21 436
Wijziging van de Visserijwet 1963

nr. 87
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 november 1996

Hierbij doe ik U toekomen de memorie van antwoord naar aanleiding van het voorlopig verslag van Uw Kamer inzake wetsvoorstel 21 436 betreffende de wijziging van de Visserijwet 1963.

Gezien het feit dat mijn voorgenomen besluit tot de instelling van een verbod met ingang van 1 januari 1997 op het gebruik van levend aas bij het vissen gebaseerd is op het met deze wijziging van de Visserijwet 1963 nieuw te introduceren artikel 2c, moge ik U verzoeken het wetsvoorstel nog voor het Kerstreces te behandelen.

* De vorige stukken inzake dit wetsvoorstel zijn verschenen onder de nrs. 236 en 236a, vergaderjaar 1995–1996.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

J. J. van Aartsen

Naar boven