Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201417050 nr. 443

17 050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

Nr. 443 MOTIE VAN DE LEDEN HEERMA EN VAN WEYENBERG

Voorgesteld 21 november 2013

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er sinds 1 januari 2013 een verzwaard sanctieregiem in het bestuursrecht geldt voor fraude in de sociale zekerheid en illegale tewerkstelling;

constaterende dat uit diverse signalen blijkt dat door de zeer ruime toepassing van het werkgeversbegrip en de ketenbepaling in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en de brede toepassing van het begrip «verwijtbaarheid» ook goedwillenden hoog worden beboet die zich van geen kwaad bewust zijn en zich niet realiseren dat zij de wet overtreden;

overwegende dat reeds bij de behandeling van het wetsvoorstel tot aanscherping van het sanctieregiem uitgebreid over dit risico binnen het bestuursrecht is gesproken en de reikwijdte en het effect van het gehanteerde begrip «verwijtbaarheid» ter discussie is gesteld;

verzoekt de regering om, te bezien of en hoe de bestuurlijke boete binnen de ketenaansprakelijkheid binnen de Wav vaker kan worden gematigd door de boete aan te passen aan de ernst van de overtreding, de mate van de verwijtbaarheid en de evenredigheid;

verzoekt de regering tevens om, in aanloop naar de evaluatie van de Fraudewet het gebruik van het begrip «verwijtbaarheid» te monitoren en de kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Heerma

Van Weyenberg