nr. 347
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 februari 2008
Op 12 juni 2007 heb ik u een brief gezonden waarin ik u de rapportage
Fraude in Beeld heb aangeboden (Kamerstukken II 2007/08, 17 050, nr. 339).
In de brief heb ik u mijn reactie op het rapport gegeven. Uw Kamer heeft de
motie van het Lid Nicolaï aanvaard, waarin u de regering verzoekt voor
1 februari 2008 een reactie op dit onderzoek met daarin strategische
beleidskeuzes en de beoogde samenhang in handhavingsmethodieken van de betrokken
opsporingsdiensten te bevorderen aan de Kamer te doen toekomen.
In het AO Handhaving van 27 november 2007 heb ik u aangegeven dat
het onderzoek als enige basis voor allesomvattende strategische beleidskeuzes
minder geschikt is. Hiervoor zijn de uitkomsten nog onvoldoende «rijp».
Ook dekt het niet het gehele fraude domein af en is dus niet geschikt
voor rijksbreed regeringsbeleid. Ik heb verwezen naar het instrument uit de
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten (BOD’en), de beleidsbrief.
De beleidsbrief BOD’en stelt de minister van Justitie op samen met
de vakministers voor iedere BOD. Tevens verwijs ik in dit verband naar de
brief van de minister van Justitie «Bestrijding georganiseerde misdaad»
(Kamerstukken II, 2007/08, 29 911, nr. 10).
De beleidsbrief is bij uitstek een instrument om keuzes voor de langere
termijn vast te leggen.
De motie zal worden ingevuld door in de komende beleidsbrief onder meer
in te gaan op de keuzes die naar aanleiding van de uitkomsten van FIB zijn
gemaakt.
De Minister van Justitie zal de beleidsbrief eind februari 2008 naar uw
Kamer zenden.
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. Aboutaleb