Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201917050 nr. 573

17 050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

Nr. 573 MOTIE VAN HET LID ÖZTÜRK

Voorgesteld 6 februari 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bestuursorganen in geval van een vermeend fraudebedrag boven de € 50.000 ambtshalve verplicht zijn aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie en dat onverkort tot strafvervolging overgaat;

van mening dat het Openbaar Ministerie in de casuïstiek omtrent de vervolging van zaken rondom de vermogenstoets zelf zou moeten besluiten om al dan niet tot vervolging over te gaan en hierbij uitdrukkelijk acht dient te slaan op de bijzondere positie van de burger, diens leeftijd, medische toestand en het gegeven dat het gaat om een zogenaamde «first offender»;

verzoekt de regering, om het Openbaar Ministerie de mogelijkheid te geven om hierin maatwerk te betrachten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Öztürk