nr. 282
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 december 2004
Tijdens het algemeen overleg met de vaste commissie voor Sociale Zaken
en Werkgelegenheid op 7 oktober (kamerstuk 17 050, nr. 275)
jl., over de interpretatie van de criteria voor samenleven, is onder meer
gesproken over de positie van twee ongehuwde bloedverwanten in de tweede graad
die een gezamenlijke huishouding voeren en van wie bij een van hen sprake
is van zorgbehoefte.
Voor degenen op wie de WWB van toepassing is, leidt deze situatie niet
tot een wijziging in de hoogte van de uitkering, voor een ongehuwde AOW-gerechtigde
daarentegen wèl. Zijn uitkering zal worden verlaagd naar het niveau
waarop een gehuwde AOW'er recht heeft.
Tijdens het overleg bleek er een kamerbrede wens te bestaan om aan dit
onderscheid een einde te maken.
Ik heb daarop de toezegging gedaan om er naar te laten kijken en u voor
het einde van het jaar duidelijkheid te geven over deze voorgestelde gelijkstelling.
Ik heb daarbij echter wel de kanttekening geplaatst dat – indien mocht
blijken dat die termijn bij nader inzien niet haalbaar is – ik u dat
zal laten weten met vermelding van redenen.
Inmiddels is gebleken, dat de aanvankelijk gecalculeerde tijdsruimte te
krap bemeten is om tot een verantwoorde afweging met betrekking tot uw wens
te komen. Ik wees u er tijdens het overleg al op dat – indien tot een
gelijkstelling zou worden besloten – daarbij dan wel een aantal randvoorwaarden
nader moet worden ingevuld. Ik heb in dat verband zaken als indicatiestelling,
een mogelijke uitbreiding van de doelgroep, een budgettair-neutrale aanpak,
geen administratieve lastenverzwaring alsmede de handhaafbaarheid, als punten
genoemd die bij deze studie moeten worden betrokken.
Daarmee is enige tijd gemoeid, waardoor, naar nu blijkt, het niet mogelijk
zal zijn, mijn schriftelijke reactie nog voor het einde van dit jaar aan u
te doen toekomen. Ik verwacht echter dat ik u in de loop van februari
van het nieuwe jaar kan berichten.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H. A. L. van Hoof