Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201917050 nr. 565

17 050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

Nr. 565 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 oktober 2018

In het debat op 11 oktober jongstleden over de uitkeringsfraude met de WW door arbeidsmigranten (Handelingen II 2018/19, nr. 12) heb ik uw Kamer toegezegd om schriftelijk aan te geven wat u in mijn brief van januari aanstaande kunt verwachten, waarbij ik ook de toezeggingen meeneem die ik heb gedaan in het debat.

Stand van zaken maatregelen

In mijn brief van 1 oktober jongstleden1 heb ik aangekondigd om de informatievoorziening aan uw Kamer over handhaving te intensiveren door het versturen van een jaarlijkse signalenbrief. De eerste brief zal ik voor de zomer van 2019 versturen, waarbij ik uw Kamer in januari de opzet hiervan zal doen toekomen. Daarnaast zal ik in januari een tussenstand geven van de maatregelen zoals aangekondigd in mijn brieven van 1 en 10 oktober jongstleden2. Ik zal daarbij ingaan op de volgende maatregelen:

  • 1. Solide adresregistratie waarbij BRP leidend is

  • 2. Adressenvergelijking door UWV

  • 3. Aanscherping van de papieren aanvraag

  • 4. Samenwerking binnen het sociaal domein

  • 5. Samenwerking met bonafide tussenpersonen

  • 6. Registratie van tussenpersonen

  • 7. Onderzoek cultuur binnen het UWV

  • 8. Verkenning met andere uitvoerende organisaties naar aanvullende maatregelen om fraude te bestrijden

  • 9. Proef uitzendsector verwijtbare werkloosheid

  • 10. Audit afhandeling van fraudesignalen

  • 11. Data-analyses door het UWV naar arbeidspatronen.

Zoals ook aangegeven in het debat verwacht ik dat ik in ieder geval op de onderdelen onderzoek cultuur UWV, data-analyses arbeidspatronen en adressenvergelijking al concrete inzichten kan bieden.

Toezeggingen debat

Naast het bovenstaande heb ik een aantal aanvullende toezeggingen gedaan.

Ik heb aangekondigd dat ik samen met het UWV een breed extern onderzoek laat doen naar misbruikrisico’s bij het UWV. Ik zal de onderzoeksopzet nog voorafgaand aan de brief in januari naar uw Kamer sturen. Ook zal ik uw Kamer informeren wanneer uit dit onderzoek blijkt dat er meer capaciteit dan wel een herprioritering van middelen nodig is bij UWV en zal ik aangeven wat de relatie van de uitkomsten van dit onderzoek is met het rechtmatigheidspercentage.

Bij de uitwerking van de adresregistratie zal het leidend maken van de BRP ook in historisch perspectief worden geplaatst. In de brief van januari zal ik tevens, conform het verzoek d.d. 16 oktober jl. (Handelingen II 2018/19, nr. 13, Stemmingen), ingaan op de uitvoering van de aangenomen motie van het lid Jasper van Dijk (SP) over dit onderwerp (Kamerstuk 17 050, nr. 550).

In het kader van de registratie van tussenpersonen zal worden gekeken naar het al dan niet kunnen doen van rechtshandelingen door tussenpersonen op grond van een machtiging.

Ik heb toegezegd op korte termijn aan te geven welke informatie bij het controleren van WW-aanvragen uit het systeem van het UWV gehaald kan worden ten behoeve van het controleren op de reden van beëindiging van het dienstverband en de eventuele verwijtbaarheid van werkloosheid en hoe deze informatie beter benut kan worden.

In mijn brief van januari zal ik in het kader van de analyse naar verwijtbare werkloosheid ook ingaan op de eventuele noodzaak voor regelgeving.

Tevens zal ik in het licht van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en het vrije verkeer van diensten bezien in hoeverre het Belgische voorbeeld, het zogenoemde Limosa systeem, inspiratie kan bieden voor aanvullingen ten opzichte van het systeem dat de Sociale Verzekeringsbank momenteel implementeert.

In het kader van het cultuuronderzoek zal gekeken worden naar de vraag in hoeverre alle kanalen en loketten die zijn ingericht een open cultuur helpen of juist tegenwerken.

Ik zal in het kader van de aangekondigde proef rond verwijtbare werkloosheid uitwerken hoe mogelijk verkeerde prikkels in de uitzendbranche als gevolg van de huidige regelgeving kunnen worden weggenomen. Dit punt wordt ook meegenomen in de reeds gestarte gesprekken met de ABU en NBBU.

Tot slot zal ik uw Kamer informeren aangaande de effectrapportage over EU-Arbeidsmigratie uit 2014 in samenhang met signalen over misbruik in de WW.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Kamerstuk 17 050, nr. 546

X Noot
2

Kamerstuk 17 050, nr. 547