Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 19326 nr. 224 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 19326 nr. 224 |
Vastgesteld 27 april 1999
De algemene commissie voor Europese Zaken1, de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken2 en de vaste commissie voor Justitie3 hebben op 22 april 1999 overleg gevoerd met de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Justitie over de geannoteerde agenda van het Uitvoerend Comité Schengen.
Van het overleg brengen de commissies bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de algemene commissie voor Europese Zaken,
Patijn
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
De Boer
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,
Van Heemst
De griffier voor deze vergadering,
Van Overbeeke
Donderdag 22 april 1999
16.30 uur
De voorzitter: Timmermans
Aanwezig zijn 4 leden der Kamer, te weten:
Timmermans, Verhagen, Santi en O.P.G. Vos,
alsmede de heren Benschop, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, en Cohen, staatssecretaris van Justitie.
Aan de orde zijn:
de geannoteerde agenda van de vergadering van het Uitvoerend Comité Schengen d.d. 28 april 1999 (19326, nrs. 218, 219, 220);
de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 16 april 1999 met aanvullingen op de geannoteerde agenda van het Uitvoerend Comité Schengen;
het verslag van het Uitvoerend Comité Schengen d.d. 16 december 1998 (19326, nr. 212);
de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 17 februari 1999 inzake de afschaffing van de Grijze Lijst (19326, nr. 213);
de integratie van het Schengenacquis in de EU (19326, nr. 216);
het onderdeel "uitvoering van het protocol van Schengen" van de agenda van de Algemene Raad van 26/27 april 1999 (EU-999-77/BUZA-99-256, blzz. 6-10).
De heerVerhagen(CDA)
Voorzitter! Helaas zijn wij nu toch in een situatie beland waarvoor wij bij het debat over het Verdrag van Amsterdam eigenlijk al bang waren. Het grootste probleem is in wezen dat nog steeds onduidelijk is, wat er nu in de eerste pijler komt en wat er in de derde pijler terechtkomt, en wat daarvan de gevolgen precies zullen zijn. Ondanks wat er in de opeenvolgende stukken staat, die ons met steeds grotere regelmaat, maar met steeds grotere achterstand bereikten, is het mij gewoon nog steeds niet duidelijk. Het zal de regering ook nog niet helemaal duidelijk zijn, omdat er over een aantal punten nog gediscussieerd moet worden, maar nu worden wij eigenlijk min of meer voor het blok gezet, terwijl wij bij de behandeling van het Verdrag van Amsterdam bij motie hebben uitgesproken dat de Kamer instemmingsrecht zou behouden op het punt van de uiteindelijke grondslag van het acquis. De informatie is niet volledig en wij hebben geen volledig zicht op de zaak. Als wij niet instemmen met de overgang van het acquis van Schengen naar de Europese Unie, kan de regering niet vóór 1 mei, de datum van inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam, een besluit nemen over die rechtsgrondslag, waardoor alles weer automatisch in de derde pijler belandt.
Ik zou mij kunnen voorstellen dat dit niet in ons voordeel is; het komt in ieder geval niet overeen met de wens die wij in diverse debatten hebben uitgesproken. Er zou zich met name een probleem met de positie van het Hof kunnen voordoen. Die zal naar mijn mening met name aan de eerste pijler verbonden zijn, en niet of nauwelijks met de derde pijler en bijvoorbeeld het Schengeninformatiesysteem. Als dat systeem in de derde pijler blijft, is er geen rol voor het Europese Hof voorzien. Als iemand ten onrechte door bijvoorbeeld Griekenland op de lijst wordt gezet, zou hij bij de Griekse rechter verhaal moeten gaan halen. Dat zou toch ongewenst zijn. En hoe verhouden de huidige voorstellen zich overigens tot de discussie over de controle aan de buitengrenzen? Wij hebben duidelijk een voorbehoud gemaakt voor de inwerkingtreding tot er een positief advies zou zijn en adequate controle aan de buitengrens geregeld zou zijn. Wat zal het gevolg van dit besluit voor die controle zijn?
Verder heb ik gelezen dat er allerlei problemen zijn met de overgang van het Schengensecretariaat naar het secretariaat-generaal van de Raad. Het secretariaat berustte eerst bij de Benelux; om voor de hand liggende redenen is ervoor gekozen, dit over te brengen naar de raad. Ik heb begrepen dat de problemen zelfs tot een staking van het personeel van de Raad hebben geleid. Graag wat meer informatie hierover. Zouden dergelijke problemen ook gerezen zijn bij een overgang van het secretariaat naar de Commissie? Daarover hebben wij ook al eens gesproken; ik denk dat dit niet het geval zou zijn geweest.
Wat zal er gebeuren met de besluiten die op 28 april in Schengenverband genomen zullen worden en die tot het Schengenacquis behoren, terwijl er op 26 en 27 april in de Raad een beslissing zal worden genomen over de toedeling van de rechtsgrondslag? Komen die besluiten dan na 1 mei automatisch in de derde pijler?
De algemene beginselen voor het betalen van informanten en vertrouwenspersonen zijn weliswaar niet bindend, maar hoe verhoudt dit zich bijvoorbeeld tot de uitkomsten van de IRT-discussie in Nederland?
Naar aanleiding van het achtste punt zou ik graag vernemen, of er al buitenlandse contactambtenaren in ons land actief zijn en of er al Nederlandse ambtenaren in het buitenland optreden. Hoe staat het met de eventuele assistentie bij de controle aan de buitengrenzen door andere lidstaten? Hoe is de uitwisseling van deze ambtenaren geregeld in relatie tot de vertrouwelijkheid?
Met de ontwikkeling van tabellarische registratie van nationale gegevens betreffende illegale handel in vuurwapens kan onze fractie instemmen.
Hetzelfde geldt voor het SIS en de meerjarenbegroting voor de help-desk. Hoe groot is de kans dat de Schengenbegroting uiteindelijk toch een onderdeel van de EU-begroting gaat vormen? Als dat gebeurt, is natuurlijk ook op dat punt de democratische controle geregeld. Dit zou een logische verdere stap zijn. En hoe staat het met landen als Engeland, die niet of slechts gedeeltelijk aan Schengen deelnemen, met name op het punt van deze begrotingsdiscussies?
Ook met het Sirene-handboek stemt de CDA-fractie in.
In de brief van 9 april jongstleden staat dat de Schengenlidstaten vóór 8 april de opschoning van het Schengenacquis zouden moeten goedkeuren. Ik neem aan dat dit inmiddels gebeurd is.
De heerSanti(PvdA)
Voorzitter! Ik sluit mij aan bij de vraag van de heer Verhagen over de ingangsdatum van 1 mei.
Naar aanleiding van het agendapunt over de gemeenschappelijke visuminstructie en het gemeenschappelijk handboek vragen wij ons in het algemeen af, wat nu eigenlijk geheim is. Zijn de richtlijnen geheim, is een deel van het handboek geheim, geldt het voor de bijlagen of zijn hele handboeken geheim? Soms kom je daar niet uit en je wilt het toch weten, omdat je anders te maken krijgt met al te geheime stukken. Daar behoort toch zicht op te zijn.
Voldoet het besluit inzake overeenkomsten op het gebied van telecommunicatie wel in alle opzichten aan de eisen die daaraan in de privacywetgeving en de Wet op de justitiële documentatie en politieregisters gesteld worden? Dit is niet te beoordelen. Ik heb gezien dat de stukken op dit punt niet voorhanden zijn; dit zou kunnen leiden tot een voorbehoud van onze kant. Wordt de tekst nog vóór 1 mei geproduceerd?
Met het tiende agendapunt, inzake vuurwapens, kan mijn fractie instemmen en hetzelfde geldt voor het meerjarenoverzicht van de goedgekeurde CSIS-installatiekosten.
Volgens de toelichting wordt in de nieuwe redactie van het Sirene-handboek de prioriteit van het gebruik van het SIS in het Schengengebied boven het gebruik van Interpol sterk benadrukt. Dit stuk is vertrouwelijk aan de stukken toegevoegd, maar ook hierbij vragen wij ons af, wat wel en wat niet geheim is.
Dan agendapunt 14, dat handelt over de verkeerswetgeving en de geldelijke sancties in dat verband. In 1970 is er een verdrag tot stand gekomen op grond waarvan ook andere straffen ten uitvoer zouden kunnen worden gelegd. Nu komt dit besluit ertussendoor, waardoor het geheel versnipperd raakt. Is het wel zo handig om het zo te doen? En zal dit wel zoveel opleveren? Ik heb begrepen dat er door de overeenkomst met Duitsland bij boetes, opgelegd aan Duitsers, toch gemakkelijker geëxecuteerd kan worden. Er moet wel bij de bevoegde autoriteiten wat informatie worden ingewonnen. Dit lijkt wat omslachtig; leidt dit dus niet juist tot extra werk?
In een eerdere fase heeft mijn fractie al opmerkingen gemaakt over een visumplicht die de Baltische staten hanteren. Daarbij gaat het om statelozen. Nederland heeft hierbij een voorbehoud gemaakt, in afwachting van het statelozenverdrag. Is de visumplicht voor statelozen nu ook nadrukkelijk opgeheven? Is dit al ergens vastgelegd?
De heerVos(VVD)
Voorzitter! Ik vervang mijn collega Van den Doel, die op dit moment bezig is met alle verwikkelingen rondom het Bijlmerrapport.
Ik zou willen refereren aan het verslag van het vorige Schengenoverleg van 23 maart jongstleden. Daarin heeft de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken aangekondigd dat hij streeft naar een volledig besluit ten aanzien van de toedeling van het acquis vóór 1 mei. Dat lijkt erg op een voorzichtige inspanningsverplichting; de VVD-fractie zou graag zien dat dit enig resultaatgehalte kreeg. Is het inmiddels zo ver dat het besluit volledig gerealiseerd kan worden?
In het verslag geeft de staatssecretaris ook aan dat er geen onduidelijkheid dient te zijn over het geheel van de hierbij betrokken besluiten. Ik sluit mij aan bij de vraag van de heer Verhagen over wat het acquis nu precies bevat en hoe het verdeeld wordt.
Verder heeft de staatssecretaris aangegeven dat hij verwacht dat Spanje op COREPER-niveau nog wel in beweging zal komen. Is dit zo? En zo ja, waartoe zal dit leiden?
De rechtsgrondslag voor het SIS is moeilijk, aldus de staatssecretaris. Komt dit nu in de eerste of in de derde pijler terecht?
Op zichzelf wekt het verbazing dat men in Schengen tot een poging komt, algemene beginselen voor het betalen van informanten en vertrouwenspersonen vast te stellen. Komt het nu wel eens voor dat de politie in een Schengenland probeert, informanten naar zich toe te halen, ten nadele van de politie in andere landen? Is er een handel in informanten gaande? Het is immers kennelijk nodig geweest om algemene beginselen vast te stellen. Wij hebben in Nederland een speciale regeling op dit punt, de tip- en toongeldenregeling. Spoort deze met die algemene beginselen?
Mijn volgende opmerking betreft agendapunt 14, de overeenkomst inzake de samenwerking op het gebied van de executie van verkeersovertredingen. Mijns inziens is het daarin gestelde wat breedsprakig geformuleerd. Ik vraag mij met name af of deze overeenkomst ook van toepassing zal zijn op de wat kleinere verkeersovertredingen die bij de burgers vaak heel veel irritatie geven, in de zin van "die buitenlanders die hier maar gratis parkeren en er nooit de gevolgen van ondervinden". Daarnaast hebben wij in Nederland een regeling die erop gericht is, dat het rijbewijs van mensen die te hard rijden voorlopig wordt ingehouden. Geldt die regeling ook voor buitenlanders op grond van deze overeenkomst?
Ten aanzien van agendapunt 16 zou ik graag vernemen wanneer er duidelijkheid is over de verdeling van de besluiten die in de laatste vergadering worden genoemd. Hoe wordt dat in het acquis opgenomen?
Ten slotte vraag ik wat Nederland er nog aan kan doen om de soepele overdracht van het Schengenacquis binnen de EU te bevorderen.
StaatssecretarisBenschop
Voorzitter! Allereerst zal ik ingaan op het vaststellen van het Schengenacquis en het verdelen ervan over de eerste en derde pijler, de twee titels uit het Verdrag. De regering spant zich tot het uiterste in om datgene wat bij het Verdrag bereikt is, namelijk dat het deel van het Schengenacquis dat betrekking heeft op het vrije personenverkeer logischerwijs naar de eerste pijler moet gaan en dat het desbetreffende deel dat betrekking heeft op politie- en justitiesamenwerking moet gaan naar de derde pijler, daadwerkelijk bij de overgang van Schengen naar Amsterdam te realiseren. Daar hebben wij met name de afgelopen tijd hard aan getrokken, niet alleen in Brussel maar ook in bilaterale contacten met onder andere Spanje en het voorzitterschap. De laatste maand is wel duidelijk dat de doorbraak moet komen in het overleg tussen het voorzitterschap, te weten Duitsland, en het land dat het meeste problemen heeft, Spanje. Inmiddels is de situatie dat het eigenlijk alleen nog op Spanje hangt, in het bijzonder met betrekking tot Gibraltar. De afgelopen week heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de ministers van Binnenlandse Zaken van Duitsland en Spanje om te bezien of dit probleem op te lossen is. Daar is een formule uitgekomen die betrekking heeft op het vastleggen dat de erkenning van staten en documenten een zaak is van nationale autoriteiten. Dat wordt door Spanje nu bestudeerd. De Nederlandse regering heeft met die formulering zoals die door het Duitse voorzitterschap is bedacht, geen problemen. Wij zijn in spannende afwachting van de reactie van de Spaanse regering aanstaande maandag.
De heerVerhagen(CDA)
Dat het voor Spanje wellicht het probleem zal kunnen oplossen, moge zo zijn. Ik zou graag willen weten wat dit voorstel met betrekking tot de documenten voor consequenties heeft voor Nederland. Ik heb het dan onder meer over de discussie over de legalisering van documenten.
StaatssecretarisBenschop
Geen, omdat dit aangeeft wat uiteindelijk de bevoegdheid is. Ik kan dit zeggen, omdat ik toevallig gisteren het overleg over legalisatie en documentfraude heb gevoerd. Er is zelfs een uitspraak van de Hoge Raad inzake het Benelux-visumbeleid, waarin is bepaald dat de toekenning van visa en dergelijke uiteindelijk een nationale bevoegdheid is. Als wij die parallel op Schengen en de EU van toepassing verklaren, behoeven wij er geen probleem mee te hebben. Het staat de samenwerking in praktische zin, zoals wij die in Schengen opgebouwd hebben en die wij verder willen uitbouwen, niet in de weg, terwijl het wel een uitweg voor Spanje kan bieden. Vandaar dat de Nederlandse regering geen bezwaren heeft tegen deze formulering en, naar ik hoop, zal die door Spanje geaccepteerd worden.
Vervolgens kom ik te spreken over de procedure. Het is de bedoeling om aanstaande maandag politieke overeenstemming te krijgen over de vaststelling en de verdeling van het acquis. Vervolgens zal dat besluit geformaliseerd worden in een A-punt op de eerstvolgende raad die plaatsvindt, te weten de Ecofinraad van 10 mei.
De voorzitter:
Even ter toelichting: een A-punt is een punt van de agenda waar niet meer over gesproken wordt omdat er eerder al overeenstemming over is bereikt. Het is als het ware een hamerstuk.
StaatssecretarisBenschop
Inderdaad. Pas na 1 mei kunnen besluiten op grond van het Verdrag van Amsterdam genomen worden, dus ook het besluit over de verdeling van het acquis. De eerstvolgende raad waarop dat kan gebeuren is de Ecofinraad van 10 mei. Wat betreft de besluitvorming van 28 april van het Schengen UC, waarmee natuurlijk al rekening gehouden wordt in de varianten van de uiteindelijke acquislijst, betekent het dat die besluiten er allemaal in meegenomen worden. Er zullen ook nog vertalingen van plaatsvinden. Het Nederlandse parlement kan er dus nog naar kijken voorafgaand aan 10 mei. Ik zal proberen om zover mogelijk voor 10 mei het volledige acquis in termen van de beschrijving inclusief een afschrift van alle daarbij horende besluiten, in de Nederlandse taal aan de Kamer te doen toekomen. Mochten er technische problemen ontstaan, bijvoorbeeld doordat de teksten niet tijdig in de Nederlandse taal beschikbaar zijn, dan moet ik er nader naar kijken. Liever op 3 mei een versie die ook begrijpelijk is, dan op 9 mei 's avonds de Nederlandse versie. Als het goed loopt, komt het volledig acquis met een kopie van alle besluiten die er onder vallen, in de Nederlandse taal voor 10 mei beschikbaar. Overigens, de enige materiële betekenis van het parlementaire voorbehoud, is natuurlijk het afwijzen van de besluitvorming in Europa, waarmee alles automatisch tot de derde pijler vervalt.
De heerVos(VVD)
Ik vind deze problematiek zo belangrijk, dat ik meen dat er zich geen enkel probleem bij mag voordoen. Aangezien wij straks als Kamer op meireces gaan, vraag ik de staatssecretaris om een en ander schriftelijk aan te zetten, zodat de Kamer er op die manier van kennis kan nemen. Een algemeen overleg zal dan namelijk niet meer mogelijk zijn.
De voorzitter:
Wij kunnen de staatssecretaris vragen om de stukken bij de Kamerleden thuis te laten bezorgen. Dan kan de Kamer in de schriftelijke procedure bepalen wat zij met die stukken doet. Als er dan behoefte toe is, kan een algemeen overleg worden aangevraagd.
StaatssecretarisBenschop
Dan raad ik de betrokken Kamerleden aan om nu reeds hun brievenbus te verbouwen, want het is een heel pak papier. Uiteraard ben ik bereid aan uw verzoek te voldoen.
De heerVerhagen(CDA)
De staatssecretaris heeft gelijk dat afwijzing van de besluitvorming betekent dat alles automatisch tot de derde pijler vervalt. Dat neemt niet weg dat er dan tegelijkertijd in ieder geval nationale parlementaire controle mogelijk is.
StaatssecretarisBenschop
Uiteraard, het middel is hier belangrijker dan het doel. Vanzelfsprekend.
Voorzitter! Inhoudelijk zullen er over de verdeling van het acquis niet veel problemen bestaan, los van het SIS. Het onderscheid tussen vrij personenverkeer en samenwerking tussen politie en justitie is namelijk redelijk goed te maken, hetgeen tevens het criterium is voor de eerste en derde pijler. Wel verwacht ik problemen met het SIS. Ik ben bang dat deze kwestie komende maandag niet meer geregeld zal kunnen worden. Er is een zodanige fundamentele verdeeldheid tussen de lidstaten over de vraag hoe de aansturing van dat systeem moet plaatsvinden en wat de juridische grondslag ervan moet zijn, dat in de nu voorliggende stukken geconstateerd wordt dat gelet op genoemde verdeeldheid, automatisch het SIS onder de derde pijler zal komen te vallen. Ik zal uiteraard maandag nog een poging wagen om daarin nog verandering aan te brengen. Wij hebben dat al meer dan een jaar geprobeerd. Wij hebben er ook voorstellen voor ingediend, maar het heeft allemaal tot niets geleid. Dat is betreurenswaardig maar ook wel weer overkomelijk. Er zullen in ieder geval herkansingen komen, omdat dit besluit geldt voor het SIS in zijn huidige vorm. Zoals bekend, wordt het SIS met enige regelmaat aangepast. Op die momenten dient per besluit weer een grondslag gevonden te worden. Onze pogingen om het SIS zowel in de eerste als in de derde pijler onder te brengen, zullen wij dus niet opgeven. Wij kunnen overwegen om over het voortzetten van die pogingen een verklaring bij de besluitvorming in de raad af te leggen om te laten zien dat wij dat punt niet bevredigend geregeld vinden.
Een en ander heeft natuurlijk wel consequenties, bijvoorbeeld op het punt van de controle door het Hof. In dit verband wil ik Griekenland in bescherming nemen tegenover de heer Verhagen. Griekenland is een van de landen die een verklaring hebben afgelegd bij het Verdrag van Amsterdam, die er in het geval van Griekenland op neerkomt dat de hoogste rechter gehouden is om het Hof in te roepen. Nederland heeft, zoals een aantal andere landen, een omvattender verklaring afgelegd voor alle rechters. Griekenland behoort dus tot de minderheid van de landen die een verklaring hebben afgelegd.
De heerVerhagen(CDA)
Ik neem hier zeer goede nota van.
StaatssecretarisBenschop
Voorzitter! Ten aanzien van alle overige besluiten die op de agenda van het Schengen UC van 28 april staan, vraagt de regering, voorzover dat nodig is, expliciet goedkeuring, het liefst vanmiddag te verlenen, zodat de besluitvorming op 28 april kan plaatsvinden en de desbetreffende besluiten hun plekje in het acquis kunnen krijgen, dat de Kamer vervolgens krijgt toegestuurd. Als wij dat niet doen, dan draait het dol. Het is natuurlijk mogelijk om iets af te wijzen, maar een plichtmatig voorbehoud, in de zin dat men er nog eens naar wil kijken, mag ik in dit geval ontraden, omdat het echt tot grote problemen zou leiden. Wellicht moeten wij na afloop van deze beantwoording maar even terugkomen op de vraag hoe wij het overleg vanmiddag afronden. Alle besluiten met betrekking tot het Schengen UC dienen in ieder geval voor 1 mei afgehandeld te zijn, want anders klopt het niet meer.
De voorzitter:
Als u nu eerst antwoord geeft op de gestelde vragen, kunnen wij daarna kijken wat wij ermee doen.
StaatssecretarisBenschop
De heer Verhagen vroeg naar de buitengrenscontrole van Griekenland. In het laatste UC is het besluit gevallen dat Griekenland nu zelf de ad-hoccom- missie moet inroepen om aan te tonen dat er geen problemen meer zijn, waarna een positieve beslissing kan worden genomen. Ik had deze week de Griekse staatssecretaris op bezoek. De verwachting is dat Griekenland na de zomer om een bezoek van de ad-hoccommissie zal verzoeken, met de hoop dat er aan het eind van het jaar een besluit kan vallen.
Dat besluit valt dan niet meer in Schengenverband, maar in Unieverband. De procedure van de ad-hoccommissie blijft in Unieverband bestaan. Het systeem en de criteria voor wat is bereikt en wat nog bereikt moet worden, nemen wij gewoon mee uit Schengen de Unie in. Als ik zie hoe de Griekse regering hiermee omgaat, denk ik dat de besluitvorming van december vorig jaar goed is geweest, maar wij wachten het rapport van de ad-hoccommissie af, want dan weten wij meer. Dat hebben wij ook steeds tegen de Griekse regering gezegd.
Om bij het laatste UC Schengen te blijven, de heer Santi vroeg naar de harmonisatie van het visumbeleid in de Baltische Staten. Het parlementair voorbehoud daaromtrent is inmiddels opgeheven. De regering heeft gevolg gegeven aan het verzoek van de Kamer om die zaak aan de orde te stellen, zodat de opmerking van een parlementslid in één lidstaat een gigantische doorwerking heeft gehad op de internationale besluitvorming. Dit punt is erkend tijdens het UC. Er is overleg geweest met de drie Baltische staten. Twee daarvan, Litouwen en Letland, hebben de bereidheid uitgesproken om een VN-verdrag inzake statelozen uit 1954 te ratificeren, waarmee het probleem uit de wereld geholpen kan worden. Bij Estland is dat nog niet het geval, dus daarmee blijven wij in gesprek.
In het licht van die ontwikkeling heeft het kabinet gemeend zich te moeten aansluiten bij de uitvoering van het besluit en tot opheffing van de visumplicht voor de drie betrokken landen te komen. Bovendien zullen wij bezien of wij het onderscheid tussen statelozen en staatsburgers van de betrokken landen in de uitvoering al kunnen mitigeren of opheffen. In die zin denk ik dat het verzoek ruimschoots tot succes heeft geleid.
De medewerkers van het raadssecretariaat van Schengen zijn daar allemaal gekomen via een concours, terwijl er nu laterale instroom plaatsvindt. Ik ben eens een halve ochtend bezig geweest om erachter te komen wat het probleem was. Er hingen allemaal affiches en de medewerkers van de raad demonstreerden met "Cresson is weg, nu Vandamme nog" en dat soort leuzen. Vandamme is de oud-kabinetschef van De Rijke en is sinds enkele maanden de baas van Schengen. Ze kennen elkaar allemaal veel te goed in Brussel, dus dat leidt tot problemen. Wij hopen dat het allemaal goed geregeld wordt, zodat het secretariaat in het raadssecretariaat wordt geïntegreerd. Die mensen hebben daar gewerkt, dus die kunnen dat.
Ik heb de afgelopen week nog wel eens teruggedacht aan de variant dat het naar de Commissie had moeten gaan, maar dat is inmiddels een gelopen race. Wij hopen dat het gebeurt en dat er een oplossing voor wordt gevonden.
De heerVos(VVD)
Voorzitter! Ik meen mij te herinneren dat minister Van Aartsen ten overstaan van het raadgevend parlement van de Benelux heeft verklaard dat er geen examens meer worden afgenomen en dat het hele personeelsbestand integraal overgaat.
StaatssecretarisBenschop
Ja, dat is de afspraak en dat vinden wij dat er moet gebeuren. Wij hopen dat het lukt, maar het zal wel weer op het laatste moment rond moeten komen.
StaatssecretarisCohen
Voorzitter! Er is gevraagd of er al een uitwisseling heeft plaatsgevonden van contactambtenaren en hoe dat gaat. Die uitwisseling geschiedt op bilaterale basis. In het recente verleden zijn ambtenaren van de Koninklijke marechaussee tijdelijk gestationeerd op de luchthaven van Madrid en omgekeerd heeft een Spaanse ambtenaar van de grensbewakingsdienst van de luchthaven van Madrid meegelopen met de marechaussee op Schiphol.
In de praktijk wordt besloten tot het stationeren van contactambtenaren aan de Schengenbuitengrenzen van andere lidstaten, wanneer er specifieke problemen bij die buitengrenzen zijn gerezen. Die gestationeerde ambtenaar heeft geen opsporingsbevoegdheid of andere bevoegdheden, hoewel de betrokken staten bilateraal anders kunnen overeenkomen. De vertrouwelijkheid van de verkregen informatie zal ook bilateraal geregeld moeten worden.
Dan kom ik op het besluit algemene beginselen betaling van informanten en vertrouwenspersonen. Die beginselen zijn een gemene deler van de praktijk in Schengenlanden, waaraan de Nederlandse tip-, toon- en voorkoopregeling dus niet aangepast hoeft te worden. Daaruit blijkt dat het IRT-proof is. Het doel van die regeling is verbetering van de samenwerking tussen politie en justitie. Die algemene beginselen zijn ook een richtsnoer voor kandidaat-EU-landen.
Over het verkeersverdrag is gevraagd of het nodig is en of het verdrag uit 1979 niet voldoet. De verkeersovereenkomst biedt voor verkeersovertredingen, ook kleine, met boetes vanaf 40 euro, een vereenvoudigde procedure om boetes te kunnen overdragen. De overdracht op grond van de overeenkomst van 1979 is veel ingewikkelder, dus dat is bepaald een vooruitgang. Voor Nederland zal de CJIB worden aangewezen als de bevoegde autoriteit, zonder dat daarvoor een nieuwe instructie nodig is.
Er is gevraagd of rijbewijzen onder deze overeenkomst kunnen vallen. De titel van het besluit betreft de executie terzake van opgelegde geldelijke sancties. Daaruit blijkt dat intrekking van het rijbewijs niet mogelijk is. In de Unie zijn nog onderhandelingen gaande over een overeenkomst over het intrekken van rijbewijzen.
Concreet maakt deze overeenkomst het mogelijk dat een boete die door Nederlandse autoriteiten is opgelegd aan een Duitse toerist, gemakkelijker kan worden geïnd. Er kan informatie worden opgevraagd bij de Duitse autoriteiten over de identiteit van de bestuurder die schuilgaat achter een Duits nummerbord. Met die informatie kunnen de Nederlandse autoriteiten een verzoek tot betaling van de opgelegde boete direct richten tot de Duitse onderdaan die de overtreding beging. Wanneer de betrokkene niet overgaat tot betaling, kunnen de Duitse autoriteiten worden verzocht om die boete ten uitvoer te leggen.
De heerVerhagen(CDA)
Voorzitter! Ik dank de bewindslieden voor hun beantwoording die op een groot aantal punten afdoende was. En dat vanuit de mond van de woordvoerder van de oppositie.
Het moet mij van het hart dat het een vreemde situatie is dat de landen die hartgrondig voorstander zijn van het behoud van bepaalde onderdelen van het acquis in de derde pijler door het veto kunnen bewerkstelligen dat het in de derde pijler terechtkomt en bij de besluitvorming op dat punt een voorsprong hebben. Maar daar veranderen we op dit moment niets aan.
Ten aanzien van de bindende besluiten heb ik reeds in eerste termijn gezegd dat ik instem met alle voorliggende besluiten, met uitzondering van het besluit inzake de telecommunicatie, om de doodeenvoudige reden dat wij dat nog niet hebben. Ik kan geen oordeel uitspreken over een besluit dat ik niet ken. Nu begrijp ik het beroep van de staatssecretaris op het punt van de overgang van het acquis op de besluiten die bij de aanstaande raad op de 27ste op dit punt genomen moeten worden. Ik verzoek hem toch om de Kamer op dit punt zo mogelijk nu te informeren. Hij kan van mij veel vragen, maar niet dat ik instem met besluiten die ik niet ken.
StaatssecretarisBenschop
Voorzitter! Ik ben ervan uitgegaan dat dit document bij de toegestuurde stukken zat. Mocht dat niet het geval zijn, ik heb het hier. Het is een document van twee pagina's.
De voorzitter:
Even voor alle duidelijkheid. Hebben we het over het document SCH/I-telecom (99) 2 rev.? Dat is nog niet beschikbaar.
StaatssecretarisBenschop
Ja, dat heb ik, maar dat heet anders. Ik verwijs naar de brief van 16 april, pagina 2 onderaan, bij T.a.v. agendapunt 5. Daar staat: "De tekst van document SCH/I-telecom (99) 2 rev. blijkt reeds te zijn verwerkt in het ontwerpbesluit SCH/Com-ex (99) 6 dat uw Kamer met de geannoteerde agenda toeging." Dit document ligt dus niet ter besluitvorming voor, alleen het document dat de Kamer gekregen heeft. Dat is het Telecom-besluitvormingsdocument 99/6. Op grond van mededelingen van het secretariaat verkeerden we in de veronderstelling dat er een tweede document zou zijn. Dat blijkt bij nader inzien niet het geval te zijn.
De voorzitter:
Het is een zeer voorspoedig verlopen vergadering. Ik concludeer dat de aanwezige fracties op dit moment hun goedkeuring kunnen hechten aan het verzoek betreffende de agenda van het UC Schengen van 28 april. Ik ga ervan uit dat hiermee goedkeuring is verleend wat betreft de Tweede Kamer.
StaatssecretarisBenschop
Voorzitter! Er is op 9 april een brief gestuurd in het kader van een schriftelijke procedure in Schengen, waarbij een aantal besluiten uit het acquis wordt geschrapt. We hebben nog niet van de Tweede Kamer vernomen, althans niet op papier, dat zij hiermee instemt. De Eerste Kamer heeft dat wel gedaan. Ik wil graag bevestigd krijgen dat dit stuk in de besluitvorming is meegenomen.
De voorzitter:
Alle drie woordvoerders zijn op dit punt akkoord gegaan.
Ik heb nog een laatste opmerking aan het adres van de heer Verhagen. De constructieve opstelling van de oppositie in combinatie met zijn woorden over Griekenland brengen mij een mooi spreekwoord in herinnering en dat is het volgende: "Timeo Danaos et dona ferentes".
Sluiting 17.15 uur.
Samenstelling:
Leden: Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (GPV), Voorhoeve (VVD), Voûte-Droste (VVD), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), Verhagen (CDA), Rouvoet (RPF), Van Oven (PvdA), ondervoorzitter, De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Patijn (VVD), voorzitter, Van den Akker (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Bos (PvdA), Weekers (VVD), Albayrak (PvdA), Eurlings (CDA), Van Dok-van Weele (PvdA)
Plv. leden: Blaauw (VVD), Dittrich (D66), Van den Berg (SGP), Örgü (VVD), Klein Molekamp (VVD), Remak (VVD), Ter Veer (D66), Van Bommel (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), De Graaf (D66), Valk (PvdA), Van der Knaap (CDA), Waalkens (PvdA), Verbugt (VVD), Balkenende (CDA), Mosterd (CDA), M.B. Vos (GroenLinks), Feenstra (PvdA), Zijlstra (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Crone (PvdA), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Gortzak (PvdA).
Samenstelling:
Leden: Blaauw (VVD), Weisglas (VVD), Van den Berg (SGP), Ter Veer (D66), Van Middelkoop (GPV), Apostolou (PvdA), Van Gijzel (PvdA), Voorhoeve (VVD), Hillen (CDA), Valk (PvdA), Verhagen (CDA), ondervoorzitter, Hessing (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), M.B. Vos (GroenLinks), Dijksma (PvdA), Van den Doel (VVD), Koenders (PvdA), De Boer (PvdA), voorzitter, Van der Knaap (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Timmermans (PvdA), Wilders (VVD).
Plv. leden: Dijkstal (VVD), Bolkestein (VVD), De Graaf (D66), Van 't Riet (D66), Rouvoet (RPF), Belinfante (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Patijn (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Zijlstra (PvdA), Eurlings (CDA), Cherribi (VVD), De Haan (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Van Bommel (SP), Harrewijn (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Remak (VVD), Albayrak (PvdA), Van Oven (PvdA), Van den Akker (CDA), Leers (CDA), Vendrik (GroenLinks), Feenstra PvdA), Balemans (VVD).
Samenstelling:
Leden: Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Swildens-Rozendaal (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), voorzitter, Dittrich (D66), ondervoorzitter, Rabbae (GroenLinks), Rouvoet (RPF), Van Oven (PvdA), O.P.G. Vos (VVD), Van Wijmen (CDA), Patijn (VVD), De Wit (SP), Ross-van Dorp (CDA), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Halsema (GroenLinks), Weekers (VVD), Van der Staaij (SGP), Wijn (CDA), Brood (VVD).
Plv. leden: Balkenende (CDA), Verhagen (CDA), Wagenaar (PvdA), Van Vliet (D66), Arib (PvdA), Duijkers (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), De Graaf (D66), Karimi (GroenLinks), Schutte (GPV), Santi (PvdA), Van den Doel (VVD), Rietkerk (CDA), Rijpstra (VVD), Marijnissen (SP), Buijs (CDA), Passtoors (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), De Vries (VVD), Van Walsem (D66), Eurlings (CDA), Kamp (VVD).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-19326-224.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.