18 106
Voortgang rivierdijkversterkingen

nr. 176
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 6 juli 2006

De commissie voor Verkeer en Waterstaat1 heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over de 9e voortgangsrapportage Zandmaas en Grensmaas (Kamerstukken 18 106, nrs. 173 en 174)

De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 5 juli 2006. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Atsma

De griffier van de commissie,

Roovers

Kamervragen 18 106-174

1

Kan specifieker worden aangegeven met welke risico’s aangaande het grondverzet nog steeds rekening wordt gehouden ondanks de aanzienlijke verlaging tot € 2,1–€ 7mln?

Het in de VGR 9 opgenomen bedrag van € 2,1 mln–€ 7 mln is opgenomen voor de eventueel door bevoegd gezag te stellen extra eisen, bovenop de maatregelen die zijn voorzien, ten aanzien van nazorgen monitoring voor de berging van de vrijkomende grond. De initiatiefnemer dient aan het bevoegd gezag nazorgen monitoringsplannen ter goedkeuring te overleggen. In deze nazorg- en monitioringsplannen dient bijvoorbeeld te worden vermeld op welke wijze de initiatiefnemer de chemische processen in de berging bewaakt. De kosten die zijn gemoeid met de nazorg en monitoring van de berging zijn daarmee afhankelijk van de door het bevoegd gezag te stellen eisen.

2

Kan specifieker worden aangegeven waarin de kosten zitten voor het oplossen van de problematiek van de status van de Maaskaden door het onder de Wet op de waterkering te brengen?

In het kader van de Wet op de waterkering wordt een op de Maaskaden toegesneden toetskader uitgewerkt. Dit toetskader stelt onder meer eisen aan kabels en leidingen die onder en langs de Maaskaden liggen. Op een aantal locaties dienen extra beschermende maatregelen te worden aangebracht. Ook de nieuwe keringen in de Roer te Roermond maken onderdeel uit van dit toetskader. De kosten die naar verwachting zullen moeten worden gemaakt ten behoeve van de kabels en leidingen en de nieuwe keringen, zijn opgenomen in het risicoprofiel.

3

Zijn de bewoners langs de Zandmaas (voor wie het niet is gelukt om op 1 januari 2006 de overstromingskans terug te hebben gebracht tot 1/250 achter de bestaande kaden) ingelicht over het feit dat dit niet is gelukt? Zo ja, op welke manier?

Ja. De bewoners van de Zandmaas zijn door Rijkswaterstaat Maaswerken over de vertraging van de kadenaanleg ingelicht. Er zijn informatiebijeenkomsten gehouden om belanghebbenden gedetailleerd bij te praten over de vertraging, de oorzaken en de nieuwe planningen. Ook via de eigen nieuwsbrief Maaswerken Nieuws en de Maaswerkenwebsite zijn doelgroepen in 2005 op de hoogte gehouden over de gewijzigde planning plus voortgang van de kadenaanpassingen in het Zandmaasgebied.

Kamervragen 18 106-173

1

Wat is de stand van zaken van het onderzoek naar bovenstroomse maatregelen?

Door de werkgroep Hoogwater van de Internationale Maascommissie zijn op het 2e Internationale Maassymposium (mei 2006) de eerste resultaten gepresenteerd van een uitgebreide analyse van recente hoogwaters op de Maas. Hierin zijn tevens de maatregelen beschouwd die in het internationale stroomgebied worden genomen. Het beeld dat uit deze analyse ontstaat, is dat de effecten van lopende en potentiële maatregelen bovenstrooms, in België en Frankrijk, lokaal groot zijn, maar op de hoogwatergolf in Nederland een beperkte invloed hebben. Aangezien de beschermingsniveaus (terugkeertijden van hoogwatergolven) in de bovenstroomse landen bovendien sterk afwijken van de niveaus die in Nederland worden gehanteerd, zal de beschikbare ruimte voor waterberging waarschijnlijk bovenstrooms worden ingezet op die momenten dat dit lokaal effectief is.

Op 27 juni 2006 heeft de Europese Raad van milieuministers een politiek akkoord bereikt over een EU Hoogwaterrichtlijn. Deze richtlijn zal de komende tijd de samenwerking binnen het Maas bassin versterken, zowel voor wat betreft het gezamenlijk analyseren van de problematiek (onderzoeken), als voor opstellen van kaarten, als ook voor de mogelijke maatregelen (beheerplannen). Hierbij wordt voortgebouwd op bestaande werkzaamheden en activiteiten. De richtlijn zal begin 2007 in werking treden.

2

Welke conclusies worden verbonden aan de Integrale Verkenning Maas?

IVM komt voort uit het inzicht dat klimaatveranderingen zullen leiden tot hogere afvoeren van de Maas in de toekomst. Bestuurders van betrokken overheden langs de Maas, verenigd in een stuurgroep, hebben een verkenning uitgevoerd naar de ruimte die nodig is om het Maaswater ook op termijn veilig af te kunnen voeren. De stuurgroep heeft het studierapport samen met een bestuurlijk advies onlangs aan mij aangeboden.

Het studierapport biedt een nuttig overzicht van denkbare toekomstige maatregelen, met een inschatting van hun effectiviteit, ruimtebeslag en kosten. Het advies kent als hoofdpunten:

– Nederland dient samen met Wallonië en Frankrijk te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor het opvangen van water in het buitenland en wat de maximale toekomstige afvoeren kunnen zijn.

– Afhankelijk van de resultaten hiervan wordt bekijken welke maatregelen in Nederland getroffen dienen te worden, om het Maaswater in ons land ook in de toekomst veilig af te kunnen voeren.

– De eventueel hiervoor benodigde ruimte nu al te waarborgen; dit betekent het handhaven van de regimes die in de Beleidslijn Grote Rivieren en in ruimtelijke plannen zijn vastgelegd.

– Toekomstige projecten in het hoofdsysteem van de Maas en de regionale wateren dienen goed op elkaar te worden afgestemd.

Aan het advies tot gezamenlijk onderzoek met bovenstroomse partijen wordt binnen bestaand internationaal overleg vervolg gegeven. Het handhaven van bestaande ruimtelijke regimes is mede een zaak voor regionale overheden. Ik onderschrijf het advies om tot goede afstemming te komen tussen nationale en regionale projecten.

3

Wat heeft het overleg met waterschap Aa en Maas voor wat betreft aanvullende maatregelen in het kader van Maaswerken, IVM en VNK opgeleverd?

De regionale partijen in Oost-Brabant, inclusief het waterschap Aa en Maas, hebben aangekondigd een gezamenlijke visie te geven op gewenste aanvullende maatregelen voor de bescherming tegen overstroming van dat gebied. Zodra deze visie gereed is, zal deze onderwerp van gesprek vormen in het Landelijk Bestuurlijk Overleg Hoogwater.

4

Hoe groot wordt de kans ingeschat, dat de Europese Commissie een korting oplegt voor wat betreft de IRMA-subsidies?

Naar aanleiding van de rapportages van de auditors van de EU is inmiddels door het coördinerende ministerie van VROM een reactie opgesteld voor het gehele IRMA programma, waarvan de projecten Zandmaas en Grensmaas deel uitmaken. Een reactie van de EU hierop is nog niet bekend. Het is op voorhand niet goed in te schatten hoe groot de kans is dat de Europese Commissie Nederland een korting zal opleggen.

5

Wanneer is het onderzoek van de Internationale Maascommissie naar de extreme rivierafvoer en de effecten daarvan afgerond? Op welke wijze informeert u de Kamer hierover?

In juni 2006 heeft de Internationale Maascommissie een start gemaakt met een gezamenlijke grensoverschrijdende studie naar extreme, hoger dan totnogtoe waargenomen, afvoeren op de Maas. Zie ook het antwoord op vraag 2. Naar verwachting zal ik uw Kamer in het voorjaar 2007 over de eerste resultaten kunnen informeren.

6

Kan een soortgelijke toelichting op mutaties van risicoprofielen als in de negende voortgangsrapportage in volgende rapportages worden opgenomen?

Ja, daarin zal worden voorzien.

7

Welke afspraken zijn gemaakt met betrekking tot het retentiegebied de Gemert bij Vught?

Met het waterschap Aa en Maas en waterschap De Dommel is in september 2005 een overeenkomst gesloten waarin is vastgelegd dat de waterschappen samen € 4,5 mln. ontvangen voor het op peil houden van de hoogwaterbescherming in het stroomgebied van Dommel en Aa bij Den Bosch. Er zijn in het kader van deze overeenkomst geen specifieke afspraken gemaakt over de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, ook niet voor het retentiegebied De Gemert bij Vught, dat onder het beheer valt van het Waterschap Aa en Maas.

8

Hoe kan het dat de verwachtingswaarden voor de risico’s voor beide projecten niet gewijzigd zijn? Deze risico’s moeten toch afnemen? Wat zijn de verwachtingen wat dit betreft voor de toekomst? In welke mate zullen de risico’s afnemen? In welk tempo?

De risicobeheersing bij de Maaswerken is erop gericht risico’s tijdig te signaleren en de risico’s te beheersen door adequate beheersmaatregelen te treffen.

In de afgelopen verslagperiode zijn er geen nieuwe risico’s gesignaleerd. De getroffen beheersmaatregelen hebben nog geen aanleiding gegeven het risicoprofiel aan te passen. De verwachtingswaarde van de in de vorige perioden onderkende risico’s is dan ook niet gewijzigd.

Naarmate het project De Maaswerken verder in de uitvoering komt, zal het risicoprofiel van de Maaswerken afnemen. In welk tempo zich dit voltrekt, is afhankelijk van de aard van de risico’s en de beheersmaatregelen. Zo zal er bijvoorbeeld over het al dan niet materialiseren van de juridische risico’s pas duidelijkheid zijn nadat alle relevante procedures zijn doorlopen. Met de Voortgangsrapportages bied ik u inzicht in de ontwikkeling van het totale risicoprofiel, als ook in die van individuele risico’s.

9

Wat zijn de meerkosten voor de bescherming van leidingen van de gasunie bij Lith?

Er is vooralsnog geen sprake van meerkosten voor de bescherming van de leiding van de Nederlandse Gasunie (NGU). De beschermingsconstructie is altijd al voorzien. De NGU is verantwoordelijk voor de bescherming van de leiding, maar wijst deze verantwoordelijkheid af. Door bevoegd gezag Rijkswaterstaat dienst Limburg is de vergunning van NGU daarom ambsthalve gewijzigd. Bevoegd gezag heeft hiertoe het recht als een vergunninghouder weigert mee te werken. NGU heeft vervolgens bezwaar aangetekend tegen deze ambtshalve wijziging. Dit bezwaar is nog niet afgehandeld.

Voor het uitvoeren van werken aan kabels en leidingen heeft de minister van Verkeer & Waterstaat de zogenaamde NKL-regeling (Nadeelcompensatieregeling Kabels en Leidingen) vastgesteld. Deze regeling bepaalt onder andere welke kosten door wie gedragen moeten worden. Zolang de ambtshalve gewijzigde vergunning niet onherroepelijk is, kan geen definitieve kostenverdeling worden gegeven.

10

Onder welke voorwaarden zou het achtervangplan kunnen worden stopgezet?

Het achtervangplan betreft een verkenning die gericht is op het realiseren van een 1:250 bescherming achter de kaden, in een situatie waarin het Grensmaasproject niet of niet volledig volgens de vastgelegde afspraken kan worden uitgevoerd.

Momenteel wordt nog gewerkt aan de totstandkoming van het achtervangplan. Pas wanneer alle procedures in het kader van het Grensmaasproject zijn afgerond, zal duidelijk zijn of aan de scope van dit project, zoals die nu is vastgesteld, uitvoering gegeven kan worden. Ik verwacht overigens dat dit het geval zal zijn. Mocht dit echter niet zo zijn, dan zal op dat moment beoordeeld moeten worden of het achtervangplan voorziet in een realiseerbaar en wenselijk alternatief.

11

Op welke termijn is het «achtervangplan» voor de Grensmaas gereed? Op welke wijze informeert u de Kamer hierover?

Naar verwachting wordt het achtervangplan in oktober 2006 afgerond. Ik zal u het plan daarna zo spoedig mogelijk toezenden.

12

Wat is de laatste stand van zaken wat betreft de definitieve indiening van de vergunningaanvraag voor het Consortium Grensmaas?

Het Consortium Grensmaas heeft op 1 februari 2006 de definitieve vergunningsaanvragen ingediend bij de bevoegde gezagen. Per cluster van maatregelen betreft het aanvragen in het kader van de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, de Ontgrondingenwet en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. Daarnaast zijn meldingen gedaan in het kader van de Wet bodembescherming en zijn aanvragen tot ontheffingen van de Flora- en Faunawet ingediend.

13

Kunt u in de volgende voortgangsrapportage de uitkomsten van de vervolgaudit naar de kwaliteit van het risicomanagement vermelden en toelichten?

Ja, voor zover de audit hiertoe aanleiding geeft.

14

Op basis van de audits zijn organisatorische aanpassingen gedaan? Kunt u die nader toelichten? Welke verantwoordelijkheden waren niet helder gedefinieerd?

In de tweede helft van 2005 zijn audits uitgevoerd naar de kwaliteit van de processen binnen de organisatie van RWS Maaswerken. Het betreft de afronding van de audit op de kwaliteit van de sturing bij de realisatie van maatregelen en de audit naar de beheersing van de zelfrealisatie van proefproject Meers. De overall conclusie van de audits is dat de genoemde processen in voldoende mate worden beheerst. Uit de audits bleek wel dat in de overgang van matrixsturing naar lijnsturing de sturingsverantwoordelijkheden onvoldoende scherp zijn gedefinieerd. Er heeft daarop een organisatorische aanpassing plaatsgevonden in de interne sturing van Maaswerken door éénduidig de lijnsturing te definiëren tussen de HID en de realisatiemanagers, waarbij de verschillende kennisvelden ondersteunend zijn. De sturingsverantwoordelijkheid is hiermee weer helder.

15

Op welke termijn is er duidelijkheid over de consequenties van de onteigeningsprocedures en de procedures bij de Raad van State? Op welke wijze informeert u de Kamer hierover?

Voor twee locaties in het projectgebied van deelproject Grensmaas, die gepland staan voor uitvoering vanaf 2007, wijzen signalen erop dat grondverwerving in den minne onwaarschijnlijk is. Hiervoor zullen dan onteigeningsprocedures worden opgestart.

De initiatieven hiervoor zijn onlangs gestart. Naar verwachting zal omstreeks september van dit jaar duidelijk zijn of onteigeningsprocedures daadwerkelijk moeten worden doorlopen.

Ten behoeve van de vergunningverlening: na het afgeven van de vergunningen (verwachting december 2006) kan tegen de vergunningen beroep worden ingesteld bij de Raad van State. Pas nadat de Raad van State in (eventuele) procedures uitspraak heeft gedaan, is duidelijk wat exact de consequenties van de uitspraken zijn.

16

In welk begrotingsjaar draagt het Ministerie van LNV bij aan de begroting van de projecten? Op basis van welk prijspeil geschiedt dit?

Het Ministerie van LNV draagt met name bij in de kosten van de grondverwerving door de Maaswerken, voor zover deze verwerving op minnelijke basis geschiedt en de kosten daarvan daadwerkelijk via de projectbegroting V&W lopen. Het prijspeil betreft het jaar dat de kosten voor verwerving daadwerkelijk zijn gemaakt.

Een exacte kasprognose voor de inkomsten over de verschillende begrotingsjaren heen is lastig te maken, aangezien op voorhand geen betrouwbare inschatting kan worden gemaakt van de termijn waarbinnen grond minnelijk wordt verworven. De nog te ontvangen bijdragen van LNV en de provincie Limburg staan vermeld in tabel 3 van VGR 9.

17

Waar worden mogelijk financiële mee- of tegenvallers verwacht?

Op dit moment voorzie ik geen mee- of tegenvallers, anders dan die waarvoor ik reeds in de risicoreserve budget heb gereserveerd en die als taakstelling aanbestedingsmeevaller (VGR 9 tabel 4) reeds in het projectbudget zijn verdisconteerd. Voor die risico’s die reeds zijn opgenomen in het risicoprofiel, geldt dat deze zijn gewaardeerd op basis van een bepaalde verwachtingswaarde. Dit betekent dat de uiteindelijke kosten hoger of lager kunnen uitvallen. Ik ben van mening dat over het gehele project genomen de huidige verwachtingswaarde een realistisch beeld geeft van de te verwachte kosten die gemaakt moeten worden om de risico’s te mitigeren dan wel om deze op te vangen.

18

Waarom is de circa 30 miljoen euro voor «reguliere» natuurontwikkeling door LNV niet opgenomen in het projectbudget? Aan welke reguliere ontwikkeling wordt hierbij gedacht? Om welke gebieden gaat het in dit verband?

Het ministerie van LNV draagt circa € 30 miljoen bij aan de realisatie van 750 ha natuur. Dit gebeurt via de reguliere subsidiëring van natuurbeheerders. Die subsidie-uitgaven lopen via de begroting van het ministerie van LNV.

In de op 1 juli 2005 gesloten overeenkomst tussen de overheid en het Consortium Grensmaas is opgenomen dat de subsidie bestemd is voor aankoop en inrichting van natuurgebieden in het projectgebied van deelproject Grensmaas. Het beheer van de gebieden vindt in de eindsituatie plaats door de vereniging Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.

19

Wat is de reden dat de bijdrage van LNV en de Provincie per saldo met 1,3 miljoen is gedaald? Is het de Provincie of LNV 1,3 miljoen minder bijdraagt?

In de kolom «bijdrage LNV/Provincie» is de bijdrage opgenomen die nog wordt verwacht van beide convenantpartners. Het bedrag is per saldo met € 1,3 mln gedaald. Dit saldo ontstaat doordat enerzijds een bedrag van € 2,5 mln in 2005 van de Provincie is ontvangen als bijdrage in de kosten (daling van € 2,5 mln) en anderzijds de bijdrage voor de Provincie in verband met de nieuwe scope Grensmaas tegelijkertijd is verhoogd met € 1,2 mln.

20

Wat bedoelt u precies met de opmerking dat heroverweging van de opzet van het Maaswerkenproject aan de orde is wanneer de juridische risico’s zich toch zullen aandienen? Betekent dit dat dan beide projecten wordt stopgezet?

Indien de geïdentificeerde juridische risico’s zich manifesteren, zijn de financiële gevolgen dermate groot dat dit mij mogelijk noopt tot aanpassing van de vigerende scope van de Maaswerken.

21

Op twee budgettaire punten (contracteringswijze Hoogwatergeulen en Sluitstukkades) bestaan nog risico’s en onduidelijkheden. Waarom is er dan toch een vast budget vastgelegd en niet een scope aan mogelijke kosten?

Voor beide maatregelen is er in de scope Zandmaas een kostenraming gemaakt en is een risicoanalyse uitgevoerd. Naar aanleiding van de kostenraming is voor beide maatregelen een budget vastgesteld. Op basis van de risicoanalyse zijn daarnaast de onzekerheden en risico’s die met de maatregelen samenhangen, verdisconteerd in de risicoreserve.

22

Welk nader onderzoek moet er nog worden gedaan dat tot mogelijke extra kosten leidt?

In de Grensmaas wordt mogelijk nader onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven. In de overeenkomst tussen de overheid en het Consortium Grensmaas is afgesproken dat het Rijk de consequenties van de eventuele vondst van explosieven voor haar rekening neemt.

23

Lopen er nog procedures op grond van de vigerende grondwaterrichtlijn en lopen deze mogelijk anders bij de nieuwe grondwaterrichtlijn?

Bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is beroep ingesteld tegen de POL-aanvulling Grensmaas en, voor wat betreft de hoogwatergeul Lomm, tegen de beschikkingen ingevolge de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming. De uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak terzake worden in de tweede helft van 2006 verwacht.

Indien de concepttekst van de nieuwe-Grondwaterrichtlijn, zoals deze thans in Brussel voorligt, in de huidige vorm wordt vastgesteld, worden hiermee de juridische risico’s voor vergelijkbare toekomstige projecten gereduceerd. Voor de eerder genoemde, nog lopende procedures zal evenwel geen beroep gedaan kunnen worden op de bepalingen van de nieuwe Grondwaterrichtlijn, aangezien deze pas in 2013 in werking zal treden.

24

Waarom wordt bij de grondwaterrichtlijn een post onvoorzien opgevoerd?

Er wordt geen post onvoorzien opgevoerd bij de grondwaterrichtlijn. De juridische risico’s zijn wel gesignaleerd. Zie ook het antwoord op vraag 20.

25

Hoe wordt concreet deregulering en vermindering van administratieve lasten mede met behulp van het rapport van de commissie Tonnaer vormgegeven?

Het rapport «Juridische analyse risico’s grondstromen De Maaswerken» (2003) van het adviesbureau Tonnaer beschrijft een groot aantal juridische risico’s, met name op het terrein van grondverzet. Het rapport is meegenomen in de risicoanalyses die uitgevoerd zijn door de Maaswerken en heeft zijn weerslag gevonden in het risicoprofiel. Het rapport Tonnaer heeft geen relatie met deregulering en vermindering van administratieve lasten.

26

Wat is de bijdrage van het Ministerie van LNV bij de kosten van maatregelen bij de Grensmaas ter voorkoming van verdroging van VHR-gebieden?

De kosten voor het treffen van de maatregelen in de Grensmaas ter voorkoming van verdroging van VHR-gebieden komen volledig voor rekening van het ministerie van V&W.

27

Waar zijn de vier miljoen euro extra apparaatskosten als gevolg van vertraging van totstandkoming van Eindplan Grensmaas aan uitgegeven?

Oorspronkelijk was besluitvorming omtrent het Grensmaasproject gepland in oktober 2003. Uiteindelijk heeft besluitvorming plaatsgevonden in juli 2005. De tussenliggende tijd is met name besteed om de opgetreden problemen met projectrisico’s (voornamelijk de aanbestedingsrechtelijke problematiek en de VHR-problematiek inclusief de bestuurlijke instemming met Vlaanderen) op te lossen. Hier zijn extra apparaatskosten mee gemoeid, bestaande uit personeelskosten, onderzoeken (met name hydrologisch veldonderzoek) en juridische adviezen.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Dijksma (PvdA), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Atsma (CDA), voorzitter, Van Gent (GL), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Depla (PvdA), Van As (LPF), Mastwijk (CDA), Duyvendak (GL), Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Haverkamp (CDA), Boelhouwer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Hermans (LPF), Dezentjé Hamming (VVD), Van Hijum (CDA), Roefs (PvdA), Van der Sande (VVD), Lenards (VVD), Knops (CDA), Krähe (PvdA) en Vacature (algemeen).

Plv. leden: Samsom (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Hessels (CDA), Özütok (GL), Smeets (PvdA), Vacature (algemeen), Slob (CU), Waalkens (PvdA), Herben (LPF), Van Winsen (CDA), Halsema (GL), Jager (CDA), Vergeer (SP), Van Haersma Buma (CDA), Bakker (D66), De Pater-van der Meer (CDA), Van Dam (PvdA), Van Beek (VVD), Dubbelboer (PvdA), Van den Brink (LPF), Oplaat (VVD), Buijs (CDA), Van Dijken (PvdA), Szabó (VVD), Aptroot (VVD), Ten Hoopen (CDA) en Heemskerk (PvdA).

Naar boven