19 326
Akkoord tussen de Regeringen van de Benelux, de Bondsrepubliek Duitsland en Frankrijk betreffende geleidelijke afschaffing van grenscontroles, Schengen, 14 juni 1985

nr. 111b
nr. 219
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 9 april 1999

Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 12 april 1999.

De wens dat de ontwerp-besluiten uitdrukkelijke instemming behoeven kan door of namens één van beide Kamers te kennen worden gegeven op uiterlijk op 26 april 1999.

Het Schengen Uitvoerend Comité (UC) zal op 28 april a.s. voor de laatste maal bijeen komen te Luxemburg. Aangezien deze datum zeer dicht op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam ligt, heeft het Voorzitterschap de lidstaten verzocht bijgaand ontwerp-besluit (SCH/Com-ex (99) 9) alvast via de schriftelijke procedure goed te keuren1. In navolging van het verzoek van het Voorzitterschap verzoek ik U, mede namens de Staatssecretaris van Justitie, mij z.s.m. te berichten of Uw Kamer met dit ontwerp-besluit kan instemmen.

Het ontwerp-besluit heeft betrekking op de opheffing van na inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam niet langer relevante besluiten en verklaringen van het UC en de Centrale Groep (CG).

Met het oog op de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam per 1 mei a.s. heeft de EU-werkgroep Schengen-acquis gevraagd of de Schengen-werkgroep Verdragen en Regelingen de lijst van Besluiten en Verklaringen kan toetsen op relevantie op basis van de criteria zoals die in EU-kader zijn opgesteld. Over deze criteria werd U in mijn brief van 19 februari jl. geïnformeerd.

De toetsing door de Werkgroep Verdragen en Regelingen heeft geleid tot bijgevoegde lijst van besluiten en verklaringen die met de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam kunnen worden opgeheven. Het bijgaande ontwerp-besluit heeft effect vanaf de dag waarop het Verdrag van Amsterdam in werking treedt. De opheffing van de in het ontwerp-besluit vermelde verklaringen en besluiten heeft niet tot gevolg dat deze verklaringen en besluiten met terugwerkende kracht vervallen of met terugwerkende kracht hun rechtsgeldigheid verliezen. Derhalve blijven tussen de Schengen-landen de verplichtingen bestaan die uit deze besluiten en verklaringen zijn voortgevloeid. Zo zal na inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam het UC worden vervangen door de Raad. Het reglement van orde van het UC (het eerste besluit in de bijlage bij ontwerp-besluit SCH/Com-ex (99) 9) verliest hiermee rechtsgeldigheid aangezien het reglement van orde van de Raad vanaf dat moment van toepassing zal zijn. De rechtsgevolgen van op basis van het reglement van orde van het UC aangenomen en nog van kracht zijnde akten blijven onverlet.

Dit geldt in het bijzonder voor de financiële verplichtingen die nog afgewikkeld moeten worden.

De bijlage bij ontwerp-besluit SCH/Com-ex (99) 9 verschilt op enkele punten van deel 3 van bijlage B bij EU-werkdocument Schengen 6 (U toegegaan als bijlage bij mijn brief van 17 maart jl.) waarin de besluiten en verklaringen van het Uitvoerend Comité zijn opgenomen die naar het oordeel van de EU-Raadswerkgroep Schengen-acquis geen rechtsgrondslag in EU-kader behoeven. De besprekingen op Raadswerkgroepniveau zijn echter nog niet afgerond. Ontwerp-besluit SCH/Com-ex (99) 9 is door de Schengen werkgroep Verdragen en Regelingen opgesteld. Nadat het ontwerp-besluit in Schengen-kader door het UC is vastgesteld, zal het onmiddellijk aan het EU-voorzitterschap worden overhandigd. Vervolgens zal in de EU-Raadswerkgroep Schengenacquis document Schengen 6 worden aangepast in het licht van dit Schengenbesluit. Daarna zal ook EU-werkdocument Schengen 11 (U eveneens toegegaan als bijlage bij mijn brief van 17 maart jl.), waarin de keuze van rechtsgrondslag voor het Schengenacquis is opgenomen, worden aangepast.

Ik zal U over de verdere ontwikkelingen ten aanzien van de vaststelling van het Schengen-acquis en de toekenning van rechtsgrondslag aan het Schengen-acquis in EU-kader op de hoogte houden.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

D. A. Benschop


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven