Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201917050 nr. 579

17 050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

Nr. 579 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 juni 2019

Op 4 juni jl. heb ik bij het mondelinge vragenuur met uw Kamer gesproken over de problematiek van onterecht verstrekte uitkeringen aan gedetineerden door het UWV (Handelingen II 2018/19, nr. 88, item 3). Ik liet uw Kamer weten dat ik het buitengewoon betreur dat er onterecht uitkeringen zijn verstrekt aan gedetineerden en dat dit mij niet eerder gemeld was. Ik heb aangegeven dat ik deze kwestie uit zou zoeken en hier met UWV het gesprek over zou voeren. Op verzoek van het lid Smeulders (GroenLinks) heb ik ook toegezegd de Kamer rapporten van UWV ter beschikking te stellen die gaan over deze problematiek. Met deze brief doe ik mijn toezegging gestand om uw Kamer over het geheel nader te informeren. In de bijlagen bij deze brief volgt een uitgebreide toelichting op de aard en de oorzaken van de problematiek en een beknopte samenvatting van de vier door UWV uitgevoerde onderzoeken naar detentiemeldingen1.

De Raad van Bestuur van UWV betreurt de gang van zaken met betrekking tot de gedetineerden. Hoewel het maken van fouten nooit geheel voorkomen kan worden, is het proces rond deze problematiek en het feit dat het zo lang onopgemerkt is gebleven, zeer ongelukkig geweest.

Er zijn al diverse acties in gang gezet om risico’s, problemen en knelpunten – die onvermijdelijk in de complexiteit van de uitvoering spelen – tijdig inzichtelijk te krijgen. Hiervoor verwijs ik onder meer naar de signaleringsbrief en Stand van de uitvoering, die u ook in deze zending aantreft. De Raad van Bestuur van UWV is met mij van mening dat de problematiek van de gedetineerden het belang en de urgentie van deze ingezette maatregelen onderstreept.

Korte termijn herstelacties

Zoals ik uw Kamer tijdens het vragenuur al toelichtte, heeft UWV inmiddels met passende urgentie maatregelen in gang gezet om tot een betrouwbaar proces te komen voor het stopzetten van uitkeringen aan gedetineerden. In ongeveer 95% van de gevallen gaat de vergelijking van de detentiemeldingen van Dienst Justitiële Inrichtingen met de uitkeringsgegevens en de afhandeling door medewerkers van UWV foutloos. Hieronder volgt een korte toelichting op de ingezette maatregelen.

Maatregelen procesinrichting

UWV heeft met spoed een aantal acties in gang gezet om de uitvoering van het huidige proces te verbeteren en te borgen. UWV meldt dat op dit moment de matching van detentiemeldingen met uitkeringen nagenoeg sluitend is. Een grove inschatting is dat in 95% van de gevallen de vergelijking van de detentiemelding van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) met de gegevens in de Gemeenschappelijke Verwijs Index (GVI) en de verdere afhandeling door medewerkers van UWV foutloos plaats vindt. Dit is niet exact vast te stellen, omdat een actuele één op één vergelijking niet is te maken, vanwege de geconstateerde verstoringen in de GVI tussen 2014 en 2018, zie hiervoor bijlage 1 onderaan deze brief.

Om een sluitende aanpak te realiseren wordt door UWV met urgentie gewerkt aan een systeem van logging en monitoring voor de hele keten van het proces van afhandeling van detentiemeldingen. Daarnaast worden extra vergelijkingen van de detentiemeldingen uitgevoerd. Dit om te voorkomen dat signalen worden gemist. Verder worden uitvallijsten structureel handmatig opgepakt.

Ook zullen bankrekeningen op naam van de penitentiaire inrichting worden onderzocht en brengt UWV in kaart of uitkeringsgerechtigden ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen op het adres van een penitentiaire inrichting.

Terugvorderactie

Uitkeringen die onverschuldigd zijn betaald aan betrokkenen van wie rechtens de vrijheid is ontnomen, zijn in beginsel onverschuldigd betaald. Acties ten behoeve van terugvorderingen van onterecht uitgekeerde uitkeringen gedurende de tijd dat de matching en vergelijking van gegevens niet goed verliep bij UWV, hebben nu dan ook prioriteit. UWV voert hiertoe overleg met DJI over levering van de benodigde historische data. Op basis van de beschikbare data zal bezien worden welke terugvorderingen kunnen worden gerealiseerd. De Kamer zal hier nader over worden geïnformeerd via de Stand van de uitvoering in december.

Structurele oplossing voor de toekomst

Daarnaast wordt ingezet op meer structurele oplossingen voor de toekomst.

UWV streeft naar de realisatie van een robuuste, moderne en eenvoudigere procesinrichting. Daartoe vindt overleg plaats met DJI en Justid. Het doel is het realiseren van een volledige en actuele vergelijking van detentiemeldingen met uitkeringen (ook tijdens de aanvraagfase, continueringsfase en bij reeds beëindigde uitkeringen). De SVB en het Inlichtingenbureau (voor gemeenten) worden hier ook bij betrokken, omdat zij dezelfde gegevens aangeleverd krijgen vanuit DJI. UWV zal een voorstel uitwerken dat in het najaar met mijn ministerie wordt besproken.

Informatievoorziening richting SZW

Over de geconstateerde problemen rondom het stopzetten van uitkeringen van gedetineerden, waaronder het feit dat de GVI een aantal jaren geen actuele gegevens van WW- en ZW-uitkeringen bevatte, is SZW niet door UWV geïnformeerd. SZW is wel geïnformeerd op welke verschillende thema’s (handhavings)onderzoeken speelden, maar zonder dat over de achtergrond van de problematiek een toelichting is gegeven.

Overige ontwikkeling

Bij het proces van herleving van Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (AG) na detentie vinden in de praktijk alleen herbeoordelingen plaats op basis van een intern verzoek. Met name bij kortdurende detenties leidt dit waarschijnlijk niet tot een andere beoordeling. Gezien het feit dat het overgrote deel van detentie korter dan drie maanden duurt, is het de vraag in hoeverre een herbeoordeling na detentie zinvol is. Daarom onderzoek ik samen met UWV welke termijn redelijk zou zijn en zal ik daar, indien nodig, de wetgeving op aanpassen.

Voor eigenrisicodragers (ERD) is niet geregeld dat zij op basis van informatie van DJI een signaal krijgen dat de uitkering stopgezet moet worden. UWV en SZW zijn in gesprek over de wijze waarop geregeld kan worden dat de uitkering die de ERD zelf betaald tijdig wordt gestopt.

Tot slot

Ik zal uw Kamer via de Stand van de uitvoering in december 2019 rapporteren over de voortgang rond de diverse maatregelen zoals aangekondigd in deze brief.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

Bijlage 1

Toelichting proces en problematiek stopzetting uitkeringen gedetineerden

Wettelijk kader en procedure

De Wet Sociale Zekerheidsrechten gedetineerden (WSG) regelt dat personen, van wie «rechtens hun vrijheid is ontnomen», zijn uitgesloten van het recht op uitkering. Bij de Werkloosheidwet moet de uitkering op de 1e dag van detentie stopgezet worden, bij de Arbeidsongeschiktheidswetten en de Ziektewet na een maand detentie. Als een uitkeringsgerechtigde gedetineerd wordt, dan is hij verplicht om dit bij het UWV te melden. De Centrale Raad van Beroep heeft in meerdere rechtszaken bevestigd dat er sprake is van een overtreding van de inlichtingenplicht als de werknemer nalaat zijn detentie aan UWV door te geven. Op de website van UWV, alsmede in de informatie die nieuwe gedetineerden wordt aangereikt via de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), wordt dit onder de aandacht gebracht.

Om naast deze inlichtingenplicht van de uitkeringsgerechtigde te borgen dat er geen onverschuldigde uitkeringen worden betaald, is er per 1 mei 2000 een koppeling gerealiseerd tussen DJI, UWV, SVB en het Inlichtingenbureau. UWV ontvangt via het beveiligde Rinis-netwerk van alle gedetineerden een eenmalige detentiemelding, volgend op de dag dat iemand zijn vrijheid rechtens is ontnomen. Deze melding omvat het BSN van de gedetineerde en de aanvangsdatum van de detentie. UWV houdt deze gegevens langs de Gemeenschappelijke Verwijsindex (GVI), waarin alle UWV-uitkeringsgerechtigden staan. Na een vergelijking van deze gegevens, wordt een lijst gemaakt met onderzoekwaardige signalen. Deze lijst wordt verstuurd naar de verschillende regionale vestigingen van de divisie Uitkeren van UWV.

Wat mogelijk op het eerste oog voor UWV een eenvoudig proces lijkt, is dit in de praktijk niet. Het enkele signaal vanuit DJI dat er sprake is van detentie, geeft namelijk juridisch gezien geen zekerheid of er sprake is van een uitsluitingsgrond voor een uitkering. Dat vergt altijd een nader onderzoek door een medewerker van UWV. Om de complexiteit van dit onderzoek en de daarbij behorende gevolgen voor het recht op uitkering te illustreren, is in de vervolgbijlagen een overzicht opgenomen van dit onderzoek en het proces per wet, en wanneer er wel en niet sprake is van een uitsluitingsgrond. Hierin wordt ook stil gestaan bij het proces met betrekking tot gedetineerden in het buitenland, waarvan er op jaarbasis slechts een gering aantal zijn.

Daarbij is voor een goede verwerking noodzakelijk dat de GVI telkens een actueel beeld geeft van alle uitkeringsrelaties. Dit vereist levering vanuit de beoordelings- en registratiesystemen van de diverse uitkeringssystemen (WW, WIA, WAO, Wajong, ZW). Zo worden dagelijks of wekelijks (afhankelijk van het uitkeringssysteem) gegevens over uitkeringen aan de GVI geleverd.

In de vervolgbijlagen is een tabel opgenomen met een cijfermatig beeld van het totaal aantal ontvangen meldingen, de onderzoekwaardige signalen en het aantal beëindigingen per wet in 2018 en 2019. In 2018 ging het om totaal iets meer dan 27.000 meldingen en ca. 2500 beëindigingen.

Problematiek sluitend matching systeem binnen UWV

In 2011 en 2012 hebben interne onderzoeken plaatsgevonden binnen UWV naar de afhandeling van detentiesignalen. Dit naar aanleiding van de constatering tijdens het Marque-onderzoek (een grootschalig onderzoek naar WAO/WIA-fraude door enkele psychiaters) dat tegen de verwachting in bij een tweetal verdachten in detentie de uitkering niet was stopgezet. De conclusie van de uitgevoerde onderzoeken was dat het proces rondom de detentiemeldingen vanuit DJI en de verwerking daarvan door UWV risico’s met zich mee bracht en knelpunten kende. Daarbij ging het onder meer om een onvoldoende bewaking van het gehele proces, zodat gegevens verloren konden gaan zonder dat dit werd gesignaleerd. Daarnaast waren er problemen met de wijze van matching. Een detentiemelding die UWV vanuit DJI ontvangt, wordt op één moment vergeleken met de op dat moment in GVI bekende lopende uitkeringen bij UWV. Omdat uitkeringen pas na de definitieve toekenning in GVI worden geregistreerd en de vergelijking maar één keer plaatsvindt kunnen hierdoor matches worden gemist. Er werd evenwel geen grote uitval van gegevens geconstateerd.

Destijds werd geadviseerd om een project in te richten om deze knelpunten en potentiële risico’s te adresseren. Dit advies is door het divisiemanagement destijds niet overgenomen.

In 2017 vond opnieuw onderzoek plaats naar detentiemeldingen die UWV van DJI heeft ontvangen. Aanleiding voor dit onderzoek vormde een bevinding in een handhavingsonderzoek dat constateerde dat iemand van wie rechtens de vrijheid was ontnomen nog een uitkering van UWV ontving. Uitkomst van het onderzoek was dat van de 2.239 detentiemeldingen waarbij er sprake was van samenloop met een mogelijk lopende uitkering (periode april 2017 t/m december 2017), er bij 24% ten onrechte geen sprake is geweest van een onderzoekwaardig signaal. Er werd met name een probleem geconstateerd bij de koppelingen tussen GVI en de systemen van Ziektewet (ZW) en de Werkloosheidswet (WW). Daarnaast zijn bij de Ziektewet 67% van de meldingen niet bij Uitkeren terechtgekomen. Bij de Werkloosheidswet ging het om 81%.

Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten in 2017 is, met het oog op herstel van een sluitend matchingproces, verder onderzocht wat de achterliggende reden is geweest voor de hoge percentages uitval bij de WW en de ZW. Hierbij kwam aan het licht dat de systemen van de WW gedurende twee jaar, van november 2015 tot november 2017, en de Ziektewet vier jaar, van september 2014 en oktober 2018, geen gegevens leverden aan de GVI. Bij de WW bleek het te gaan om een standaardopdracht om WW-gegevens in de GVI in te lezen die uit gezet was. Bij de Ziektewet zijn na groot onderhoud op de ICT-systemen van de Ziektewet in september 2014 de bestanden met lopende uitkeringen niet meer verwerkt door de GVI.

De verklaring dat de fouten in gegevenslevering zo lang onopgemerkt zijn gebleven hangt samen met het feit dat de GVI op basis van oude uitkeringsgegevens nog steeds een aantal onderzoekwaardige signalen genereerde. Omdat deze verspreid over de districtskantoren werden doorgezet, viel dit niet op. Daarnaast ontbrak het in de UWV-keten van detentiemeldingen lange tijd aan een duidelijke en logische proces- en systeemeigenaar.

Bijlage 2 Overzicht meldingen en beëindigde uitkeringen

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van het aantal detentiemeldingen dat UWV over een tweetal perioden heeft ontvangen vanuit DJI (a). UWV vergelijkt geautomatiseerd de BSN’s van de DJI detentiemeldingen met de BSN’s van de uitkeringen die in GVI staan, dit zijn de onderzoekwaardige detentiemeldingen DJI van lopende uitkeringen (b).

In de laatste kolom wordt weergegeven hoeveel uitkeringen zijn beëindigd wegens de uitsluitingsgrond «rechtens zijn vrijheid ontnomen» (c). Deze beëindiging is het gevolg van een detentiemelding en een aanvullend onderzoek door de medewerker Uitkeren. De detentiemelding kan van de klant, van DJI of van beide komen. In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven bij welke vormen van detentie er wel en geen recht is op voortzetting van de uitkering.

Periode

Detentiemeldingen DJI/RINIS

(a)

Onderzoekwaardige

detentiemeldingen DJI

van uitkeringsgerechtigden

(b)

Beëindigde uitkeringen

(c)

01-1-2018

tm

31-12-2018

27031

WW

847

WW

314

ZW

429

ZW

77

WIA

607

WIA

344

WAO

581

WAO

277

Wajong

2.624

Wajong

1.436

 

5.088

 

2.448

Periode

Detentiemeldingen DJI/RINIS

(a)

Onderzoekwaardige

detentiemeldingen DJI

van uitkeringsgerechtigden (b)

Beëindigde uitkeringen

(c)

1-1-2019

tm

30-04-2019

11901

WW

454

WW

160

ZW

255

ZW

107

WIA

262

WIA

149

WAO

224

WAO

109

Wajong

1.102

Wajong

678

 

2.297

 

1.203

Bijlage 3 Onderzoek medewerker Uitkeren en detentie in het buitenland

Na ontvangst van het detentiesignaal beoordeelt de uitkeringsdeskundige of de vorm van detentie en de duur (het laatste is alleen relevant bij Arbeidsongeschiktheidswetten en de Ziektewet) aanleiding is om de uitkering te beëindigen.

Bij de Werkloosheidwet wordt de uitkering vervolgens per direct gestopt (per begindatum detentie), waarna de betrokkene hierover wordt gebeld (dit doet UWV omdat het een ingrijpende beslissing is) en hierover een schriftelijke beschikking ontvangt.

Bij de Arbeidsongeschiktheidswetten wordt de uitkering per toekomende datum geschorst, namelijk één maand na begindatum detentie. Er wordt een vooraankondiging verstuurd naar de betrokkene dat vanwege detentie de uitkering na één maand wordt beëindigd. Wanneer betrokkene binnen één maand aan de hand van een bewijs van invrijheidstelling kan aantonen weer in vrijheid te zijn gesteld, wordt de voorgenomen schorsing beëindigd en krijgt de betrokkene hierover schriftelijk bericht. Ontvangt UWV geen bericht in deze eerste maand dan wordt de uitkering beëindigd en ontvangt betrokkene hierover een schriftelijke beschikking. Wanneer de detentie is geëindigd dan kan betrokkene voor herleving van de uitkering in aanmerking komen. Betrokkene moet dan aantonen niet langer in detentie te zitten. Dit kan door een uitschrijvingsbewijs van de Penitentiaire inrichting. Bij de AW-uitkering moet er dan een herbeoordeling plaatsvinden.

Bij de Ziektewet wordt naar de betrokkene een vooraankondiging gestuurd waarin staat dat vanwege detentie de uitkering na één maand wordt beëindigd. Tegen het eind van de maand beoordeelt de uitkeringsdeskundige of de betrokkene nog steeds gedetineerd is. Als dit het geval is, beëindigt de uitkeringsdeskundige de uitkering. De betrokkene ontvangt hierover een schriftelijke beschikking.

Detentie in het buitenland

Naast detentie in een Nederlandse Penitentiaire Inrichting kan een uitkeringsgerechtigde ook in het buitenland gedetineerd zijn. Het proces loopt dan als volgt: UWV Gegevensdiensten ontvangt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken via het UWV-portaal «Mijn Gegevensdiensten» een bestand met buitenlands gedetineerden. Dit gebeurt alleen indien de gedetineerde ondersteuning heeft gezocht bij de Nederlandse Ambassade in het betreffende land. Het bestand wordt tegen de Polis administratie aangehouden om te controleren op lopende uitkeringen. Het bestand van buitenlands gedetineerden met een lopende uitkering wordt daarna aan Uitkeren geleverd. Vervolgens controleert Uitkeren of er inderdaad sprake is van een lopend recht en zo ja, dan beëindigt de uitkeringsdeskundige de uitkering wegens een uitsluitingsgrond. UWV beëindigt om deze reden jaarlijks een gering aantal uitkeringen.

Bijlage 4 Detentietabel

In deze tabel worden -op alfabetische volgorde- de meest voorkomende vormen van vrijheidsontneming en forensische zorgtitels opgesomd.

Detentievorm

Wel of geen recht?

Dwangopname psychiatrisch ziekenhuis (Art. 37 lid 1 WvS)

Wel recht

Dwangopname psychiatrisch ziekenhuis (Wet BOPZ)

Wel recht

Elektronisch toezicht

Wel recht

Gevangenisstraf

Geen recht

Gevangenisstraf in het buitenland

Geen recht

Gijzeling

Geen recht

Inverzekeringstelling

Geen recht

ISD, met een traject

Wel recht

ISD, zonder traject (Inrichting Stelselmatige Daders)

Geen recht

Jeugddetentie

Geen recht

Ondertoezichtstelling

Wel recht

Opname psychiatrisch centrum tijdens detentie

Geen recht

Opname psychiatrisch ziekenhuis tijdens detentie

Geen recht

Passanten

Geen recht

Passanten, met tbs zonder strafoplegging, in afwachting plaatsing kliniek

Wel recht

Penitentiair programma (laatste periode detentie)

Wel recht

PIJ-maatregel (Plaatsing In Jeugdinrichting)

Geen recht

Plaatsing in een instelling vanwege noodzakelijke zorg (o.a. verslavingskliniek of opvanghuis)

Wel recht

Preventieve hechtenis

Geen recht

Proefverlof (Art. 31 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen)

Wel recht

Scholingsprogramma jeugdinrichtingen

Wel recht

Taakstraffen

Wel recht

Tbs, beveiligd en begeleid verlof

Geen recht

Tbs, met dwangverpleging met strafoplegging

Geen recht

Tbs, met dwangverpleging zonder strafoplegging

Wel recht

Tbs, met voorwaardelijke beëindiging van de verpleging

Wel recht

Tbs, met voorwaarden (Art. 38 WvS)

Wel recht

Tbs, onbegeleid verlof

Geen recht

Tbs, proefverlof

Wel recht

Tbs, transmuraal verlof (verblijf buiten de kliniek)

Geen recht

Tbs, verlof voor rechtbank- of ziekenhuisbezoek

Geen recht

Trainingsprogramma jeugdinrichtingen

Wel recht

Uitleveringsdetentie

Geen recht

Verlof tijdens detentie

Geen recht

Voorlopige hechtenis

Geen recht

Voorwaardelijke veroordeling (Art. 14a WvS)

Wel recht

Voorwaardelijke invrijheidstelling, met bijzondere voorwaarden (Art. 15a WvS)

Wel recht

Bijlage 5 Samenvatting onderzoeken UWV

  • 1. Onderzoek Gegevensdiensten ((U)GD)

    • Titel: Onderzoek Afhandeling DJI meldingen UGD

    • Wanneer: 2011

    • Status: nooit formeel akkoord op gegeven door directie Gegevensdiensten

    • Aanleiding: In juni 2011 heeft UGD van de afdeling Handhaving een vraag ontvangen over de waarborgen met betrekking tot de volledigheid van afhandeling van de detentiemeldingen. Deze vraag is gesteld naar aanleiding van de constatering tijdens het Marque onderzoek (een grootschalig onderzoek naar WAO/WIA fraude door enkele psychiaters) dat tegen de verwachting in voor een aantal verdachten in detentie de uitkering niet is stil gezet.

    • Opdrachtformulering: Verbeter het proces voor de afhandeling van de detentiemeldingen. Stel hierbij als doel het volledig en tijdig op de hoogte stellen van uitvoering Uitkeren. Volledig houdt zowel in dat bij uitvoering Uitkeren alle detentiemeldingen worden ontvangen als dat de detentiemeldingen inhoudelijk alle noodzakelijke informatie bevatten. Tijdig staat voor melding vanuit DJI naar uitvoering Uitkeren op dagelijkse basis. Voer de bovenstaande opdracht in eerste instantie uit met de nadruk op het AG proces.

    • Bevindingen: A) De wijze van aanlevering van de detentiemeldingen biedt ruimte voor misinterpretatie. Dit doordat het DJI in de meldingen alleen de begindatum detentie en het BSN levert. En de divisie Uitkeren bij het stopzetten van de uitkering onderscheidt moet maken tussen allerlei verschillende soorten detentie. B) De wijze van het verrijken van de detentiemeldingen biedt geen garantie voor volledige verwerking van de detentiemeldingen. Dit doordat per detentiemelding op één pijlmoment in GVI wordt gekeken naar een lopende uitkering bij UWV. C) De wijze van verwerking van de detentiemeldingen biedt geen sluitende garanties voor een volledige verwerking van alle berichten. Dit wordt veroorzaakt doordat per systeem de verwerking wel wordt bewaakt, maar de bewaking van het gehele proces onvoldoende is ingericht

    • Conclusie: Het beeld is dat de bewaking op het ketenniveau niet voldoende waarborgen biedt om de volledigheid van de verwerkingen van de DJI meldingen te waarborgen. Hierbij is met name het bevragen van GVI en de vulling van GVI een zwakpunt.

  • 2. Onderzoek Uitkeren

    • Titel: Eindrapportage Detentiemeldingen tot en met stoppen van de uitkering

    • Wanneer: 2011

    • Status: concept

    • Aanleiding: Tijdens het Marque onderzoek is vastgesteld dat bij twee verdachten de uitkering nog gewoon doorliep terwijl zij sinds 5 maanden gedetineerd waren. Dit terwijl de uitkeringsgerechtigde verplicht is een periode van detentie door te geven en tussen UWV en Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) de ingangsdatum detentie wordt uitgewisseld. Detentie heeft een schorsende werking en na een maand een uitsluitingsgrond op een AG-uitkering.

    • Opdrachtformulering: De doelstelling is het «Traject detentiemelding t/m stoppen van de uitkering» te verbeteren waarmee de uitvoering Uitkeren AW volledig en tijdig op de hoogte wordt gesteld van de gedetineerden. Volledig houdt in dat de informatie inzichtelijk is, uitgebreid wordt met soort detentie en de lengte van detentie. Tijdig staat voor melding vanuit RINIS naar UGD/UWV op dagelijkse basis. Voorkomen van onterechte betalingen aan gedetineerden en daardoor ook een vermindering van terugvorderingen op (ex-)gedetineerden.

    • Bevindingen: A) Geen controle op binnenkomende mail met betrekking tot detentie. B) Overbodige acties bij geschorste uitkeringen die eigenlijk door detentie beëindigd hadden moeten zijn, het recht op uitkering blijft open staan in het systeem. C) Onvolledige informatie op de detentiemelding in verband met de duur en het soort detentie

    • Aanbevelingen: A) Bij langer dan 1 maand in de detentie moet de schorsing omgezet worden in een beëindiging. B) De meldingen komen 1 keer per dag binnen op een vast tijdstip. Als er geen mails met detentiemelding of een mail dat er geen detentiemelding komt dan kan dit gemeld worden bij de service desk. C) Detentiemeldingen met betrekking op WIA worden door UGD gemaild naar een mailbox van het centrale punt in Amsterdam. D) Informatie uitwisselen verbeteren door herleving van de contactpersonen uit het project »Aansluiting Nazorg Gedetineerden». E) Opzetten informatiestroom vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor UWV uitkeringsgerechtigden welke in het buitenland gedetineerd zijn. F) Uitbreiding van de informatie op de detentiemelding met: einddatum detentie, soort detentie op wetsartikel en locatie van de PI.

    • Vervolg: Dit onderzoek werd gelijktijdig met het onderzoek van Gegevensdiensten uitgevoerd. GD constateerde een ketentekortkoming en Uitkeren constateert procestekortkomingen. Later in 2012 geven de onderzoekers van Uitkeren en Gegevensdiensten aan dat door capaciteitsgebrek en door andere prioriteiten het niet mogelijk is gebleken de schade van de tekortkomingen te kwantificeren. Geadviseerd werd om een project in te richten. Eind 2012 werd besloten dat dit project er niet komt. Niet is na te gaan wat de exacte overwegingen zijn geweest die aan dit besluit ten grondslag lagen. Maar mogelijk speelde de door te voeren bezuinigingen (taakstelling) hierbij een rol alsmede de wens om steeds meer te gaan digitaliseren. Het door de medewerker uit te voeren noodzakelijke onderzoek naar de detentiemelding paste niet in dat kader. De voorkeur werd destijds gegeven aan een gezamenlijk onderzoek van Gegevensdiensten en Uitkeren naar de mogelijkheden tot verbetering van de kwaliteit van de detentiesignalen en meer geautomatiseerde afhandeling (toekomstvisie).

  • 3A. Verkennend Onderzoek Handhaving (DHH)

    • Titel: Verkennend onderzoek Onterecht uitbetaalde uitkeringen ten gevolge van detentie

    • Wanneer: September 2018

    • Status: definitief

    • Aanleiding: R&I heeft een verkennend onderzoek gedaan naar klanten die in detentie zitten, maar waarvan de uitkering onterecht is blijven doorlopen. Het gaat in 2017 om grofweg 60 signalen per maand waarbij er sprake is van een klant die in detentie zit én een uitkering ontvangt. In 2018 is dat aantal lager door de uitgevoerde verbeteringen vanuit Uitkeren. Daarnaast zijn er nog 23 onderzoekwaardige signalen en 40 nieuwe signalen naar aanleiding van het onderzoek naar BRP PI. De gevonden signalen zijn nog niet verder onderzocht en/of hebben nog niet geleid tot een terugvordering. Het is voor klanten mogelijk om op een adres in de BRP in te schrijven. UWV controleert niet wat op dat adres is gevestigd.

    • Bevindingen: A) De verwerking in GVI gaat niet altijd goed. Vooral voor de ZW en WW blijken detentiemeldingen niet goed vergeleken te worden met de actuele uitkeringsgegevens waardoor er geen onderzoekwaardig signaal naar voren komt. B) Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat klanten in de Basisregistratie Personen (BRP) staan ingeschreven op het adres van een penitentiaire inrichting. Deze klanten hebben veelal niet aan UWV doorgegeven dat ze in detentie zitten en ontvangen zo onterecht een uitkering. Uit het onderzoek naar BRP PI blijkt dat klanten het vaak wel weten dat ze geen recht hebben op een uitkering. Redenen waarom het toch niet wordt door gegeven zijn onder meer dat klanten denken dat de uitkering automatisch stopt, er geen gelegenheid is tot communicatie met UWV door vrijheid beperkende maatregelen en klanten andere zorgen hebben dan contact zoeken met UWV. Uit het onderzoek BRP PI blijkt een gemiddelde benadeling van € 17.794,-. C) In de onderzochte periode, april 2017 t/m december 2017, zijn 2.239 detentiemeldingen ontvangen waar het klanten van UWV betreft (alle uitkeringen). Daarvan is 20% niet doorgezet naar Uitkeren. In deze gevallen hebben dus geen eventuele acties ten aanzien van de uitkering plaatsgevonden. Uitgesplitst naar wetten zijn de percentages van meldingen die niet doorgezet zijn over WW- en ZW uitkeringen het hoogst, namelijk respectievelijk 81% en 67%.

    • Aanbevelingen: A) GVI is momenteel onvoldoende betrouwbaar voor het matchen van detentiemeldingen met lopende uitkeringen. Uitkeren erkent dat GVI op meerdere domeinen problemen geeft bij het matchen van gegevens en wil daarom op zoek gaan naar alternatieve bronnen. Aanbevolen wordt dat Uitkeren (in afstemming met Gegevensdiensten) een onderzoek doet naar alternatieve bronnen. B) Zolang dit alternatief er echter (nog) niet is en het matchproces op basis van GVI voortduurt, is het noodzakelijk de financiële schade die hierdoor ontstaat te beperken. Het correct matchen van detentiemeldingen is een verantwoordelijkheid van Uitkeren. Handhaving kan dit tijdelijk monitoren. C) Divisie Uitkeren heeft de wens om het gehele proces rondom de verwerking van detentiemeldingen te analyseren. Dat betekent niet alleen het matchen van gegevens, maar ook het opvolgen van meldingen vanuit GVI. Divisie Uitkeren wordt daarom geadviseerd om een analyse te doen naar de afhandeling van detentiemeldingen. D) Geadviseerd wordt om de gevonden signalen uit het verkennende onderzoek vanaf 1-1-2017 verder op te pakken door DHH. In de gevallen dat een uitkering daadwerkelijk onterecht is uitbetaald moet er een terugvordering worden ingesteld en eventueel een boete worden opgelegd in verband met het niet voldoen aan de inlichtingenplicht.

    • Tijdlijn documentatie: Het verkennend onderzoek is uitgevoerd in september 2017. Eind mei 2018 zijn hier twee memo’s over gestuurd binnen DHH. Eén gericht aan het DT Handhaving, die ging over de detentiemeldingen van DJI, het vergelijken met GVI en de vervolgacties door Uitkeren. De andere memo was gericht aan het hoofd Themaonderzoek van Handhaving en zag specifiek op mensen met een uitkering die in de BRP ingeschreven stonden op het adres van de penitentiaire inrichting. Deze memo’s hebben uiteindelijk geresulteerd in een voorlegger aan het DT Handhaving in juni 2018.

  • 3B. Onderzoek Handhaving (DHH)

    • Titel: Onderzoeksplan Thema Detentie

    • Wanneer: September 2018

    • Status: definitief

    • Aanleiding: Naar aanleiding van eerdere rapporten van de divisie Uitkeren (en GD) uit 2011/2012 over het proces rondom de verwerking van detentiemeldingen en een zaak binnen de pilot criminele activiteiten (waarbij een klant gedetineerd bleek terwijl zijn uitkering niet was beëindigd) is DHH gestart met een verkennend onderzoek naar het verwerken van detentiemeldingen. Er is een tweetal verkennende onderzoeken gedaan, te weten A) een onderzoek naar het verwerken van detentiemeldingen in GVI en B) een onderzoek naar gedetineerden die in de BRP staan ingeschreven op het adres van de gevangenis. De directie Handhaving heeft begin juli 2018 akkoord gegeven om een themaonderzoek Detentie uit te gaan voeren.

    • Opdrachtformulering: Doel van dit themaonderzoek is A) om in kaart te brengen hoeveel uitkeringen onterecht doorlopen tijdens detentieperioden en B) de exacte oorzaak hiervan te achterhalen. C) Daarnaast wordt getracht om meer inzicht te verkrijgen in de achtergronden en motieven van de onderzochte doelgroep. D) Bovendien wordt repressief opgetreden wanneer uitkeringen onterecht zijn verstrekt.

    • Doelgroep: De doelgroep wordt geselecteerd op tweeërlei wijzen: A) Er vindt een selectie plaats op basis van adres. Klanten die op een adres van een Penitentiaire Inrichting (PI) staan of stonden ingeschreven in het Basisregistratie Personen (BRP) ten tijde van een (lopende) uitkering worden geselecteerd. Dit gaat om 93 signalen in periode van 2010 tot heden. B) Er vindt een selectie plaats op basis van de detentiemeldingen vanuit DJI. Op basis van de meldingen die vanuit DJI worden verzonden aan UWV wordt geanalyseerd voor welke meldingen geen verdere afhandeling door Uitkeren is gedaan in de vorm van een brief aangaande de detentie (in EAED, elektronisch archief). Dit gaat om 1047 signalen in de periode begin 2017 tot juli 2018 (dit onderzoeksplan dateert van september 2018) en zal tijdens het themaonderzoek aangevuld worden met actuele detentiemeldingen van DJI. Er is reeds gekeken op welke uitkering deze signalen betrekking hebben; WW: 407, ZW: 298, Wajong: 211, WIA: 162 en WAO:62.

    • Verwachte duur onderzoek: Dit thema zal in elk geval de periode overbruggen tot het moment dat er een alternatief is gevonden voor het huidige detentiemeldingenproces en vergelijking die plaatsvindt tussen de detentiemeldingen van DJI en de uitkeringsgegevens in GVI.

    • Planning aanvang onderzoek: Het themaonderzoek is in het voorjaar 2019 van start gegaan. Tussenresultaten worden verwacht in de zomer.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl