23 720
Regels met betrekking tot de geestelijke verzorging in instellingen in de zorgsector, in justitiële inrichtingen en in de krijgsmacht (Wet geestelijke verzorging zorginstellingen, justitiële inrichtingen en krijgsmacht)

nr. 43b
NADERE MEMORIE VAN ANTWOORD

Ontvangen 27 januari 1997

De vragen in het nader voorlopig verslag van de leden van de VVD-fractie beantwoorden wij als volgt.

De aan het woord zijnde leden stellen voorop dat zij het van groot gewicht vinden dat er geestelijke verzorging is in instellingen waar mensen niet vrijwillig verblijven, maar constateren daarbij dat het voorstel van wet overbodig is en niet deregulerend werkt. Zij vroegen of de regering deze opvatting deelt. Deze leden verwijzen daarbij naar enkele zinsneden uit de memorie van antwoord.

Zoals wij reeds eerder betoogden zijn wij van mening dat de regeling gegeven in het onderhavige voorstel van wet zeker niet overbodig is, en door de uniformerende werking wel degelijk een deregulerend effect heeft. Het doel van het voorstel van wet is om voor de betrokken sectoren, op een zo uniform mogelijke wijze, geestelijke verzorging wettelijk te verankeren. Dat thans geestelijke verzorging in de instellingen in de praktijk doorgaans aanwezig is, doet wat ons betreft geen afbreuk aan de wenselijkheid dit wettelijk te regelen. Dit zal ervoor zorgen dat de geestelijke verzorging ook in de toekomst onderdeel van de in de instellingen geboden zorg zal blijven uitmaken.

In de memorie van antwoord hebben wij ons inderdaad een aantal malen in de verleden tijd uitgelaten, zoals de leden van de VVD-fractie aanhalen. Een aantal aspecten van het voorstel van wet zoals dat werd ingediend is in de loop van de parlementaire behandeling immers veranderd. In de Kwaliteitswet zorginstellingen werd bij amendement tevens de geestelijke verzorging opgenomen. Aangezien het aanvankelijk onze voorkeur had om dit onderwerp voor wat betreft de zorginstellingen in één wet te regelen stelden wij in de nota van wijziging voor de geestelijke verzorging in de Kwaliteitswet zorginstellingen te laten vervallen. Nu de Tweede Kamer zich, door aanvaarding van het amendement-Bremmer (nr. 9), ten tweede male op dit punt heeft uitgesproken, hebben wij ons hierbij neergelegd. Daarnaast werd tevens bij amendement (Apostolou, nr. 10) de krijgsmacht aan het toepassingsbereik van het voorstel van wet toegevoegd.

De aan het woord zijnde leden vroegen om aan te geven of het voorstel van wet nu een tijdelijk karakter heeft en zo ja, wanneer de wet weer wordt ingetrokken. Voor wat betreft de zorginstellingen heeft de wet geen tijdelijk karakter. De Wet geestelijke verzorging zal voor deze sector naast de Kwaliteitswet zorginstellingen blijven bestaan. Hetzelfde geldt voor instellingen die onder de Wet op de jeugdhulpverlening vallen. Hiervoor vormt de onderhavige wet de enige regeling van het recht op geestelijke verzorging. Een tijdelijk karakter heeft de wet wel voor de justitiële inrichtingen en de krijgsmacht. In de artikelen 10 en 11 van het voorstel van wet is aangegeven wanneer de bepalingen voor de inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden en de penitentiaire inrichtingen komen te vervallen. Dit is namelijk het moment waarop de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden respectievelijk de Penitentiaire beginselenwet in werking treden. Voor wat betreft de justitiële jeugdinrichtingen zal in het voorstel van wet Beginselenwet Justitiële Jeugdinrichtingen, dat thans nog in voorbereiding is, het vervallen van de betreffende bepalingen van de onderhavige wet worden opgenomen. De plaats van de definitieve regeling van de geestelijke verzorging in de grenslogies wordt nog bezien. Ook voor de krijgsmacht zal het onderhavige voorstel van wet een tijdelijk karakter hebben. Zoals wij reeds in de memorie van antwoord aangaven zal dit onderwerp binnen de Defensieregeling worden opgenomen.

De leden vroegen voorts of het juist is dat het voorstel van wet eigenlijk alleen aan de bestaande en komende regelgeving toevoegt het element van «toegankelijkheid en beschikbaarheid» in zorginstellingen. Deze stelling kunnen wij niet delen. In de huidige regelgeving voor de zorginstellingen (de Kwaliteitswet zorginstellingen) is alleen de beschikbaarheid van de geestelijke verzorging geregeld. Door dit voorstel van wet wordt naast het herhalen van de beschikbaarheid, de eis van toegankelijkheid toegevoegd. Op het terrein van de justitiële inrichtingen is de huidige regelgeving niet altijd helder voor wat betreft welke aspecten van de geestelijke verzorging zij omvat. Wij verwijzen naar de beschrijving van de regelingen in de memorie van toelichting (blz. 2). In zoverre geeft het voorstel van wet voor de huidige regeling in de justitiële inrichtingen een verduidelijking. De komende beginselenwetten zullen eveneens de vereisten van toegankelijkheid en beschikbaarheid omvatten. De «toegankelijkheid en beschikbaarheid» van de geestelijke verzorging voor de krijgsmacht werd tot nu toe gezien als een onderdeel van de algemene personeelszorg. Voor deze sector voegt artikel 5 van het voorstel van wet voor wat betreft de huidige regelgeving beide aspecten toe.

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

De Staatssecretaris van Defensie,

J. C. Gmelich Meijling

Naar boven