22 600
Wijziging van de Auteurswet 1912 inzake het reprografisch verveelvoudigen van geschriften

nr. 159
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 december 1994

Op dinsdag 6 december jl. heeft overleg plaatsgevonden met de vaste Commissie voor Justitie over het reprografiewetsvoorstel (22 600). Bij die gelegenheid is afgesproken dat het wetsvoorstel op de agenda zal worden gezet voor plenaire behandeling.

Inmiddels is in het kader van dit wetsvoorstel een aanvang gemaakt met een beleidsonderbouwend onderzoek naar een aanvaardbare reprovergoeding. In dit onderzoek zal niet alleen gezocht worden naar objectieve maatstaven voor de bepaling van een aanvaardbaar reprotarief maar ook wordt de situatie van het reprorecht in een aantal Europese landen bestudeerd. Dit onderzoek wordt verricht door de Stichting voor Economisch onderzoek der Universiteit van Amsterdam. In de begeleidingscommissie participeren naast ambtelijke vertegenwoordigers van de Ministeries van Justitie en Economische Zaken, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en de Stichting Reprorecht. Voorzitter van de begeleidingscommissie is prof. mr. F. W. Grosheide van de juridische faculteit van de Universiteit te Utrecht.

Dit onderzoek zal uiterlijk 1 mei 1995 zijn afgerond. In verband hiermee verzoek ik u te bewerkstelligen de plenaire behandeling te laten plaatsvinden nadat de resultaten van dit onderzoek bekend zijn opdat dit onderdeel kan uitmaken van de gedachtenwisseling. Mijnerzijds zal bevorderd worden dat het onderzoek zo spoedig mogelijk gereed is.

De Minister van Justitie,

voor deze

Het Hoofd van de Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht,

E. Lukás


XNoot
1

De vorige stukken inzake dit wetsvoorstel zijn verschenen onder de nrs. 62 t/m 62e, vergaderjaar 1993–1994.

Naar boven