Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal1995-199617741 nr. 15

17 741
Westerschelde-oeververbinding

nr. 15
MOTIE VAN HET LID LILIPALY C.S.

Voorgesteld 27 juni 1996

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de huidige veerdiensten voor fietsers en voetgangers over de Westerschelde na openstelling van de vaste oeververbinding Westerschelde worden beëindigd;

overwegende, dat daarvoor in de plaats komt een veerdienst voor fietsers en voetgangers tussen Vlissingen en Breskens, waarvoor de provincie Zeeland de verantwoordelijkheid draagt;

overwegende, dat er in de bestuursovereenkomst tussen de regering en de provincie Zeeland geen regeling is opgenomen van de tariefstelling en de frequentie van deze veerdienst;

van oordeel, dat er ook na openstelling van de vaste oeververbinding Westerschelde garanties moeten worden geboden voor een redelijk voorzieningenniveau ten behoeve van het langzaam verkeer tussen Vlissingen en Breskens;

verzoekt de regering om met de provincie Zeeland aanvullend een bestuursovereenkomst te sluiten, waarin wordt vastgelegd dat de tariefstelling en de frequentie van de genoemde veerdienst niet wezenlijk achteruit gaan ten opzichte van de huidige situatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Lilipaly

Reitsma

Van 't Riet