nr. 62
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN EN DE MINISTER VAN
VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 oktober 1995
In de motie-K. Zijlstra c.s. (Kamerstukken I, 1994–1995, 23 935,
nr. 117d) heeft uw Kamer de regering verzocht de milieukundige rechtvaardiging
van een heffing op grondwater, ook in vergelijking met het gebruik van oppervlaktewater
voor soortgelijke doeleinden, ten principale te onderzoeken en daarover spoedig
te rapporteren.
In maart van dit jaar heeft de eerste ondergetekende als subwerkgroep
van de werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting
ingesteld de werkgroep vergroening van het fiscale stelsel. Doel van deze
subwerkgroep is om te adviseren over mogelijkheden binnen het fiscale stelsel
die het belang van de bescherming van het milieu en van een duurzame ontwikkeling
van de economie kunnen bevorderen.
Bij brief van 18 oktober 1995 heeft de werkgroep fiscaal-technische herziening
van de loon- en inkomstenbelasting de eerste ondergetekende de eerste rapportage
van de subwerkgroep vergroening van het fiscale stelsel aangeboden, die u
hierbij ter kennisneming ontvangt.2
Op ons verzoek heeft de werkgroep vergroening zich bij voorrang gebogen
over de grondwaterbelasting die begin van dit jaar is ingevoerd, in het licht
van de genoemde motie-K. Zijlstra c.s.
De werkgroep vergroening beveelt aan om de huidige grondwaterbelasting
voorlopig te handhaven, op grond van de verkregen indicaties over het te verwachten
effect op de waterbesparing door gezinnen en het overschakelen op alternatieven
voor grondwaterverbruik voor laagwaardige toepassingen in de industrie. Op
grond van dit advies van de werkgroep zien wij op dit moment geen aanleiding
tot wettelijke maatregelen in het kader van de grondwaterbelasting.
De subwerkgroep acht het wel gewenst nader te onderzoeken of grotere positieve
effecten voor het milieu op een meer evenwichtige wijze kunnen worden bereikt
door de grondwaterbelasting te vervangen door een algemene belasting op de
levering van water, onder handhaving van een belasting op de eigen onttrekkingen
ten grondwater door anderen dan de waterleidingbedrijven. Wij wachten de nadere
rapportage van de werkgroep vergroening, die voorzien is per begin 1986, op
dit punt af.
De Staatssecretaris van Financiën,
W. A. F. G. Vermeend
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
M. de Boer