nr. 114g
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 april 1996
In de motie van het lid Jaarsma c.s. inzake het wetsvoorstel boeten, maatregelen
en terug- en invordering sociale zekerheid wordt de regering verzocht, vóór
de inwerkingtreding van deze wet deze dan wel de relevante materiewetten zodanig
te wijzigen dat bij blijvende weigering van de WW-uitkering:
– de gesanctioneerden de mogelijkheid wordt geboden op basis van
artikel 81 WAO hun arbeidsongeschiktheidsverzekering te continueren gedurende
de periode dat hun WW-uitkering had geduurd indien de santie niet zou zijn
opgelegd
– gesanctioneerden, indien zij kunnen aantonen niet op andere wijze
verzekerd of meeverzekerd te zijn voor ziektekosten, toe te laten tot de ziekenfondsverzekering.
WAO
Ingevolge artikel 81, eerste lid onder a, van de WAO zijn de bedrijfsverenigingen
verplicht tot de vrijwillige verzekering toe te laten degene die hier te lande
woont, en wiens verplichte verzekering is geëindigd en te wiens aanzien
op grond van gebleken omstandigheden redelijkerwijze valt aan te nemen, dat
onderbreking van die verplichte verzekering van korte duur zal zijn, dan wel
dat het zijn bedoeling is bij geboden gelegenheid opnieuw een dienstbetrekking
aan te gaan.
De laatste zinsnede betekent naar mijn oordeel dat de blijvend geheel
geweigerde die beschikbaar is om arbeid te aanvaarden toegelaten dient te
worden tot de vrijwillige WAO-verzekering. Daarmee is mijns inziens dan ook
de motie op dit punt overbodig. De werkloze werknemer die niet beschikbaar
is om arbeid te aanvaarden zal immers reeds om die reden geen recht hebben
op WW-uitkering; een eventuele blijvend gehele weigering voegt daar niets
aan toe.
Via het Tica zal ik de bedrijfsverenigingen vragen om bij een blijvende gehele weigering de betrokkene er op te wijzen dat de mogelijkheid
van een vrijwillige WAO-verzekering bestaat.
Ziekenfondsverzekering
In het kader van de ziekenfondsverzekering zijn er 3 situaties aan de
orde.
1. Een deel van de blijvend geheel geweigerden zal recht krijgen op bijstand
en uit dien hoofde verplicht ziekenfondsverzekerd zijn. De bijstandsuitkering
kan evenwel tijdelijk geheel geweigerd worden. Een tijdelijke onderbreking
van de verplichte ziekenfondsverzekering acht ik, en met mij de Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ongewenst. In het kader van de Ziekenfondswet
zal dan ook een regeling worden getroffen waarbij een betrokkene tijdens een
dergelijke tijdelijke weigering onder de verplichte ziekenfondsverzekering
wordt gebracht. In nader overleg met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport zal ik een regeling treffen met betrekking tot de premiebetaling
voor de betreffende periode.
2. Een ander deel van de blijvend geheel geweigerden zal geen recht krijgen
op bijstand doch zal kunnen «meeliften» met een wel-verzekerde
partner (medeverzekering ziekenfondsverzekering).
3. Een laatste deel van de blijvend geheel geweigerden zal geen recht
krijgen op bijstand noch kunnen «meeliften». Dat zal het geval
zijn als de partner niet ziekenfondsverzekerd is omdat hij/zij meer verdient
dan de inkomensgrens voor de Ziekenfondswet, of omdat hij/zij geen werknemer
is in de zin van de Ziekenfondswet maar zelfstandige of ambtenaar.
De motie pleit er voor om leden van deze groep, indien zij kunnen aantonen,
niet op andere wijze verzekerd of meeverzekerd te zijn voor de ziektekosten,
toe te laten tot de ziekenfondsverzekering.
In feite wordt hiermee gepleit voor de herinvoering van een vrijwillige
verzekering op grond van de Ziekenfondswet, welke vrijwillige verzekering
met de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen is opgeheven. Een vrijwillige
verzekering past dan ook niet binnen het systeem van de Ziekenfondswet.
Het onder de verplichte ziekenfondsverzekering brengen van de leden van
deze groep door middel van uitbreiding van het Aanwijzingsbesluit verplicht-verzekerden
Ziekenfondswet wordt niet overwogen. De blijvend geheel geweigerden zouden
alsdan een ziekenfondsverzekering krijgen, waarvoor geen procentuele premie
kan worden geheven. Er is immers geen loon of uitkering waarover die premie
kan worden berekend. Een dergelijke situatie zou per individu geruime tijd
kunnen duren. Het heffen van een nominale premie in plaats van een procentuele
premie – zoals bijvoorbeeld bij asielzoekers – wordt afgewezen,
omdat in de systematiek van de ziekenfondsverzekering die premie – van
in 1996 f 6,20 per dag – niet door de individuele verzekerde wordt
betaald aan het ziekenfonds, maar door de uitkerende instantie wordt betaald
aan de Bedrijfsvereniging voor Overheidsdiensten. In de onderhavige situatie
is die systematiek niet toepasbaar. Voorts merk ik op dat naar mijn oordeel
een ziekenfondsverzekering niet de noodzakelijke vorm van een ziektekostenverzekering
vormt voor degenen die een partner hebben met een inkomen boven de ziekenfondsgrens
of wier partner rijksambtenaar is. Deze laatsten krijgen een tegemoetkoming
in de ziektekosten via de partner (Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel).
Tenslotte merk ik op dat er al een regeling bestaat op grond waarvan de
hier bedoelde groep toegang kan krijgen tot een ziektekostenverzekering: de
Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen.
Een ziektekostenverzekeraar is namelijk op een desbetreffend verzoek verplicht
een verzekeringsovereenkomst te sluiten met personen die hier te lande woonachtig
zijn en die, onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de verzekeringsovereenkomst
volgens dat verzoek moet ingaan, ingevolge de Ziekenfondswet verzekerd zijn
(artikel 2 Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen). Deze verzekeringsovereenkomst
biedt een dekking die in grote lijnen overeenstemt met het ziekenfondspakket.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ik menen dat met deze
mogelijkheid en de andere mogelijkheden tot het afsluiten van een particuliere
ziektekostenverzekering er een voor de hier bedoelde groep adequate oplossing
bestaat.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R. L. O. Linschoten