Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 19326 nr. 152;14A |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 19326 nr. 152;14A |
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 27 november 1996
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 28 november 1996.
De wens dat de ontwerp-besluiten uitdrukkelijke instemming behoeven kan door of namens één van beide Kamers te kennen worden gegeven uiterlijk op 13 december 1996.
Op 19 december 1996 zal onder Luxemburgs Voorzitterschap een vergadering van het Uitvoerend Comité Schengen worden gehouden. Hierover kunnen wij U als volgt informeren.
Tijdens de vergadering van het Uitvoerend Comité zal de samenwerking met de landen van de Noordse Paspoortunie centraal staan. De Noordse Staten zijn sinds 18 april 1996 waarnemer bij Schengen. De onderhandelingen over de toetredingsverdragen van de EU-lidstaten Denemarken, Finland en Zweden, alsmede over de samenwerkingsovereenkomst met de niet-EU landen Noorwegen en IJsland zijn succesvol afgerond, ongeveer twee jaar nadat de eerste gesprekken met deze landen plaatsvonden.
De (definitieve) tekst van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Schengen-Staten en Noorwegen en IJsland voldoet aan de afspraken die tijdens de vergadering van het Uitvoerend Comité van 18 april jl. gemaakt zijn en sluit aan bij de tekst die besproken is tijdens het Uitvoerend Comité van 17 oktober jl., welke Uw Kamer is toegezonden als bijlage bij het verslag van laatstgenoemde vergadering van het Uitvoerend Comité (Tweede Kamer, 1996–1997, 19 326, nr. 150).
De teksten van de toetredingsverdragen van Denemarken, Finland en Zweden stemmen grotendeels overeen met de toetredingsverdragen die in het recente verleden met andere EU-lidstaten zijn gesloten.
Na goedkeuring van de teksten door het Uitvoerend Comité zal tot ondertekening kunnen worden overgegaan. Overigens zal het, afgezien van de ratificatieprocedures, nog wel enige tijd duren voordat tot inwerkingtreding resp. inwerkingstelling van de samenwerkingsovereenkomst en de toetredingsverdragen kan worden overgegaan, gezien de noodzakelijke bouwkundige aanpassingen op de luchthavens en de maatregelen die genomen moeten worden voor de integratie van de Noordse landen in het SIS.
Voorts zal gesproken worden over de inwerkingstelling van de Uitvoeringsovereenkomst in Italië, Griekenland en Oostenrijk. Met name Italië hecht eraan dat voor Italië op zo kort mogelijke termijn de Uitvoeringsovereenkomst in werking wordt gesteld.
Tijdens de vergadering zullen vier ontwerp-besluiten voorliggen. Deze hebben betrekking op de volgende onderwerpen:
– Schengen-Voorzitterschap gedurende het tweede halfjaar 1997;
– beheerrapport over het C.SIS voor het jaar 1995;
– wijziging van het financieel reglement van het C.SIS;
– wijziging van de bijlagen van de Gemeenschappelijke Visuminstructie en het Gemeenschappelijk Handboek.
Voorts zal een nadere discussie plaatsvinden over de audit van de externe deskundigen inzake het functioneren en de plaats van het Schengen-Secretariaat in de toekomst, mede in het licht van de uitbreiding van Schengen met de Noordse landen. Daarbij dient tevens de mogelijke incorporatie van Schengen in de EU te worden betrokken.
Ook zal, mede gezien de uitbreiding van Schengen met de Noordse Staten, de toekomst van het SIS worden besproken. Tot slot zal tijdens het Uitvoerend Comité gesproken worden over de terrorismebestrijding en de Gemeenschappelijke Controle-autoriteit.
Geen opmerkingen.
Geen opmerkingen.
A.3 Goedkeuring van het verslag van de op 17 oktober 1996 te Luxemburg gehouden vergadering
Geen opmerkingen.
B.1 Goedkeuring van de toetredingsverdragen van Denemarken, Finland en Zweden tot Schengen, alsmede van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Schengen-Staten en Noorwegen en IJsland
De teksten van de toetredingsverdragen van Denemarken (doc. SCH/Tr-Rego (96) 10, 3e herz.), Finland (doc. SCH/Tr-Rego (96) 11, 3e herz.) en Zweden (doc. SCH/Tr-Rego (96) 12, 3e herz.), inclusief de bijbehorende verklaringen, alsmede van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Schengen-Staten en Noorwegen en IJsland (doc. SCH/C (96) 38, 11e herz.) zijn te Uwer informatie bijgevoegd.1
De toetredingsverdragen van Denemarken, Zweden en Finland tot Schengen wijken op een beperkt aantal punten af van de gebruikelijke toetredingsverdragen.
Dit betreft met name de bepaling, dat de toetredingsverdragen geen beletsel vormen voor de samenwerking binnen het kader van de Noordse Paspoortunie, voorzover deze samenwerking niet indruist tegen of een belemmering vormt voor de toepassing van de Uitvoeringsovereenkomst.
Daarnaast is v.w.b. Denemarken een uitzonderingspositie voor de Faeröer-eilanden en voor Groenland opgenomen. Van Deense zijde wenst men Groenland en de Faeröer-eilanden uit te sluiten van de toepassing van de Uitvoeringsovereenkomst (vergelijkbaar met de territoriale beperkingen m.b.t. het Koninkrijk der Nederlanden en de Franse Republiek zoals vermeld in artikel 138 van de Uitvoeringsovereenkomst), maar het bestaande vrij verkeer van personen met deze gebiedsdelen van het Deense Koninkrijk (mede gebaseerd op de Noordse Paspoortunie) te handhaven. Onder de voorwaarde dat voorafgaand aan de inwerkingtreding van de overeenkomst het Uitvoerend Comité de regels vaststelt waaraan de uitvoering van een effectieve controle aan de buitengrenzen aldaar is onderworpen, alsmede de vereiste compenserende maatregelen, kunnen de Schengen-Staten hiermee akkoord gaan. Alsdan kan namelijk worden zekergesteld dat er geen veiligheidsrisico's ontstaan op het moment dat deze overeenkomst in werking treedt. Naar de mening van de regering zal op deze wijze een bevredigende oplossing getroffen worden.
Voorts is v.w.b. Finland, analoog aan de Akte betreffende de toetreding van de Republiek Finland tot de Europese Unie, een eenzijdige verklaring opgenomen m.b.t. de Åland-eilanden.
Ten aanzien van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Schengen-Staten en Noorwegen en IJsland kon tijdens de vergadering van het Uitvoerend Comité van 17 oktober overeenstemming worden bereikt over de laatste knelpunten, zoals reeds in hogergenoemd verslag over deze vergadering is aangegeven. Naar de mening van de regering sluit de tekst thans goed aan bij de afspraken die gemaakt zijn tijdens de vergadering van het Uitvoerend Comité van 18 april 1996.
B.2 Inwerkingstelling van de Uitvoeringsovereenkomst in Italië, Griekenland en Oostenrijk
De inwerkingstelling van de Uitvoeringsovereenkomst in Italië, Griekenland en Oostenrijk is een onderwerp dat in belang sterk toeneemt. Met name Italië streeft ernaar dat voor dat land de Uitvoeringsovereenkomst op zo kort mogelijke termijn, zo mogelijk nog per maart 1997, in werking wordt gesteld.
Naar de mening van de regering dient, afgezien van de nog af te ronden ratificatieprocedures, zeer zorgvuldig te worden bezien in hoeverre elk van deze Lid-Staten aan alle voorwaarden voor inwerkingstelling voldoet. Bijzondere aandacht dient hierbij uit te gaan naar de controle aan de buitengrenzen, de werking van het Schengen-Informatiesysteem en de privacywetgeving in deze landen.
B.3 Strategie voor de verdere ontwikkeling van het Schengen Informatiesysteem
Mede gezien de uitbreiding van Schengen met de Noordse Staten dient nagedacht te worden over de verdere ontwikkeling van het Schengen Informatiesysteem. Op dit moment wordt gewerkt aan de uitbreiding van het huidige SIS tot 10 landen. Het is echter de vraag of het SIS in zijn huidige vorm uitgebreid kan worden tot 15 landen.
In beginsel zijn voor de toekomst twee scenario's denkbaar:
– éénmalige volledige redesign en daaropvolgend vervanging van SIS I (het huidige SIS) door een in beginsel nieuw SIS II;
– permanente evolutionaire ontwikkeling (d.m.v. upgrading) van SIS I.
Tussen de huidige Schengen-staten bestaat een vrij algemene consensus dat de eerste variant de voorkeur geniet. Zowel de programmateur als de apparatuur van het huidige SIS zijn verouderd. Het is daarom nog maar de vraag of d.m.v. upgrading het huidige SIS ook daadwerkelijk voor gebruik door 15 landen geschikt kan worden gemaakt.
De eerste variant heeft als nadeel dat het ontwikkelen van een nieuw SIS wellicht langer zal kunnen duren dan upgrading van het huidige SIS. Daardoor bestaat bij de Noordse Staten de angst dat hun integratie in het SIS mogelijk vertraging oploopt. Tijdens het Uitvoerend Comité zullen de implicaties van beide varianten aan de orde komen, inclusief de kosten. Het Uitvoerend Comité zal vervolgens richting moeten geven aan de discussie.
B.4 Audit van het Secretariaat-Generaal
Tijdens de vergadering van 17 oktober heeft een presentatie plaatsgevonden door externe deskundigen van de uitkomsten van een organisatie-onderzoek naar het functioneren en de plaats van het Schengen-Secretariaat (zie het verslag van het Uitvoerend Comité van 17 oktober jl.). De Centrale Groep heeft de opdracht ontvangen met voorstellen te komen ter uitvoering van dit rapport. Thans zal in het Uitvoerend Comité in het bijzonder aan de orde komen een voorstel om een administratief en financieel directeur voor het Secretariaat te werven.
Overigens zal op 9 december a.s. de Centrale Groep bijeenkomen om de discussie over dit onderwerp voort te zetten.
B.5 Gemeenschappelijke Controle-autoriteit (GCA)
Tijdens de bespreking van dit onderwerp zal het Luxemburgse Voorzitterschap verslag doen van het onderhoud dat de Schengen-trojka en de Franse beheerautoriteiten van het C.SIS hebben gehad met de GCA. Zoals reeds in het verslag van het Uitvoerend Comité van 17 oktober jl. is gemeld, is de doelstelling van het gezamenlijk overleg te komen tot duidelijke werkafspraken, waarbij de onafhankelijke positie van de GCA centraal staat.
Ten vervolge op eerdere besprekingen in het Uitvoerend Comité zal ook bij deze bijeenkomst de intensivering van de praktische samenwerking tussen de Schengen-Staten op het gebied van terrorismebestrijding besproken worden. Het Uitvoerend Comité zal kennis kunnen nemen van de voortgang die sinds de vorige vergadering dienaangaande is geboekt. Op dit moment wordt gewerkt aan een evaluatie van de verschillende, op het vlak van bestrijding van terrorisme bestaande mechanismen, teneinde eventuele lacunes te onderkennen en zo mogelijk te verhelpen.
C.1 Beheerrapport over het C.SIS voor het jaar 1995
De tekst van het ontwerp-besluit (doc. SCH/Com-ex (96) 22) is bijgevoegd.1 Naar de mening van de regering is dit geen het Koninkrijk bindend besluit.
Met onderhavig besluit wordt het rapport inzake het beheer van het Centrale Schengen Informatiesysteem (C.SIS) voor het jaar 1995 goedgekeurd en wordt de Franse autoriteiten decharge verleend voor het gevoerde beheer.
Aangezien Oostenrijk per 28 april 1995 is toegetreden tot Schengen, is in de verdeling van de kosten een onderscheid gemaakt tussen de periode tot 28 april 1995 en de periode daarna. Het Nederlandse aandeel in de begroting bedroeg voor de periode tot 28 april 1995 6,1% en voor de periode daarna 5,9%. De Nederlandse bijdrage voor de installatie van het C.SIS bedroeg voor 1995 FF 578 408; de bijdrage t.b.v. de werking van het C.SIS bedroeg voor 1995 FF 306 778.
Duitsland en Portugal hebben bij dit ontwerp-besluit nog een voorbehoud gemaakt, dat verband houdt met de berekening van hun financiële verplichtingen.
C.2 Wijziging van het financieel reglement van het C.SIS
De tekst van het ontwerp-besluit (doc. SCH/Com-ex (96) 23) is bijgevoegd. Naar de mening van de regering is dit een het Koninkrijk bindend besluit.
De Schengen-Staten hebben behoefte aan een meerjarenraming voor de begroting van het C.SIS, alsmede aan een jaarlijkse begroting van de installatiekosten. Daarnaast bestaat de wens een aantal afspraken vast te leggen over de opstelling en het gebruik van de begroting van het C.SIS. Met onderhavig besluit wordt hieraan invulling gegeven.
C.3 Wijziging van de bijlagen 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 11 en 13 van de Gemeenschappelijke Visuminstructie en van de bijlagen 5, 5a, 11, 14b, 10, 6, 6b en 8 van het Gemeenschappelijk Handboek
De tekst van het ontwerp-besluit (doc. SCH/Com-ex (96) 24) is bijgevoegd.1 Naar de mening van de regering is dit een het Koninkrijk bindend besluit. De bijlagen 1, 5 en 9 bij dit besluit dragen een vertrouwelijk karakter.2
De bijlagen bij de Gemeenschappelijke Visuminstructie en het Gemeenschappelijk Handboek dienen op enkele ondergeschikte punten te worden aangepast.
C.4 Asiel: interpretatie van artikel 38 van de Uitvoeringsovereenkomst
De tekst van het ontwerp-besluit (SCH/C (96) 82) is bijgevoegd.1 Naar de mening van de regering is dit een het Koninkrijk bindend besluit.
Artikel 38 van de Uitvoeringsovereenkomst betreft het verstrekken van gegevens over individuele asielzoekers door de ene Schengen-Staat aan de andere Schengen-Staat, die noodzakelijk zijn voor:
– vaststelling van de verantwoordelijkheid voor de behandeling van een asielverzoek;
– behandeling van een asielverzoek;
– uitvoering van de verplichtingen op grond van Titel II, hoofdstuk 7 van de Uitvoeringsovereenkomst.
Noch in artikel 38, noch in de bestaande uitvoeringsbepalingen is voorzien in een termijn waarbinnen verzoeken tot gegevensverstrekking dienen te worden beantwoord.
Met onderhavig besluit wordt beoogd deze leemte op te vullen en eenzelfde antwoordtermijn te hanteren, zoals thans geldt voor overnameverzoeken, nl. maximaal 1 maand.
C.5 Schengen-Voorzitterschap gedurende het tweede halfjaar 1997
De tekst van het ontwerp-besluit (doc. SCH/Com-ex (96) 19) is bijgevoegd.1 Naar de mening van de regering is dit geen het Koninkrijk bindend besluit.
Conform het reglement van orde van het Uitvoerend Comité wordt het Schengen-Voorzitterschap in principe volgens een vaste, alfabetische volgorde bekleed. Op verzoek van twee landen die elkaar opvolgen in deze volgorde kan de vervulling van dit Voorzitterschap in de omgekeerde volgorde plaatsvinden. Tijdens het Uitvoerend Comité van 18 april jl. was reeds besloten dat Portugal gedurende het eerste halfjaar 1997 het Schengen-Voorzitterschap zal bekleden. Met onderhavig besluit wordt vastgelegd dat Oostenrijk dit Voorzitterschap in het tweede halfjaar 1997 zal waarnemen.
D.1 Presentatie van het werkprogramma van het aanstaande Portugese Voorzitterschap
Portugal zal het werkprogramma voor zijn Schengen-Voorzitterschap gedurende het eerste halfjaar 1997 presenteren. Over de inhoud van dit werkprogramma is thans nog niets bekend.
Geen opmerkingen.
Ter vertrouwelijke inzage, alleen voor de leden, gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-19326-152.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.