23 720
Regels met betrekking tot de geestelijke verzorging in instellingen in de zorgsector, in justitiële inrichtingen en in de krijgsmacht (Wet geestelijke verzorging zorginstellingen, justitiële inrichtingen en krijgsmacht)

nr. 43e
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 juni 1997

Tijdens de mondelinge behandeling van het ontwerp van Wet geestelijke verzorging c.a. heb ik uw Kamer toegezegd u vóór het zomerreces nader te informeren over de wijze waarop in het verleden op grond van het provinciale/grootstedelijke subsidiebeleid geestelijke verzorging in de verzorgingshuizen mogelijk is gemaakt en daadwerkelijk is bekostigd.

In overeenstemming met de Minister van Justitie deel ik u hierbij mede dat ik aan het bureau Moret, Ernst & Young een onderzoeksopdracht heb verstrekt ten einde u van de gewenste informatie te kunnen voorzien. Na een kort vooronderzoek bij de WoonZorg Federatie (WZF), het IPO, de Ziekenfondsraad, het COTG en de provincie Utrecht heeft Moret, Ernst & Young moeten vaststellen dat geen recente gebundelde informatie beschikbaar is inzake de vraag of en zo ja in hoeverre de voorheen veelal geoormerkte budgetmiddelen voor geestelijke verzorging, tot 1 januari jl. waren opgenomen in de subsidieverordening en budgetregels van de provincies en grote steden. Derhalve worden thans de afdelingen voor ouderenzorg van de provincies en grote steden hiervoor benaderd, en wordt tevens gebruik gemaakt van de informatie uit het rapport van de commissie Hirsch Ballin uit 1988. Verder is uit de toetsing bij de provincie Utrecht gebleken dat het onderzoek per provincie tijdrovend is omdat men ver terug moet gaan in de tijd.

Het bureau heeft van de WZF gegevens ontvangen uit het EBIS-systeem over de jaren 1993 t/m 1995. Daaruit is per provincie of grote stad af te leiden hoeveel tehuizen kosten hebben opgevoerd voor geestelijke verzorging.

Voor 1995 blijken van de 733 verzorgingshuizen die hieraan meewerkten, er 102 kosten voor geestelijke verzorging te hebben opgevoerd voor in totaal ca. 37 fte. In deze groep blijkt het dan te gaan om ca. 0,06 geestelijk verzorgende per 100 bedden. Nader zal moeten worden bepaald welke waarde aan deze gegevens kan worden gehecht.

Hoewel Moret, Ernst & Young inmiddels een eindweegs is gevorderd met het onderzoek, heeft het bureau mij gemeld dat het niet mogelijk is nog vóór het zomerreces rapport uit te brengen. Op grond daarvan ben ik tot de conclusie gekomen dat ik mijn toezegging aan uw Kamer tot mijn spijt niet tijdig gestand kan doen. Hopelijk vóór 1 september a.s. zal ik u de toegezegde informatie mits de gegevens beschikbaar zijn, doen toekomen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. G. Terpstra

Naar boven