nr. 103
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 oktober 2000
Hierbij doe ik u de 10e voortgangsrapportage inzake het Deltaplan Grote
Rivieren (DGR) over het eerste halfjaar 2000 toekomen, opgesteld conform de
procedureregeling grote projecten.1
Bij het opstellen van deze DGR voortgangsrapportage heb ik mede gebruik
gemaakt van de 12e IPO Voortgangsrapportage, met als peildatum 1 april 2000.
Deze IPO voortgangsrapportage is u al eerder toegezonden bij brief van 24
mei 2000 (TK 1999–2000, 18 106, nr. 100). Tussen 1april 2000 en
1 juli 2000, de peildatum van deze DGR voortgangsrapportage, hebben zich geen
ontwikkelingen gemanifesteerd die de IPO voortgangsrapportage (peildatum 1
april 2000) substantieel beïnvloeden. De financiële verantwoording
heeft betrekking op de rijksuitgaven per 1 juli 2000.
Voortgang dijkversterking per 1 april 2000
Van de zogenaamde eerste tranche werken waren
op de peildatum van 1 juli 2000 nog 2 projecten in uitvoering. Het dijkvak Lekdijk West/Bergambacht is veilig en nagenoeg geheel
afgewerkt. Met betrekking tot de bouw van de Balgstuw Ramspol is de voortgang in volle gang. Oplevering wordt eind juli 2001 voorzien.
Het aantal projecten «veilig» uit de tweede tranche is ten
opzichte van de vorige DGR voortgangsrapportage gestegen naar 71 (was 51).
Ten opzichte van de vorige rapportage is het aantal projecten in uitvoering
gedaald naar 26 (was 37). Met 44 projecten moet nog worden begonnen (is getalsmatig
onveranderd, waarbij wordt opgemerkt dat een aantal nog uit te voeren projecten
is gesplitst).
Het aantal (deel)projecten uit de tweede tranche dat eind 2000 nog niet
veilig zal zijn, bedraagt 21. Dit betekent ten opzichte van de rapportage
per 1 oktober 1999 een toename met 9 projecten. Het betreft buiten de opsplitsing van het project Harlingen in 3 deelprojecten, de volgende projecten
die reeds in mijn brief van 24 mei 2000 zijn gemeld:
• in het rivierengebied het project Kampen Midden vanwege plan- en beroepsprocedures (onteigening en aanbesteding);
en
• langs het IJsselmeer het project Kattendiep-Ramspol en 4 deeltrajecten van Dijken Achter Ramspol, alle vanwege plan- en beroepsprocedures;
• in het deltagebied het project Vlissingen Sluizen
I, waar vertraging is ontstaan als gevolg van het opsporen van explosieven.
De projecten gereed na 2000 konden voorts met 1 worden verminderd. Het
betreft het project Afgedamde Maas dat alsnog
tijdig veilig kan zijn.
Het totale aantal werken (eerste plus tweede tranche) dat na 2000 gereed
komt, bedraagt daarmee 22.
Uit de 12e IPO voortgangsrapportage blijkt dat op de peildatum 1 april
2000 in totaal 392 km reeds veilig is (44% van het totaal aantal km). Eind
2000 is naar verwachting 84% van het totale aantal km veilig, eind 2001 94%
en eind 2002 bijna 100%. In 2003 is volgens het IPO het laatste project veilig.
Voor zover mogelijk zullen voor de waterkeringen die eind 2000 nog niet als
veilig moeten worden beschouwd, voorzorgsmaatregelen worden getroffen om eventuele
risico's zoveel mogelijk te beperken.
Explosieven
In mei 2000 heb ik bij mijn aanbieding van de 12e voortgangsrapportage
van het IPO melding gemaakt van ontoereikend budget voor de rijksbijdrage
in het kader van de regeling voor opsporing en/of ruiming van explosieven.
In de afgelopen periode heeft interdepartementaal overleg plaatsgevonden over
deze problematiek. Eind augustus heeft de Ministerraad besloten hiervoor extra
budget beschikbaar te stellen.
Bij najaarsnota 2000 is incidenteel extra budget aan de begroting van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegevoegd.
Maaswerken
Als gevolg van nieuwe inzichten en nieuwe berekeningen is gebleken dat
met het bestudeerde pakket aan rivierverruimingsmaatregelen de beoogde bescherming
achter de kaden van 1:250 niet kan worden gehaald. Om het overeengekomen beschermingsniveau
te realiseren zullen bij Roermond, Venlo en Gennep extra kaderverhogingen
worden uitgevoerd. Over mijn standpunt inzake de Zandmaas zal ik u separaat
informeren.
Markermeerdijken
Onder het in 1995 vastgestelde Deltaplan Grote Rivieren vallen de aanleg
van kaden in Limburg, de verbreding en verdieping van de onbedijkte Maas en
de versterking van alle primaire waterkeringen die direct bescherming bieden
tegen wat in de Wet op de waterkering als «buitenwater» wordt
gekenmerkt. Onder buitenwater verstaat de wet: oppervlaktewater waarvan de
waterstand direct invloed ondergaat bij hoge stormvloed, bij hoog opperwater
van één van de grote rivieren, bij hoog water van het IJsselmeer,
of bij een combinatie daarvan.
Op basis van de uitkomsten van een onafhankelijk onderzoek heb ik in mijn
brief van 26 maart 1999 aan u geconcludeerd dat ook het Markermeer als buitenwater
moet worden gekenmerkt. Dit heeft tot gevolg dat ook de dijken langs het Markermeer
aan de in de wet gestelde normen moeten voldoen. Onderzoek naar de sterkte
van de Markermeerdijken is gaande. Eerder is al geconstateerd dat een deel
van de Markermeerdijken van Flevoland dient te worden versterkt.
Dit gebeurt door en op kosten van het rijk op basis van de in 1988 gesloten
«Bestuursovereenkomst Dijken Flevoland». Ik stel voor om de volgens
genoemde bestuursovereenkomst te versterken Markermeerdijken van Flevoland
met ingang van 1 januari 2001 aan het Deltaplan Grote Rivieren toe te voegen.
Ik streef er naar dat deze dijken in 2005 versterkt zijn. Voor de versterking
van de Markermeerdijken van Flevoland is in de ontwerpbegroting 2001 f 220
miljoen extra opgenomen.
Financiën rijk DGR
Uit de voortgangsrapportage blijkt dat in de eerste helft van 2000 door
het rijk circa 64 miljoen gulden is uitgegeven. De uitgaven blijven als gevolg
van vertragingen achter bij de prognose. Dit wordt grotendeels veroorzaakt
door de vertraging van het project Ramspol. Hierop zal ik in de voorjaarsnota
2001 terugkomen (budgetneutrale verschuiving).
In de ontwerpbegroting 2001 en in de voorliggende rapportage is voorzien
in een versnelling van de versterkingen van de IJsselmeerdijken in Flevoland.
De inspanning is erop gericht om deze dijken conform de wens van de Tweede
Kamer eind 2002 veilig te hebben.
Op peildatum 1 juli 2000 is er een financieel tekort voor het programma
t/m 2004. Gegeven het verloop in de uitvoering 2000 en mijn voorstellen in
de ontwerp-begroting 2001 is er op dit moment geen noodzaak voor aanvullende
maatregelen. Indien dit in latere jaren wel het geval zal zijn, zal ik hiertoe
oplossingen voorstellen in de uitvoeringsnota's en/of de ontwerp-begrotingen.
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
J. M. de Vries