24 423
Wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet op belastingen van rechtsverkeer (wijziging van enige fiscale wetten in het kader van lastenverlichting voor het midden- en kleinbedrijf)

nr. 104
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

24 november 1995

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op het bevorderen van de werkgelegenheid wenselijk is de positie van het midden- en kleinbedrijf te versterken door fiscale maatregelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In de Wet op de inkomstenbelasting 1964 worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A. In artikel 10, derde lid, onderdeel b, wordt na «beperkt wordt tot aangewezen gebieden» ingevoegd: dan wel tot aangewezen groepen van belastingplichtigen.

B. Aan artikel 10a wordt, onder aanduiding van de bestaande tekst als eerste lid, toegevoegd:

2. Indien op een bedrijfsmiddel op de voet van artikel 10, derde lid, willekeurig is afgeschreven en op enig tijdstip binnen een bij ministeriële regeling te bepalen periode niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens dat lid gestelde voorwaarden met betrekking tot dat bedrijfsmiddel, wordt op dat tijdstip de boekwaarde van het bedrijfsmiddel gesteld op de boekwaarde die zou zijn bereikt indien geen willekeurige afschrijving zou hebben plaatsgevonden.

C.1. Artikel 11, tweede lid, wordt vervangen door:

2. Bij een investeringsbedrag in een kalenderjaar van:

meer dandoch niet meer danbedraagt de investeringsaftrek
f  3 400f  58 00024%
58 000115 00021%
115 000172 00019%
172 000229 00016%
229 000286 00013%
286 000343 00011%
343 000401 0008%
401 000458 000 5%
458 000515 0003%

C.2. In het vijfde lid, onderdeel c, onder 1°, wordt na «voor de uitoefening van het bosbedrijf als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a» toegevoegd: , tenzij de voordelen daaruit op de voet van artikel 8, tweede lid, tot de winst behoren.

C.3. In het vijfde lid wordt onderdeel g vervangen door:

g. vaartuigen als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, onderdeel b;

D. In artikel 13 wordt, onder vernummering van het tweede lid in derde lid, het eerste lid vervangen door:

1. Bij het bepalen van de in een kalenderjaar genoten winst kan worden gereserveerd:

a. tot gelijkmatige verdeling van kosten en lasten;

b. tot dekking van risico's welke in belangrijke mate worden verzekerd, doch door de belastingplichtige niet verzekerd zijn;

c. tot dekking van debiteuren- en valutarisico's welke samenhangen met export, indien ter zake van deze risico's niet een reserve is gevormd op de voet van onderdeel b en deze risico's niet door de belastingplichtige zijn verzekerd.

2. De toevoeging aan de reserve bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bedraagt, indien in een kalenderjaar de omzet behaald met de export:

a. niet meer beloopt dan f 100 000: 5 percent van deze omzet;

b. meer beloopt dan f 100 000 doch niet meer dan f 200 000: 2 percent van deze omzet.

E. In artikel 14, derde lid, wordt de tweede volzin vervangen door: Ingeval artikel 10, derde lid, ter zake van het te vervangen bedrijfsmiddel toepassing heeft gevonden, wordt voor de toepassing van het eerste lid als boekwaarde van dat bedrijfsmiddel in aanmerking genomen de boekwaarde die zonder toepassing van artikel 10, derde lid, zou hebben gegolden. De vorige volzin is slechts van toepassing indien ter zake van het vervangend bedrijfsmiddel artikel 10, derde lid, geen toepassing kan vinden.

F. In artikel 14a, tweede lid, onderdeel a, wordt na «vermogensbestanddelen behorende tot een bosbedrijf als is bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a» toegevoegd: , tenzij de voordelen daaruit op de voet van artikel 8, tweede lid, tot de winst behoren.

G.1. In artikel 44m, derde lid, wordt «f 2476» vervangen door: f 3500.

G.2. In het vierde lid wordt «f 6150» vervangen door: f 9850.

G.3. In het zesde lid wordt «f 7995» vervangen door: f 11 700.

ARTIKEL II

In de Wet op de loonbelasting 1964 worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A. In artikel 31, eerste lid, tweede volzin, wordt «25 percent» vervangen door: 40 percent. Voorts wordt in de tweede volzin «f 100 000» telkens vervangen door: f 150 000.

B. In artikel 32 wordt «32,5» vervangen door: 47,5.

ARTIKEL III

In de Wet op belastingen van rechtsverkeer worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A.1. In artikel 14 vervalt het tweede lid.

A.2. Het derde lid wordt vernummerd tot tweede lid.

B. Aan artikel 15, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel r door een puntkomma, toegevoegd:

s. van landerijen – daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop – krachtens ruiling, voor zover de belasting is verschuldigd over een bedrag gelijk aan de – met overeenkomstige toepassing van artikel 11 bepaalde – waarde van de door de verkrijger afgestane landerijen welke zijn gelegen in dezelfde gemeente als de verkregen landerijen of in een aangrenzende gemeente;

t. van landerijen – daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop – bij hervestiging van het landbouwbedrijf van de verkrijger indien de afgestane landerijen door overheidsbeleid inzake de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden of de ruimtelijke ordening voortaan of waarschijnlijk binnenkort buiten het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf zullen worden aangewend, voor zover de belasting is verschuldigd over een bedrag gelijk aan de – met overeenkomstige toepassing van artikel 11 bepaalde – waarde van die afgestane landerijen, in bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen gevallen en onder daarbij te stellen voorwaarden. Voor de toepassing van deze bepaling wordt de waarde van de afgestane landerijen bepaald zonder rekening te houden met de omstandigheid dat de grond voortaan of waarschijnlijk binnenkort buiten het kader van de uitoefening van het landbouwbedrijf zal worden aangewend.

ARTIKEL IV

Artikel 10, vijfde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 vindt geen toepassing met betrekking tot de na de totstandkoming van deze wet door Onze Minister krachtens het vierde lid van dat artikel te treffen regeling welke ertoe strekt de willekeurige afschrijving van de aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen door een belastingplichtige ten aanzien van wie artikel 44m, derde lid, van die wet toepassing vindt, te beperken tot het investeringsbedrag waarop artikel 11, eerste lid, van die wet ten hoogste toepassing vindt.

ARTIKEL V

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Financiën,

Naar boven