Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201118106 nr. 204

18 106 Voortgang rivierdijkversterkingen

Nr. 204 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juni 2011

De Vaste Commissie voor Infrastructuur en Milieu heeft gevraagd om nadere informatie over de gang van zaken met betrekking tot de Maasbeveiliging, in bijzonder bij de Zandmaas en de Grensmaas. De brief is aanvullend op de recent aan uw Kamer aangeboden 19e voortgangsrapportage Zandmaas en Grensmaas.

Met de uitvoering van het project Zandmaas en Grensmaas zou oorspronkelijk een hoogwaterbeschermingsniveau van een waterstand met een overschrijdingskans van 1/250ste per jaargerealiseerd moeten worden. Het is al eerder duidelijk geworden dat, om dit te bereiken, na realisatie van de Maaswerken nog aanvullende werkzaamheden nodig zijn. Uit eerdere inventarisaties van een aanvullend maatregelenpakket, is er steeds van uitgegaan dat de Maaswerken conform de huidige scope en planning zou worden uitgevoerd. Bij de uitvoering van de Grensmaas zijn de afgelopen tijd problemen ontstaan. Door de economische crisis is de vraag naar grind sterk afgenomen. Via de voortgangsrapportage is dit ook al eerder gemeld.

Vorig jaar heeft dit er toe geleid dat het Consortium Grensmaas heeft besloten de locatie Bosscherveld en Meers te temporiseren. De Convenantpartners hebben daarmee ingestemd met als uitgangspunt dat de doelstellingen van het project niet in gevaar mogen komen. Niet lang daarna heeft het Consortium Grensmaas verzocht om overleg met de Convenantpartners over de gevolgen van de economische crisis en de daaruit voortvloeiende vooruitzichten. In gezamenlijkheid is besloten een extern bureau onderzoek te laten uitvoeren naar de aard en de omvang van de door het Consortium gemelde problematiek van de verslechterde markt voor zand en grind en de gevolgen daarvan voor het Grensmaasproject. De conceptrapportage van het onderzoek bevestigt in hoofdlijnen het door het Consortium geschetste beeld dat zonder maatregelen de uitvoering van het project Grensmaas in gevaar komt.

Al geruime tijd is er intensief overleg tussen de Convenantpartners en het Consortium Grensmaas. Als eerste is het belangrijk om een gedeeld beeld te krijgen van de omvang van het financiële probleem. Afhankelijk van toekomstige ontwikkelingen ten aanzien van de grindprijs, de afzetvolumes en de kostenontwikkeling, kan dit beeld sterk uiteenlopen.

De bandbreedte van de problematiek zal mede bepalend zijn voor de aard en de omvang van het oplossingenpakket. Vervolgens moeten de oplossingen op hun haalbaarheid worden getoetst. De juridische mogelijkheden worden al nu in kaart gebracht. De oplossingen moeten passen binnen de Europese regels inzake staatssteun en voldoen aan de Europese aanbestedingsregels. De maatregelen moeten technisch uitvoerbaar zijn, financieel worden doorgerekend en worden bezien op mogelijke effecten op de hoogwaterdoelstelling. Ook moet het oplossingenpakket voldoende robuust zijn voor de resterende uitvoeringsduur van het project. Ten slotte spelen omgevingsaspecten een belangrijke rol. Ik kan in deze brief niet ingaan op de verschillende onderdelen van het oplossingenpakket. Wel heb ik in antwoord op mondelinge vragen van de heer Koopmans de Kamer laten weten dat de winning van extra grind een belangrijke factor is bij het vinden van een oplossing.

Al deze aspecten maken onverkort doorvoeren van het Grensmaasproject een uiterst complexe opgave waarbij de Convenantpartners tot zorgvuldige en spoedige besluitvorming moeten komen. Als er onverhoopt geen oplossing voor het Grensmaasdossier zou worden bereikt, heeft dat grote consequenties. Zowel financieel als voor wat betreft de realisatie van de hoogwaterdoelstelling. Er zal een aanzienlijke vertraging optreden in de afronding van de Maaswerken.

In het bestuurlijk overleg MIRT op 31 mei jl. heb ik met de provincie Limburg een afspraak gemaakt over de aanpak van de hoogwaterbescherming in het Maasdal.

Wij willen gezamenlijk als Rijk en regio het waterveiligheidsvraagstuk in de Maasvallei integraal benaderen. Dat geldt voor de aanpak van het grensmaasdossier, de aanvullende werkzaamheden om een wettelijk beschermingsniveau (bij een waterstand met een overschrijdingskans van 1/250 per jaar) te bereiken en het gebiedsplan Ooijen-Wanssum. De oplossing van de Grensmaasproblematiek voor het Rijk heeft de hoogste prioriteit.

Als vervolg op het bestuurlijk overleg MIRT vindt er verder overleg plaats tussen Rijk en regio. Het vinden van een gezamenlijk gedragen oplossing voor de problematiek zal, zeker gezien de veiligheidsopgave en de financiële situatie, tijd en zorgvuldigheid vereisen.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

J. J. Atsma