23 247
Wijziging van de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten in verband met de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 november 1992, PbEG 1992, L 346/61, betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom

nr. 66
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 oktober 1995

In antwoord op de vraag van de heer mr. E. C. M. Jurgens over het herstel van een fout in bovengenoemd wetsvoorstel, bericht ik u dat het mijn bedoeling is deze verwijzingsfout op de kortst mogelijke termijn te herstellen.

Mij staat voor ogen deze fout te herstellen in de novelle op wetsvoorstel tot wijziging van de Auteurswet 1912 betreffende de harmonisatie van de beschermingstermijn van het auteursrecht (23 812) waarvan de indiening bij de Tweede Kamer dezer dagen zal kunnen plaatsvinden. Dat maakt het naar mijn mening mogelijk dat de voor 31 oktober geagendeerde mondelinge behandeling van wetsvoorstel 23 247 doorgang kan vinden.

Vervolgens zou mogelijk dan dezelfde procedure als bij wetsvoorstel 23 812 kunnen worden gevolgd, namelijk dat de stemming plaatsvindt tegelijk met de stemming over de novelle.

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

De eerder verschenen stukken inzake dit wetsvoorstel zijn gedrukt onder de nrs. 265 t/m 265b, vergaderjaar 1994–1995.

XNoot
2

In het eerder verschenen stuk nr. 661 is verzuimd te verwijzen naar de brief van mr. E. C. M. Jurgens. Deze ligt ter inzage op het Centraal Informatiepunt onder griffienr. 115561.2 VI.

Naar boven