Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201017050 nr. 400

17 050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

Nr. 400 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 september 2010

Hierbij bied ik u de Integrale Rapportage Handhaving 2009 aan samen met enkele onderzoeksrapporten over handhavingsonderwerpen en het jaarverslag SIOD 2009.1 De Integrale Rapportage Handhaving 2009 geeft weer welke handhavingsactiviteiten in het afgelopen jaar op de beleidsterreinen van het ministerie van SZW zijn ontplooid. De rapportage betreft het derde jaar van uitvoering van het Handhavingsprogramma 2007–2010 en de presentatie van de informatie komt met de structuur van dat programma overeen. Per beleidsterrein wordt ook verslag gedaan van de activiteiten, die niet rechtstreeks voortvloeien uit het programma. Alles overziend kan worden geconstateerd dat de uitvoering van de maatregelen uit het programma naar wens verloopt.

In bijlage 1 van de rapportage is zoals in voorgaande jaren de tabel opgenomen die een overzicht geeft van de geconstateerde uitkeringsfraude. Die blijkt te zijn toegenomen tot € 132 miljoen. De stijging heeft zich met name voorgedaan bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Deze toename wordt vooral veroorzaakt door het toegenomen aantal WW-klanten als gevolg van de economische crisis. De cijfers laten ook zien dat de verhoging van de aangiftegrens door het Openbaar Ministerie zoals verwacht heeft geleid tot een daling van het aantal aangiften. Daartegenover staat een meer dan evenredige toename van het bedrag aan uitkeringsfraude dat bestuursrechtelijk is afgedaan.

Hoofdstuk 2 van de Integrale Rapportage is gewijd aan de voortgang met het ontwikkelen van nalevingsindicatoren. De thans ontwikkelde indicatoren laten over het algemeen een hoog niveau van naleving zien bij de kernverplichtingen van de SZW-wetgeving. De staatssecretaris heeft tijdens het Algemeen Overleg Handhaving van 19 november 2009 toegezegd de resultaten van twee onderzoeken naar de oorzaken en motieven voor niet-naleving van de SZW- regelgeving aan de Kamer te zullen aanbieden. U treft de eindrapporten van deze onderzoeken aan als bijlagen bij deze brief. Het onderzoek «Wat beweegt de fraudeur» betreft de sociale zekerheidswetgeving, het onderzoek «Plichtsbesef of boeteangst» de arbeidswetgeving.

Het onderzoek over sociale zekerheidsfraude is gebaseerd op 186 fraudedossiers uit 2009. Het laat zien dat de belangrijkste reden om te frauderen geldelijk gewin is. Daarnaast spelen administratieve onbekwaamheid en nalatigheid een rol. Bijkomende motieven zijn de inschatting dat het risico om te worden gepakt gering is en de wens om financieel onafhankelijk te zijn van een (nieuwe) partner. Bij de geanalyseerde zwarte fraudes valt op dat het in de meeste gevallen gaat om arbeid als zelfstandige. Alleen twee bijstandsdossiers gaan over zwart werk bij een werkgever. Het algemene beeld is dat het dossiers zijn van mensen die in een uitkering terecht komen en niet «achter de geraniums willen zitten», maar graag iets om handen hebben. Het begint met kleine klusjes voor anderen en het ontwikkelt zich soms tot het hebben van een eigen (zwart) bedrijfje. Het onderzoek bevat slechts een beperkt aantal witte fraudezaken omdat deze in de meeste gevallen administratief worden afgedaan zonder dat er een onderzoeksdossier wordt opgesteld.

Het onderzoek naar de niet-naleving van de arbeidswetten laat zien dat ondernemers in de regel te goeder trouw zijn Overtredende ondernemers menen goed op de hoogte te zijn maar kennen in de praktijk de regels niet altijd en maken onbedoeld fouten. Daarbij geven zij aan dat het de nodige moeite kost om goed op de hoogte te blijven van complexe regelgeving. Het onderzoek heeft een verkennend karakter, mede omdat het, zeker in het geval van de Wet arbeid vreemdelingen, lastig bleek medewerking te krijgen bij het onderzoek.

In de twee onderzoeken wordt een kwalitatief beeld gepresenteerd over de oorzaken en motieven van niet-naleving. Een haalbaarheidsstudie zal moeten uitwijzen of een nadere kwantificering van oorzaken en motieven mogelijk is met het oog op een gerichte inzet van beleids- en handhavingsinstrumenten. Nadere uitwerking zal geschieden aan de hand van het Handhavingprogramma 2011–2014.

Verder is bijgevoegd het rapport «Evaluatie stimuleringsregeling intensivering opsporing en controle» dat in januari van dit jaar is afgerond. Het rapport heeft mede geleid tot de beslissing om de regeling niet na 2010 te verlengen. De regeling past niet in de systematiek van de WWB, omdat de regeling de financiële prikkel wegneemt om zelf prioriteiten ten aanzien van de apparaatskosten te stellen.

Bijgaand treft u ook het onderzoeksrapport «Borging in beweging: stand van zaken Hoogwaardig Handhaven WWB 2010 (aug.2010)» aan.1 Met dit onderzoek wordt een landelijk beeld geschetst van de mate waarin eind 2009/begin 2010 het concept Programmatisch Handhaven is verankerd en geborgd in de gemeentelijke beleids- en uitvoeringspraktijk. Programmatisch handhaven blijkt meer te zijn verankerd in de gemeentelijke beleidscyclus dan in 2007 en de samenwerking tussen gemeenten en met UWV is sterk verbeterd, maar er kan nog een slag gemaakt worden. De aanbevelingen hebben betrekking op:

  • Verbeteren faciliteiten van de uitvoerders;

  • Verder ontwikkelen van handhavingsinstrumenten;

  • Uitbouwen samenwerking in de SUWI-keten;

  • Bevorderen prioriteit handhaving bij gemeenten.

Deze aanbevelingen zullen worden benut als input voor het nieuwe Handhavingsprogramma 2011–2014 dat naar verwachting dit najaar aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden.

Bijgaand bied ik u ook het jaarverslag 2009 van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) aan. De SIOD heeft 48 opsporingsonderzoeken afgerond op het terrein van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Daarbij zijn 137 verdachten ter vervolging aangeboden aan het Functioneel Parket van het OM. Bij de onderzoeken is een bedrag van € 14,6 miljoen aan onrechtmatig verkregen voordeel vastgesteld. De SIOD heeft in zijn opsporingsonderzoeken vooral aandacht gegeven aan de bestrijding van arbeidsuitbuiting. De staatssecretaris heeft in 2009 besloten gemeenten toe te staan om – op vrijwillige basis en naar eigen behoefte – van de SIOD-expertise gebruik te maken. Voor het Ministerie van OCW heeft de SIOD onderzoek verricht naar de misbruikrisico's van de uitwonendenbeurs voor studenten. Het Ministerie van BZK heeft de opsporingstaak met betrekking tot de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers regeling (Appa-regeling) neergelegd bij de SIOD.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.