Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal1995-199617741 nr. 13

17 741
Westerschelde Oeververbinding

nr. 13
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten–Generaal

's-Gravenhage, 11 juni 1996

Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 11 juni 1996. De wens over de voorgenomen rechtshandeling nadere inlichtingen te ontvangen kan door of namens een van beide Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk 11 juli 1996. Het oordeel dat de voorgenomen rechtshandeling een voorafgaande machtiging bij de wet behoeft kan door een van beide Kamers worden uitgesproken uiterlijk 11 juli 1996 dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken van de in de vorige volzin bedoelde inlichtingen.

Met de behandeling van de WOV door de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat op 25 juni 1996 in het vooruitzicht, zend ik u hierbij het rapport «Basisrapportage in het kader van de procedureregeling grote projecten»1. Hierbij gevoegd is een verklaring van de Accountantsdienst van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.1

De basisrapportage bevat overigens geen andere informatie over de WOV dan die reeds eerder aan u is verstrekt, maar vormt het document waarover de Accountantsdienst van mijn ministerie een verklaring afgeeft. Naar ik vernomen heb is wenselijk geacht dat deze accountantsverklaring met het oog op de behandeling in de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat in uw bezit is.

Ten aanzien van het liquiditeitsoverzicht (bijlage 4 bij de basisrapportage) merk ik op dat deze is geaktualiseerd naar aanleiding van de jongste begroting van het projectbudget die reeds vermeld is in mijn brief aan u van 28 mei 1996 (17 741, nr. 12).

Tevens doe ik hierbij in aansluiting op genoemde brief melding conform artikel 29 lid 1 en lid 3 van de Comptabiliteitswet van mijn voornemen tot oprichting van en deelneming in een naamloze vennootschap die onder meer tot taak heeft een oeververbinding onder de Westerschelde tot stand te brengen, die een schakel vormt in het provinciale wegennet.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.