19 326
Akkoord tussen de Regeringen van de Benelux, de Bondsrepubliek Duitsland en Frankrijk betreffende geleidelijke afschaffing van grenscontroles, Schengen 14 juni 1985

nr. 111f
nr. 225
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 29 april 1999

Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 7 mei 1999.

De wens dat de ontwerpbesluiten uitdrukkelijke instemming behoeven kan door of namens één van beide Kamers te kennen worden gegeven uiterlijk op 22 mei 1999.

Met verwijzing naar de brieven van 12, 16 en 22 april jl. inzake de geannoteerde agenda van het Schengen Uitvoerend Comité doe ik U hierbij, mede namens de Staatssecretaris van Justitie, verslag van de laatste bijeenkomst van het Uitvoerend Comité op 28 april jl. te Luxemburg.

Dit UC stond geheel in het licht van de afwikkeling van de Schengen-samenwerking met het oog op de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam op 1 mei a.s.

Het voorzitterschap legde naar aanleiding van de besprekingen in de Centrale Groep van 26 april jl. nog een nieuw ontwerp-besluit voor inzake de regeling van de verhouding Benelux-Schengen (SCH/Com-ex (99) 16 herz.1; SCH/CAP (99) 201; SCH/CAP (99) 221) en de voortzetting van de afwikkelingswerkzaamheden na 1 mei 1999 (SCH/Com-ex (99) 171). Het besluit 16 herz. gaat over de afwikkeling van de juridische verantwoordelijkheden t.a.v. de boedelscheiding van het Schengen-secretariaat en het Secretariaat-Generaal van de Benelux. In het ontwerp-besluit wordt erkend dat Schengen en de Benelux wederzijds afzien van enige claims.

Voor de Benelux-landen is met name punt 1 van het besluit van belang. Hierin erkennen de Schengen-landen dat zij gezamenlijk aansprakelijk zijn voor de kosten die voortvloeien uit verplichtingen die door de Benelux ten behoeve van Schengen zijn aangegaan vóór 1 mei 1999. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om contractuele boetes door het opzeggen van huurcontracten en een regeling van de pensioenlasten voor dat deel van het Schengen-personeel dat eventueel, na de proefperiode van 9 maanden bij het SG van de Raad, alsnog zijn baan verliest. Ter afwikkeling van deze financiële verplichtingen zullen de Schengen-landen ook na 1 mei 1999 bijeen komen (besluit 17). Hogergenoemde documenten zijn bijgevoegd. Noch het ontwerp-besluit, noch de bijlagen, zijn de Kamer eerder toegegaan. Desalniettemin heeft de Regering gemeend dat het niet nodig was om in het UC een parlementair voorbehoud te maken op grond van de volgende overwegingen:

– Er is sprake van een uitzonderlijke situatie nu Schengen binnen enkele dagen formeel ophoudt te bestaan. Dientengevolge zullen alle besluiten die niet vóór 1 mei in Schengen-kader zijn genomen, opnieuw in EU-kader moeten worden ingebracht ter besluitvorming;

– Het besluit legt de beginselen van de afwikkeling vast, maar niet de daaruit voortvloeiende afrekening. Deze afrekening zal later afzonderlijk worden bepaald op grond van de financiële verplichtingen die de Schengen-landen reeds eerder zijn aangegaan en die mede voortvloeien uit de bepalingen van de SUO. Het onderhavige besluit kan derhalve niet worden beschouwd als het Koninkrijk bindend;

– De eventuele betalingsverplichtingen kunnen waarschijnlijk worden opgevangen binnen het voor Schengen bestemde gedeelte van de begroting van Justitie, aangezien Schengen in 1999 maar vier maanden heeft bestaan terwijl in de begroting rekening was gehouden met het voortbestaan van Schengen tot en met juni dit jaar;

– Eventuele besluiten inzake betalingen zullen te zijner tijd aan Uw Kamer ter instemming worden voorgelegd.

Een tweede agendapunt dat naar aanleiding van de besprekingen in de Centrale Groep van 26 april jl. tijdens het UC aan de orde werd gesteld was de verklaring ter kennisneming van het rapport inzake de controles aan de buitengrenzen van de Schengen-ruimte m.b.t. verdovende middelen (SCH/Com-ex (99) decl. 3; SCH/Stup (99) 10, 2e herz.1). Het rapport, dat te Uwer informatie is bijgevoegd, bevat waardevolle informatie over:

– de organisatorische en tactische maatregelen ter bestrijding van de drugscriminaliteit aan de buitengrenzen;

– de inzet van technische en andere middelen aan de buitengrenzen;

– overzicht van maatregelen m.b.t. de intensivering van de samenwerking tussen de ter zake bevoegde autoriteiten van de Schengen-landen;

– de resultaten van inbeslagnemingen van verdovende middelen aan de buitengrenzen;

Met het oog op de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam zal het voorzitterschap er zorg voor dragen dat het rapport wordt ingebracht in de betreffende werkgroep in EU-kader.

Tijdens het UC heeft Griekenland medegedeeld van mening te zijn dat het land thans voldoet aan alle voorwaarden voor de volledige inwerkingstelling van de Uitvoeringsovereenkomst. De vertegenwoordiger van Griekenland kondigde aan dat de Ad Hoc Commissie zal worden uitgenodigd om in het najaar van 1999 een bezoek aan Griekenland te komen brengen. Uw Kamer zal hierover te zijner tijd worden geïnformeerd.

Nadat het UC had ingestemd met de tekst van de overeenkomst inzake samenwerking in procedures wegens inbreuken op de verkeerswetgeving en bij de tenuitvoerlegging van ter zake opgelegde geldelijke sancties (SCH/Com-ex (99) 11, 2e herz.; SCH/III (96) 25, 18e herz. corr.), werd de overeenkomst aan het einde van de bijeenkomst door alle Schengen-landen officieel ondertekend.

Voorts heeft het UC de volgende besluiten genomen:

– Herziene versie van de Gemeenschappelijke Visuminstructie en van het Gemeenschappelijk Handboek met bijlagen (SCH/Com-ex (99) 13);

– Afspraken op telecommunicatiegebied die in het Schengen-acquis dienen te worden opgenomen (SCH/Com-ex (99) 6; SCH/I-Telecom (99) 2, 2e herz.;

– Schengen-standaard inzake verdovende middelen (SCH/Com-ex (99) 1, 2e herz., SCH/Stup (98) 44, 3e herz.);

– Algemene beginselen voor de betaling van informanten en vertrouwenspersonen (SCH/Com-ex (99) 8 herz; SCH/Stup (98) 72, 2e herz.);

– Onderlinge detachering van contactambtenaren met het oog op het verstrekken van advies en ondersteuning bij de uitvoering van bewakings- en controletaken aan de buitengrenzen (SCH/Com-ex (98) decl. 2 herz.; SCH/Com-ex (99) 7, 2e herz.; SCH/I-Front (98) 170, 5e herz.; SCH/I-Front (99) 9, 3e herz.);

– Jaarlijkse verstrekking van gegevens inzake illegale wapenhandel (SCH/Com-ex (99) 10; SCH/I-Ar (98) 32-bijlage);

– SIS-begroting: Meerjarenoverzicht van de goedgekeurde C.SIS-installatiekosten-stand per 31 december 1998 (doc. SCH/Com-ex (99) 4) en begroting 1999 voor de Help Desk (SCH/Com-ex (99) 3);

– Vaststelling algemeen SIS-document (SCH/Com-ex (99) decl. 2 herz.);

– SIRENE-Handboek (SCH/Com-ex (99) 5);

– Opschoning van het Schengen-acquis (SCH/Com-ex (99) 9 herz.).

Per 1 mei a.s. zal op grond van de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam «Schengen» opgaan in de EU en zal het UC ophouden te bestaan. Hierover heb ik U reeds meermalen afzonderlijk geïnformeerd. Zoals toegezegd zal het definitieve overzicht van het Schengen-acquis en de toekenning van rechtsgrondslag in de EG/EU U z.s.m. toekomen.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

D. A. Benschop


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven