verlenen door deze informatie te verstrekken en met haar van gedachten te wisselen.
Zoals gezegd houdt de Commissie Financieringsmodaliteiten zich bezig met de Nederlandse financiële steunverlening aan de Nederlandse Antillen. Haar werk richt zich derhalve niet op de Nederlandse ondersteuning van Aruba. Mede door het verschil in situatie van Aruba heeft de financiële relatie met Nederland in de loop der jaren een ander karakter gekregen dan die met de Nederlandse Antillen. Differentiatie in de beleidsvoering met betrekking tot deze verschillende relaties behoort dan ook uitdrukkelijk tot de mogelijkheden.
Samen met mijn ambtgenoot van Financiën ben ik tijdens het beleidsoverleg in januari jl. met de regering van Aruba overeengekomen voor advisering over verdere ontwikkeling van de financiële relatie tussen Nederland en Aruba een commissie in te stellen. Ook deze commissie zal de financiële relaties herijken.
Het eindrapport van de commissie moet ook vóór 1 juli a.s. worden uitgebracht. Het verschil tussen beide commissies is gelegen enerzijds in het feit dat de Adviescommissie Samenwerking Aruba–Nederland een bipartiet karakter heeft, en anderzijds, naast een onafhankelijk voorzitter, bestaat uit ambtelijke vertegenwoordigers van beide landen.
Met de regering van Aruba is overeengekomen de heer mr. B. W. Biesheuvel te benoemen tot voorzitter van de adviescommissie. Namens Nederland zal aan het werk van de commissie worden deelgenomen door de heren mr. A. T. L. M. van de Ven en mr. drs. H. P. van Weeren. De heer Van de Ven is werkzaam bij de Inspectie Rijksfinanciën van het ministerie van Financiën. Hij is aangewezen op voordracht van mijn ambtgenoot van Financiën. De heer Van Weeren is hoofddirecteur van het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken.
De minister-president van Aruba heeft doen weten dat Aruba in de commissie zal zijn vertegenwoordigd door de heer mr. J. H. du Marchie Sarvaas, president van de Centrale Bank van Aruba, en de heer mr. A. L. Nicolaas, directeur van het ministerie van Financiën van Aruba.
Doordat de Adviescommissie Samenwerking Aruba–Nederland dezelfde secretaris zal hebben als de Commissie Financieringsmodaliteiten, zal afstemming van het werk van beide commissies kunnen plaatsvinden. Daarnaast is afgesproken dat de voorzitters van beide commissies regelmatig gezamenlijk met mijn Gevolmachtigde bijeen zullen komen om de stand van zaken te bespreken.
Ik streef naar maximale openheid over de uitkomsten van het werk van beide adviescommissies. Ik zal de Kamer het eindrapport en eventuele interimrapporten van de commissies ter kennis brengen en daarover desgewenst gaarne van gedachten wisselen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-19961997-25000-IV-39b.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.