nr. 43b
NADERE MEMORIE VAN ANTWOORD
Ontvangen 27 januari 1997
De vragen in het nader voorlopig verslag van de leden van de VVD-fractie
beantwoorden wij als volgt.
De aan het woord zijnde leden stellen voorop dat zij het van groot gewicht
vinden dat er geestelijke verzorging is in instellingen waar mensen niet vrijwillig
verblijven, maar constateren daarbij dat het voorstel van wet overbodig is
en niet deregulerend werkt. Zij vroegen of de regering deze opvatting deelt.
Deze leden verwijzen daarbij naar enkele zinsneden uit de memorie van antwoord.
Zoals wij reeds eerder betoogden zijn wij van mening dat de regeling gegeven
in het onderhavige voorstel van wet zeker niet overbodig is, en door de uniformerende
werking wel degelijk een deregulerend effect heeft. Het doel van het voorstel
van wet is om voor de betrokken sectoren, op een zo uniform mogelijke wijze,
geestelijke verzorging wettelijk te verankeren. Dat thans geestelijke verzorging
in de instellingen in de praktijk doorgaans aanwezig is, doet wat ons betreft
geen afbreuk aan de wenselijkheid dit wettelijk te regelen. Dit zal ervoor
zorgen dat de geestelijke verzorging ook in de toekomst onderdeel van de in
de instellingen geboden zorg zal blijven uitmaken.
In de memorie van antwoord hebben wij ons inderdaad een aantal malen in
de verleden tijd uitgelaten, zoals de leden van de VVD-fractie aanhalen. Een
aantal aspecten van het voorstel van wet zoals dat werd ingediend is in de
loop van de parlementaire behandeling immers veranderd. In de Kwaliteitswet
zorginstellingen werd bij amendement tevens de geestelijke verzorging opgenomen.
Aangezien het aanvankelijk onze voorkeur had om dit onderwerp voor wat betreft
de zorginstellingen in één wet te regelen stelden wij in de
nota van wijziging voor de geestelijke verzorging in de Kwaliteitswet zorginstellingen
te laten vervallen. Nu de Tweede Kamer zich, door aanvaarding van het amendement-Bremmer
(nr. 9), ten tweede male op dit punt heeft uitgesproken, hebben wij ons
hierbij neergelegd. Daarnaast werd tevens bij amendement (Apostolou, nr. 10)
de krijgsmacht aan het toepassingsbereik van het voorstel van wet toegevoegd.
De aan het woord zijnde leden vroegen om aan te geven of het voorstel
van wet nu een tijdelijk karakter heeft en zo ja, wanneer de wet weer wordt
ingetrokken. Voor wat betreft de zorginstellingen heeft de wet geen tijdelijk
karakter. De Wet geestelijke verzorging zal voor deze sector naast de Kwaliteitswet
zorginstellingen blijven bestaan. Hetzelfde geldt voor instellingen die onder
de Wet op de jeugdhulpverlening vallen. Hiervoor vormt de onderhavige wet
de enige regeling van het recht op geestelijke verzorging. Een tijdelijk karakter
heeft de wet wel voor de justitiële inrichtingen en de krijgsmacht. In
de artikelen 10 en 11 van het voorstel van wet is aangegeven wanneer de bepalingen
voor de inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden en de penitentiaire
inrichtingen komen te vervallen. Dit is namelijk het moment waarop de Beginselenwet
verpleging ter beschikking gestelden respectievelijk de Penitentiaire beginselenwet
in werking treden. Voor wat betreft de justitiële jeugdinrichtingen zal
in het voorstel van wet Beginselenwet Justitiële Jeugdinrichtingen, dat
thans nog in voorbereiding is, het vervallen van de betreffende bepalingen
van de onderhavige wet worden opgenomen. De plaats van de definitieve regeling
van de geestelijke verzorging in de grenslogies wordt nog bezien. Ook voor
de krijgsmacht zal het onderhavige voorstel van wet een tijdelijk karakter
hebben. Zoals wij reeds in de memorie van antwoord aangaven zal dit onderwerp
binnen de Defensieregeling worden opgenomen.
De leden vroegen voorts of het juist is dat het voorstel van wet eigenlijk
alleen aan de bestaande en komende regelgeving toevoegt het element van «toegankelijkheid
en beschikbaarheid» in zorginstellingen. Deze stelling kunnen wij niet
delen. In de huidige regelgeving voor de zorginstellingen (de Kwaliteitswet
zorginstellingen) is alleen de beschikbaarheid van de geestelijke verzorging
geregeld. Door dit voorstel van wet wordt naast het herhalen van de beschikbaarheid,
de eis van toegankelijkheid toegevoegd. Op het terrein van de justitiële
inrichtingen is de huidige regelgeving niet altijd helder voor wat betreft
welke aspecten van de geestelijke verzorging zij omvat. Wij verwijzen naar
de beschrijving van de regelingen in de memorie van toelichting (blz. 2).
In zoverre geeft het voorstel van wet voor de huidige regeling in de justitiële
inrichtingen een verduidelijking. De komende beginselenwetten zullen eveneens
de vereisten van toegankelijkheid en beschikbaarheid omvatten. De «toegankelijkheid
en beschikbaarheid» van de geestelijke verzorging voor de krijgsmacht
werd tot nu toe gezien als een onderdeel van de algemene personeelszorg. Voor
deze sector voegt artikel 5 van het voorstel van wet voor wat betreft de huidige
regelgeving beide aspecten toe.
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Staatssecretaris van Defensie,
J. C. Gmelich Meijling