Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal1995-199624458 nr. 122a

24 458
Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen

nr. 122a
VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN1

Vastgesteld 7 december 1995

Het voorbereidend onderzoek gaf de leden van de PvdA-fractie aanleiding tot het formuleren van de volgende opmerkingen en vragen.

De leden hier aan het woord stemden graag in met het voorstel de werkgeversafdracht te verlagen voor werknemers die hetzij een laag inkomen verdienen hetzij langdurig werkloos zijn. Als al de loonkosten prohibitief zouden zijn voor de uitbreiding van werkgelegenheid dan is dit, zo meenden zij, een goede weg om «arbeid» goedkoper te maken.

Is, waar het budget voor 1996 reeds is vastgesteld, de afdrachtverlaging een ruimte die kan worden benut binnen de WSW? Zij hadden begrepen uit de mondelinge behandeling in de Tweede Kamer dat hierover nog onderhandelingen in het kabinet gaande zijn.

Waar het betreft de fiscale ondersteuning van het leerlingwezen hadden deze leden aarzeling bij de doeltreffendheid van het fiscale instrument.

Zij betreurden dat de subsidieregeling niet is voortgezet en verruimd.

Zeker wanneer een leerovereenkomst niet bij één maar bij meerdere werkgevers, bijvoorbeeld in GOA-verband bestaat hadden deze leden de indruk dat de technische verdeling van de afdrachtsverlaging een extra belemmering kan opleveren voor de uitbreiding van het leerlingwezen of zelfs maar voor het behoud van het bestaande aantal plekken.

Zij hoopten dat het kabinet hun angst met een aantal concrete voorbeelden kan wegnemen.

Ook waar het de kinderopvang betreft hadden de leden van de PvdA-fractie liever een voortzetting van de stimuleringsregeling gehad, maar een fiscale tegemoetkoming, zo onderkenden zij, kon ook een stimulerende werking hebben. Juist vanuit het belang van uitbreiding van het aantal kinderopvangplaatsen waren zij bereid welhaast ieder middel dat daartoe kan leiden te accepteren. Kinderopvang is, zo constateerden deze leden, ook relevant bij het toeleidingstraject tot de arbeidsmarkt en bij bijvoorbeeld de «inburgeringscursussen». Kan een «opdrachtgever» voor een toekomstige werknemer eveneens gebruik maken van de aftrekregeling kinderopvang wanneer bijvoorbeeld een baangarantie is afgegeven na het volgen van een arbeidstoeleidende cursus?

Vertrouwende dat deze vragen tijdig zullen worden beantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over het onderhavige wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie,

Boorsma

De griffier van de commissie,

Hordijk


XNoot
1

Samenstelling: Boorsma (CDA), voorzitter, De Boer (GL), Van Dijk (CDA), Stevens (CDA), Schuyer (D66), Hilarides (VVD), Rensema (VVD), Van den Berg (SGP), Wöltgens (PvdA), Ter Veld (PvdA) en De Haze Winkelman (VVD).