nr. 18a
VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN EN
DE HOGE COLLEGES VAN STAAT1
Vastgesteld: 19 november 1996
Het voorbereidend onderzoek gaf de commissie aanleiding tot het formuleren
van de volgende opmerkingen en vragen.
De leden van de VVD-fractie zeiden, na de uitvoerige discussie
in de Tweede Kamer over dit wetsvoorstel, nog slechts enkele vragen te hebben.
In het ontwerp wordt voorgesteld de reikwijdte van de Rampenwet te verbreden
richting het optreden bij zware ongevallen. Deze leden waren het hiermee uiteraard
volledig eens. In de discussie over dit voorstel tijdens de plenaire behandeling
in de Tweede Kamer, zei de minister niet geheel aangenaam verrast te zijn
door het karakter van het debat aldaar, omdat dit wetsvoorstel een kleine
wijziging van de Rampenwet betreft. De leden van de VVD-fractie zouden de
vraag willen stellen of en zo ja, welke andere procedures zouden zijn gehanteerd,
die mogelijk zouden hebben bijgedragen aan een adequate primaire hulpverlening,
indien dit ontwerp reeds wet was geweest tijdens de recente vliegramp op de
basis in Eindhoven. Welke wijzigingen in het draaiboek zouden dan hebben plaatsgehad?
Kan die (theoretische) exercitie worden verschaft? Op de gang van zaken rond
de afschuwelijke ramp bij Eindhoven wilden deze leden in dit verslag niet
ingaan. Deze is kort geleden in de Tweede Kamer besproken. Wel achtten de
leden van de VVD-fractie het gewenst dat de analyse van deze zaak ook dit
wetsvoorstel omvat.
In hun ogen zal met name moeten worden ingegaan op de vraag of dit wetsvoorstel
adequaat is, of verder moet worden uitgewerkt en versterkt. De leden hier
aan het woord zeiden zeer wel te begrijpen dat hun vragen niet eenvoudig te
beantwoorden zijn. Zij hadden echter toch de behoefte om deze vragen te stellen,
omdat naar hun mening ook op wetgevend terrein alles moet worden gedaan om
in dit soort rampsituaties naar beste kunnen op te kunnen treden.
De leden van de fracties van SGP, GPV en RPF zeiden zich bij deze vragen van de VVD-fractie te willen aansluiten.
De leden van de fractie van GroenLinks wilden de mening van
de minister vernemen over de suggestie om vaste gespecialiseerde teams paraat
te houden zodat deze, bijv. per helikopter, ingezet kunnen worden bij
zware ongevallen/rampen. Op papier goed geregeld optreden bij rampen en zware
ongevallen is waardeloos als in de praktijk niet adequaat wordt opgetreden.
Hoe denkt de minister te bereiken dat in noodsituaties ook daadwerkelijk
efficiënt wordt gehandeld?
In artikel I, A, 2e is sprake van een gecoördineerde inzet van diensten
en organisaties van verschillende disciplines. Het regelmatig houden van oefeningen,
waarbij een noodsituatie wordt nagebootst, is noodzakelijk om enigszins te
kunnen garanderen dat in een werkelijke noodsituatie ook adequaat wordt opgetreden.
Hoe kan worden bereikt dat alle diensten en organisaties waar in geval van
nood een beroep op wordt gedaan, gezamenlijk met een zekere regelmaat oefeningen
houden?
Het lid Hendriks merkte op dat het onderwerp Rampenbestrijding,
gelet op de trieste luchtvaartongevallen die onlangs hebben plaatsgevonden,
op dit moment bijzondere belangstelling heeft. Het kost dan ook moeite om
deze kleine, min of meer administratieve, wijziging van de Rampenwet niet
te gebruiken als breekijzer om in diepte in te gaan op de vele aspecten van
de rampenbestrijding en de daarmee verband houdende problemen. Ook de leden
van de Tweede Kamer hebben de minister van Binnenlandse Zaken verrast met
een stortvloed van vragen op dit gebied. Niettemin zei hij van oordeel te
zijn dat dit wetsvoorstel zich niet leent voor een diepgravende behandeling
van de organisatie en de kwaliteit van de rampenbestrijding in ons land. Hij
stelde zich voor bij de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken
uitgebreid op dit onderwerp terug te komen.
Toch geeft dit wetsvoorstel ook aanleiding tot het maken van een opmerking.
Met name het Leitmotiv van het document, het uitbreiden van de reikwijdte
van de Rampenwet tot zware ongevallen, brengt problemen met zich. Het wetsvoorstel
brengt in artikel 1 twee in principe verschillende begrippen, te weten «ramp»
en «zwaar ongeval» onder één noemer. Nu is het natuurlijk
verleidelijk om terwille van de eenvoud deze begrippen op dezelfde wijze te
definiëren. Naar de mening van het lid Hendriks is de gebruikte definitie
niet geheel in lijn met de reeds geruime tijd (ook internationaal) geaccepteerde
omschrijving van het begrip «ramp», althans zoals deze wordt gebruikt
met betrekking tot de Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen (GHR). De in
deze sector gebruikelijke definitie luidt, voor zover bekend: «Een ramp
is een doorgaans destructieve gebeurtenis die zoveel slachtoffers eist dat
extra mobilisatie van medische hulpdiensten noodzakelijk is». Het is
duidelijk dat, waar in het algemeen in dit wetsvoorstel het begrip «ramp»
zowel aan de aanwezigheid van slachtoffers wordt verbonden als aan materiële
belangen, dit laatste aspect door de GHR-organisatie in het geheel niet in
beschouwing wordt genomen. Dit verschil in opvatting klemt vooral omdat de
GHR de daar geldende definitie denkt te gaan koppelen aan een zogenaamde «Medical
Severity Index», die wordt gebruikt om te bepalen of, afhankelijk van
de «severity» van het ongeval en van het te verwachten aantal
slachtoffers, gerelateerd aan de plaatselijk beschikbare medische hulpcapaciteit,
in medisch opzicht überhaupt van een ramp sprake is. Een beroep op omliggende
hulpdiensten zou dan in principe uitsluitend worden gedaan als volgens deze
index van een ramp moet worden uitgegaan. Het lid hier aan het woord was van
mening dat, gegeven dit verschil in definiëring, het wetsvoorstel toch
nog enige aanpassing behoeft.
De heer Hendriks achtte het voorts met Senioren 2000 een verheugende zaak
dat in dit wetsvoorstel rekening is gehouden met de speciale situatie van mogelijke rampen onder «buitengewone omstandigheden»
en de daarmee verband houdende bevoegdheden van de minister van Defensie om,
waar nodig, van deze wet af te wijken.
De voorzitter van de commissie,
Grewel
De griffier van de commissie,
Hordijk