24 516
Wijziging van de in artikel 7 van de Wet persoonsregistraties opgenomen termijn voor het indienen van een voorstel van wet

nr. 248
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

23 april 1996

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gezien de ontwikkelingen in Europees verband, wenselijk is de termijn waarbinnen aan de Staten-Generaal het voorstel van wet ter regeling van het opnemen in persoonsregistraties van gevoelige gegevens gedaan wordt, te verlengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Artikel 7 van de Wet persoonsregistraties wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste lid komt als volgt te luiden:

1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake het opnemen in een persoonsregistratie van persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, seksualiteit of intiem levensgedrag, alsmede persoonsgegevens van medische, psychologische, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke aard.

b. Het derde lid komt te luiden:

3. Uiterlijk op 1 juni 1997 wordt een voorstel van wet tot regeling van het in het eerste lid omschreven onderwerp aan de Staten-Generaal gedaan.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Justitie,

Naar boven