Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal1998-199918986 nr. 44

18 986
Verhouding Rijksoverheid–NS

nr. 44
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 20 november 1998

In het kader van het beleidsvoornemen voor de contractsector spoorvervoer van 7 februari 1997 (TK, vergaderjaar 1996–1997, 18 986, nr. 38), wordt een aantal aanbestedingsexperimenten voorbereid. In de brief van 20 mei 1998 (TK, vergaderjaar 1997–1998, 18 986, nr. 42) bent u op de hoogte gesteld van de voorbereidingen voor een aanbesteding van de drie contractsectordiensten in de provincie Groningen.

In een algemeen overleg op 16 juni 1998 met de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat, zijn geen overwegende bezwaren inzake de voorbereidingen voor dit aanbestedingsexperiment naar voren gekomen. Afgesproken is dat de beslissing om daadwerkelijk tot aanbesteding over te gaan, nog aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd.

Inmiddels heb ik met Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen een principe-akkoord bereikt over de uitgangspunten van dit aanbestedingsexperiment. Met deze brief wil ik u hierover informeren en leg ik het beoogde experiment gaarne aan u voor. Het is de bedoeling dat de aanbesteding eind dit jaar plaatsheeft.

1. Korte achtergrondschets

In het voorjaar van 1996 heeft de NS een 30-tal onrendabele treindiensten ter contractering aangeboden, waaronder de Groningse treindiensten Groningen-Delfzijl, Groningen-Roodeschool en Groningen-Nieuweschans(-Leer). Zonder aanvullende overheidscontracten zou de exploitatie van deze diensten worden beëindigd. In het kader van de contractsector spoorvervoer is de rijksoverheid voor 29 van deze 30 treindiensten, waaronder de drie bovengenoemde Groningse treindiensten, zogenoemde Openbare-Dienstcontracten aangegaan met NS Reizigers. Deze contracten zijn met ingang van de dienstregeling 1998/1999 van kracht geworden.

In nauw overleg met de provincie Groningen heb ik de mogelijkheden onderzocht voor een decentralisatie-experiment, waarbij de drie betreffende contractsectordiensten door de provincie openbaar worden aanbesteed. Ik zie dit in het verlengde van de eerder met u besproken decentralisatie-experimenten in Friesland en Gelderland, waarbij de verantwoordelijkheid voor de betreffende contractsector treindiensten per medio 1999 wordt overgedragen aan het decentrale bestuur. Kenmerkend verschil is dat waar de provincies Friesland en Gelderland zelf vooraf hebben gekozen voor een bepaalde exploitant, de toekomstige vervoerder voor de contractsector treindiensten in Groningen door middel van een openbare aanbesteding wordt geselecteerd. Ik verwacht veel van de leereffec-ten die hieruit naar voren zullen komen.

Het college van Gedeputeerde Staten heeft inmiddels positief gereageerd op mijn brief van 14 oktober 1998, waarin ik de afspraken schets die ik rondom dit experiment in acht wil nemen. Inzake tarieven en vervoerbewijzen is aanvullend overleg noodzakelijk. Een afschrift van bovengenoemd schrijven alsmede het antwoord van Gedeputeerde Staten (zonder bijlage), van 29 oktober 1998 zijn ter informatie bijgevoegd1.

Omdat ik wil voorkomen dat de aanbesteding op enige wijze wordt beïnvloed door de financiële beschouwingen en afspraken in deze brieven, verzoek ik u deze correspondentie vertrouwelijk te behandelen.

2. Belangrijkste kenmerken van het experiment

Onderstaand wordt kort ingegaan op de belangrijkste uitgangspunten die ik met de provincie Groningen ben overeengekomen. Deze worden omgevormd tot een definitief aanbestedingsdocument, dat in gezamenlijk overleg tussen provincie en rijk zal worden vormgegeven. Met het oog op het decentrale karakter van dit experiment, berust de eindverantwoordelijkheid bij de provincie Groningen.

– De eerste aanbesteding van treindiensten in de contractsector heeft tot doel minimaal het huidige voorzieningen- en kwaliteitsniveau dat door de treindiensten wordt gerealiseerd zo goed en goedkoop mogelijk in stand te houden en ervaring op te doen met aanbesteding en decentralisatie van treindiensten.

– De verantwoordelijkheid voor de drie contractsectordiensten wordt met ingang van de NS-dienstregeling 2000/2001 voor een periode van 5 jaar overgedragen aan de provincie Groningen.

– Het recht op exploitatie voor de periode van 28 mei 2000 tot en met 31 mei 2005 wordt door de provincie Groningen openbaar aanbesteed. Hierbij geldt het gunningscriterium van de economisch voordeligste aanbieding, waarbij de prijs de belangrijkste plaats inneemt en er per saldo na de aanbesteding minimaal een dienstregeling wordt aangeboden gelijkwaardig aan de dienstregeling 1998/1999.

– Na instemming van de Duitse deelstaat Niedersachsen en overeenstemming over het Duitse aandeel in het exploitatietekort, zal ook de internationale verbinding naar Leer bij de openbare aanbesteding worden betrokken. Het aantal ritten per dag tussen Nieuweschans en Leer (Niedersachsen) wordt op verzoek van de provincie Groningen en het Land Niedersachsen uitgebreid van 3 naar 6.

– De provincie Groningen heeft in principe voorkeur voor een vaste rijksbijdrage gedurende de looptijd van het experiment. Op het moment van bekend worden van de aanbestedingsprijs wordt evenwel bezien in hoeverre een introductie van de principes van de regiobekostiging (prestatie-afhankelijk, techniek-onafhankelijk en instandhoudings- en onderhoudskosten verdisconterend) tot de mogelijkheden behoort.

– De gebruiksvergoeding die vanaf 1 januari 2000 wordt geïntroduceerd, wordt voor de looptijd van dit experiment voor onderhavige treindiensten gecompenseerd, mogelijk als onderdeel van de regiobekostigingssystematiek.

– Inzake de positie van het zittende personeel worden de bepalingen gehanteerd overeenkomstig het concept-wetsvoorstel Personenvervoer 2000. Ik verwacht binnenkort dit wetsvoorstel ter behandeling aan uw Kamer voor te leggen. Voorafgaand aan de aanbesteding zal over het personeel worden overlegd met de betreffende vakorganisaties.

3. Tarief en kaartsoort

De provincie Groningen heeft mij te kennen gegeven ten aanzien van de tarieven en vervoerbewijzen op de trajecten Groningen-Roodeschool, Groningen-Delfzijl en Groningen-Winschoten-Leer te willen kiezen voor toepassing van de vervoerbewijzen uit het Nationaal Tarief Systeem (NTS). Gedeputeerde Staten is tot de conclusie gekomen dat het vanuit kostenoogpunt niet gewenst en qua uitvoering niet mogelijk is in het ontwerp-bestek een regeling ter zake van kaartintegratie en kaartacceptatie voor te schrijven. Daarbij wordt aangegeven dat het aantal reizigers dat als gevolg van het ontbreken van een dergelijke regeling met verschillende kaartsoorten zal moeten reizen in de praktijk vrij beperkt zal zijn. Tegelijkertijd wordt de integratie met het onderliggende stads- en streekvervoer verder verstevigd en ontstaat volgens de provincie Groningen ten opzichte de huidige situatie per saldo zelfs een verbetering voor de reizigers die binnen het gebied reizen.

Hoewel met de keuze voor het NTS de mogelijkheid om het gebied in te reizen naar mijn mening voldoende wordt gewaarborgd, ben ik er nog niet van overtuigd dat dit ook het geval is voor de doorgaande treinreiziger die het gebied wil uitreizen. Op dit punt geeft de brief van de provincie Groningen aanleiding tot nader overleg. Mijn toetsings-criterium op dit punt is de toegankelijkheid van het OV.

4. Vervolgprocedure

De aanbesteding is gericht op de exploitatie van de betreffende treindiensten vanaf medio 2000 (einde NS-dienstregeling 1999/2000). In verband met de vereiste voorbereidingstijd rondom de aanbesteding en gunning en ook de tijd die een vervoerder nodig heeft om de uitvoering voor te bereiden, is het noodzakelijk dat de aanbesteding nog dit jaar start.

Derhalve zou ik graag voor 10 december 1998 van u vernemen of er van uw kant bezwaar bestaat tegen onderhavig experiment. Ik ben voornemens om anderszins direct na deze datum mijn instemming kenbaar te maken aan de provincie Groningen.

Het is vervolgens de bedoeling dat de aanbesteding op 17 december 1998, direct na behandeling van de voordracht in Provinciale Staten, wordt gepubliceerd.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos


XNoot
1

Ter vertrouwelijke inzage, alleen voor de leden, gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.