Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1999-200018106 nr. 102

18 106
Voortgang rivierdijkversterkingen

nr. 102
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 juni 2000

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1 heeft op 31 mei 2000 het algemeen overleg van 13 april 2000 voortgezet, dat was onderbroken vanwege het overlijden van het Kamerlid Brood, met staatssecretaris De Vries van Verkeer en Waterstaat over de brieven van:

25 februari 2000 inzake overdracht van natte waterstaatswerken (26 800 XII, nr. 56);

7 maart 2000 houdende voortgangsrapportage inzake het Deltaplan grote rivieren over het eerste halfjaar 1999 (nr. 8) (18 106, nr. 98);

30 maart 2000 inzake samenwerkingsafspraak veiligheid en natte natuur (25 017, nr. 29);

19 april 2000 inzake uitgangspunten overgang waterstaatswerken (VW-00–512);

12 mei 2000 houdende de voortgangsrapportage inzake het Deltaplan grote rivieren (nr. 9) (18 106, nr. 99);

24 mei 2000 houdende de voortgangsrapportage IPO Deltaplan grote rivieren (nr. 12).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Verslag van het onderbroken algemeen overleg van 13 april 2000

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Van den Berg (SGP) constateerde dat na een jarenlang proces van overdracht van natte waterstaatswerken pas slechts de helft van de desbetreffende objecten is overgedragen. Bijvoorbeeld de heel oude wens van de Kamer van decentralisatie met betrekking tot de kust van Schouwen is nog niet uitgevoerd. Dit stelde hem niet alleen teleur, maar stemde hem ook een beetje bedroefd. De brief van 25 februari 2000 wekt enigszins de indruk dat betrokken partijen de decentralisatie niet meer zo nodig achten. Stokt het decentralisatieproces echter niet veeleer door de financiële discussie en met name de herbezinning op beheer en onderhoud? Hoe staat het met die herbezinning? De heer Van den Berg achtte het op langere termijn niet verantwoord te weinig geld uit te trekken voor beheer en onderhoud. Wat bedoelt de staatssecretaris met de passage in de brief dat zij aan een ander proces denkt, indien de overdracht van waterstaatswerken niet verloopt via overeenstemming? Zit hier het financiële probleem van beheer en onderhoud achter? Overdracht kan uiteindelijk altijd plaatsvinden bij wet, maar dan zal de Kamer zeker in de gaten houden of er ook een behoorlijke overdracht van middelen plaatsvindt.

De heer Van den Berg wees erop dat hij meermalen zijn zorgen heeft uitgesproken over de voortgang van de wetgeving. Waar blijft bijvoorbeeld de in het vooruitzicht gestelde wijziging van de WVO ten aanzien van de beheersverantwoordelijkheid voor het zuiveringsbeheer? In het veld wordt met smart op dit wetsvoorstel gewacht. En waar blijft de wijziging van de Wet op de waterkering in verband met de aanwijzing van het Markermeer als buitenwater?

Wat de rivierdijkversterking betreft praat de Kamer over volstrekt gedateerde stukken. De voortgangsrapportage Deltaplan grote rivieren (DGR) heeft betrekking op het eerste halfjaar van 1999. De voortgangsrapportage van de Landelijke coördinatiecommissie dijkversterkingen (LCCD) heeft als peildatum 1 oktober 1999. Kan het proces van bespreking van de voortgang rivierdijkversterking niet beter worden gestroomlijnd? Dit klemt temeer, daar in het DGR ultimo 2000 is afgesproken voor het einde van het project. Is het juist dat het percentage werken dat de afgesproken einddatum niet haalt, toeneemt?

De provincies Noord-Brabant en Gelderland kampen bij de uitvoering van de werkzaamheden aan diverse dijkvakken met hoge kosten voor de ruiming van explosieven. Wat is de insteek van de staatssecretaris in dit dossier? Is er al iets te melden over haar overleg met het ministerie van BZK?

Ten aanzien van de balgstuw Ramspol zal de beoogde veiligheid niet op de afgesproken termijn worden bereikt. Wat betekent dit voor het achterliggende gebied? Is er zicht op een einddatum? In hetzelfde gebied zijn er grote problemen rond de waterkering Kampen-Midden. Wellicht leidt het zelfs tot juridische procedures. Dit heeft als consequentie dat de beoogde veiligheid niet tijdig wordt bereikt. Wat is, vanuit het oppertoezicht van de staatssecretaris, haar standpunt hierover?

Omdat de zwakste schakel de sterkte van de keten bepaalt, vroeg de heer Van den Berg hoe het staat met de versterking van de dijk bij Sliedrecht. Kan in goed overleg met alle betrokkenen de patstelling worden doorbroken?

In het gebied rond Bergambacht is men nogal verontrust en ontstemd over de geplande doorbraak in de Lekdijk. Is de doorbraak werkelijk noodzakelijk en welke risico's kleven eraan?

Is het juist dat er nog financiële onzekerheden zijn rond de Maaswerken, ook in verband met de opbrengsten van zand en grind? Hoe staat het, in relatie tot de opgelopen vertraging, met de voor 2005 beloofde veiligheid?

Uit een detailleerde toetsing door de Zeeuwse waterschappen is gebleken dat langs de Westerschelde tientallen kilometers dijk extra in een slechtere staat zijn dan was verondersteld. In plaats van 80 schijnt nu zo'n 130 kilometer op Deltasterkte te moeten worden gebracht. Is dat het geval? Welke consequenties hebben deze uitkomsten voor de financiën? Hoe staat het overigens met het algemene overleg met provincies en waterschappen over de financiering van de kosten van de dijkverzwaring?

De heer Van den Berg sprak er zijn teleurstelling over uit dat Nederland slechts een klein deel van de door de EU in het vooruitzicht gestelde IRMA-middelen kan benutten. Loopt Nederland hierdoor een deel van de voor de grote rivieren bestemde middelen mis?

Hoe staat het met de versnelling van de versteviging van de dijken langs het IJsselmeer? Welk tijdsschema wordt nu gehanteerd?

In het kader van «Ruimte voor de rivier» moest het de heer Van den Berg van het hart dat hij de wijze, waarop de adviezen en de discussie over de calamiteitenpolders in de publiciteit zijn gekomen buitengewoon betreurt. Hij was van mening dat het departement een medeverantwoordelijkheid draagt voor de ontstane onrust. Ziet de staatssecretaris kans de onrust weg te nemen en een draagvlak voor benodigde maatregelen te creëren?

De heer Geluk (VVD) merkte op dat het DGR goed verloopt en dat eind 2000 naar verwachting 85% van de betrokken dijkvakken veilig zal zijn. Naarmate de overstromingsdreigingen meer tot het verleden behoren, wordt het echter moeilijker om projecten te realiseren. Dit blijkt ook uit het toenemende aantal juridische procedures.

Eigenlijk zou inmiddels de negende voortgangsrapportage DGR, met als peildatum 1 januari 2000, al binnen moeten zijn. Hoe komt het toch dat rapportages zo laat bij de Kamer binnenkomen? Hoe denkt de staatssecretaris dit probleem, dat de controlerende taak van de Kamer ondergraaft op te lossen? Hoe komt het dat inhoudelijke rapportages achterlopen bij de financiële rapportages? Is het mogelijk om dit faseverschil op te lossen?

Waarom heeft aanpassing van de raming van beschikbare middelen ten behoeve van de balgstuw Ramspol niet nu al plaatsgevonden? Is inmiddels bekend om hoeveel middelen het gaat?

Over de Maaswerken is een principeakkoord bereikt. Kan de staatssecretaris hierover en over de extra benodigde middelen nadere informatie verstrekken, eventueel per brief?

Ook de heer Geluk maakte zich zorgen over de berichten van de waterschappen over de Zeeuwse dijken. Wat zijn de consequenties van deze berichten?

Uit een brief van het ministerie van VROM blijkt Nederland een bedrag van 93 mln. euro te hebben gecommitteerd van de IRMA-gelden. Welk deel hiervan is bestemd voor het DGR? Leidt het tot een verlies aan dekking en zo ja, hoe wordt dit gecompenseerd? Kan er door de opgelopen vertragingen gunningvermindering van IRMA-gelden optreden? Onduidelijk is ook welke mate van cofinanciering er plaatsvindt.

De heer Geluk hield vast aan het oorspronkelijke doel van de overdracht van natte waterstaatswerken. De moeilijkste objecten blijven op de zeef liggen. Een oplossing voor deze problemen heeft vooral met financiën te maken. Hoe ziet de staatssecretaris deze problemen?

In verband met het overlijden van het Kamerlid Brood deelde devoorzitter mede dat het overleg op een nader te bepalen tijdstip zal worden voortgezet.

Voortzetting van het algemeen overleg op 31 mei 2000

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Van den Berg (SGP) constateerde dat uit de negende voortgangsrapportage DGR (Deltaplan grote rivieren) blijkt dat een aantal projecten extra niet voor 31 december 2000 gereed zal zijn, zodat ook deze dan nog niet veilig zijn. Hij verwees naar de opmerkingen die hij hierover in het algemeen overleg van april had gemaakt.

Tevens blijkt dat de staatssecretaris voornemens is als opvolger van de stuurgroep DGR een nieuw platform in het leven te roepen voor de projecten die na 2000 worden gerealiseerd. De heer Van den Berg vond het logischer om één stuurgroep het hele Deltaplan, dus inclusief de werken na 2000, te laten afronden. Hij onderstreepte nogmaals dat het dringend nodig is duidelijkheid te geven over het ruimen van explosieven, omdat dit in een aantal provincies de voortgang van de projecten belemmert. Waarom duurt het overleg met BZK overigens zo lang?

Een onderzoek van Noord- en Zuid-Holland zou tot de conclusie leiden dat de kustveiligheid op de lange termijn niet gewaarborgd is en dat aanvullende maatregelen nodig zijn. De heer Van den Berg ging ervan uit dat de resultaten van dit onderzoek worden verwerkt in het rapport van de commissie waterbeheer 21ste eeuw. Wanneer kan de Kamer dit rapport overigens verwachten?

De heer Klein Molekamp (VVD) vond het beeld dat naar voren komt in de nieuwe voortgangsrapportages over het DGR en van het IPO redelijk positief. Wel is duidelijk dat er problemen zijn rond de beroepsprocedures. Hij had de indruk dat het Nimby-effect in dezen toeneemt. Ervaart de staatssecretaris dat ook?

Zijn er voldoende middelen beschikbaar voor het opruimen van explosieven en ten laste van welke begroting worden deze gebracht?

In 1999 zijn 338 ha grond aangekocht voor de herinrichting van de uiterwaarden. Wat komt hiervan ten laste van VW en wat ten laste van LNV? Er is een duidelijke relatie met de natte natuur. De overeenkomst die met LNV is gesloten, impliceert dat voor Haringvliet een deel gefinancierd wordt door LNV. Wordt verder gegaan met het getemd tij, dan komen de kosten voor VW. Dat vond de heer Klein Molekamp merkwaardig omdat het juist dan primair een natuurproject is. Als dit deel alleen door VW moet worden bekostigd, moeten deze uitgaven worden afgewogen tegen bijvoorbeeld projecten van veiligheid en dan komt het ongetwijfeld lager op de politieke agenda te staan.

Kan de staatssecretaris ingaan op het gesprek dat recentelijk is gevoerd met de gedeputeerden van Limburg? Een rapportage waaruit blijkt welke verwachtingen zijn gewekt en wat de financiële consequenties zijn voor de overheid en voor anderen stelde hij op prijs.

De heer Herrebrugh (PvdA) vroeg zich af of de manier waarop bij grote projecten zoals deze wordt gerapporteerd wel adequaat is. De voortgangsrapportages en financiële rapportages ondervinden telkens vertraging of sluiten niet goed op elkaar aan, hoewel hierover toch duidelijke afspraken zijn gemaakt. De ervaringen die zijn opgedaan met het Deltaplan moeten er wellicht toe leiden dat de manier, waarop bij grote projecten wordt gerapporteerd in de toekomst wordt aangepast.

Ook de projecten zelf ondervinden vertraging. Deze wordt niet zozeer veroorzaakt door technische aspecten, als wel door het veelvuldig instellen van bezwaar- of beroepsprocedures. De heer Herrebrugh kon zich voorstellen dat burgers bij de aanleg van een woonwijk of industrieterrein tot de hoogste instantie procederen, maar als grote integrale veiligheidsproblemen in het geding zijn, mogen bezwaar- en beroepsprocedures niet tot een onaanvaardbare vertraging leiden. Moet bij dit soort projecten niet worden nagedacht over een andere manier van procederen?

Uit gesprekken met het waterschap had de heer Herrebrugh begrepen dat het werk bij Ramspol inmiddels is hervat doordat het waterschap met de aannemer een afrekening met gesloten beurzen is overeengekomen. Is dat juist? Uit de financiële rapportage blijkt namelijk dat door de opgelopen vertraging gelden niet worden uitgegeven. Brengt de vertraging van de uitvoering van het project Ramspol substantiële financiële problemen met zich en zo ja, hoe groot zijn deze dan en moeten die worden betaald door de overheid?

Een oplossing voor de problemen met het opruimen van explosieven moet nog dit jaar worden gevonden. De veiligheid mag niet in het geding komen omdat het budget hiervoor ontoereikend is. Opsporing en opruiming van explosieven dient een hoge prioriteit te hebben. Kan de staatssecretaris de minister van BZK hiervan overtuigen, opdat hiervoor voldoende middelen worden toegekend?

De heer Herrebrugh had er begrip voor dat de staatssecretaris niet in het openbaar ingaat op het totale financiële plan voor de Maaswerken, omdat dit als vertrouwelijk behandeld moet worden. Toch wilde hij hierover graag geïnformeerd worden. Hij stelde daarom voor hierover een vertrouwelijk overleg te voeren.

Nu bij de IJsselmeerdijken is overgestapt op het rekenmodel Hydra-M en de randvoorwaarden formeel zijn vastgesteld, wordt geprobeerd de opgelopen vertraging te beperken tot eind 2002. Wordt verwacht dat deze datum gehaald zal worden? Ook het project bij Harlingen zal niet voor 2002 kunnen worden afgerond. Dit houdt verband met de hydraulische randvoorwaarden. Als er een technische uitkomst is die alleen nog bestuurlijk moet worden geaccordeerd, is het merkwaardig dat er zoveel tijd overheen gaat. Kan het niet wat sneller? Als door de vertraging bij deelprojecten in Harlingen noodmaatregelen moeten worden genomen om risicovolle omstandigheden te vermijden, dienen deze voor de winter genomen te worden.

Is reeds een oplossing gevonden voor de problematiek bij Kampen-Midden? De heer Herrebrugh had begrepen dat een studie wordt verricht naar het aanleggen van een tweede monding van de IJssel ten westen of ten noorden van Kampen. Is dit project bij de staatssecretaris bekend? Tot slot verzocht hij de staatssecretaris nader in te gaan op de kust. Het rapport van de provincies Noord- en Zuid-Holland geeft nadrukkelijk aan dat het huidige suppletieprogramma van de kust onvoldoende is om de veiligheid op middellange termijn te waarborgen.

Mevrouw Augusteijn-Esser (D66) constateerde dat na het vorige overleg enige versnelling in de rapportage is opgetreden. Eind 2000 zal de voortgangsrapportage worden uitgebracht over de situatie tot 1 oktober 2000 en daarover was D66 verheugd. Eind 2000 zal 84% van de projecten gehaald zijn en dat is toch indrukwekkend. Helaas heeft een aantal projecten door verschillende oorzaken vertraging opgelopen. Zij nam aan dat hiervoor goede redenen zijn. Vijf projecten ondervinden vertraging doordat explosieven zijn aangetroffen. Voor het opruimen daarvan moeten voldoende middelen beschikbaar gesteld worden, met name door het ministerie van BZK. Overigens is voor het opruimen van explosieven gekwalificeerd personeel nodig. Mensen die normaliter andere bouwvakwerkzaamheden verrichten mogen daar niet aan beginnen. Veiligheid staat hierbij voorop.

De negende voortgangsrapportage geeft een overzicht over de financiën tot 1 januari 2000. Kan de staatssecretaris bevestigen dat ook de financiële afronding op orde is?

Mevrouw Augusteijn had begrepen dat 139 van de 312 natte waterstaatswerken zijn overgedragen. Bij 33 objecten wordt voorlopig of definitief van overname afgezien omdat de overnemende partij angst heeft voor grote financiële consequenties. Over de overdracht van 111 waterstaatswerken vindt nog overleg plaats. Wat gebeurt er als de overdracht van deze werken niet doorgaat? Kan dan nog met andere kandidaten onderhandeld worden? Is het misschien mogelijk om druk op de ketel te zetten? Zij verzocht de staatssecretaris voor de eindbalans in het voorjaar van 2001 de Kamer nadere informatie te geven over de verwachtingen omtrent de nog niet overdragen waterstaatswerken.

Gemeentes zijn nu toch weer van plan te bouwen in de uiterwaarden. Mevrouw Augusteijn kon dat wel begrijpen, maar het is in eenieders belang dat de veiligheid wordt gewaarborgd. Bouwen in uiterwaarden is niet verstandig. Hoe staat de staatssecretaris daartegenover?

Het plan van wateropslag in daartoe aan te wijzen polders is gedurfd gepresenteerd. D66 zag hierbij ook kansen voor natuurbeheer. Twee jaar geleden hebben natuurbeschermingsorganisaties het plan-Veters los gepresenteerd. Dat plan kan bij dit soort ontwikkelingen worden gebruikt. Mevrouw Augusteijn had zich overigens geërgerd aan de commotie die is ontstaan. Er is veel overleg gevoerd en het is nooit de bedoeling van de staatssecretaris geweest om grote gebieden onder water te zetten of een heleboel huizen af te breken. Binnen een bepaalde bandbreedte zou gezocht worden naar gebieden voor waterberging. Zij vroeg de staatssecretaris op deze moedige weg verder te gaan. Echte overloopgebieden kunnen wel degelijk tot een oplossing leiden voor eventuele wateroverlast in de toekomst.

De heer Biesheuvel (CDA) vond de ambiance rondom de presentatie van het plan van wateropslag ook prachtig, maar de aankondiging rondom de calamiteitengebieden heeft veel onrust teweeggebracht, omdat de desbetreffende bevolking nog van niets wist. Hij zou het jammer vinden als de discussie over het plan door deze snelle presentatie op een achterstand is gezet. Er is ongetwijfeld vooroverleg gevoerd met bestuurders, maar deze hebben niet de gelegenheid gehad overleg te voeren met hun eigen achterban, laat staan met de bevolking. Bij zo'n gevoelige discussie is zorgvuldigheid vereist. Is het juist dat bestuurders de staatssecretaris hebben afgeraden de kaart met de desbetreffende gebieden zo concreet naar buiten te brengen? Wat wil de staatssecretaris doen om de discussie weer in rustig vaarwater te krijgen en wat is de uitkomst van haar bezoek aan Nijmegen?

Het was de heer Biesheuvel opgevallen dat het telkens aan de vooravond van besluitvorming over de Maaswerken onrustig wordt. Het lijkt erop dat niets klopt en er wordt een aanval gedaan op de projectorganisatie. Vervolgens vindt een gesprek plaats met de staatssecretaris en dan is alles weer rustig. Is dit beeld uit het Limburgse juist? Houdt het nieuwe akkoord overigens een versmalling in van het zogenaamde combinatiealternatief en wordt bij nieuwe maatregelen nog steeds uitgegaan van hetzelfde veiligheidsniveau? In het persbericht wordt gesproken over een «blijvende inspanning» voor het vinden van aanvullende financiële middelen voor de integrale uitvoering van de Maaswerken. Er is dus geen 100% zekerheid over de financiering.

De Kamer wil graag dat de voortgangsrapportages over het DGR actueler zijn. De actualiteit van de laatste rapportages is inderdaad beter, maar heeft de staatssecretaris de factoren die tot de vertragingen leiden wel in beeld? Het was de heer Biesheuvel overigens niet duidelijk waarom de IRMA-gelden via VROM verlopen. Het leek hem beter dit via VW te laten verlopen.

Hij was het met mevrouw Augusteijn eens dat reeds enorm veel werk is verzet. Maar de lat ligt hoog en een aantal werken zal niet op tijd klaar zijn. Hoe wil de staatssecretaris deze werken kwalificeren? Het beeld dat de situatie onveilig is in de gebieden, waar de projecten nog niet klaar zijn leek hem niet juist. Hij ging er overigens van uit dat, mocht dit wel het geval zijn geweest, maatregelen zijn genomen om een bepaalde mate van veiligheid te bereiken, al is het niet de mate van veiligheid die is afgesproken. Versnelling van de projecten leek hem niet meer mogelijk. Hij vond het goed om dit duidelijk naar voren te brengen.

Hij sloot zich aan bij de opmerkingen en vragen van de andere sprekers over de opvolging van de stuurgroep DGR, Kampen, het IJsselmeer en over het ruimen van explosieven.

Ramspol blijft een hoogstandje van techniek. Dat levert misschien wat extra grijze haren op, maar het wordt ook iets waarop men apetrots kan zijn.

De opmerking van de staatssecretaris dat andere overheden niet altijd zitten te wachten op de overdracht van natte waterstaatswerken had de heer Biesheuvel verrast. Hij had zelf het idee dat de regionale directies bij de onderhandelingen met de waterschappen op een aantal problemen stuiten, waaronder de financiering van een en ander. Is er wel voldoende financiële armslag om de overdracht voor de overnemende partij aantrekkelijk te maken? Kunnen de aarzeling van waterschappen en de terughoudende reacties van regionale directies niet samenhangen met de voortgang van het overleg inzake de financiering van de primaire waterkeringen?

Antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris maakte duidelijk dat de toezending van de voortgangsrapportage vaak wordt vertraagd doordat bij het DGR informatie van een groot aantal directies moet worden samengebundeld in één overzichtelijke rapportage. Daarbij worden aan de administratieve organisatie steeds hogere eisen gesteld. Het is makkelijker om alleen het rapport van het IPO aan de Kamer toe te zenden. Aan de financiële rapportage moet veel werk worden verricht. Eerder is afgesproken de financiële rapportage te bundelen. De procedure die moet worden gevolgd bij het rapporteren is overigens voorgesteld in overleg met de commissie voor de rijksuitgaven. De Kamer kan wellicht overwegen bij een volgend groot project de rapportages over de stand van zaken en de financiële rapportages te scheiden. De staatssecretaris zei toe haar best te blijven doen om de Kamer op zo kort mogelijke termijn te rapporteren.

Door een verschuiving op de begroting van VW en doordat hydraulische randvoorwaarden inmiddels bekend zijn, kan de vertraging die bij de IJsselmeerdijken is opgelopen worden beperkt tot 2002. De werken worden nu gewoon aanbesteed.

Voor het ruimen van explosieven wordt 14 mln. per jaar beschikbaar gesteld door BZK. Onlangs is een tweede brief naar de staatssecretaris van BZK verstuurd met het verzoek dit budget te verhogen in verband met explosieven die gevonden zijn bij verschillende dijkversterkingswerken. Overigens treedt er om financiële redenen geen vertraging in de opruimingswerkzaamheden op omdat de waterschappen of de autoriteiten ter plaatse het bedrag voorschieten. De staatssecretaris waardeerde dit zeer. Er ontstaat wel vertraging omdat onderzocht moet worden waar de explosieven zich precies bevinden en er maar een beperkt aantal gespecialiseerde aannemers is dat dit werk kan uitvoeren. Uiteraard moet het geld, dat de autoriteiten nu voorschieten zo snel mogelijk worden terugbetaald. Dat kan geen jaren duren. Tot nu toe was het budget van BZK altijd toereikend voor het opruimen van de explosieven. Door de vele werken in waterbodems worden echter ineens veel meer explosieven gevonden dan normaal. Dat kan een tijdelijk probleem zijn, maar het is ook mogelijk dat het zich bij Ruimte voor de rivier opnieuw voordoet. BZK moet ervan doordrongen zijn dat de plaatselijke autoriteiten het geld niet kunnen blijven voorschieten. De staatssecretaris legde uit dat hierover wordt onderhandeld. BZK moet misschien de gelegenheid hebben om het budget aan te vullen. Zij zei toe de mening van de Kamer aan haar collega van BZK door te geven.

Zij was het met de heer Biesheuvel eens dat de overheid bij Ramspol af en toe met klamme handen staat, maar dat men op het resultaat apetrots mag zijn. Voor het ontwerp en de aanleg is een design- en builtcontract afgesloten. Daarmee heeft de aannemer zich verplicht tegen een afgesproken bedrag een voldoende ontwerp te leveren en dat te realiseren. Vertraging is opgetreden doordat de aannemer geen voldoende ontwerp kon presenteren. De financiële gevolgen hiervan dienen dan ook niet voor rekening van het rijk te komen. Op het moment vinden onderhandelingen plaats, maar de rijksoverheid is geen partij in dezen. De bouwdienst van rijkswaterstaat heeft immers alleen als faciliërende dienst gefungeerd. Nu er wel een technische oplossing is, leek het de staatssecretaris beter om niet terug te grijpen op een conventionele kering. Dat projecten (nog) niet duurzaam veilig zijn, betekent overigens niet dat de desbetreffende gebieden risico's lopen. Bij alle projecten zijn maatregelen genomen of noodscenario's bedacht. Ook bij Ramspol valt niets te vrezen.

Door een aantal juridische procedures en doordat een algehele onteigening is verleend, is het project in Kampen vertraagd. De staatssecretaris vond dat buitengewoon jammer, maar zij kon daar op het moment heel weinig aan doen. Als de stap naar de rechter eenmaal is gezet, kan de overheid niet meer bemiddelend optreden. Of men op de locaties nog wel doordrongen is van de reden van de projecten kon zij niet beoordelen. Naarmate het langer geleden is dat het water hoog heeft gestaan, zal op sommige plekken de urgentie minder gevoeld worden.

Over de proef met de dijkdoorbraak merkte de staatssecretaris op dat zich nu een gelegenheid voordoet om in de praktijk te testen of de computer- en rekenmodellen adequaat zijn. In het proefgebied liggen nu twee dijken, waarvan een dijk geruimd moet worden. De situatie is absoluut veilig. Vanzelfsprekend zal de bevolking hierover goed worden voorgelicht. Doordat mensen over de proef in de krant konden lezen, terwijl zij door rijkswaterstaat nog niet waren geïnformeerd, zijn gevoelens van onrust ontstaan. De proef met de dijkdoorbraak is gepland voor september. De bevolking zou tijdig geïnformeerd worden, maar niemand had kunnen bedenken dat een journalist zoveel maanden tevoren hierover kon berichten.

Onder het vorige kabinet zijn reeds afspraken gemaakt over de Maas. Ook toen was duidelijk dat het beschikbare bedrag niet voldoende was voor het verbouwen van de gehele Maas tot 2015. Het project is daarom in 1998 in twee fasen geknipt. In de eerste fase gaat het om een zo hoog mogelijke garantie van veiligheid in de bevolkingsrijke gebieden. In de tweede fase wordt naar de totale uitvoering gekeken. Het was wel pech dat de MER-commissie concludeerde dat de werken aan de Maas herberekend zouden moeten worden aan de hand van het nieuwe berekeningssysteem. Dat heeft een enorme vertraging veroorzaakt waardoor wederom verschillende scenario's naast elkaar moesten worden gelegd. Daarbij is uiteindelijk samen met Limburg gekozen voor het combinatiealternatief. In het ontwerptracébesluit is ervoor gekozen in de eerste fase de kades in Roermond, Venlo en Gennep te verhogen. Daarna zullen nog rivierverruimende maatregelen worden genomen. Ook vindt een aantal verdiepingen en natuurwerken plaats. Begin 2001 zal het ontwerptracébesluit ter kennisgeving aan de Kamer worden gezonden. Medio 2001 zal het tracébesluit formeel aan de Kamer worden voorgelegd. De gemaakte keuzen zullen nog in de streekplannen worden verwerkt. Na de eerste fase komt de vraag aan de orde of het hele traject moet worden afgemaakt zoals dat indertijd in de MER is aangegeven. Daarvoor is in ieder geval additioneel geld nodig. De tweede fase betreft grotendeels de natuurontwikkeling, meer ruimte voor de rivier en het terugbrengen van de natuurwaarden. De veiligheid is dan niet meer het hoofddoel. De staatssecretaris van LNV zal in de volgende ICES-ronde voor de Maas een aanvraag doen, omdat de tweede fase voornamelijk op het terrein van LNV ligt. Die aanvraag wordt ondersteund door de staatssecretaris van VW. De staatssecretaris vond het wel de moeite waard om ook de tweede fase af te maken.

Over de Grensmaas wordt dezer dagen een voorstel van de private uitvoeringscombinatie verwacht. Daarbij speelt niet zozeer de veiligheid als wel het terugbrengen van de natuurwaarden en het winnen van grind een rol.

In de notitie van de provincies Zuid- en Noord-Holland wordt geconstateerd dat de kustverdediging op dit moment nog adequaat is. Er is derhalve geen aanleiding nog dit jaar extra maatregelen te nemen. Gelet op de rapportages over het klimaat en dergelijke is het wel de vraag of op den duur voor een aantal zwakke plekken nog voldoende ruimte zal zijn. Thans wordt gesuppleerd om de kustlijn op haar plaats te houden. Vanaf volgend jaar wordt ook gesuppleerd om de erosie op dieper water tegen te gaan. De commissie waterbeheer 21ste eeuw zal waarschijnlijk ook hiervoor enkele scenario's aangeven. Het rapport van deze commissie wordt in de eerste of tweede week na het zomerreces verwacht. De Kamer zal voor die tijd over dit rapport worden gebriefd. De staatssecretaris wilde daarom de kustnota pas in het najaar uitbrengen.

Voor «Ruimte voor de rivier» zijn er een discussienota integrale verkenningen benedenrivieren en een discussienota ruimte voor Rijntakken. Vanaf de grens bestrijken deze het gedeelte tot het IJsselmeer, inclusief de IJssel en het gedeelte dat samen met de Maas afwatert op de Biesbosch en de Noordzee. Een koepelnotitie die in de stuurgroep DGR heeft voorgelegen, geeft het verband aan tussen de twee discussienota's. Daarin wordt naast de twee fasen die al in de discussienota's zijn aangegeven, de derde fase aangegeven. Voorgesteld wordt na een ronde van dijkverhogingen, die eind dit jaar officieel is afgelopen te anticiperen op een Rijnafvoer van 16 000 kuub door ruimte voor water te creëren. Die ruimte wordt gevonden in de uiterwaarden en door allerlei maatregelen te nemen. Dat kan een verdieping zijn, maar ook het ruimen van obstakels, kribverlaging of zelfs een dijk binnenwaarts verleggen. Is dat niet voldoende, dan komen afhankelijk van de locatie retentiebekkens, nevengeulen, groene rivieren of het herstellen van kreken in aanmerking. In de koepelnotitie is aangegeven dat er omstandigheden zijn waarin deze scenario's niet voldoende zijn. Daarom worden in de Vijfde nota ruimtelijke ordening zoekgebieden aangegeven waarbinnen gebieden voor noodgevallen kunnen worden aangewezen. Het gaat er dus niet om lukraak hele polders, woonwijken of bedrijventerreinen onder water te zetten. Bij het aanwijzen van deze plaatsen zal iedereen die daarbij een rol speelt – provincies, gemeentes, waterschappen, landbouworganisaties enz. – worden betrokken. De staatssecretaris zei het niet meer dan netjes gevonden te hebben dit eerlijk naar voren te brengen. Zij vond het jammer dat sommigen niet het hele verhaal hebben gehoord. Natuurlijk zal de overheid daarbij verantwoord te werk gaan. Uiteraard zullen hierbij keuzen gemaakt moeten worden. Bekeken zal worden wat mogelijk is en welke maatregelen noodzakelijk zijn. Nu kunnen nog ruimtes gereserveerd worden door deze niet zeer intensief te bebouwen. Een normale ontwikkeling blijft mogelijk. Daarmee kunnen problemen in de toekomst worden voorkomen. Met het geven van het kabinetsstandpunt over Ruimte voor de rivier wilde de staatssecretaris eveneens wachten tot na het uitkomen van het rapport van de commissie waterbeheer 21ste eeuw.

Het is niet de bedoeling om de stuurgroep DGR onmiddellijk op te heffen, maar het is wel de bedoeling om de werkwijze van deze stuurgroep voort te zetten in Ruimte voor de rivier. Wellicht krijgt de stuurgroep dan een andere naam en zal de personele bezetting, die afhankelijk is van de benodigde deskundigheid niet helemaal dezelfde zijn. De staatssecretaris zei nog een voorstel te doen over een jaarlijkse of halfjaarlijkse rapportage.

Van het project Haringvliet wordt in de eerste fase meer dan 50% door LNV betaald. Over de tweede fase moet nog een beslissing worden genomen. Daarvoor zijn noch op de begroting van VW, noch op de begroting van LNV gelden gereserveerd. Hierover moet de Kamer nog een beslissing nemen.

Over Brokx-nat merkte de staatssecretaris op dat de vaart eruit is. Bekeken moet worden of tot een afronding kan worden overgegaan. Voor de resterende werken moeten de laatste onderhandelingen worden ingegaan. Zij herinnerde eraan eerder de mogelijkheid te hebben geopperd de overdracht bij wet te regelen. Zij zei toe medio volgend jaar een overzicht te geven van de werken die dan nog moeten worden overgedragen. Daarbij wordt per werk aangegeven waarom welke beslissing wordt genomen. Zij vond het niet acceptabel ervan uit te gaan dat veel overdrachten om financiële redenen of om redenen van beheer en onderhoud niet zijn gelukt. Van de arbitragemogelijkheid is nooit gebruik gemaakt. Steeds is verantwoord geopereerd. Een heleboel gemeentes aarzelde volgens haar, omdat door de overdracht meer zorg en verantwoording op hen komt te liggen.

Tot slot zei de staatssecretaris toe de vragen, die nog niet beantwoord zijn schriftelijk te zullen beantwoorden.

De voorzitter van de commissie,

Blaauw

De griffier van de commissie,

Roovers


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), voorzitter, Van den Berg (SGP), Reitsma (CDA), Biesheuvel (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Valk (PvdA), Van Gijzel (PvdA), Leers (CDA), ondervoorzitter, Feenstra (PvdA), Van Heemst (PvdA), Verbugt (VVD), Van Zuijlen (PvdA), Stellingwerf (RPF/GPV), Giskes (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), Van der Steenhoven (GroenLinks), Ravestein (D66), Niederer (VVD), Van der Knaap (CDA), Eurlings (CDA), Van Bommel (SP), Herrebrugh (PvdA), Hindriks (PvdA) en De Swart (VVD).

Plv. leden: Te Veldhuis (VVD), Bakker (D66), Th. A. M. Meijer (CDA), Stroeken (CDA), Van Gent (GroenLinks), Waalkens (PvdA), Crone (PvdA), Atsma (CDA), Duivesteijn (PvdA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Voûte-Droste (VVD), Spoelman (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Augusteijn-Esser (D66), Geluk (VVD), Luchtenveld (VVD), Vendrik (GroenLinks), Van Walsem (D66), Weekers (VVD), Buijs (CDA), Dankers (CDA), Poppe (SP), Dijksma (PvdA), Dijsselbloem (PvdA) en Nicolaï (VVD).